Bertie Hendriks
2 titels in de boekenbase · Auteur · 2013–2022
Over Bertie Hendriks
Bertie Hendriks staat met 2 titels in de boekenbase als auteur. Het werk valt vooral onder spiritualiteit. Verschenen tussen 2013 en 2022 bij Hendriks en ITIP School voor Leven en Werk B.V. Over het werk verschenen 3 recensies.
Over het werk gezegd
Er is een prachtig beeld van de Russische mysticus binnenkant, de bezieling. De stem van de ziel. Gurdjie . Hij beschrijft de mens als een koets die op reis is. Op de bok zit een koetsier die de paarden aanvuurt. De koetsier bepaalt de weg. De paarden zijn in dit beeld de krachten die we als mens tot onze beschikking hebben. Binnenin de koets zit de reiziger. Maar een groot deel van de reis lijkt deze reiziger onzichtbaar. De koetsier op de bok eist alle aandacht op. Luid argumenterend, zorgelijk vooruitkijkend, met spijt omkijkend en altijd bezig belangen af te wegen. In het gewone leven noemen we Gurdjie s koetsier ‘de wil’, ons ‘ego’, het ‘ik’. Het is de kracht die de mens met een hang naar zekerheid en controle door het leven doet gaan. En een voortdurende stroom van twijfels oproept: ‘Haha, doen wat je echt leuk vindt? Straks zit je zonder werk en moet je je huis verkopen! Wat je echt wilt is helemaal niet realistisch.’ Of wat vriendelijker: ‘Hou toch vast aan wat je hebt. Wat heb je nou te klagen? Zo erg is het toch allemaal niet? Stel deze grote stap in je leven liever nog wat uit, tot je meer zekerheid hebt.’ De reiziger in de koets kennen we als de ziel. In mythen, verhalen en sprookjes opduikend onder vele namen. Heel tre end is het beeld van de wondernach- tegaal uit een wonderschoon Armeens sprookje. In dat sprookje zet een koning de meest geweldige paleizen neer, maar elke keer als er weer een bouwwerk klaar is, komt een monnik langs om de koning te vertellen dat er iets essentieels ontbreekt. De monnik noemt dat de wondernachtegaal. Anders gezegd: de essentie, de Er is altijd hoop op een terugkeer van de wondernach- tegaal, zegt Bertie Hendriks in zijn boek Dagboek van de ziel waaraan deze voorbeelden zijn ontleend. Hoop op het moment dat de koetsier bereid is een stapje achteruit te doen en voortaan de ziel te dienen. Een groots moment dat in de joodse traditie bekend staat als ‘de ommekeer’ (‘tesjoewa’). Een ommekeer die grote gevolgen kan hebben. Bertie Hendriks verwoordt het in zijn boek als volgt: ‘De stem van de ziel vraagt ons niet te kiezen voor zekerheid of het bekende. Niet in relaties te blijven hangen in een gevaarloze afstand. In ons werk niet in saaie zekerheid en in familierelaties niet in wrok. Maar om te leven naar wat ons het liefste is.” Tijd voor een gesprek. Op naar Utrecht. La Grande Bellezza Daar is zijn huis. Ik vind een parkeerplekje voor mijn ets bij de ingang van een basisschool. Terwijl ik bezig ben met het slot van mijn OV- ets, klinkt achter me het geluid van spelende kinderen. Het is pauze. Voor het hek van de school blijf ik staan. Wat is het toch leuk, realiseer ik me, om naar kinderen op een schoolplein te kijken. Hun zorgeloos spel. Al die verbazing over de wonderen waarmee de wereld gevuld lijkt. Het begin van de lm La Grande Bellezza schiet me te binnen. Het beeld van het vroege ochtendlicht na een doorwaakte nacht. Een moment van grote schoonheid. De hoofdpersoon is op weg naar huis. We zien hem stil staan bij een school, in