Gerrit Hoogstraaten
8 titels in de boekenbase · Auteur · 2014–2025
Over Gerrit Hoogstraaten
Gerrit Hoogstraaten staat met 8 titels in de boekenbase als auteur. Het werk valt vooral onder literaire fictie algemeen, literaire roman, novelle en poëzie. Verschenen tussen 2014 en 2025 bij Brave New Books en Brouwerij, Uitgeverij De. Over het werk verschenen 7 recensies.
Als alle gasten naar huis zijn
Gerrit Hoogstraaten
Paperback · 2025
Notities van een hikikomori
Gerrit Hoogstraaten
€ 20,99
Man Alleen
Gerrit Hoogstraaten
€ 15,00
Voor Plato's grot: wie lopen daar?
Gerrit Hoogstraaten
€ 45,00
Stroomboog
Gerrit Hoogstraaten
E-book · 2017
Stroomboog
Gerrit Hoogstraaten
€ 20,00
Wat kan ons gebeuren
Gerrit Hoogstraaten
€ 10,00
Wie vleugels heeft
Gerrit Hoogstraaten
€ 18,95
Over het werk gezegd
Eerst waren er Oedipus en Icarus. Nu is er Frank. Amateurtheaterproducent Gerrit Hoogstraaten publiceerde onlangs zijn eerste roman Wie vleugels heeft: thriller, psychologische roman en moderne tragedie. Wie hoog vliegt kan diep vallen. Maar wie vleugels heeft móét wel vliegen. De roman begint als een thriller: een spannende flashforward en vervolgens de chronologische aanvang van het verhaal dat volledig gaat over een nieuwe regisseur die zijn plaats probeert te veroveren bij een amateur musicalgezelschap. De regisseur begint meteen op de verkeerde voet als hij decorbouwer Frank toestaat om ook eens een rol te spelen in de volgende uitvoering, Pippin. Deze introductie in de wereld van het amateurtoneel begint met snelle monologen en dialogen doorregen met observaties van de wat zelfbewuste regisseur ("Ik moest afronden met iets pakkends, anders was dit een verloren praatje."). Ook de interne bespiegelingen met pregnante vragen, overpeinzingen en analyses van Pippin zorgen voor een interessant begin. Hoogstraaten schrijft bovendien met voldoende spot om de wat pompeuze regisseur sympathiek te vinden. Vanaf dan begint alles door elkaar te lopen: toneelspelers en toneelpersonages, roman en toneelstuk en ook de protagonist en Hoogstraaten zelf. Tweede acte. Dit dooreenlopen van rollen en lijnen is de grote forte van de roman maar hierin zit hem ook de reden dat het middenstuk van het boek wat zwak is. De personages worden platter beschreven, er zit veel herhaling en veel van hetzelfde in en Hoogstraaten verwijst regelmatig naar het toneelstuk Pippin. Die verwijzingen zijn echter slecht te begrijpen voor wie het stuk niet kent. De spanning van het begin is er hierdoor in deze tweede acte helaas uit. Pippin wordt uiteindelijk een moderne Icarus door zijn manische natuur en de stemmen die rondrazen in zijn hoofd – verbeeld door de andere toneelspelers. Die stemmen spreken en zwijgen op precies de verkeerde momenten en leiden hem naar zijn noodlottige einde. Pippin wordt gespeeld door decorbouwer Frank, die wel erg veel parallellen met zijn personage blijkt te vertonen. Maar welke stem wat zegt, wie zwijgt en wie wat hoort blijft in de schaduw. Ook de regisseur wordt achterdochtig. Exit Frank. Na de repetities blaast hij stoom af bij zijn vrouw Joosje, een tamelijk betweterig type dat niet zo goed uit de verf komt. Ze blijft vooral een personage en lijkt een kunstmatige variant op wat wellicht beter een monologue intérieur had kunnen zijn. Naarmate het dramatische einde nadert, het hele toneel in elkaar dondert, en ook ’s regisseurs positie onhoudbaar wordt, blijkt juist Joosje echter een zeer belangrijke sleutel voor een interessante interpretatie van de roman: ze besluit te zwijgen. Op het moment dat de vragen rijzen, eindigt het verhaal en valt het doek voor deze intrigerende roman waarvan na het zwakke middenstuk het sterke einde als een grote verrassing komt.
