Mijn boeken
← Catalogus

Gerrit Brand

28 titels in de boekenbase · Auteur · Vertaler · 2007–2025
Fictie kinder- en jeugdboeken algemeenLiteraire fictie algemeenLiteraire roman, novelleVertaalde literaire roman, novelleLuchtvaart
Over Gerrit Brand
Gerrit Brand staat met 27 titels in de boekenbase als auteur en vertaler. Het werk valt vooral onder fictie kinder- en jeugdboeken algemeen, literaire fictie algemeen en literaire roman, novelle. Verschenen tussen 2007 en 2025 bij Nobelman, Uitgeverij en Omnia Uitgevers. Over het werk verschenen 11 recensies.
Over het werk gezegd
Het leven is als een klok. Als een onderdeel dienst weigert, stagneert het hele instrument. De eurocrisis is dan ook slechts een kleinigheid in de reeks van tegenslagen die de Groningse juwelier Tadema voor zijn kiezen krijgt. Als een hedendaagse Hermans beschrijft Gerrit Brand hoe het brein van de handelaar in paniek op hol slaat. Als juwelier Tadema een buitensporig duur horloge verkoopt aan een baron kan hij zijn geluk niet op. De vreugde slaat snel om als zijn vrouw er met de vermogende koper vandoor gaat. Bovendien weigert de man voor zijn horloge te betalen. Tadema zit daardoor met een torenhoge schuld en de zaak staat op de rand van een faillissement. Daar komt nog bij dat al zijn rijke vrienden hem stuk voor stuk laten vallen als ze van zijn situatie op de hoogte raken. Gerrit Brand geeft een beeld van de egocratie die in crisistijd kan ontstaan. Een actueel en bovenal serieus onderwerp, maar levendig taalgebruik en een dosis humor houden de lezer aan de pagina's gekluisterd. Moderne Hermans Geïntrigeerd door de werking van een klok ziet Tadema het leven als een systeem van radertjes die in elkaar grijpen. In zijn ogen is de maatschappij een geheel van orde en regelmaat. Dat de kleine verandering in zijn leven uiteindelijk gruwelijke gevolgen heeft, is daarom onafwendbaar. Ook tussen diverse verhaalelementen blijkt een sterke cohesie te bestaan. Zo stort er tegen het eind een meteoriet neer op aarde, juist als Tadema zijn penibele situatie onder ogen ziet. 'De vette jaren waren voorbij, de magere aangebroken.' De gelijkenis met het slot van Hermans' Nooit meer slapen is groot. Daarin stort eveneens een stuk ruimtepuin ter aarde, op het moment dat hoofdpersoon Alfred zijn falen inziet. Een explicietere verwijzing naar de literatuur van Hermans is te vinden op het moment dat Desiree, de dochter van Tadema, met de Baron mee naar huis rijdt. ''Zie je dat gekke huis daar?' vroeg Theo, wijzend op een huis met een soort torentje op het dak. 'Daar heeft de schrijver W.F. Hermans ooit gewoond. Als ik me niet vergis heeft hij daar 'De donkere kamer van Damocles' geschreven.'' Van Osewoudt, hoofdpersoon in het genoemde boek, wordt beweerd dat hij een oedipuscomplex heeft. Ook voor Desiree is er sprake van een dergelijke onmogelijke relatie, omdat zij zich in dit hoofdstuk aangetrokken voelt tot de nieuwe vriend van haar moeder. Referenties als deze geven het boek extra spanning. De oplettende lezer kan door zulke aanwijzingen immers vermoeden welke kant het verhaal op gaat. Shungaprenten Tadema is een fervent verzamelaar van shungaprenten. Deze erotische Japanse tekeningen werden oorspronkelijk getekend om seksuele schandalen uit te beelden en vormen een rode draad door het verhaal. Voor de juwelier zijn de prenten een hulpmiddel om de waarheid onder ogen te kunnen zien. De losbandigheid van zijn vrouw durft hij niet toe te geven, maar de tekeningen kan hij zonder blikken of blozen bekijken. De prenten zijn uiteindelijk nog een van de weinige dingen die hem houvast bieden. De shunga kan worden gezien als een Japanse variant van Yin & Yang, wat mooi aansluit bij Tadema's visie van orde en regelmaat. 'Er was een verschil tussen werkelijkheid en fantasie. Het leven als een stripverhaal, seks als op een shunga-prent.' Eens temeer blijkt dat evenwicht en diepgang het leven kunnen verrijken, zoals daarmee ook de schoonheid van literatuur kan worden vergroot.