dit geval beheerd door nonnen, zoals dat in Romeinse meisjesscholen het geval is. In die vroegemorgenstilte kijkt hij naar de schoolkinderen die vanachter het hek de wijde wereld in blikken. Een non maant hen naar binnen te gaan. Eén meisje draalt, in haar eentje blijft ze staan... Kinderen – zegt Bertie Hendriks als ik hem even later in zijn woonkamer dit tafereeltje voorleg – zijn onbevangen. “Naar hen kijken maakt je blij. Ze herin- neren ons aan het vol overgave in het moment kunnen zijn – het niet overal de controle over willen hebben. Het plezier. Mijn vrouw geeft les aan kleuters. Elke dag opnieuw komt ze thuis met geweldige uitspraken van kinderen.” Even is hij stil, dan vertelt hij over een telefoonge- sprekje met zijn jongste zoon. “Mijn jongste is een kind-kind, met zijn zeven jaar nog een engeltje, half in het paradijs levend. Tijdens een buitenlandse reis belde ik eens om een uur of acht uur naar huis. ‘Met Bodhi,’ klonk het. ‘Ha Bodhi, met papa.’ Gelijk daarna hoorde ik hem zeggen: ‘Ik ben leuk.’ Gevolgd door: ‘Nou, daag.’ En toen hing hij weer op. Zoiets kun je als volwassene gewoon niet verzinnen...” Ik vertel over een YouTube- lmpje waar ik weg van ben: Nikolaus Harnoncourt die een Weens jongenskoor dirigeert. Elke keer opnieuw word ik geraakt door dat ene levenslustige jongetje in het koor dat zo vol overgave en in het moment aan het zingen is. Op zo’n moment, zeg ik, is het net alsof je even dat jongetje bent. Bertie Hendriks: “Ja, dan zie ik gelijk de opnames voor me van John Lennons Kerstsong War is over. Dat koor waar kinderen uit de hele wereld in meezingen. Misschien niet altijd even zuiver, maar dat lmpje is zo geweldig om naar te kijken. Hun volkomen niet met de toekomst bezig zijn – hun opgaan in het moment.” Even later: “Wat een mooi woord eigenlijk – ‘verwon- dering’. Kinderen zijn nog in verwondering. En af en toe lukt het ons, volwassenen, ook om het moment als volkomen nieuw te ervaren. Gewoon doen waar je zin in hebt. Het plezier om in het moment te leven.” En toch ontkomt geen kind eraan om het paradijs te verlaten? “Nee. Dat is de val uit het paradijs. Zo’n ongeloo ijk sterk beeld. Elk kind is gedoemd uit het paradijs te vallen. Uit wat Freud het ‘oceanische levensgevoel’ noemt, de eenheidservaring waar we als volwassene naar terug zullen verlangen. Het totale samenvallen met wie je bent. “Bij een pasgeboren baby zijn ziel en ego nog onafscheidelijk – aan elkaar geklonken. Maar zonder kunnen worden. Het gevoel van tekort aan individuele aandacht. De hunkering naar de goedkeuring van je moeder in een gezin met zoveel kinderen. Eigenlijk ben je op zo’n jonge leeftijd al strategisch aan het worden.” Is die pijn in de kindertijd onvermijdelijk? “Ja, ik denk het. Als een klein kind met zijn ouders in een winkel loopt en iets lekkers wil en te horen krijgt dat hij dat niet krijgt, doet dat pijn. Een volwassene denkt: ‘Zoiets doet toch geen pijn.’ Maar een kind ervaart wel pijn! “Een baby brult wanneer hij honger heeft. Een baby denkt niet: ‘Mama heeft het druk, laat ik even wachten tot ze tijd heeft.’ En dan blijkt mama toevallig moe. Mama reageert geïrriteerd. Elk kind moet leren te leven in een wereld waarin hij niet voortdurend in het centrum blijkt te staan.” Ook Sneeuwwitje, Klein Duimpje, Hans en Grietje vallen uit het paradijs. “En sprookjes zijn lang niet altijd lieve verhaaltjes. Sneeuwwitje, Hans en Grietje worden wreed behandeld, weggestuurd van huis en bedreigd door hun stief- ouders. Kinderen weten heel goed wat het betekent om je ‘paradijselijke’ huis te moeten verlaten. In sprookjes overleven de Jonge Helden de gevaren. Uiteindelijk vinden zij de weg terug. Klein Duimpje wordt het nest uit gegooid. Vreselijk eigenlijk als je erover nadenkt, maar volkomen opgewekt zoekt hij vervolgens zijn weg in de wereld. “Ik denk dat het vermogen in het moment te leven het kind helpt om de val uit het paradijs te overleven. Een kind valt, ervaart pijn, maar staat even later ook weer op, en loopt verder. Een kind blijft niet aan de ervaring plakken. Zoals wij volwassenen vaak doen. Er gebeurt iets, iemand zegt iets vervelends en we zijn er de hele dag mee bezig... “De Jonge Held vertelt ons niet eindeloos te herkauwen wat is gebeurd – te stoppen met dat voortdurende wikken en wegen. Daar ligt het geschenk van de kindertijd. Jezelf als mens ontwikkelen wil ook zeggen dat we pijnlijke ervaringen uit de kindertijd een plek weten te geven. Ons verlies zien te nemen en niet wrokkig achterom blijven kijken.” Winnetou En dan, aan het begin van de pubertijd, maken de sprookjes- boeken plaats voor avonturenverhalen. val uit het paradijs zou er geen ontwikkeling mogelijk zijn. Als mens zouden we geen fouten en geen frustratie kennen. We zouden grote, onbewuste kinderen blijven.” Klein Duimpje Wat herinner jij je uit je eigen jeugd? “Niet het paradijs, maar wel de val. Ik herinner me bijvoorbeeld dat ik als vijf- of zesjarige ’s ochtends vroeg de tafel aan het dekken was. En hoe ik daar elke morgen mijn best op deed. Ik zou er nog steeds emotioneel van kunnen worden. Het gevoel van tekort aan individuele aandacht. De hunkering naar de goedkeuring van je moeder in een gezin met zoveel kinderen. Eigenlijk ben je op zo’n jonge leeftijd al strategisch aan het worden.” Is die pijn in de kindertijd onvermijdelijk? “Ja, ik denk het. Als een klein kind met zijn ouders in een winkel loopt en iets lekkers wil en te horen krijgt dat hij dat niet krijgt, doet dat pijn. Een volwassene denkt: ‘Zoiets doet toch geen pijn.’ Maar een kind ervaart wel pijn! “Een baby brult wanneer hij honger heeft. Een baby denkt niet: ‘Mama heeft het druk, laat ik even wachten tot ze tijd heeft.’ En dan blijkt mama toevallig moe. Mama reageert geïrriteerd. Elk kind moet leren te leven in een wereld waarin hij niet voortdurend in het centrum blijkt te staan.” Ook Sneeuwwitje, Klein Duimpje, Hans en Grietje vallen uit het paradijs. “En sprookjes zijn lang niet altijd lieve verhaaltjes. Sneeuwwitje, Hans en Grietje worden wreed behandeld, weggestuurd van huis en bedreigd door hun stief- ouders. Kinderen weten heel goed wat het betekent om je ‘paradijselijke’ huis te moeten verlaten. In sprookjes overleven de Jonge Helden de gevaren. Uiteindelijk vinden zij de weg terug. Klein Duimpje wordt het nest uit gegooid. Vreselijk eigenlijk als je erover nadenkt, maar volkomen opgewekt zoekt hij vervolgens zijn weg in de wereld. “Ik denk dat het vermogen in het moment te leven het kind helpt om de val uit het paradijs te overleven. Een kind valt, ervaart pijn, maar staat even later ook weer op, en loopt verder. Een kind blijft niet aan de ervaring plakken. Zoals wij volwassenen vaak doen. Er gebeurt iets, iemand zegt iets vervelends