Mijn boeken
← Catalogus

Kees Engelhart

17 titels in de boekenbase · Auteur · Redacteur · Bewerker · 2010–2026
Poëzie
Over Kees Engelhart
Kees Engelhart staat met 17 titels in de boekenbase als auteur en redacteur en bewerker. Bekend van de series ‘Dagen’ en ‘Dagen Band 2 Deel 3’. Het werk valt vooral onder poëzie. Verschenen tussen 2010 en 2026 bij De Manke God. Over het werk verschenen 2 recensies.
Over het werk gezegd
Het is niet met zekerheid te zeggen hoeveel dichtbundels Kees Engelhart publiceerde voor De verloofde van meester. Ik houd het er na enig Googlen op dat dit, na Wereldsuccessen (Contrabas, 2006), Niet voor kinderen (Contrabas, 2008) en Fantastische gedichten (De manke god, 2010) de vierde bundel is die hij onder zijn eigen naam publiceert (als het niet klopt moet Kees me hieronder maar corrigeren). De verloofde van meester is een episch gedicht in vierendertig delen over een getroebleerde jongeman die geobsedeerd is door zijn leraar en verliefd op diens verloofde. Of andersom. Duidelijk is in ieder geval dat zijn betrokkenheid bij het wel en wee van het stel geheel van zijn kant komt. Buiten de klas ziet Meester de jongen nauwelijks staan. De verloofde is al helemaal onbereikbaar. De passages waarin zij het gezelschap van de jongen zoekt en zelfs seksuele avances maakt moeten duidelijk worden toegeschreven aan de puberale fantasie van de protagonist (een voorpublicatie uit de bundel met een voorbeeld daarvan verscheen eerder op Hanta -> LINK <-). Hoewel de hele bundel is gesteld in de tweede persoon enkelvoud, is het perspectief duidelijk dat van de jongen. Dat dat perspectief niet erg betrouwbaar is, is ook snel duidelijk. In 'Meester meester ga toch naar huis' observeert de jongen een ruzie tussen de meester en zijn verloofde, nadat hij heeft geconstateerd dat meester buitensporig veel gedronken heeft op de ouderavond van de school. Je meent te weten dat de dronkenschap van Meester uit diepe wanhoop geboren is Het gaat niet goed tussen meester en zijn verloofde Weer heb je ze het afgelopen weekeinde gezien Nu voor het grote warenhuis tegenover het Stationsplein waar je per ongeluk stond en vanwaar Je meester en zijn verloofde onmiddellijk herkende 'Per ongeluk'? Dus niet. Ook uit het 'weer' in de vierde regel blijkt dat er niets per ongeluks aan is. Deze geobsedeerde jongeman achtervolgt de meester. Omdat hij de illusie koestert iets met hem gemeen te hebben. Dat geldt in ieder geval voor zijn alcoholisme. Ook de jongen vlucht namelijk in de drank. Als hij de kans krijgt haalt hij zijn 'platvinkje' tevoorschijn en geniet van een paar slokken sterke drank. Liefst kirsch, maar grappa, absint of zelfs 'zwaar Duits bier' zijn ook goed. Ook in zijn liefde voor de muziek van Bach en in hoezeer hij in een eigen wereld leeft (als hij de meester in het ziekenhuis bezoekt is hij verbaasd dat hij diens achternaam moet noemen, alsof niet iedereen weet wie 'Meester' is) is de hoofdpersoon een typische overgevoelige puber. Zijn karakter en obsessies zijn in deze bundel gedetailleerd en precies uitgewerkt, in een licht romantische stijl die goed bij het puber-thema past. Dat maakt De verloofde van meester niet alleen een vlot leesbare, maar ook een indrukwekkende bundel.
Bouke Vlierhuis — http://www.hanta.nl · over De verloofde van Meester
Kees Engelhart debuteerde in 2006 in de Nieuwe Contrabasreeks bij BnM uitgevers met twee bundels tegelijk. Onder eigen naam verscheen Wereldsuccessen en als Mila Fertek publiceerde hij Het fijne leven dat mij wacht. Bij De Manke God (een eigen project) geeft hij nu maar liefst drie eigen bundels tegelijk uit. Fantastische Gedichten van Kees Engelhart, Blanke Verzen van Fabian de Sackenay (gedichten eruit stonden in de Poëziekrant van nov.-dec. 2009) en Treurspel van het Zijn. Opgewekte gedichten van Berty Snellens (voorpublicatie in internet-tijdschrift Circumplaudo). Wie is wie, vraag je je af. Maar Fertek, De Sackenay en Snellens zijn nog lang niet alle persoonlijkheden die zich in Engelhart manifesteren. Zo ligt er een complete bundel klaar van ene Nol Krentsch (Dagen met moeder) en is ook een zekere mevrouw Leenschat van Bodegraven actief. Van haar is het motto bij Fantastische Gedichten: 'De ware aard van het fantastische is dat zij fantastisch is.' Niet onmogelijk dat bij Engelhart het aantal heteroniemen van Fernando Pessoa, die hij herhaaldelijk als bewonderd voorbeeld heeft genoemd, benaderd wordt. Zoals bekend waren dat er naast Caeiro, Reis en De Campos nog zo'n twintig, en gelet op het kolossale aantal van duizenden gedichten dat Engelhart zegt geschreven te hebben, zou hij bij een beetje evenredige verdeling wel eens in de buurt kunnen