Edward Janssens — CultuurBewust.nl · over Een heel nieuw leven
De zesde roman van Gerrit Brand Cinemascope is een pageturner, waarin de namen van Herman Brood en filmproducent Matthijs van Heijningen, om enkele voorbeelden te noemen, niet ontbreken. (…) Lezers van de roman Cinemascope van Gerrit Brand kunnen tevreden zijn. De auteur laat zichzelf tegen het einde van zijn boek zeggen, ‘dat hij alles geschreven had wat er te schrijven viel … dat alle romans die hij geschreven heeft op hetzelfde neerkomen’. Zouden meer schrijvers dat beseffen, zou de wereld een hoop slechte boeken bespaard blijven. Cinemascope is geen hoogdravende literatuur, maar vlot geschreven, in recht-toe recht-aan stijl, daarmee goed leesbaar. Nederlandse vakantiegangers naar het Franse zuiden – Route du Soleil – zullen zich in beschrijvingen van Arles, St. Tropez en Marseille herkennen, maar of zij zich ook met de leefstijl in de verhaallijn identificeren?
Peter Samuel — Literair Nederland · over Cinemascope
Mesdunne verhalen, uitgebeende dialogen en bloedmooie zinnen - Sam Shepard schreef op het scherp van de snee door Roderik Six Even een frisse neus halen, denkt de man wanneer hij op een zonnige middag zijn huis in Arkansas verlaat. Een paar auto’s zoeven hem voorbij, een vogel verkent het zwerk - niks spectaculair. Gewoon een lekkere wandeling. Maar wacht. Heeft hij dat nu goed gezien? Lag daar nu een hoofd in de greppel? Verward keert de man op zijn schreden terug, en inderdaad, in de gracht ligt een hoofd. Netjes van het lijf gescheiden, netjes in een rieten mand gedrapeerd alsof het vers van de guillotine komt gerold. Met een stok port hij in het gezwollen gelaat. Een Zuiders type, met een kloeke moustache en een beetje bloed op de onderlip. Een dood gezicht dat hem plots toespreekt: wil je me asjeblieft uit deze gracht halen en me in het meer dumpen, het geraas van de wagens en de brandende zon maakt me gek. Tussen de man en het hoofd ontspint zich een absurde onderhandeling: hoe ver is dat meer, en moet die rieten mand mee? De situatie lijkt zelfs te ontsporen wanneer het hoofd ermee dreigt de man te vervloeken: laat me hier liggen en je leven zal een kwelling worden. De man geeft toe - wie kan een hoofd zijn laatste wens weigeren? - maar dat blijkt niet het einde van het avontuur. Het vergt talent om een conversatie tussen een afgehakt hoofd en een toevallige passant geloofwaardig te maken, en Pulitzerprijs-winnaar Sam Shepard (1943-2017) had talent in overvloed. Zijn verhalenbundel Een dag als geen ander leest als een masterclass; elk verhaal, elke dialoog, elke scene gloeit en schittert, ondanks de vaak grimmige thematiek. Het leitmotiv van onthoofding loopt als een bloedrode draad doorheen zijn verhalen. Verderop zal je het relaas van de beul lezen, en van de opdrachtgever, een schijnbaar sympathieke man die vermoedelijk een drugskartel runt. Telkens leef je mee met de wrede vertellers, ook al zitten die droogweg uit te leggen hoe lastig het is om een slachtoffer te villen. Shepard is een karig schrijver. Vaak bestaan zijn verhalen louter uit opsommingen en losse observaties. Scenes in groezelige motelkamers, een aangewaaide flard conversatie, mijmeringen van eenzaten die de zoveelste highway afrijden, pleidooien van gebroken mannen die aan de toog altijd dezelfde jammerklacht afsteken - Shepard noteert en presenteert, zonder franje, zonder ballast. Maar op elke pagina staat wel een dolkstoot van een zin, een paar woorden die je onverhoeds treffen als een linkse hoek. Kwestie van je kopje erbij te houden dus, want voor je het weet neemt de taal van Shepard je te grazen.
