

400.000 Generaties De evolutie van de mens volledig en sluitend verklaard
Paperback528 pagina’sNederlandsLeverbaar
Ook verkrijgbaar als
De evolutie van de mens voor het eerst sinds Darwin eindelijk opgelost. Het verhaal van ons allemaal.De mens evolueerde uit een dier dat als twee druppels water leek op de chimpansee. De chimpansee is sindsdien min of meer zichzelf gebleven, maar wij niet. Wij verloren onze vacht, gingen rechtop lopen, werden monogaam, gingen praten en kregen grote hersenen. We lijken nauwelijks meer op de aap die we ooit waren. Sinds Darwin zijn er inmiddels ruim 150 jaar verstreken en al die tijd hebben tal van wetenschappers uit de gehele wereld getracht het verhaal van onze evolutie te reconstrueren. Dat heeft een schat aan belangwekkende feiten opgeleverd op de meest uiteenlopende terreinen. Toch heeft al die kennis ons nog niet veel wijzer gemaakt. Losse weetjes vertellen nu eenmaal geen verhaal, daar is meer voor nodig. Om dat te kunnen doen moeten al die feiten betekenisvol met elkaar worden verbonden. Pas dan kan onze evolutie begrijpelijk worden gereconstrueerd. Dit boek vertelt dat indrukwekkende verhaal van ons allemaal in heldere, pakkende taal en doet dat net zo wetenschappelijk verantwoord als de feiten zelf. De grote betekenis daarvan is dat het ons kan vertellen wie we zijn als we daarvoor openstaan. In onze tijd is dat belangrijker dan ooit, want de mensheid wordt momenteel geplaatst voor uitdagingen en problemen die groter en complexer zijn dan onze voorouders ooit hadden kunnen dromen. Als we daaraan het hoofd willen bieden is het van groot belang inzicht te hebben in de precieze aard van onze wortels en onze diepste drijfveren. Want wat geldt voor ieder mens persoonlijk, geldt vermoedelijk ook voor de mensheid als geheel. Je weet pas wie je bent als je je historie kent.De evolutie van de mens is misschien het enige en laatste grote raadsel dat de wetenschap nog niet heeft opgelost. 400.000 GENERATIES doet dat voor het eerst wel. Geen enkel ander boek in welke taal ook ging het daarin voor. Laag geprijsd en voor iedereen bereikbaar. Het verhaal van ons allemaal.
Recensies
Over de menselijke evolutie zijn al duizenden artikelen en boeken geschreven, en er komen nog steeds nieuwe bij. Elke publicatie roept nieuwe vragen op en draagt bij aan het oerwoud van elkaar aanvullende en met elkaar contrasterende feiten en theoriën. Zo niet 400.000 generaties, dat de feiten als basis gebruikt om in een uniek, verbindend en wetenschappelijk verantwoord verhaal de menselijke evolutie op te helderen. Twaalf jaar lang volgde auteur Dick Slagter een nog niet eerder ontdekt spoor binnen de menselijke evolutie. Het nam bezit van hem, liet hem door honderden artikelen en boeken gaan, en leidde hem er uiteindelijk toe zijn eigen On the origin of species te schrijven. Sinds Charles Darwin is er inmiddels ruim 150 jaar verstreken en al die tijd hebben tal van wetenschappers uit de gehele wereld getracht het verhaal van onze evolutie te reconstrueren. Dat heeft een schat aan belangwekkende feiten opgeleverd op de meest uiteenlopende terreinen. Maar losse weetjes vertellen geen verhaal. Om onze evolutie begrijpelijk te reconstrueren moeten al die feiten betekenisvol met elkaar worden verbonden. In vijf hoofdstukken (met paragrafen, tussenkopjes en conclusies) verdeeld over drie delen (Evolutie en biologie, Evolutie van eigenschappen, Evolutie van de soort) wordt de gehele menselijke evolutie, beginnend bij het ontstaan van het leven op aarde tot aan het Holoceen, doorlopen. De mens in dit boek is een biologisch verschijnsel, onderdeel van de hele (zoog)dierenwereld. Vanuit dit perspectief wordt in eerste instantie niet alleen het begin