← Catalogus

Arend Jan Waarlo

2 titels in de boekenbase · Redacteur · 2011–2017
DidactiekGeestelijke gezondheidszorg
Over Arend Jan Waarlo
Arend Jan Waarlo staat met 2 titels in de boekenbase als redacteur. Bekend van de serie ‘FIsme Scientific Library’. Het werk valt vooral onder didactiek en geestelijke gezondheidszorg. Verschenen tussen 2011 en 2017 bij Graaff, Uitgeverij de en Universiteit Utrecht. Over het werk verschenen 4 recensies.
Over het werk gezegd
De woestijn zal bloeien is een bundel met bijdragen van twaalf auteurs. Het verbindende element wordt gevormd door het werk van humanistisch geestelijk verzorger Meta Top bij Stichting Delta Psychiatrisch Centrum in Poortugaal. Meta Top overleed in juni 2016 op 6o-jarige leeftijd. Zij heeft zich jaren met hart en ziel ingezet voor de cliënten in de psychiatrie en ook voor tientallen geestelijk verzorgers in opleiding. Het was een verlangen van Meta Top om haar ervaringen van haar werkzame leven te delen met anderen. Arend Jan Waarlo voerde gesprekken met haar. Het is een waar zingevingsproject geworden in haar laatste levensfase, vooral bedoeld ter inspiratie en vernieuwing van geestelijke verzorging in de psychiatrie. De bijdragen betreffen zowel praktijkbeschrijvingen als theoretische verkenningen, en kunnen gezien worden als good practices van zich vernieuwende geestelijke verzorging in de GGZ. Na de inleiding begint Meta Top aan haar koerszoekende observaties en reflecties in de dagelijkse praktijk. De lezer krijgt een goed beeld van de ongemakken en zoekende bewegingen waarmee iedere geestelijk verzorger in de psychiatrie te maken krijgt. Zij spreekt primair vanuit haar persoonlijke gevoelens, legt van daaruit de verbinding met cliënten en de organisatie, geeft zodoende haar taken en profilering vorm. Je kunt goed navolgen hoe je als geestelijk verzorger je eigen instrument moet zijn om tot waardevolle, contextspecifieke en professionele interventies te komen. De andere auteurs voeren onderwerpen op die haar na aan het hart lagen en waarvoor zij zich expliciet heeft ingezet. Desondanks komt de eigenheid van iedere auteur duidelijk naar voren. Vrijwel alle auteurs nemen de eigen ervaring als vertrekpunt. Zij getuigen daarmee van een groot zelfreflectief vermogen. De zo verworven kennis weten zij vervolgens te verbinden met de theorie. De bijdrage van Lisa van Duijvenbode bijvoorbeeld, Omgaan met tragiek in de psychiatrie, een pleidooi voor een narratieve praktijk van geestelijke verzorging, geeft dit helder weer. Op basis van haar beklemmende ervaringen met cliënten laat zij zien wat taal met de psychiatrie doet. In dit kader citeert zij dan Hannah Ahrendt: 'Als er geen taal is waarmee over ervaringen kan worden gesproken dan is ontmenselijking het gevolg' (p. 102). Alle bijdragen zijn de moeite waard voor 'geestverwante' professionals en zijn in het bijzonder aan te bevelen voor geestelijk begeleiders in opleiding. De eerste groep kan het boek als een aanmoediging zien om het vak verder te ontwikkelen en de tweede groep als inspiratie en voorbereiding op een stage in de GGZ. Hoewel de verbindende factor van Meta Tops werk overduidelijk is, zal de lezer de samenhang tussen de verschillende bijdragen wel zelf moeten zoeken. Arend Jan Waarlo sluit af met een cultuurkritische bezinning op de opleiding en vorming tot vernieuwingsbekwame geestelijke verzorgers. Dit hoofdstuk getuigt van een grote betrokkenheid op het vak van geestelijke verzorging, ingegeven door de ervaringen van Meta Top, die zich bij haar start als geestelijk verzorger lang onthand heeft gevoeld. Hij vraagt zich af hoe adequaat geestelijk verzorgers worden opgeleid. Er zou meer aandacht moeten zijn voor de veranderingen in de positie en het werkterrein van geestelijke verzorging: van individuele begeleiding naar een brede visie op de rol van de geestelijk verzorger binnen de instelling (p. 155). Tevens houdt Waarlo een kritisch betoog over het onderwijsprogramma en spreekt hij zijn zorgen uit over de erosie van de identiteit van de Universiteit voor Humanistiek. Hij veronderstelt dat de tijd rijp is voor een herijking van haar identiteit en een herformulering van een daarop gebaseerde onderwijsvisie. De betrokkenheid en zijn inzet juich ik toe. De vele thematieken, elk met hun eigen complexiteit en politieke horizon, kunnen je als lezer overspoelen. Volgens Meta Top zouden geestelijk verzorgers vaker de grenzen van het vak moeten opzoeken, risico's moeten nemen en verbinding moeten zoeken met de organisatie waar men werkt. Op deze manier kan geestelijke verzorging vanuit haar eigen visie een bijdrage leveren aan de toekomst van de zorg. Zij houdt een pleidooi voor verbreding van het vak. Het is haar overtuiging dat de zorg voor psychiatrische cliënten anders (humaner) moet en kan: namelijk vanuit de dialoog tussen gelijkwaardige gesprekspartners (cliënten, naasten en hulpverleners). Ze pleit voor gesprekken op allerlei niveaus binnen de instelling. Moreel beraad met medewerkers, dialogen over de waarden in de zorg met medewerkers, (ex-)cliënten en hun naasten. Niet alleen spiegelbijeenkomsten over de gegeven zorg, maar ook gesprekken met het bestuur over de toekomstige zorg in onzekere tijden. Met deze sterk humanistisch gekleurde publicatie, een vriendenboek, is een belangrijke laatste wens van Meta in vervulling gegaan. De lezer kan er inspiratie uit opdoen, moed uit putten en waardevolle elementen verder ontwikkelen.
Bianca Lugten, docent praktische humanistiek aan de Universiteit voor Humanistiek — Tijdschrift Geestelijke Verzorging jaargang 21 | nr 89 61 · over De woestijn zal bloeien