en we zijn er de hele dag mee bezig... “De Jonge Held vertelt ons niet eindeloos te herkauwen wat is gebeurd – te stoppen met dat voortdurende wikken en wegen. Daar ligt het geschenk van de kindertijd. Jezelf als mens ontwikkelen wil ook zeggen dat we pijnlijke ervaringen uit de kindertijd een plek weten te geven. Ons verlies zien te nemen en niet wrokkig achterom blijven kijken.” Winnetou En dan, aan het begin van de pubertijd, maken de sprookjes- boeken plaats voor avonturenverhalen. “Ja, de wereld wordt ineens zoveel groter. Het leven blijkt een avontuur. De onbevangen Jonge Held wordt een avonturier die risico’s, vrees en spanning kent. De boeken van Winnetou en Old Shatterhand heb ik verslonden. Alle delen heb ik als tiener minimaal tien keer gelezen – behalve het laatste deel: De dood van Winnetou. Zijn dood was gewoon te pijnlijk. Zo identi ceer je je op deze leeftijd met je helden. Ook Tolkiens In de ban van de ring kon ik niet wegleggen. De hele eerste nacht ben ik blijven lezen.” Frodo die zijn comfortabele woning in de Gouw verlaat en aan een lange reis begint. “In feite beschrijft Tolkien de archetypische ontwikkeling van de jongere: een gevaarlijke reis door het land van de schaduw – de donkere plekken in je bestaan – op zoek naar wie je bent. Dit is echt de leeftijd waarop we als mens uitvinden wie we zijn.” En volwassenen vinden het maar een lastige leeftijd. “Pubers zijn lastig, omdat ze ontdekkingsreizigers zijn zonder uitreisvisum. We nemen ze niet serieus. We zeggen: ‘Oh, die zijn aan het puberen.’ Terwijl er in de overgang van ‘kind’ naar ‘jongere’ iets heel belang- rijks aan het gebeuren is. De zoektocht naar jezelf. Het uitvinden wie je bent, wat je wilt en wat je kunt. Het inslaan van een nieuwe weg. Ik denk zelfs dat als we het avontuur in deze fase van ons leven echt aangaan, we ook de volwassenheid beter in kunnen gaan.” In feite – aldus Hendriks – houden jongeren de mens een spiegel voor: “De jongere vraagt ons welk avontuur we nog graag aan zouden willen gaan.” Sprakeloos Ik herinner me nog als de dag van gisteren hoe ik als negentien- jarige letterlijk sprakeloos uit een lm kwam. “Ja, de pieken en de dalen. Het ene moment zit je huilend van ellende op de stoep, vanwege zoveel liefdesverdriet; verteerd door twijfel of je wel goed genoeg bent. Jezelf vertwijfeld afvragend of je ooit nog iemand zult vinden. Dan weer ga je op weg en heb je in Griekenland te gekke ervaringen met heel bijzondere mensen. “Ik herinner me hoe ik een keer op de ets rondreed, met mijn ogen dicht, en me afvroeg hoe lang ik kon rijden zonder te vallen. Een wonderlijke experimenteerdrang. Het was ’s nachts een uur of een. Even later knalde ik tegen een verkeersbord.” Mooi is ook het beeld van de onmogelijke of verboden liefde dat je in zoveel culturen tegenkomt. Verliefdheid hoort echt bij deze ontwikkelingsfase, hè? “Ja, verliefdheid helpt ons grenzen te passeren die we nooit over zouden gaan als we nuchter zouden zijn. In verliefdheid smelten we samen met het onbekende – het andere. En de meest hartstochtelijke relatie heb je toch met iemand die volkomen anders is dan jijzelf. “Een ander die niet alleen maar ‘leuk’, ‘lief’ of ‘mooi’ is, maar een god of een godin. Ik meen dat het Jung of Campbell is geweest die zegt dat je met verliefdheid even op het niveau van de goden belandt. De vier rimpels bovenin