← Catalogus

Martijn Neggers

15 titels in de boekenbase · Auteur · Redacteur · 2010–2026
Literaire roman, novelleVerhalenbundelsPoëzie
Over Martijn Neggers
Martijn Neggers staat met 15 titels in de boekenbase als auteur en redacteur. Bekend van de serie ‘Tilburgsche volksboeken’. Het werk valt vooral onder literaire roman, novelle, verhalenbundels en poëzie. Verschenen tussen 2010 en 2026 bij Lazare ePublishers en Lipari. Over het werk verschenen 2 recensies.
Over het werk gezegd
Martijn Neggers (Eindhoven,1987) deed de lerarenopleiding Nederlands, begon een popbandje en richtte daarna daarna het zeskoppige muzikaal poëziecollectief Voor Alsnog Live op, dat zich zegt te bewegen tussen en over de grenzen van pop, muziek en literatuur. Hij vertaalde een musical, schreef een toneelstuk en werkte mee aan een voorstelling met André Manuel. In eigen beheer gaf hij in 2009 de bundel Voor Alsnog uit, vijftig (pop)gedichten ‘over alle vragen en problemen van het groot worden, aangevuld met aanverwante zaken.’ Het jaar daarop verscheen Freakshow. Ook is (was?) hij Dichters des radiolands van Omroep Brabant. Voor de marathonuitzending van de Brabantse Nachten Zijn Lang (maart 2010) schreef hij in de studio elk uur een gedicht, 26 in totaal. Hij is jong, hij is druk, hij heeft lef en het is dus niet zo gek dat hij de weg vond naar een échte uitgever, het Vleutense Lipari. Op het achterplat van Tegen de draad stelt hij zich als volgt voor: ‘Martijn Neggers is – in chronologische volgorde – beroepstwijfelaar, podiumdichter, toneelschrijver en een groot voorstander van volkorenbrood. Gewapend met gedichten over meisjes, dinosaurussen, koffie en bergen andere gedichten trekt hij er met ‘Vooralsnog Live’ eropuit om poëzie te laten stranden op plekken waar hij vindt dat het thuishoort; in de donkere hoeken van café’s, circustenten en zo klein mogelijke theaters.’ Opvallend is hier de romantische setting met een duidelijke neiging tot zelfvergroting, die echter meteen met zelfspot wordt afgezwakt. Omdat die ironie door het kinderachtige ‘een groot voorstander van volkorenbrood’ nogal infantiel aandoet, kost het moeite Neggers direct serieus te nemen, ook al vanwege het slordige gebruik van ‘het’ als verwijswoord naar poëzie en de foutieve meervoudsvorm van café. Maar gelukkig is daar ook nog Bouke Vlierhuis, die een aanstekelijk pleidooi houdt: ‘Al deze teksten nodigen uit, nee: dwingen, tot zingen, meebrullen en trommelen op alles binnen handbereik.’ Neggers is een uitgesproken podiumdichter, en inmiddels weet iedereen wel wat de poëticale plussen en minnen van dit orale genre zijn. Altijd snel en vlot geschreven, direct toegankelijk, voorzien van een ritmische dreun en bovenal sterk afhankelijk van de kwaliteit van de presentatie. Als de gedichten in een boekje staan en het alleen met de woorden moeten doen, blijft er vaak maar weinig van over, tenzij je de waarachtige Vlierhuisbereidheid hebt alles te mobiliseren om ze tot leven te brengen. ‘Wie niet horen wil moet lezen’, kreeg de bundel als ondertitel mee. Natuurlijk, ook de podiumdichter wil dat zijn teksten beklijven, maar als je alleen maar leest en niet ‘hoort’, blijft er vaak bitter weinig van over. Neem een gedicht als ‘De baas in zwart’, waarvan de eerste strofe luidt: ‘Hij piept,/ hij kraakt/ maar nooit/ verzaakt/ hij schreeuwt/ hij naald/ hij speelt/ Hij draakt/ hij kut/ hij dicht/ oh in/ oh uit/ hij bouwt/ hij draait/ maar nooit/ verbruit’. Er volgen hierna nog 48 regels van hetzelfde, zonder enige vorm van ontwikkeling, zonder dat het perspectief ook maar