Bart Koet
7 titels in de boekenbase · Redacteur · Auteur · 2014–2024
Boekwetenschappen algemeenBijbelwetenschappenKerk- en dogmengeschiedenisPastoraatCulturele antropologie
Over Bart Koet
Bart Koet staat met 7 titels in de boekenbase als redacteur en auteur. Bekend van de series ‘Amsterdamse Cahier voor Exegese van de Bijbel en zijn Tradities – Supplement Series’ en ‘Contributions to Biblical Exegesis & Theology’. Het werk valt vooral onder boekwetenschappen algemeen, bijbelwetenschappen en kerk- en dogmengeschiedenis. Verschenen tussen 2014 en 2024 bij Abdij Van Berne, Uitgeverij en Societas Hebraica ACEBT. Over het werk verschenen 1 recensie.
Serie: Utrechtse studies →
Overige titels
Het oog op Lucas-Handelingen
Bart Koet
Het oog op Lucas-Handelingen
Bart Koet
Paperback · 2024
Vragen staat vrij
Archibald Van Wieringen
€ 24,95
Scientific Strengths
Emile Aarts
Scientific Strengths
Emile Aarts
Paperback · 2019
Multiple Teachers in Biblical Texts
Bart Koet
Multiple Teachers in Biblical Texts
Bart Koet
€ 70,00
Hebreeuws in het midden
Archibald van Wieringen
€ 18,50
Over het werk gezegd
De herinvoering van het diakonaat als zelfstandig ambt in de katholieke kerk, nu vijftig jaar geleden, zorgde voor een langdurige discussie over wat dat ambt nu precies inhield. Bij gebrek aan visie werd de diaken verbonden aan diakonie, en zou hij vooral sociaal werk moeten doen. In de praktijk zijn veel diakens echter vooral bezig op parochieel, liturgisch en pastoraal terrein bij tekort aan priesters. Nieuw exegetisch en ambtstheologisch onderzoek gaf alternatieve visies, die met andere resultaten weer bestreden werden. Tenslotte geeft elk diocees zijn eigen invulling aan de werkzaamheden van de steeds uitbreidende schaar permanente diakens. De diakens zijn niet meer weg te denken uit de kerk, maar zowel daarbinnen als daarbuiten, en bij de diakens zelf, is er behoefte aan verduidelijking. Exegetisch onderzoek Nu is die verduidelijking van een ambt, dat ruim 1500 jaar in de schaduw heeft gestaan, niet eenvoudig te geven. Hoogleraar Nieuwe testament en diaken Bart Koet geeft een substantiële bijdrage aan het gesprek door te kijken naar de visie van Augustinus op het diakonaat. In de inleiding zegt hij dat het hier gaat om een vorm van assisterend leiding geven en dat dit in de huidige kerk en samenleving een actuele betekenis kan hebben. Spannender en voor zijn betoog relevanter is zijn punt dat 'dienen' in de katholieke kerk een ruimere betekenis heeft dan alleen het sociaal werk voor de armen. Het gaat om verbinding maken, en om het koppelen van medium en message. Wat kan dat betekenen voor de huidige ambtspraktijk? Koet is niet de eerste die deze lijn gaat, maar het is goed dit steeds weer te zeggen. In hoofdstuk 2 en 3 geeft hij respectievelijk een samenvatting van het exegetisch en kerkhistorisch onderzoek. Het exegetische deel baseert zich vooral op Collins en Hentschel. Wat daaruit voortkomt is dat diaconia beschreven wordt als mandaat, zending, bemiddeling namens een opdrachtgever. Het is daarbij geen slavenarbeid, maar een erefunctie. In het boek Esther gaat het om hofdienaren, bij de bruiloft van Kana gaat het om dienaren die de wonderboodschap uit eerste hand hebben. Kerkhistorisch onderzoek Het kerkhistorisch onderzoek richt zich op de rol van diakens in de vroege kerk. Paulus gebruikt de diacon-woorden om aan te geven dat hij samenwerkt in de grotere christelijke beweging en dat hij gemandateerd leiding geeft aan een kleine (huis)economie. De aanstelling van de zeven diakens laat zien dat het een ambtelijke functie betreft. Er ontstaat een tweevoudig