Mohamed Ajouaou
4 titels in de boekenbase · Auteur · Redacteur · 2010–2014
Over Mohamed Ajouaou
Mohamed Ajouaou staat met 4 titels in de boekenbase als auteur en redacteur. Bekend van de serie ‘Boom Religie’. Het werk valt vooral onder theologie algemeen en islam. Verschenen tussen 2010 en 2014 bij Koninklijke Boom uitgevers PW en Uitgeverij PAMAC. Over het werk verschenen 1 recensie.
Over het werk gezegd
Gedetailleerd en nauwgezet, zo kan de studie van Mohamed Ajouaou over gevangenisimams worden gekarakteriseerd. Ajouaou bestudeerde de praktijk van vier islamitisch geestelijk verzorgers die werkzaam zijn in Nederlandse gevangenissen. Zij maken deel uit van een nieuwe groep van rond de dertig geestelijke verzorgers in het justitiepastoraat. Deze islamitische geestelijk verzorgers richten zich op moslimgedetineerden, waar voorheen de christelijke pastors en humanistische raadslieden de honneurs voor hen waarnamen. Aan zulke geestelijke verzorging ligt het principe van vrijheid van godsdienst en levensbeschouwing ten grondslag. Als mensen niet in staat zijn om zelf vrij hun godsdienst individueel of in gemeenschap te belijden, bijvoorbeeld omdat ze in het ziekenhuis liggen, in het leger dienen of in de gevangenis zitten, dan verplicht de staat zich dit voor hen te verzorgen. De christelijke en humanistische geestelijke verzorging bij Justitie kent inmiddels een traditie van meer dan vijftig jaar. Voor islamitisch geestelijke verzorgers, imams, is dit echter een nieuw werkveld. Eind jaren negentig deden de imams hun intrede als geestelijk verzorger in de gevangenis. De islamitisch geestelijke verzorging is als het ware geboren in een vreemde omgeving zonder voorgeschiedenis en in afwezigheid van een aantal belangrijke factoren die bij het vak horen, zoals een opleiding met de daarbij behorende theorie en wetenschap, een zendende instantie en een passende rechtspositie en rechtsbescherming
De islamitisch geestelijke verzorging is slechts met hoofdrolspelers geboren: de gevangenisimams en de directe gebruikers (p. 24). De studie van Ajouaou wil een rol spelen in de professionalisering van het beroep. Daartoe is niet alleen empirische studie nodig, die laat zien wat er gebeurt in de praktijk van de islamitisch geestelijke verzorging, wat zij concreet doen en toont hoe gedetineerden en collegas zijn rol zien. Er is ook een grondige theologische onderbouwing van de grondbeginselen en de uitwerking van een islamitisch praktische theologie nodig. Met zijn opgebouwde inzichten wil Ajouaou de beroepsgroep een identiteit geven (p.32). Ajouaou vertelt over de dubbele improvisatie die de vier mannen hebben doorgemaakt, eerst als moskee-imam, en nu als islamitisch geestelijk verzorger. Als moskee-imam moesten zij al in de westerse context improviseren in hun vakuitoefening. Nu moeten ze ook nog eens improviseren in het specifieke, publieke domein van de penitentiaire inrichting, waar geestelijke verzorging voor gedetineerden weer heel specifieke kennis en vaardigheden vraagt. Zo richt een moskee-imam zich op het collectief van de moskeegemeenschap, die doorgaans redelijk homogeen is samengesteld wat betreft etniciteit, taal en religieuze stroming. In de detentiecontext richt de imam zich echter vooral op het individu, die met zijn zorgen naar hem toe komt. De gedetineerde moslims hebben vaak zeer verschillende achtergronden en ook varieert hun kennis van de islam sterk. Kernwoorden vormen luisteren, niet veroordelen en een op de context gerichte geloofsoverdracht. De islamitisch geestelijk verzorger moet in de specifieke detentiecontext met deze en andere spanningen omgaan. De in het boek opgenomen tekeningen van de kerkzaal die voor de vrijdagsdienst wordt omgebouwd tot een gebedsruimte zijn treffend. Over het Maria-icoon wordt een doek gehangen, het kruis gaat in de kast en de paaskaars wordt omgedraaid. De tafel gaat aan de kant en in plaats daarvan worden de gebedskleden neergelegd. De tekeningen zijn op verzoek van Ajouaou door de docent kunstzinnige vorming van de penitentiaire inrichting gemaakt (p. 234-5). Niet alleen wordt in het boek de vraag behandeld wat de islamitisch geestelijk verzorgers feitelijk doen en hoe zij dat theologisch funderen, Ajouaou doet ook aanzetten voor het ontwikkelen van een beroepsprofiel. Als hoofd Islamitisch Geestelijke verzorging bij het Ministerie van Justitie zal Ajouaou bij deze ontwikkeling de komende tijd nauw betrokken blijven. Voor zijn collegas uit andere religieuze en levensbeschouwelijke stromingen (bij Justitie, maar ook bij Defensie en in zorginstellingen) bevat dit boek bijzonder relevante informatie. Nog te vaak hebben zij een te beperkt beeld van de praktijk van de islamitisch geestelijke verzorging, zo blijkt uit het verslag van Ajouaou. Ajouaou legt dit alles redelijk technisch uit. Hij put zich ook uit in uitleg over de theologische achtergronden. Dit maakt het werk tot stevige kost voor een breder publiek. Maar het wetenschappelijk en ook maatschappelijk belang van deze pogingen om de theologische kant uitgebreid te belichten, en daarmee nu eens écht een laag dieper te gaan dan veel Nederlandstalige studies naar moslims in Nederland, weegt hier tegenop en maakt de inspanning waard.
Welmoet Boender — Nieuwemoskee.nl · over Imam achter tralies
Werkte samen met