komen. Of er sprake is van een bewuste navolging van de beroemde Portugees? Hoogstwaarschijnlijk niet, want voor een ver doorgevoerd imitatiespel lijkt het diverse werk van Engelhart te authentiek, stromen de gedichten te vrij. Maar dat het schrijverschap van Engelhart maniakale trekjes vertoont, moge duidelijk zijn. Fantastische Gedichten bestaat uit 36 gedichten, waarvan er elf twee delen hebben. Op een enkele iets kortere tekst na tellen ze al gauw tussen de twintig en dertig regels. En die regels zijn ook nog eens lang, ze dijen soms uit tot wel twintig lettergrepen. Dat zoveel woorden nodig zijn, heeft niet alleen te maken met de sterk verhalende inslag van de gedichten, maar ook met de stijl waarin ze geschreven zijn. Het zijn in een soort tussenvorm van proza en poëzie geschreven mini-novelles, die ons zonder uitzondering in één klap midden in een vaak vervreemdend verhaal plaatsen, soms pure, bizarre fictie, soms sterk gerelateerd aan een herkenbare, maar vertekende werkelijkheid. Engelharts onderwerpen zijn bijzonder gevarieerd. Zo lees je binnen een paar bladzijden over een met een cyaankalipil gepleegde moord op de vader van een vriendin, over de merkwaardige opvattingen van de negentiende eeuwse Ierse natuurkundige Lardner, de kruisiging van Christus, de door Raphael geportretteerde kardinaal Fedra Inghirami en de zelfmoord van Socrates. Dit is het eerste deel ervan: DE HALSSTARRIGHEID 1 Zeventig jaar is Socrates nu en eindelijk wordt Hij beschuldigd van twee naar men vindt Ontoelaatbare misdaden te weten het niet Erkennen van de goden die erkend worden door De staat en daarbij het ophitsen van de Atheense Jeugd De beschuldigingen worden overigens behoorlijk Opgeblazen in de nimmer aflatende pogingen van de Magistratuur om Socrates die nimmer een blad Voor de mond neemt als vooraanstaand burger Van Athene nu eens goed en voor altijd de das Om te doen Tijdens het proces beweren maar liefst drie Aanklagers ten overstaan van honderden Gezworenen dat Socrates bij voortduring de Door de overheid in het leven geroepen instellingen En hun leiders ernstig belemmert in hun functioneren Dit vanwege zijn scherpe kijk op wat er werkelijk gaande Is en daarbij nodigt Socrates de Atheense jeugd ook nog Eens uit hetzelfde te doen Is een stukje proza nu alleen maar poëzie geworden door het knippen van de zinnen? Zo eenvoudig ligt het niet. Engelhart isoleert een element van de werkelijkheid, past er een bijzondere vorm van concentratie op toe en gebruikt een ambtelijke, haast ietwat plechtstatige stijl. Dat maakt het verhaal dat wordt verteld tegelijkertijd tot de evocatie van het verhaal erachter. In Fantastische Gedichten is geen onderwerp hetzelfde. Na Socrates verzeilen we in een loopgravenoorlog, lezen we de reflectie op de dood van een Siamese tweeling, delen we de gedachten van een kansloze uitdager van Joe Louis, volgen we een veroordeelde op Duivelseiland en ervaren we de stigmata van kloosterlinge Anna Katharina Emmerick. Slechts een enkele keer zoekt de dichter het dicht bij huis: EN IEDEREEN BLIJFT WEG Het is een prachtige zonnige dag begin maart de dichter Ligt al dagen ziek op bed de dichter krijgt weinig bezoek En de dichter heeft er wat genoeg van hij wil opnieuw Van het volle leven proeven de dichter stapt uit bed En opent het slaapkamerraam de dichter knippert wat Met zijn ogen tegen het felle zonlicht Dan roept de dichter leunend uit het raam help mij Help mij over het hofje waar het huis van de dichter Aan gelegen is en nogmaals help mij ik ben hier opgesloten In deze torenkamer en als ik morgenochtend zo tegen Negen uur geen goud uit hairspray heb gemaakt Hebben ze gezegd zullen ze mij openritsen als een Damestasje en daar ben ik zo bang voor o help O help mij toch de dichter heeft zijn armen gespreid En kijkt smekend uit over het hofje Een ventje van nauwelijks vijf kijkt licht verstrikt Omhoog en zegt mechanisch o hoog en snel daarop Volgend o laag doe iets roept de dichter het kereltje Toe die verstard naar omhoog blijft kijken mijn hoop Is geheel gesteld in u daar jonge vriend Vervolgens sluit de dichter het raam en trekt het Fluwelen gordijn toe waaropvolgend de slaapkamer Van de dichter zich baadt in zacht rood licht Verkwikt stapt de dichter opnieuw in bed om Verheerlijkt weg te zinken in een zalig koortsende Dagdroom Het is stil in huis We zijn dan halverwege de bundel en wat volgt houdt het bijzondere karakter moeiteloos vast. Je bedenkingen tegen de ogenschijnlijk zo 'makkelijke' manier van schrijven verdwijnen en je laat je meevoeren door een verleidelijke, nauwelijks latente 'gekte'. Een unieke stem, die Engelhart.
Joop Leibbrand — Meander · over Fantastische Gedichten