van de menselijke evolutie, maar van het hele dierenrijk onder de loep genomen. Dit is een verfrissend oogpunt tussen dat van populair wetenschappelijke boeken, zoals bijvoorbeeld het recent verschenen Hoe we mensen werden van paleontoloog Madelaine Böhme. Zij komt ook met een nieuwe kijk op de evolutie en zoekt naar “alles wat ons mens maakt”, maar de ondertoon blijft dat mensen zichzelf verheven voelen boven de rest van de zoogdierwereld. De mens evolueerde uit een dier dat als twee druppels water leek op de chimpansee. De chimpansee is sindsdien min of meer zichzelf gebleven, maar wij niet. Wij verloren onze vacht, gingen rechtop lopen, werden monogaam, gingen praten en kregen grote hersenen. We lijken nauwelijks meer op de aap die we ooit waren. Slagter voert in de paragrafen over de chimpansee en de mens hetzelfde onderzoek uit naar hun evolutionaire intelligentie, met twee [142] C R A N I U M 3 7 - 2 WINTER 2020 BOEKEN extra vragen bij de mens: “Is er wetenschappelijke consensus over de ouderdom van eigenschappen?” en “Is er een goede wetenschappelijke verklaring voor de evolutie ervan?” De opmerkelijke, afwijkende evolutie van de mens ten opzichte van de chimpansee (verlies van de vacht, rechtop lopen, uitbreiding van de voeding en daarmee gepaard gaande lichamelijke aanpassingen, monogamie en de daarmee veranderende groepsdynamiek in de samenleving, en de ontwikkeling van taal en grote hersenen) leidt allemaal naar één groot vraagteken. Om dat op te lossen neemt het tweede deel de lezer mee terug naar de soortvorming vanaf zeven miljoen jaar geleden, naar Sahelanthropus tchadensis. Nieuwe aanknopingspunten bepalen welke eigenschappen zich gedurende de evolutie hebben kunnen ontwikkelen. Voor de ontwikkeling van ons groot denkraam, de hersenen, gaan we zelfs terug naar de worm (hoofdstuk 1) en stappen met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis. De oorzaak wordt gevonden in onze taal. Na dit biologisch aspect gaat Slagter in het derde deel wederom zeven miljoen jaar terug in de tijd om de soortvorming, beginnend bij Out of Africa 1, in het licht van de geografie te onderzoeken. De verspreiding over de wereld wordt daarbij geïllustreerd aan de hand van bekende en minder bekende vondsten van fossielen en artefacten. Alle verzamelde puzzelstukken vormen het stappenplan voor de conclusie: van 1) de naakte, rechtop lopende mens, en 2) migratie binnen het Afrikaans continent naar nieuwe habitats, via 3) de ontwikkeling van technische vaardigheden (waaronder taal, vuur en voedselbereiding) die gepaard gingen met generalisatie, een groei van de hersenen, het terugtrekken van de kaak en daarmee de verandering van het aangezicht, naar 4) Out of Africa 1, waarbij de neanderthaler naar Azië en Europa trok, en 5) Out of Africa 2, waarbij de doorontwikkelde Afrikaanse mens met zijn verbeterde technieken dankzij de ontstane grote cultuurverschillen de mensen van Out of Africa 1 verdrijft. Direct vanaf de aantrekkelijke proloog verhaalt 400.000 generaties in heldere en pakkende taal over de precieze aard van onze wortels en onze diepste drijfveren. Basisbegrippen zoals evolutie, soortvorming en intelligentie worden opnieuw uitgelegd en geïllustreerd met voorbeelden, waarbij telkens wordt teruggegrepen naar de oorsprong van het begrip (bijvoorbeeld uit de biologie) en een nieuwe, scherpere definitie wordt gegeven, passend bij wat Slagter evolutionair wil uitleggen. Achterin komt alles samen in een woordenlijst. Bij twee elkaar aanvullende of met elkaar contrasterende begrippen worden deze vergeleken en eventuele verschillen of hun verband uitgelegd. Misschien had het verhaal wat korter gekund als er minder herhaald werd, anderzijds maakt dit het