← Catalogus

Meta Gemert

27 titels in de boekenbase · Vertaler · Auteur · Redacteur · 2011–2026
Literaire fictie algemeenLiteraire roman, novelleVertaalde literaire roman, novellePoëzieLiteraire non-fictie algemeen
Over Meta Gemert
Meta Gemert staat met 27 titels in de boekenbase als vertaler en auteur en redacteur. Het werk valt vooral onder literaire fictie algemeen, literaire roman, novelle en vertaalde literaire roman, novelle. Verschenen tussen 2011 en 2026 bij ClusterEffect en NBC - Van Maaskant Haun. Over het werk verschenen 5 recensies.
Over het werk gezegd
Meta Gemert - Terug naar Mokum. Herinneringen van Henk en Wim Gemert 1896-1926 Recensie door Truusje Uitgeverij Van Maaskant Haun 'I am he as you are he as you are me and we are all together' -Uit: 'I am the Walrus' (Magical Mystery Tour), John Lennon, 1967 Heimwee overwint Met Terug naar Mokum heeft Meta Gemert (Leiden, 1951) - historicus, auteur en uitgever bij Uitgeverij Van Maaskant Haun - een bijzonder fascinerend stuk familiegeschiedenis tot leven gebracht. Al jong wist Gemert dat de broers Henk (1896-1979) en Wim Gemert (1904-1977, haar vader) bezig waren met het schrijven van hun memoires, maar pas lange tijd na het overlijden van de broers werd haar interesse gewekt en las ze het nagelaten manuscript, met als titel Tempo Doeloe*. Zo'n 170 A4-tjes getuigen van hun turbulente levens en Gemert had een behoorlijke kluif aan het lezen ervan, omdat het niet altijd coherent geschreven bleek. Maar na herlezing van het pak papier kwam het idee bovendrijven om het te bewerken tot het boek dat ik met zoveel plezier heb gelezen. Daar Henk zijn hele leven heeft beschreven en Wim op zijn zesentwintigste was gestopt met schrijven, beslaat Terug naar Mokum de periode van pakweg 1896 tot 1920. De uiteindelijke vorm van het boek is niet chronologisch, maar circulair, zodat het verhaal eindigt waar het is begonnen. De slang bijt zich in de staart en puzzelstukjes vallen naadloos op hun plaats. De grote charme van dit boek is de klare taal die functioneel wordt gebruikt. Je hoort de jonge mannen daardoor hun verhaal vertellen, verhalen die je doen lachen om de strapatsen die ze uit hebben gehaald. Maar ook verhalen die een glimlach ontlokken, omdat het jongens waren die hun warme hart op de juiste plaats droegen. Wanneer Wim in 1920 zestien jaar oud is, is het zeven jaar geleden dat het vaderloze gezin vanuit Amsterdam is verhuisd naar Drenthe, waar zijn moeder een pension in Frederiksoord bestiert en met strikte hand de kostgangers in het gareel houdt. De verhuizing van het stadsjongetje naar het platteland zorgen voor bittere herinneringen. Hij had er een moeilijke start. '(Naar school) was een wandeling van twintig minuten. Op de eerste schooldag liep na vijf minuten al de hele school achter hem aan. Ze jouwden hem uit [...] Voordat hij bij school aankwam, was hij door de menigte als boksbal gebruikt. [...] Achteraf was het een beetje dom geweest van moeder om hem zulke stadse kleding aan te trekken. [...] De lokale jongens droegen manchesterbroeken tot ver over de knie, een boerenkiel, zwarte gebreide kousen en klompen en ze hadden een boerenpetje op hun hoofd.' Als na een ziekbed van drie jaar zijn oudere broer Gerard overlijdt - Wim heeft gedurende die periode een groot deel van de zorg over moeten nemen - laat zijn dood een groot gat achter en besluit Wim naar