iemands hoofd kunnen bij wijze van spreken niet mooier uitvallen. “Hoewel we niet per se verliefd hoeven te zijn op een mens. Je kunt ook verliefd zijn op je beroep. Of op muziek. De jaren zestig zijn een explosie van nieuwigheid geweest. De grote tijd van The Beatles was een en al creativiteit. Steeds opnieuw bleken ze in staat zich te vernieuwen. Ken je de opnames van Hey Jude uit 1968? The Beatles vroegen de orkestleden mee te zingen. Twee orkestleden weigerden. De rest ging mee. Geweldig om te zien. Hoe het allemaal in het moment ontstaat. Pas met The Magical Mystery Tour krijg je de indruk dat de vorm het aan het overnemen is. En even later knalt de groep uit elkaar.” Kroonprinsen en verraad En dan, tegen de tijd dat ons dertigste levensjaar in zicht komt, bij de een wat vroeger, bij de ander wat later, krijgen we behoefte aan een vaste plek. “Het nest wordt gebouwd. In die fase beginnen mensen uit te kijken naar een vaste baan, een duurzame relatie. Je gaat je plek innemen en je wilt invloed uitoefenen op de samenleving. Mensen praten over kinderen krijgen en het kopen van een huis. “Ik heb twee goede vrienden die nu in een scheiding liggen. Een jongere kan in zo’n geval nog zeggen: ‘Het gaat niet goed, kom, we gaan maar uit elkaar.’ Maar als volwassene gaat dat niet meer zo makkelijk. Er komt heel wat bij kijken. Ook omdat je verantwoordelijkheid ervaart.” Archetypisch gezien noem je de volwassene een koning. Komt hier onze fascinatie voor het koningshuis vandaan? “Een archetype betekent niet anders dan dat er een bewuste of onbewuste fascinatie is. Er is iets wat ons van binnen raakt. Een koning is lange tijd de belangrijkste persoon in de samenleving geweest. De koning besloot wat er gebeurde. Hij zette de regels uit. Iemand die je nooit persoonlijk kon kennen, maar die toch belangrijk voor je was. Het zit zo ingebakken in onze genen. Daarom is een president ook wat anders dan een koning. Een president kan je begrijpen, want hij is gekozen. Maar het presidentschap heeft niet die archetypische kant van het koningschap.” Waarom hoort verraad nou zo bij deze fase? Vele konings- drama’s zijn doorspekt met verraad. “De kern van de volwassenheid is het neerzetten van een plek. En op zo’n moment botsen we met anderen die ook hun plek aan het innemen zijn. Die botsingen kunnen in alle openheid plaatsvinden. Of verhuld, achterom. En in dat geval spreken we van verraad. “Jonge mannen (‘de kroonprinsen’) gaan daarbij niet altijd even tactisch te werk. De jonge leraar die stormen- derhand het onderwijs wil veranderen; de jonge politicus die zich met de ellebogen omhoog werkt of de jonge manager die alles van zijn mensen vraagt. “Op een gegeven moment transformeert de kroon- prins tot een wijze koning. Of tot een volkomen tiran. Zoals je in Afrika veel ziet. De leiders daar worden allemaal tirannen. In bijna alle Afrikaanse landen zie je dat gebeuren. Vreselijk! In Gambia wordt de snelweg afgezet als de president er met zijn gevolg overheen rijdt. Hij strooit koekjes naar de mensen aan de kant van de weg. In Nederland kan je de koning belachelijk maken. Dat moet je daar niet proberen. Dan zit je tien jaar in de gevangenis.” Ken je deze machtsspelletjes ook uit eigen ervaring? “In mijn jonge jaren was ik natuurkundedocent op een middelbare school. En uit die tijd ken ik heel goed de moeite die het kost om je plek in te nemen. Collega’s die poten onder je stoel vandaan proberen te zagen. Het geroddel om je heen.” Op een gegeven moment ben je met lesgeven gestopt. Je zei: ‘Liever iemand helpen goed in zijn vel te zitten dan een tien halen voor natuurkunde.’ Wat gebeurde er precies? “Ik kwam tot de ontdekking dat ik niet zo heel erg gemotiveerd was voor het vak zelf. Met leerlingen werken was fantastisch. Ik kon redelijk goed uitleggen. Maar ik was geen echte vakleraar. Ik herinner me een docent Latijn die compleet leek samen te vallen met zijn vak. Maar zo iemand was ik niet. “En dat begon ik steeds meer als pijnlijk te ervaren. Ook begon ik steeds meer last te krijgen van de regels, de beperkingen en de oppervlakkigheid. De rapporten die altijd vanuit een bepaalde toon geschreven leken te moeten worden. De vaste zinnetjes in driekwart van de rapportbeschrijvingen: ‘Je kunt het wel, maar je doet het niet.’ “Vanbinnen was er iets aan het doodgaan. Ik was me daar op dat moment niet zo bewust van. Maar terug- kijkend kan ik het zien. Het dagende besef dat ‘doen waar je goed in bent’ niet automatisch betekent dat je er ook blij van wordt. Op zo’n moment is moed nodig. Je kent ‘het oude’ zonder dat je weet wat de toekomst je brengen zal.” Humor en zelfspot We zijn beiden de zestig gepasseerd. Zie je jezelf als ‘oudere’? “Ja, op heel veel vlakken. Het begon al toen ik vijftig jaar werd. Er was een groot feest. Ik wilde iets gaan zeggen, toen ineens vol door me heen schoot: ‘Ik ga vanaf nu de berg af. Ik ga niet meer omhoog, de berg op, maar ik ga de berg af’.” Het lichaam wordt krakkemikkiger. Zo beleef ik zelf de moeilijke kant van het ouder worden. Maar het verrassende zit aan de andere kant. Zoveel gedoe wordt minder – hoe je eruit ziet, hoe je overkomt, of je er wel bij hoort. “Ja, als ‘oudere’ ben je vrijer. Je zit niet meer zo vast aan een vaste vorm. En humor wordt belangrijker. Naarmate we vrijer worden, krijgt humor meer kans. Geweldig! Humor is echt het zout in de levenspap. Vooral de zelfspot. “Voor een ‘koning’ (volwassene) geldt dat niet. Dan is zelfspot allesbehalve makkelijk. Hij verliest autoriteit. Alleen de nar mag in de aanwezigheid van de koning spotten. Bij onze koning Willem-Alexander kan het een beetje. Niet te veel, anders verliest hij zijn koningschap. “Maar het geschenk van de oudere aan de wereld, ja, dat is wijsheid. Vrijer worden. Ruimte tot jezelf toelaten. Je niet meer zo druk maken om de dingen die er niet werkelijk toe doen. De dingen laten gebeuren. “Er is een soort rust ontstaan, valt me op. Als oudere doe je meer vanuit het moment. Ik kan meer vertrouwen. Het vertrouwen dat gebeurt wat op het punt staat te gebeuren. Alsof er een samenhang is, een groter geheel, waar je op kan terugvallen. Jung spreekt over synchroni- citeit. De gewaarwording dat dingen samenvallen.” Maar in die ruimte kunnen ook de minder prettige dingen naar boven komen. “Ja, het onbewuste zoekt eigenlijk altijd de ruimte. Ik heb vrienden die gestopt zijn met werken. En in dat gat komen ervaringen van vroeger boven die nog een plek zoeken. Een mooi gegeven in feite. Het onverwerkte wil bovenkomen. Jung zegt: ‘Een trauma dat zich doet voelen is een signaal van heling’. “Het moeilijkst om los te laten is altijd dat wat ons kwetst. Gevoelens van afgewezen zijn, op een zijspoor te zijn gezet; teleurstelling over