ook makkelijker om het boek in etappes te lezen. En de enkele poëtische pareltjes tussendoor, zoals “Selectie is de uiteindelijke vormgever van het leven” en “Toevallig gedrag was de beitel die het beeldhouwwerk van de mens heeft gevormd. De omgeving was slechts het schuurpapier,” maken van het geheel een lekkere mix. De enige afbeelding in het boek staat op pagina 482 en toont een cladogram van de menselijke evolutie, niet als dichte struik, maar eerder een palmboom, één lijn van dezelfde soort. Concluderend zijn er slechts twee splitsingen vast te stellen: zeven miljoen jaar geleden die van de naakte mens naast de chimpansee, en drie miljoen jaar geleden het onderscheid tussen de mens mèt en die zonder taal. Uit taal vloeide een hogere intelligentie voort en daarmee technische ontwikkeling, die ervoor zorgde dat de mens in extremere omstandigheden en habitats kon overleven en zo de hele wereld kon bevolken. De takken van het cladogram zijn vervallen tot niet meer dan deelpopulaties en individuen van Homo sapiens. De mensheid wordt momenteel geplaatst voor uitdagingen en problemen die groter en complexer zijn dan onze voorouders ooit hadden kunnen dromen. De omgang daarmee vraagt om inzicht in wat bepalend is geweest in onze eigen ontwikkeling. Voor al wie geïnteresseerd is in deze geschiedenis, de biologische ontwikkeling van de mens en onze evolutionaire plaats in het (zoog)dierenrijk is dit toegankelijke boek zeker een aanrader. Voor meer informatie kun je terecht op de website www.onzeevolutieverklaard.nl.
Nike Licaljet — Cranium — 10 december 2020
teld Homo nudus (Van der Velde, 2013). Hij heeft recent een nieuw boek het licht doen zien getiteld 400.000 generaties. De subtitel belooft de evolutie van de mens volledig en sluitend te verklaren. Met dat onderwerp is hij 12 jaar bezig geweest. Dat de mens nauwelijks is behaard is iedereen opgevallen. Dat is samen met het rechtop lopen een kenmerkende eigenschap van ons mensen en het is de vraag was hoe dit geëvolueerd kon zijn. Meerdere onderzoekers hebben onsamenhangende theorieën gegenereerd om dit te verklaren waaronder zelfs een aquatische levenswijze. Geen enkele wetenschapper had in 2008 deze fundamentele vraag echt bevredigend opgelost. Dick Slagter die veel boeken las over het ontstaan van de mens kreeg ineens het beeld van een naakte chimpansee-achtige moeder die op de grond rechtop stond met een kind in haar twee armen zoals op de omslag van het boek is afgebeeld. Net als alle andere primaten vervoeren chimpanseemoeders, onze naaste verwanten, hun kind de eerste jaren onder de buik of op de rug. De baby’s klampen zich hiertoe met handen en voeten aan de vacht vast en de moeder kan zonder risico’s voor de jongen in de bomen klimmen, op zoek naar voedsel en veiligheid. Wij hebben geen of zeer weinig haar op het lijf, onze huid is glad. Onze kinderen kunnen zich door geringe beharing of gladde huid nergens aan vastgrijpen. Het kind moet daarom door de moeders met twee armen vastgehouden worden en zo vervoerd, anders valt het van de moeder af. Dat moeten de mensenvaders trouwens ook en zo wordt klimmen in hoge bomen voor mensenouders op zoek naar voedsel en het bouwen van slaapplaats een le- 20 afzettingen wtkg 42 (1), 2021 vensgevaarlijke klus. Dit zal onze voorouders er toe gebracht hebben meer op de grond te verblijven en zich daar met een kind in de armen op twee benen voort te bewegen. Dit heeft grote consequenties en geleid tot een reeks verdere evolutionaire aanpassingen die logischerwijs in een bepaalde volgorde moeten zijn opgetreden. Het huidige boek is goed onderbouwd en bevat veel nieuwe informatie. De schrijver is zeer systematisch te werk gegaan, stelt de goede vragen en gebruikt