Roderik Six — Knack · over Een dag als geen ander
Recensie in Tzum, 11.11.25 Kunst is geen luxeproduct, maar een vorm van overleven — een manier om mens te blijven te midden van chaos Gerrit Brand (1956) is auteur, vertaler en uitgever bij Uitgeverij Nobelman. Hij debuteerde in 2007 met Tolvlucht dat zich afspeelt in het interbellum en handelt over de wijze waarop het Midden-Oosten is ontstaan. Hierna verschenen Een heel nieuw leven (2011) en het vervolg daarop Cinemascope (2023), De wegen van Valentina (2014), De Amerikaan (2019) en Le Mans (2021). In zijn zevende roman Naar Beiroet laat Brand het hoofdpersonage naar Libanon afreizen. Edgar Laseur is een vijftiger die kampt met een existentiële (midlife)crisis: zijn leven is behoorlijk routineus geworden, zijn huwelijk heeft wat rafelranden opgelopen door communicatieproblemen, zijn kunstgalerie floreert niet meer als vanouds en zijn passie daarvoor is naar het nulpunt gedaald. Zijn vriend Arthur van den Berg is arabist en oud-diplomaat van het Midden-Oosten, die publiceert over politiek en religie in de regio en een adviesbureau is begonnen voor bedrijven die zich richten op de Arabische wereld. Hij wijst Edgar op de levendige kunstscene in Beiroet – ‘Libanon is de ideale springplank voor jou naar het Midden-Oosten.’ […] ‘Er zitten daar interessante kunstenaars, en in de Arabische wereld is veel geld.’ –, waarop Edgar besluit om af te reizen om van daaruit de kunstmarkt te verkennen, in de hoop schilderkunst te vinden die zijn galerie uit het slop zou kunnen trekken. En eerlijk gezegd is hijzelf ook wel aan een verzetje toe. Arthur weet wel iemand die Edgar wegwijs kan maken in Beiroet, dus staat Fatima hem op te wachten op het vliegveld. Op het moment dat Edgar voet aan de grond zet in Libanon – ‘Een land met een rijke historie, waar men Arabisch spreekt en Europees denkt.’ – is het land nog veilig, maar wanneer het Israëlisch-Palestijnse conflict vanaf 7 oktober 2023 hevig losbarst, verandert dat drastisch. Fatima waarschuwt hem voor de gevaren waar hij rekening mee moet houden. Zij kent deze van binnenuit, terwijl Edgar met een westerse blik kijkt. Gaandeweg verandert Edgars beeld van Beiroet van een exotische plaats naar een stad in nood. ‘Een wonderlijke stad: gebouwen uit de jaren vijftig naast massieve nieuwbouw, veel ervan vol kogelgaten. Beige, oker, grijs – een mozaïek van littekens.’ Door hun gesprekken leert hij het land en zijn geschiedenis beter begrijpen. 7-10-’23 is ook voor Edgar een kantelpunt. Hij heeft Das gelobte Land van Erich Maria Remarque meegenomen op reis. ‘Op elke bladzij stond wel iets wat Edgar aan het denken zette’: mensen die doelloos ronddwalen, op de vlucht, zonder vaste grond onder de voeten, en die zich nergens meer thuis voelen. Hij ziet de overeenkomsten tussen de Joodse vluchtelingen destijds en de hedendaagse Palestijnen die als ratten in de val zitten. Daardoor spiegelt het heden zich met het verleden. Het verhaal geeft een realistisch beeld van het huidige Beiroet. Dat is niet verwonderlijk, want Brands schoonfamilie woont daar. De roman staat vol met actuele geopolitieke thema’s, zoals oorlog, schuld, culturele confrontatie, maar ook de westerse kijk op culturele toe-eigening van kunst uit conflictgebieden. Meerdere meningen komen voor het voetlicht, maar de pro-Palestijnse voeren de boventoon. De beklemming wordt groter als Fatima Edgar wijst op het gevaar van het maken van foto’s. Hezbollah heeft het voor het zeggen, heeft meer macht dan politie of leger en er is sprake van milities en gewapende burgers. Ook al voelen ze zich tot elkaar aangetrokken en zijn ze nieuwsgierig naar elkaar, het is Fatima die Edgar leidt. De twee verhouden