Amsterdam terug te gaan om daar werk te zoeken. Tijdelijk trekt hij in bij zijn oudere zus Martha en hoewel het vinden van werk zo snel na het einde van de Eerste Wereldoorlog lastig blijkt, mag hij examen doen bij de marine, wordt daar aangenomen als leerling-monteur en, inmiddels zeventien jaar oud, tekent hij voor twaalf jaar en treedt in de voetsporen van zijn overleden vader. In november 1925 vaart Wim voor de eerste keer het zeegat uit, maakt snel promotie en vele reizen zullen volgen. Voor zijn broer Henk wil het vinden van werk niet zo vlotten. Bij de marine is hij eerder afgekeurd, maar ook zijn eigen wangedrag in eerdere werkkringen heeft zijn sporen nagelaten. Hij besluit om zijn geluk te beproeven bij de koopvaardij. Deze bedrijfstak heeft flinke klappen opgelopen door de oorlog, waardoor er weinig vacatures zijn, maar wanneer hij het geluk aan zijn kant heeft en een baan vindt, ontpopt Henk zich tot een gedisciplineerde en harde werker. Met de SS Vondel vaart hij in 1911 - het jaar dat zijn vader overlijdt - het ruime sop tegemoet, op weg naar Indië. Hij heeft het hart op de juiste plaats, maar het blijft een baldadige knul die velen het hoofd laat schudden. 'Moeder was (vroeger tt) af en toe ten einde raad, want ondanks alle disciplinaire maatregelen was dit joch niet in het gareel te houden. Hij had een prachtig pak gekregen en nieuwe schoenen. De eerste zondag ging hij er parmantig mee de straat op. Maar o, de aantrekkingskracht van het water. Aan de Van Lennepkade lagen altijd tjalken waar je zo makkelijk op en af kon springen. [...] Hij wipte van de ene boot op de andere en terug. Plotseling struikelde hij over een losgeraakte veter en dook voorover de plomp in. Alleen zijn voeten staken nog boven het water uit.' Ook voor Henk volgen er vele reizen over de zeeën van de aardkloot. Het zijn turbulente tijden. De eerste keer dat hij de evenaar passeert, krijgt hij een behoorlijk heftige ontgroening met blijvende gevolgen. Onderweg loopt hij malaria op en hij ontduikt de plicht om het leger in te gaan. Bij wijze van detentie mag hij voor zes jaar tekenen bij de marine. Het ongeluk van Gerard, die halsstarrig blijft weigeren om naar de dokter te gaan, met uiteindelijk als gevolg dat hij drie jaar lang op bed verpleegd moet worden en ten langen leste sterft, drukt een grote stempel op het gezin en aan het avontuur op het Drentse platteland komt een einde. De heimwee overwint. Een grote buiging voor Meta Gemert die van een dikke bundel aantekeningen dit boeiende en beeldende boek heeft geschreven. De tijd waarin de gebeurtenissen zich afspelen en de mores die destijds gebruikelijk was, is magnifiek beschreven en daardoor een heel aangename leesbeleving. Van toegevoegde waarde zijn de vele foto's die in het boek zijn opgenomen. Een kostelijke literaire bewerking van de memoires van twee broers die zoveel hebben beleefd en zoveel prachtige verhalen hebben vastgelegd. Meeslepende verhalen die de lezer bij de hand nemen terug in de tijd, naar Nederlands Indië, Amerika, Afrika en.... Mokum aan het begin van de twintigste eeuw. *Tempo Doeloe; Maleis voor 'de oude tijd' Titel: Terug naar Mokum Ondertitel: Herinneringen van Henk en Wim Gemert 1896-1926 Auteur: Meta Gemert Pagina's: 240 Illustraties: Zwart-wit foto's ISBN: 9789081786102 Uitgeverij Van Maaskant Haun Verschenen: november 2011 ul hier uw nieuwe recensietekst in.
