Arie Olthof
6 titels in de boekenbase · Redacteur · Auteur · 2009–2024
Over Arie Olthof
Arie Olthof staat met 6 titels in de boekenbase als redacteur en auteur. Bekend van de serie ‘Meso focus’. Het werk valt vooral onder cartoons, bestuurs- en beleidskunde en onderwijs algemeen. Verschenen tussen 2009 en 2024 bij Kloosterhof Neer B.V. en Wolters Kluwer Nederland B.V. Over het werk verschenen 1 recensie.
Serie: Meso focus →
De ring van Moebius
Pieter Leenheer
€ 49,50
Kwaliteit onderhouden
Kees Horsman
€ 50,00
Driemaal Andy Hargreaves
Andy Hargreaves
€ 55,00
Overige titels
Over het werk gezegd
Collega’s! , een verzameling grappige strips van Pieter Leenheer 45 jaar geleden kreeg onze school een nieuwe rector. Een nieuwlichter die ons optrommelde in een congrescentrum. Wat onwennig en lacherig zaten we in de zaal. De bijeenkomst werd ingeleid door een Amsterdamse onderwijskundige, van het type dat we meteen daarna deskundoloog noemden. Zijn eerste zin luidde: ‘dames en heren, het onderwijsleerproces begint pas als de leraar de klas heeft verlaten’. Toen het geroezemoes was verstomd en de spreker ging uitleggen wat hij hiermee bedoelde, luisterde niemand meer. Dit was volgens de docenten van onze school het begin van de enorme kloof tussen onderwijstheorie en praktijk, want vanaf de jaren 70 van de vorige eeuw werd het onderwijsveld bestookt met nieuwe onderwijsdoelstellingen die niet aansloten bij de praktijk. Het toenmalige leren moest sociaal leren worden. Selectie van leerlingen moest worden vervangen door determinatie, homogene klassen moesten heterogeen worden en met DBK worden onderwezen, hoewel geen onderwijsgevende wist hoe er moest worden gedifferentieerd binnen klassenverband. Met de slogan ‘hoofd, hart en handen’ werd het nieuwe leren gepromoot. Prof. A.D. de Groot kwam in 1978 met zijn boek Vijven en zessen waarvan de eerste zin in het voorwoord luidde: ‘Het Nederlandse onderwijs heeft vele kwaliteiten en vele fouten. Dit boek gaat voornamelijk over de fouten’. Een Utrechtse onderwijskundige sprak van het onderwijs dat met ovale wielen niet vooruit te krijgen was. Ook het gedachtegoed over de tweede fase stuitte op weerstand in het onderwijsveld zoals trouwens alles wat vanuit de politiek en de onderwijskunde op de docenten werd losgelaten. De kloof tussen onderwijstheorie en praktijk werd elk jaar groter en aan dat onbegrip ontleende Pieter Leenheer jarenlang de onderwerpen voor zijn strips. De leraar, de leerling en de schoolleiding Leenheer laat docenten, leerlingen en hun directies van het voortgezet en hoger onderwijs aan het woord. Voor mij, werkzaam geweest in het voortgezet onderwijs, zijn de uitingen in die sector van leidinggevenden, docenten en ook leerlingen het meest herkenbaar. Veel strips met wartaal van deskundologen roepen reacties op, zoals het commentaar van een docent op het toilet tegen zijn collega: ‘Het is prachtig hoor, wat die Gert-Jan allemaal staat te vertellen…, fantàstisch…, alleen bij ons in 4 havo wèrkt dat natuurlijk niet… (p.31). En ook op het toilet: ‘Ze kunnen het zo mooi zeggen, pàssend onderwijs, èlk kind telt mee, maar het komt allemaal wèl weer bovenop je gewone werk’ (p.156). Natuurlijk hebben docenten een mening over de taakomschrijving van de schoolleiding: ‘een directie is er voor het rooster en de schoonmaak, punt uit! (p.41). De leraar tegen zijn leidinggevende: ‘Deze jongen heeft totaal geen behoefte aan een functioneringsgesprek, deze jongen kan namelijk toevallig zelf uitmaken hoe hij functioneert’ (p.64). Ook de thuissituatie van de docenten is stripwaardig, zoals dit dodelijk commentaar van een liefhebbende echtgenote: ‘je bent dan geen excellente docent geworden, nou èn? Je bent een heel lieve vader, altijd helpen bij het koken en de tuin’ (p.70). Tijdens een rapportvergadering: ‘nou laat ik die kinderen al drie weken zelfstandig leren en ze brengen er nog steeds geen bal van terecht. Wat willen jullie als schoolleiding nou eigenlijk?’ (p.46). Een leraar tegen zijn klas: ‘Wàt leerhuis, nìks leerhuis, gewoon bek houden en doorwerken. Ook jij, Jan Pieter!!!!’ (p.49). Gelukkig komen ook de leerlingen aan het woord: ‘Die verantwoordelijkheid voor je eigen leerroutes, persoonlijk ben ik er hélemaal klaar voor, nou meneer de Groot nog’. (p.52). Een leerling tegen een andere: ‘allemaal gelul dat studiehuis, gewoon te beroerd om fatsoenlijk les te geven. En wie is weer de dupe’? (p. 81). Een leerling belt tijdens de les zijn moeder en zegt: ‘ met mij, hij legt het wéér niet goed uit. Dat is nu al de dèrde keer in 10 minuten. Zeg jij nu eens dat het zo niet langer kan. Meneer, mijn moeder voor u!’ (p.153). Een veelzeggende strip met nauwelijks tekst: twee leraren kijken een leerlinge met een zeer kort rokje na. Zegt de een tegen de andere: ‘Dit is een zéér begaafd meisje, zéér begaafd’ (p.21). De medewerkers Tussen de strips staan nog een aantal teksten van gastschrijvers onder wie de voor NRC-lezers bekende Ton van Haperen en Rob Knoppert. Zij putten uit hun onderwijsverleden en vormen daarmee een goede eenheid met de strips van Leenheer. Docenten die hun functioneren in het onderwijs willen evalueren, moeten maar eens in de spiegel kijken die Leenheer ze voorhoudt. Het boek is fraai uitgegeven door Kloosterhof in Neer in samenwerking met de Hogeschool Utrecht, ISBN/EAN 978-90-78876-05-2 en kost € 24. Bestellen kan telefonisch 0475-597151 of per e-mail info@kloosterhof.nl. John Daniëls, Docent Frans in het vo van 1965-1997.
John Daniëls · over Collega's!