Chris van der Veen
3 titels in de boekenbase · Auteur · Redacteur · 2012–2016
Over Chris van der Veen
Chris van der Veen staat met 3 titels in de boekenbase als auteur en redacteur. Het werk valt vooral onder verhalenbundels, regionalia algemeen en regionale stadsgeschiedenis. Verschenen tussen 2012 en 2016 bij Publique, Uitgeverij en Uitgeverij Van Gorcum B.V. Over het werk verschenen 2 recensies.
Over het werk gezegd
Als koningin Juliana in 1969 op werkbezoek is in Oost-Groningen, wil ze per se een kijkje nemen bij het vervuilde Pekelder Hoofddiep. Een foto van dat moment is bewaard gebleven. Een wasknijper op de koninklijke neus ontbreekt, maar het gezicht van de vorstin spreekt boekdelen. Vandaag zijn de stinkende kanalen in Oost-Groningen verdwenen. Dankzij het grootste herinrichtingsproject uit de Nederlandse geschiedenis. Alleen al de naam van het gebied doet sommige mensen griezelen: de Veenkoloniën! Onwillekeurig doemen beelden op van een troosteloos landschap van eindeloze aardappelvelden, doorsneden door vieze kanalen, met hier en daar een ingeslapen dorpje waar leegstaande fabriekspanden herinneren aan betere tijden. Als dit beeld al ooit geklopt heeft, is het vandaag zeker niet meer van toepassing. De afgelopen dertig jaar is het gebied helemaal op de schop gegaan. Deze maand werd de herinrichting van Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën afgesloten. Een megaklus, die geldt als het grootste herinrichtingsproject dat ooit in Nederland is uitgevoerd. Maar liefst 130.000 hectare werd aangepakt. Kosten: bijna 2 miljard euro. Het resultaat mag er zijn. Nieuwe wegen hebben het gebied ontsloten, woningen zijn opgeknapt, rioleringen aangelegd. Dorpen kregen culturele voor zieningen en landbouwgrond werd door herverkaveling efficiënter ingericht. Het water is schoon, de kanalen zijn op en top ingericht voor de recreatievaart. Op allerlei plaatsen zijn bomen aangeplant. Kortom, het uiterste noordoosten van het land heeft een complete facelift ondergaan. Stad Groningen Ter gelegenheid van de afsluiting van het project verscheen deze maand het boek "Een kapitale impuls", geschreven door journalist Chris van der Veen. De auteur neemt de lezer mee naar de geschiedenis van het gebied, waar de stad Groningen eeuwenlang grote invloed had. Van der Veen volgt het herinrichtingsproject op de voet, zonder in een droge opsomming van feiten te vervallen. Hij doet dat door een grote plek in te ruimen voor de mensen die er nauw bij betrokken waren. Honderd jaar geleden waren de inwoners van de Veenkoloniën trots op hun streek. Toen een inwoner van Musselkanaal in 1924 een kaartje stuurde aan zijn kleindochter die in het westen van het land verbleef, schreef hij: "Onder 's Heeren zegen is dit al tot stand gekomen door de eigen onderneming der inwoners, zonder enige steun dan alleen voor de straatwegen en de scholen." De oeroude moerassen waren toen al grotendeels afgegraven voor de turfwinning. Op de daarbij ontstane dalgrond bleek het prima boeren. Het gebied bruiste van de activiteiten. Jonge neder zettingen, bijvoorbeeld langs het Stadskanaal, ademden de sfeer van avontuur. "Velen waren bevangen door de pioniersgeest. Met ongekende durf werden in de Veenkoloniën steeds weer bestaansbronnen aangeboord. Dit gebied was de broed kamer van de Nederlandse industriële ontwikkeling, een kerngebied van de Nederlandse landbouw en een centrum van landelijke zeevaart." Zo citeert Van der Veen de historici Willem Foothuis en Jan van Dijk. Open riolen Omstreeks 1970 was de stemming totaal omgeslagen: "Het was niks, het is niks en het wordt ook niks." Afvalwater uit fabrieken voor strokarton en aardappelzetmeel hadden de vaarten veranderd in stinkende, open riolen. De eens zo trotse Veenkoloniën waren verworden tot een achtergebleven gebied. Achtergebleven op allerlei terreinen: een gebrekkige infrastructuur, grote sociale tegenstellingen, toenemende maatschappelijke onrust doordat de ene na de andere fabriek de deuren moest sluiten, boerenbedrijven die niet op de toekomst waren voorbereid en een stad Groningen die als een middeleeuwse landheer duizenden hectares grond in bezit had en zo een broodnodige ruilverkaveling in de weg stond. De bevolking was murw geslagen. In een brief aan premier De Jong waarschuwde de Groningse commissaris van de Koningin, Fock, zelfs voor een dreigende revolutie in het gebied. "De bevolking voelt zich achtergesteld en in de bestaanszekerheid bedreigd", schreef Fock. Herinrichtingswet Onder aanvoering van Fré Meis stookte de Communistische Partij Nederland (CPN) het vuurtje onder de arbeiders op. Toen de CPN bij de verkiezingen in 1970 met 14,2 procent van de stemmen van 2 naar 8 zetels in de Staten van Groningen sprong en daarmee de derde partij in die provincie werd, schrok Den Haag wakker. Oost-Groningen kreeg extra woningen toegezegd en steun bij het aantrekken van bedrijven. De vraag van boeren naar een algehele reconstructie van het gebied werd aangegrepen om actie te ondernemen. Speciaal voor Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën kwam de herinrichtingswet tot stand. De achterstanden werden met een breed pakket aan maatregelen te lijf gegaan. Anders dan bij de ruilverkavelingswet, die elders van toepassing was, was instemming van een meerderheid van de grondbezitters niet vereist om het project te laten doorgaan. Het kostte soms moeite om boeren te overtuigen van het nut om hun land in te ruilen en gezamenlijk grote gebieden af te staan voor de ontwikkeling van nieuwe wegen maar ook voor de aanleg van bos. Sporthal Nu, veertig jaar later, overheerst tevredenheid. Bij de boeren, maar ook bij de andere inwoners. Staatssecretaris Bleker (Landbouw), zelf inwoner van het gebied, gaf een voorbeeld toen hij het eerste exemplaar van het boek in ontvangst nam: "Ik was laatst in Nieuw-Dordrecht. Daar staat een prachtige sporthal voor zo'n klein dorpje, dankzij de herinrichting. Onze streek is nu om door een ringetje te halen. Het landschap, de infrastructuur, onderwijsvoorzieningen, prachtig." Nog even terug naar het boek. Als knipoog naar het verleden is in de kaft strokarton verwerkt, afkomstig uit het Veenkoloniaal Museum in Veendam. Verder valt de prachtige vormgeving op. Een informatieve tijdlijn geeft de rode draad aan. Vele historische bronnen en een overvloed aan foto's, waaronder een serie schitterende vergezichten van Sake Elzinga, maken het boekwerk compleet. Helaas mist een register, wat in een tijdsdocument als dit boek wil zijn, niet had mogen ontbreken.
Tiemen Roos — Reformatorisch Dagblad · over Een kapitale impuls