Truusje Truffel — Met de neus in de boeken · over Terug naar Mokum
Hugh Walpole - De verborgen stad Recensie door Roosje Uitgeverij van Maaskant Haun Ooggetuige van de revolutie De naam van auteur Hugh Walpole kwam me wel vaag bekend voor, toen ik de heruitgave van De verborgen stad tegen kwam in de lijst van nieuw aangeschafte boeken van de plaatselijke bibliotheek, die wonderbaarlijke uitvinding van volksverheffing. Die wil ik dan wel eens lezen, dacht ik meteen en ook direct mijn veel te lange 'nog-te-lezen-lijst' negerend, dol als ik ben op Angelsaksische schrijvers. Ik heb geen spijt gehad van mijn impulsieve reactie. Storm loopt het niet voor dit boek. In de bibliotheek en op Hebban ben ik de eerste die het gelezen heeft. De spil van het verhaal is John Durward, Ivan Andrejevitsj op zijn Russisch, een Engelse paramedicus bij het Rode Kruis die in ergens in Galicië, Polen, gewond is geraakt, fysiek en psychisch, hij verliest twee goede vrienden en Marie Ivanovna. Hij zoekt rust en beterschap in Petrograd, zoals St. Petersburg in WOI heette. Het is de periode van nét voor en helemaal aan het begin van de Russische Revolutie van 1917. En grappig genoeg speelt Lenin een figurantenrolletje als makker van Boris Grogov, een soort huisvriend van de familie Markovitsj. John Durward probeert een beetje bij te komen van zijn traumatisch ervaringen aan het front en hij fungeert bij zijn vrienden als praatpaal. Alles wat er gebeurt in deze roman weten wij door Durward, die ook de auteur is van dit boek. Ogenschijnlijk heeft deze Durward veel trekken van Walpole zelf, maar ik vermoei me weinig met autobiografische gegevens in een roman. Zijn vrienden praten rechtstreeks met hem, of sturen hem briefjes, of vertellen over anderen aan hem, of anderen vertellen Durward over weer anderen. Maar altijd is John Durward, Ivan Andrejevitsj, de centrale figuur, de ik, de verteller in deze roman. De scènes doen vaak toneelmatig aan, met hun vele dialogen en hilarisch verstoppertje-spelen in donkere hoekjes en achter deuren en bij nachtelijk dwalen door appartementen en toevallige ontmoetingen. Daartegenover staan uiterst poëtische en lyrische beschrijvingen van Petrograd en met name van de rivier de Neva, de rivierendelta eigenlijk, in de winter en het vroege voorjaar, de periode voorafgaand aan de 'witte nachten' van de stad, de zomer waarin het 's nachts niet helemaal donker wordt. Je snapt helemaal dat Durward zich verstopt in Petrograd te midden van de mysterieuze en warme Russen en hun nog mysterieuzere Russische ziel. Durwards vrienden zijn leden van de familie Markovitsj: Vera Michajlovna en haar veel jongere zusje Nina, voor wie Vera, kinderloos, een moeder is. Vera's man Nicolaj Leontjevitsj, een arme soeber zonder baan, een obsessieve en nerveuze uitvinder van nutteloze zaken. Nicolaj houdt veel van Vera, maar zij niet van hem, niet in romantische zin, maar zij heeft medelijden met hem en zorgt voor hem. Dan zijn er nog de ooms Semjonov, een onsympathieke en diabolische arts, die Durward nog kent van het front. Zij hadden een gemeenschappelijke vriendin, Maria Ivanovna. En dan is er nog oom Ivan Petrovitsj, die alleen van lekker eten houdt. Boris Grogov is al genoemd; niemand weet eigenlijk waarom hij een huisvriend is. Het Engelse deel van de vriendenkring bestaat uit Durward zelf, zijn oude schoolvriend Jerry Lawrence en diens reisgenoot, Henry Bohun. Deze twee werken voor de Engelse overheid in Rusland. Ik heb direct een namenlijstje gemaakt - in mijn achterhoofd Oorlog en vrede van Tolstoj met die enorme hoeveelheid namen - en daar had ik geen spijt van. Overigens heeft deze roman van Walpole ook wel iets van een Russische roman, hij is iets minder lijvig, maar toch... De verwikkelingen tussen al die vrienden, Russen en Engelsen, zijn legio en van complexe aard. Liefde en haat, jaloezie en antipathie, hartstocht en vriendschap, doodsverlangen, verlangen om te zorgen, onevenwichtige relaties, raadsels, puzzels, verborgen agenda's; vooral dat laatste. Vanwege de spoilers kan ik daar niet zo veel over zeggen, maar het zit in de hoek van het pistool in een stuk van Tsjechov; tenminste ik meen dat het Tsjechov is. De chaotische verwikkelingen tussen de vrienden houden gelijke tred met de politieke ontwikkelingen in