enigszins verschuift. Maar het is goed voorstelbaar dat wanneer dit staccato een opgewonden zaal wordt ingeslingerd, er een bezwerende werking van uitgaat. En wie zou daar niet luidkeels instemmen met het titelgedicht? TEGEN DE DRAAD Ik wil niet jammen in een toonsoort Ik wil niet zingen in de maat Ik wil niet dansen in het ritme Ik wil geen sweater die me staat Ik wil niet stoppen bij de stoeprand Ik wil niet veilig over straat Ik wil geen suiker in mijn koffie Ik wil geen vissen zonder graat Ik wil geen achten voor mijn leven Ik wil geen airbags vroeg of laat Ik wil ook nooit beschuit met muisjes Ik wil alleen tegen de draad Ik wil geen bier zonder een kater Ik wil niet denken over later Hardop zingend over straat Maar alleen tegen de draad In dezelfde trant gaat ‘Thuis’: ‘Elke voordeur/ kent een sleutel// Elke bank een/ Luie reet// Elke keuken/ kent een koelkast// Die de mensch/ te vinden weet’. Bijval verzekerd. Toch gaat Neggers in zijn bundel niet steeds voor het makkelijke succes en is het ook wel degelijk zo, dat hij bereid is aan zijn teksten te werken. Zo is een van de radiogedichten pas in de bundel opgenomen na een flinke revisie. Niet dat het meteen de schoonheidsprijs verdient, maar er blijkt uit dat Neggers het niet van primaire reacties alleen wenst te hebben: #18 3-0 voor de koffie Als de koffie Heeft gewonnen Van het bier Is de grens getrokken De kloof gelegd Op de teller Nog een klein uur Of vier De morgen is De nacht was En de koffie Heeft gewonnen Van het bier *** 3-0 VOOR DE KOFFIE Als de koffie Eindelijk heeft gewonnen van het bier Is de kloof geslagen De grens gelegd Het zottenbal over De zuip beslecht Staat de ochtend Op de drempel De nacht voorbij de laatste kier Net voorbij het Ochtendgloren En de koffie Heeft gewonnen van het bier. De beste gedichten zijn die waarin een ‘blues-sfeer’ wordt opgeroepen. Een paar voorbeelden daarvan: ‘Een blend van zweet en/ tranen op de vloer en/ resten coke diep in het putje’; ‘De as nog aan je schenen want het vuur is uitgedoofd./ En het zit niet in je genen, het zit allemaal hoofd./ Je geweten niet te sussen en je hoop is naar de maan’; ‘Als zelfs de bar niet meer bemand is/ en de kaarten zijn geschud/ de kruk je allerbeste vriend is/ is het bodemdrift, geen nut’; ‘Ergens klinkt andermans/ televisie, twee deuren/ Links van hier// Op mijn schouder/ Zit een kat/ Die niet eens van mij is’. Het zijn deze regels die maken dat de bundel overeind blijft. Maar ook, zeker, zijn er een paar gedichten die als geheel overtuigen. Een ervan is dit: DE VRIENDEN DIE GINGEN De vrienden die gingen die kwamen vanzelf weer terug Het kippenvel liep van de navel al snel naar de rug De zee op de klippen werd binnen een dag al een strand En wat we ooit bouwden Vloog binnen een jaar weer in brand Zelfs onze vrede, weer recht- door naar staat van beleg De vrienden die kwamen Die gingen vanzelf ook weer weg. Beter nog is ‘Westernfilms’, in één bladzijde een korte roman met een verrassende plot, een typisch gedicht om te lézen dus. Het snelle, hijgerige van veel andere gedichten ontbreekt hier en Neggers toont zich een ‘volwassen’ dichter. Het is te lang om te citeren, maar gebruik deze link om het – met film! – dan toch maar te hóren en ontdek een belofte. Kijk voor meer informatie over Martijn Neggers op http://www.grenspaal.nl/Voordeur.html *** Naschrift: Bas Jongenelen (www.basjongenelen.nl) wees erop dat Neggers’ gedicht ‘De baas in zwart’ geënt is op ‘Jazz‘ van Jules Deelder. Die intertextualiteit was mij ontgaan. (JL)
Joop Leibrand — Meander Magazine · over Tegen de draad