Kim van de Wetering — 8weekly.nl · over Wie vleugels heeft
Wat kan ons gebeuren is de tweede roman van Gerrit Hoogstraaten uit Amsterdam. Het is een psychologisch verhaal over de ongewilde spagaat van de Nederlandse politie tijdens de Tweede Wereldoorlog tussen eigen overtuiging en het gezag. Voordat ik het boek opensloeg, trok mijn aandacht naar het volgende stukje tekst op de achterkant: "In de roman "Wat kan ons gebeuren", die is gebaseerd op de familiegeschiedenis van de auteur, wordt inzichtelijk en voelbaar gemaakt hoe rookgordijnen werden opgetrokken en waarom mensen marionetten werden en deden wat ze moesten doen, ook als niemand dat vooraf voor mogelijk had gehouden." Mijn nieuwsgierigheid werd hierdoor extra aangewakkerd omdat ik zelf mijn hele werkzame leven politieman ben geweest. Ik begon mijn loopbaan bij de gemeentepolitie Maastricht en eindigde deze bij de regiopolitie Limburg-Zuid. De hoofdpersoon in het boek is een politieman en het verhaal speelt zich af in Amsterdam ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. In Maastricht hoorde ik van de oudere generatie collega's allerlei verhalen over de oorlog. Meestal ging het over smokkelpraktijken. Het ging echter nooit over de Jodenvervolging en wat de politie daarin voor rol had gespeeld. Precies dáárover gaat dit boek. Althans over gewetensvragen en dilemma's waarmee politiemensen in die tijd te maken kregen. Maar ook over opportunisme onder het door angst gedomineerde politiekorps van Amsterdam. Ieder voor zich werd het motto, naarmate de dreiging groter werd. Politiemensen dienen loyaal aan het gezag te zijn en zouden een sterk rechtsgevoel moeten hebben. In oorlogstijd gelden echter andere normen en waarden. Dan veranderen morele bezwaren en worden grenzen overschreden. Logische zaken zodra je eigen leven of dat van je familie gevaar loopt. Het zijn thema's die altijd aan de oppervlakte komen, ook vandaag de dag. Zelfs als er geen sprake is van oorlog. Dat maakt dit boek juist buitengewoon interessant voor politiemensen, want zij dienen zich altijd te realiseren dat zij in ondergeschiktheid aan het bevoegde gezag en overeenkomstig de geldende rechtsregels de openbare orde dienen te handhaven en hulp moeten verlenen aan mensen die deze behoeven. Dat is de letterlijk tekst van artikel 3 van de huidige Politiewet (2012). De auteur geeft al in het begin van zijn boek aan, hoe die gehoorzaamheid van toen moest worden nagekomen. Wanneer ik de tekst van artikel 3 van de Politiewet vergelijk met die uit de Christelijke Politieambtenaar van 1938, dan lijkt het erop dat er in bijna 75 jaar niet zo gek veel is veranderd. Ja, er zijn nu ook niet-christelijke politievakbladen, maar ook voor hen gold toen en nu gehoorzaamheid aan het bevoegde gezag. En ja, er is nu veel meer medezeggenschap, maar ook de politie van nu dient in sommige zaken te gehoorzamen aan hun superieuren, of ze bevallen of niet. Mij bekroop regelmatig het gevoel dat ik waarschijnlijk ook zou hebben gehandeld zoals de politieman Herman Hoogenbosch toentertijd deed. De auteur beschrijft de dilemma's van deze diender op een uiterst integere en subtiele manier, waarmee hij tot in de diepste uithoeken van mijn morele persoonlijkheid wist door te dringen. Ik vroeg mij regelmatig af of ik ook niet met de bezetter zou hebben meegewerkt om maar te kunnen ontkomen aan hun gruwelen. Zou ik me dan een lafaard hebben gevoeld of zou ik ten koste van alles en mijn gezin mijn eigen leven hebben opgeofferd om te voorkomen dat ik zou worden gedeporteerd of geëxecuteerd? Wat ons kan gebeuren is een indringend boek, dat tot nadenken stemt. De schrijver weet de lezer te boeien met de manier waarop hij de verschillende sferen in huiselijke kring en op de werkvloer weet te beschrijven, maar ook hoe de verstandhouding was tussen dienders en hun leidinggevenden. Een passage heb ik diverse keren gelezen om te laten doordringen wat er precies stond. Politieman Herman Hoogenbosch stapt op 19 januari 1945 het politiebureau binnen en merkt aan de stemming onder de collega's meteen dat er iets aan de hand is. Collega Redenaar licht hem in. Een verzetsactie zorgde voor een represaille van de bezetter, waarbij elf jonge ambtenaren van het Arbeidsbureau werden gefusilleerd. Herman zegt daarover niets te hebben gehoord en vraagt zich vervolgens af wat zij daarmee te maken hebben. Redenaar antwoordt als volgt: "Dat is nog niet helemaal duidelijk, misschien hadden we beter op moeten letten. Dat is per slot van rekening onze taak. Kijk, de Joden hebben zich mak als lammeren laten wegvoeren, daar hebben wij geen kind aan gehad, maar sinds onze Hollandse jongens de pineut zijn, komt iedereen in verzet (...) Wij hadden beter ons werk moeten doen." Hier legt de auteur in één zin bloot hoe een groot deel van de Amsterdamse politiemensen toen dacht over de Jodenvervolging. Dat maakte mij, als oud-politieman, verdrietig. Tegelijkertijd probeerde ik het gedrag ook te vergoelijken, door te denken dat politiemensen in oorlogstijd een uitermate moeilijk beroep uitoefenden. De houding van de korpsleiding in de aanloop naar de oorlog toe, de uitwerking van de propaganda over de Joden, de angst om zelf gevaar te lopen of familieleden, vrienden en collega's in gevaar te brengen en het opportunisme over de verwachtingen ná de oorlog, zullen daarbij een belangrijke rol hebben gespeeld. Dit boek zou verplichte leesstof moeten zijn binnen de politieopleiding. Het zou kunnen zorgen voor een groter moreel besef over de ernst van het politieberoep, met name waar het gaat om de rol als ondergeschikte aan het bevoegde gezag.
Jacques Smeets — De Blauwe Diender · over Wat kan ons gebeuren
Werkte samen met