zich tot elkaar als twee werelden van ongelijkheid; zij is zijn spiegel door hem te laten reflecteren op zijn ideeën en verwachtingen, en confronteert hem met de realiteit en de oorlog. Zo zijn er meer spiegelende thema’s, zoals Nederland – Beiroet, afstand – betrokkenheid, kunst – oorlog, en hun beider mening over de oorlog. Ook de uitspraak van Edgar – ‘Mensen wilden beelden zien. Een beeld zegt meer dan duizend woorden […]’ – spiegelt heel mooi met Fatima’s beroep van fotograaf. Hij is op zoek naar schilderijen en zij fotografeert de ellende die door de oorlog wordt veroorzaakt. Het verhaal is geschreven vanuit een auctoriaal perspectief, waarbij de auteur het verhaal af en toe even doorbreekt door zich tot de lezer te richten. De hoofdstukken zijn wisselend in de tegenwoordige en verleden tijd geschreven, ondanks dat daarbij geen sprake is van flashbacks. Het houdt het verhaal levendig en de tegenwoordige tijd maakt het voor de lezer directer en spannender. Door bemiddeling van Fatima krijgt Edgar in Aabey de kans om kennis te maken met kunstenaar Balsam Aridi en hij kan haar werk kopen. Edgar zag meteen dat dit werk was dat hij wilde hebben voor zijn galerie. Wonderlijke voorstellingen van menselijke en dierlijke wezens door elkaar. Omstrengeld in elkaar. Kleuren die alsof er ergens water op gelekt was door elkaar liepen. Luchtbellen. Geslachtsdelen. Open vulva’s. Bloedrood en zwart. Gespikkeld. Rechtopstaande en hangende penissen. Doorboord of afgebonden. De zakelijke reis wordt voor Edgar een morele confrontatie door de politieke spanningen en de oorlog. Daar waar hij eerder afstand voelde, groeit zijn bewustwording door persoonlijke ontwikkeling. Hij verandert van waarnemer in iemand die, in weerwil van zichzelf, steeds meer betrokken raakt door zijn actuele ervaringen en de gesprekken met Fatima. Daar waar hij eerst vanuit opportunistische belangen op zoek is naar kunst, ontdekt hij de kracht, maar ook de kwetsbaarheid van kunst in oorlogsgebieden. Wanneer de dreiging groot wordt, wordt hij voor de keuze gesteld om al dan niet gehoor te geven aan het reisadvies van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Eenmaal terug in Groningen houdt Edgar een expositie met de schilderijen van Balsam als grote trekpleister. De Libanese ambassadeur geeft acte de présence om de expositie te openen. De hoop is uiteraard om veel schilderijen te kunnen verkopen, maar de gasten beseffen niet dat Edgar zijn blikveld heeft kunnen verruimen en heeft ontdekt dat kunst geen luxeproduct is, maar een manier om jezelf te uiten en betekenis te geven aan het bestaan. Naar Beiroet is een prettig leesbaar verhaal met een urgent onderwerp. Centraal staan belangrijke vragen. Hoe ethisch is het om kunst te halen uit een land dat in oorlog is? Wat is de betekenis van kunst in conflictgebieden: protestmiddel, uiting van emotie, het bewaren van de identiteit, bewustwording en getuigenissen (de foto’s van Fatima)? Maar ook: wat betekent het om mens te zijn in een wereld vol conflicten? Na de expositie is het einde van de roman een tikje moralistisch, wanneer een Ghanese kunstenaar Edgar en zijn kompanen een spiegel (daar hebben we hem weer) voorhoudt dat ieder mens oordeelt vanuit zijn eigen cultuur en dat er in Nederland is gestemd voor een regering ‘die niet erg blij is met buitenlanders en al helemaal niet met mensen van een andere huidskleur’ […] ‘zolang je als buitenlander kunst maakt en je aangepast gedraagt is er niets aan de hand. Als er maar niet te veel van jouw soort het land inkomen.’ Maar ja… hij heeft wel gelijk. Marjon Nooij https://www.tzum.info/2025/11/recensie-gerrit-brand-naar-beiroet/
Marjon Nooij — Tzum.info · over Naar Beiroet