wat is bereikt – verdriet, angst, pijn. Het kan gebeuren dat de oudere nog meer dan voorheen vast komt te zitten en nog angstiger wordt. Zich nog meer door oordelen laat leiden. “Het zou zo jn zijn als ouderen hun verleden een plek zouden kunnen geven – in gesprekken of in retraites. De ontmoeting met gelijkgestemden is daarbij o zo belangrijk. Veel ouderen zijn eenzaam. Ja, die eenzaamheid is echt een gevaar. “In andere samenlevingen vinden ouderen veel vanzelf- sprekender hun weg. Daar hoor je als oudere nog ergens bij. Wij moeten dat contact met anderen zelf zien te leggen; wij moeten zelf op zoek naar verdieping en betekenis.” Je ziet het voor je – hoe ouderen elkaar kunnen inspireren; hoe ze elkaar in bijeenkomsten kunnen vertellen over hun inspira- tiebronnen – hun favoriete boek of lm. “Geweldig. Ik denk dat daarin heel veel mogelijke initia- tieven liggen. Mijn schoonvader van 77 rijdt busjes. Zelf help ik in Kameroen jonge ondernemers hun droom te ontvouwen. In dat opzicht kunnen we echt betekenis hebben voor jongere mensen. Gandalf de Wijze die Frodo helpt in In de Ban van de Ring! Maar je moet het wel zoeken.” De dood en het leven Zonder eindpunt aan ons leven – schrijft Simone de Beauvoir – zou iedere inspiratie wegspoelen. “Ja, de dood maakt ons bewust van de kostbaarheid van het leven. Steve Jobs, van Apple, noemde in een speech de dood de beste uitvinding van het leven. Zijn advies van toen: ‘Probeer iets te vinden waar je echt van houdt. Volg je hart alsof het de laatste dag van je leven is. Je hebt niets te verliezen. En de beste manier om daaraan herinnerd te worden, is het besef dat je zult sterven’.” In je boek noem je een vrouw die door een medische fout in een hopeloze toestand terecht was gekomen... “Door de medicijnen had ze ergere klachten gekregen dan de ziekte zelf. Op een gegeven moment liet haar hart het afweten. Met spoed werd ze opgenomen op de intensive care. De specialist ontdekte op het laatste moment een fout in de medicatie. Ze hebben haar letterlijk uit de dood teruggehaald. Vervolgens gaf ze een spetterend feest voor het hele dorp, vrienden en familie. Nu zegt ze: ‘Mijn leven is veel intenser geworden; elke minuut’.” Het lijkt wel een bijna-doodervaring. “Dat is het ook.” Je spreekt ook over de ‘kleine dood’. Iets belangrijks doen waar je als de dood voor bent – wat doodeng aanvoelt. Een voorbeeld: spreken in het openbaar. “Als leraar voor de klas kende ik dat gevoel wel. De vrees op een bepaalde manier tekort te schieten. Het niet goed genoeg te doen. De vrees onderuit gehaald te kunnen worden. Ook nu nog kan ‘spreken’ best spannend zijn. Echt spreken in het moment. Het durven wachten tot er vanbinnen iets komt en je de aansluiting voelt met wat je zegt... Ja, zo in het moment zijn, blijft spannend. Je weet nooit wat er precies zal gaan gebeuren.” Was ook Toon Hermans niet... “... stervens zenuwachtig, ja – als hij op moest. Ik heb daar laatst nog een uitzending over gezien. Iets doen wat heel erg belangrijk voor je is, geeft ook een bepaalde kwetsbaarheid.” Op zaterdagochtend is er op Radio 4 het radioprogramma Een Goede Morgen met... de muziekkeuze van een bekende Nederlander. Gek, hoeveel aantrekkelijker het is als iemand zijn tekst niet opleest. Zelfs als hij nauwelijks uit zijn woorden kan komen. “Ja, zoveel mooier is het als de woorden in het moment gesproken