Petrograd en in heel Rusland: de revolutie neemt eindelijk een aanvang, niemand geloofde er meer in, niemand verwachtte haar en toen was zij er ineens. Onrust, gewapende volksmilities, afrekeningen, moorden, plunderingen zijn aan de orde van de dag. Er is geen leiding - Lenin moet nog komen - en de meningen van de Russen zijn - als altijd al - zeer verdeeld. Durward is voortdurend op zoek naar dé Russische ziel, hij wil die zo graag leren kennen; dat lijkt van levensbelang voor hem. Feitelijk is hij natuurlijk op zoek naar zichzelf en naar vooral naar de rust in zichzelf. Hij leest talloze boeken, vooral Engelse en Russische, maar ook wel Franse. Duitse boeken komen er niet in. De Duitsers zijn de boosdoeners. Er is ook voortdurend vrees dat de Russen het op een akkoordje zullen gooien met de Duitsers omdat het eigen land alle aandacht eist. Toevallig las ik onlangs van Penelope Fitzgerald Het begin van de lente, dat ook gaat over een Engelsman in Rusland, Moskou weliswaar, vlak voor de Revolutie, een iets eerdere periode. En ook heeft de lente hier net als bij Walpole een centrale plaats: de ontwaking, de bewustwording als het ware, het uit de schulp kruipen na een koude en dwingende winter, ook symbolisch, vooral symbolisch, zou ik zeggen. Hoewel dit boek van Walpole uit 1919 stamt, doet het nergens ouderwets aan. Zelf schrik ik niet van een wat ouder boek, sterker nog ik mag graag een klassieker lezen. Het is prachtig geschreven: over zijn eigen dwalingen en nachtmerries, de verwikkelingen tussen zijn vrienden, incluis Durward zelf, hoewel hij wel een tamelijke buitenstaander is; de stad Petrograd met zijn gebouwen, zijn mensen, de schoonheid en de lelijkheid, de armoede en de pracht en praal van kerken, de vulgariteit van het variété, dronkenschap, de vuigheid van de boeren, de vooringenomen van de rijke mensen, de schoonheid en de hardheid van winter, sneeuw en ijs. En dan ook de revolutie in de visie van mensen die het meemaken en die niet weten wat er aan de hand is. Het lijkt op wat Durward zegt over oom Ivan Petrovitsj: de oom zal de apocalyps niet zien al staat hij er met zijn snufferd bovenop. Oom Ivan geeft namelijk alleen om lekker eten. Maar zo is het ook met die revolutie. Niemand snapt wat er gebeurt, wel dat er opstand is, ja, en dat de tsaar is afgezet, maar verder, hoe moet dat nou en is het morgen misschien afgelopen? Wie zal het werk doen als de arbeiders weglopen, hoe komen we nog aan eten als de boeren de wapens opnemen? Kun je nog wel veilig over straat? Rijdt er nog wel een koets of liggen de koetsiers dronken in de goot? Ondanks de heftige en chaotische problematiek, blijft de toon vrij luchtig en typisch Engels met zijn tongue in cheek. Dat is een van de dingen die ik zo aantrekkelijk vind in de Angelsaksische literatuur. Ik ben me ervan bewust dat ik iets weg heb van een repeterende breuk, maar ik zou met klem willen benadrukken: lees dit boek! Auteur Geboren: 13 maart 1884, Auckland, Nieuw-Zeeland Overleden: 1 juni 1941, Keswick, Verenigd Koninkrijk Opleiding: Emmanuel College, Universiteit van Cambridge Zeer uitgebreide Engelstalige beschrijving is te vinden op: https://en.wikipedia.org/wiki/Hugh_Walpole Ttiel: De verborgen stad Auteur: Hugh Walpole Vertaald door Meta Gemert Pagina's: 320 ISBN: 9789081786126 Uitgeverij van Maaskant Haun Verschenen: september 2017
Roosje de Vries — Met de neus in de boeken · over De verborgen stad
Een Joodse Buddenbrooks. Zo is De Effingers in de loop der jaren door sommigen genoemd. En dat is niet eens zo vreemd, want die onlangs heruitgegeven en in Duitsland voor het eerst bejubelde roman van Gabriele Tergit uit 1951 handelt ook over vier generaties Duitsers, al bestrijkt Thomas Manns met de Nobelprijs bekroonde epos de jaren 1835-1877, terwijl De Effingers in 1878 begint en in 1948 eindigt.
Michel Krielaars — NRC Handelsblad · over De Effingers
Juliet Nicolson bewijst met Een huis vol dochters dat een familiegeschiedenis allesbehalve stoffig hoeft te zijn. Wat begint als het verhaal van een Spaanse vrouw in het 19e-eeuwse Málaga, groeit uit tot een meeslepende vertelling over generaties vrouwen, verborgen spanningen, sociale verandering en de patronen die families ongemerkt aan elkaar doorgeven.
Anna Husson — Boekenkrant · over Een huis vol dochters