ambt (diaken-apostel) dat deelt in de algemene dienst, later bij Ignatius ontstaat er een drievoudig ambt (diaken-priester-apostel). In de Didascalia en traditio Apostolica wordt de liturgische, sociale en catechetische taak van de diaken als assistent van de bisschop uitgewerkt. Hoe meer ambten er in de kerk komen, hoe meer het diakonaat een tussenstap wordt in een kerkelijke carrière, en het verval zet in. Augustinus over diakens Na deze informatieve samenvattingen gaat hij over naar Augustinus. Allereerst bespreekt hij de literatuur over Augustinus en de ambten c.q. diens ecclesiologie. Voor Augustinus is het ambt een delen in de dienst van Christus, naar Zijn voorbeeld gemodelleerd. Dat stelt ook de kritische vraag of je bereid bent je leven te geven zoals Jezus heeft gedaan. Twee woorden komen in dat model-ambt naar voren, ten eerste de liefde/caritas en ten tweede relaties. De liefde voor mensen is de vooronderstelling van het Augustijnse pastorale handelen, en het wordt concreet in een ambt dat staat in een netwerk van ambten, je doet het niet alleen en namens jezelf. We horen hierin al echo's uit de twee voorgaande hoofdstukken. Daarna beschrijft Koet drie thema's die in de Augustijnse visie terugkomen. Ten eerste de diaken als bode en gezant. In de teksten van Augustinus komt de diaken vaak voor als iemand namens hem brieven en berichten overbrengt. Dit houdt ook in dat hij wereldse zaken regelt, pastorale berichten overbrengt, en zo het kerkelijk gebeuren in het geheel ondersteunt. Ten tweede komt de diaken als catechist en verkondiger naar voren. Dit zien we in zijn teksten over ketters en catechese terugkomen. Juist omdat de diaken zo nauw verbonden is met de bisschop, kan hij ook diens gelovige visie verkondigen en op afgelegen plaatsen catechese geven. Ten derde behandelt Koet een aantal thema's over de diaken die hij destilleert uit Augustinus' preken over heilige diakens, met name Stefanus, Laurentius en Vincentius van Saragossa. Hier gaat het met name over de volhardendheid van het martelaarschap en de eer die daarmee te halen is. Kerkhistorische zoektocht Koet beschrijft zijn studie zelf als een vorm van literaire archeologie: brokstukken bij elkaar brengen zonder de pretentie dat het een volledig beeld geeft. Voor hem zijn er drie lijnen uit het onderzoek: de diaken als medewerker in de ambtelijke dienst, de diaken die verbinding legt (in initiatie en liturgie, maar ook als bode en gezant), en er zijn regionale en chronologische verschillen. Hiermee zijn natuurlijk op veel praktische vragen die de huidige debatten tekenen geen antwoorden gekomen. Volgens mij hoeft dat echter ook niet. Het onderzoek van Koet maakt voor mij wederom duidelijk, dat de vrij open en brede visie van het Tweede Vaticaans Concilie op het diaconaat zowel in historisch als toekomstwijzend opzicht juist en voldoende is. De diaken is zelfstandig en ambtelijk medewerker in de bisschoppelijke dienst op het gebied van catechese, liturgie èn naastenliefde. Een stammenstrijd over hoe deze omschrijving verder in te vullen en in te kaderen is onnodig, overbodig, en schadelijk. Het diaconaat leeft juist van de diversiteit van invullingen, en onder de sociale, bestuurlijke, of pastoraal-liturgische invulling is de een niet beter dan de ander. Veel beter is het dat deze drie vormen elkaar aanvullen en de diversiteit in het hele collegium van diakens zichtbaar blijft. Het zijn alledrie uitingen van de ene dienst van Christus aan de Kerk, en de missie van de Kerk het Rijk Gods te verkondigen.
Erik Sengers — Diakonie & Parochie, juni, 2014 · over Augustinus over diakens