kunnen worden. Met of zonder geheugen- steuntje. Op bruiloften en begrafenissen kun je soms het gevoel hebben dat mensen spreken zonder er zelf te zijn. Alsof er alleen een brie e is. “Ik geloof heilig in het openstaan voor dat wat in het moment naar boven wil komen. Ook binnen het coachingswerk van het ITIP. Het durven loslaten van de vorm. Wij zijn gepokt en gemazeld in allerlei methoden, maar het contact zelf is het belangrijkste. Dat leer je bij ons. Maar het is verdraaid moeilijk communiceren met de buitenwereld. Je kunt geen alomvattend stappenplan presenteren, zeggen dat je in zeven stappen gegaran- deerd alles oplost. Hoe leg je uit wat je te bieden hebt als de methode niet voorop staat? Wij zijn een levensschool heel down to earth, maar het leven zelf blijft een mysterie. “Theaterregisseur Peter Brooks heeft het in zijn boek De Lege Ruimte over het goddelijke moment dat acteurs en toeschouwers één zijn. Zo’n gevoel van eenheid valt niet af te dwingen, aldus Brooks. Wat je kan doen is voorwaarden scheppen. Mensen stimuleren om de automatische piloot los te laten.” Als Toon Hermans op het toneel stond, was de spanning weg. “Ja, dan was de druk weg. Je zag dat ook bij Ilse DeLange en Waylon, een heel mooi voorbeeld van de kleine dood sterven. Bij De Wereld Draait Door presenteerden ze een song voor het songfestival die zij zelf echt mooi vonden. Maar het lied werd later met de grond gelijk gemaakt. Het zou geen enkele kans maken. ‘Het was helemaal niks.’ Heftig, hoor! Terugblikkend vertelden ze dat ze in die fase zijn doodgegaan. Zo’n song is toch een kindje van je. Maar beiden zijn wel achter hun lied blijven staan.” Wat is jouw persoonlijke voorbeeld van de kleine dood? “Het krijgen van kinderen. Met mijn vrouw Maria ging ik al een tijd om en het was duidelijk dat we het heel goed hadden met elkaar. Maar zij wilde kinderen, en ik niet. In gesprekken kwamen we er niet uit, dus we hadden het er niet meer over. Zij dacht: ‘Dat komt wel goed.’ Ik dacht: ‘Ze begrijpt het wel.’ “Op een gegeven moment gebeurde er iets geks. We hadden een intens gesprek, waarin zij zei dat ik belang- rijker voor haar was dan het krijgen van kinderen en dat ze me zou volgen, ook zonder kinderen. Maar blij werd ik niet van die handreiking. “In gesprekken met Hans Korteweg werd me duidelijk dat het mijn vrije keuze was om al dan niet met haar te trouwen, maar dat het krijgen van kinderen bij de keuze voor haar hoorde. Ik kwam in een soort doodservaring terecht. Bang om een besluit te nemen. De angst mijzelf niet meer te kunnen zijn met een kind. “Een partner kun je desnoods verlaten, maar een kind zal altijd bij je blijven. Uiteindelijk kreeg ik een droom. In die droom waren Maria’s vader, zijzelf en mijn eigen vader aan het hartenjagen. Ik vroeg of ik mee mocht doen met het kaartspel. Mijn vader keek me aan en zei:‘Dat is goed – als je je aan de spelregels houdt.’ “Ik werd wakker en ben bloemen gaan kopen. Maar tot het moment dat mijn zoon geboren werd, bleef het gevoel van doodgaan de kop opsteken: ‘Wat heb ik in godsnaam gedaan?’ Tot de geboorte van mijn zoon! Toen draaide het helemaal om.” Bart Hommersen Bertie Hendriks en Mirjam Tirion-Ietswaart: Dagboek van de Ziel - de zeven levensfasen. Tekeningen: Frans Zwartjes. €26,50. Uitgave: ITIP, Zutphen. www.itip.nl
Bart Hommersen — Vruchtbare aarde · over Dagboek van de ziel