alle gegevens om de hypothesen en verschillende mogelijkheden en onmogelijkheden te schiften via logische redenaties gesteund en getoetst door wat we feitelijk weten. Het boek bevat een aantal grote secties: Evolutie en biologie, Evolutie van eigenschappen, Evolutie van de soort en een aantal kortere stukjes, Proloog, Epiloog, Sleutelbegrippen, Bronvermelding en Trefwoordenregister. Een dankwoord ontbreekt. De eerste sectie behandelt de evolutie in het algemeen, het ontstaan van het leven 300 miljoen jaar na het ontstaan van de aarde, zo’n 4,6 miljard jaar geleden. Leven wordt als een algoritme behandeld. Een omissie is dat hier niet vermeld wordt dat het leven in het water moet zijn ontstaan. In dit hoofdstuk worden de biologische processen behandeld die tot de ongelofelijke variatie aan soorten en vormen hebben geleid. Om Darwin te citeren: evolutie leidt tot eindeloze vormen, natuurlijk wel onder invloed van selectie en genetische variatie gebaseerd op wat er al was. Selectie vindt plaats op het niveau van het individu wat leidt tot veranderingen in populaties die volgens bepaalde definities soorten genoemd worden. Het biologische soortbegrip wordt hier gehanteerd. Bij sexuele isolatie van een populatie worden geen vruchtbare nakomelingen gevormd na kruising met andere populaties en zo ontstaat een nieuwe soort. De soortvormingsprocessen worden hier uitgelegd. Vervolgens wordt overgeschakeld naar het gedrag en intelligentie die door het ontstaan van dieren met hersenen een rol gaan spelen. Vooral het ontstaan en ontwikkelen van hersenen wordt hier in verband gebracht met intelligentie die toeneemt naarmate de hersenen groter worden als dit voordelig is voor de soort. Intelligentie en gedrag worden hier gedefinieerd. Vervolgens worden de begrippen adaptatie en exaptatie behandeld. Ook de termen radiatie, instinct en selectie worden uitvoerig uitgelegd. Er is een individuele wisselwerking en interspecifieke wisselwerking die tot doelgericht gedrag leiden en zelfs tot co-evolutie. Selectie vindt plaats in de vorm van groepselectie, territoriumselectie, bindingsselectie en sexuele selectie. Wie dit allemaal al weet kan dit hoofdstuk overslaan. De definities staan ook in de sectie sleutelbegrippen. Het ontstaan van de mens moet verklaard worden door al deze biologische processen te onderzoeken en de ontwikkelingen in verband te brengen met wat we uit fossielen kunnen afleiden. Deze benaderingen mogen elkaar niet tegenspreken. In het hoofdstuk wortel en tak gaat hij dieper in op de primaten als groep die voornamelijk in de warmere gebieden voorkomen dat wil zeggen vooral in het tropisch regenwoud waar ze zich voeden met vruchten, bladeren, insecten en boomsappen. Hier bevinden zich ook onze naaste verwanten de mensapen waarvan gebleken is dat de chimpansee onze meest naaste verwant is met een splitsing die vanuit de gemeenschappelijk voorouder op 7 miljoen jaar geleden kan worden gedateerd. Het is logisch de kenmerken en het gedrag van chimpansees uitgebreid met die van de mens te vergelijken omdat het zustersoorten zijn. Dick Slagter gebruikt hier de term broedersoort. Verderop in het boek wordt de term zustersoorten gebruikt zoals gebruikelijk is. Dit is een zeer interessant hoofdstuk met veel nieuwe informatie In veel opzichten is de mens een buitenbeentje met zijn vachtloze lichaam, het rechtop lopen, serieel monogaam paargedrag, leven in grote groepen, de taal, de grote hersenen die allemaal buiten het ‘normale’ primatenpatroon vallen. Een bijna even groot deel van het boek behandelt de evolutie van zulke eigenschappen. De voorouder moet toch als twee druppels water op een chimpansee hebben geleken. Hoe kwam het dat er een populatie ontstond die daar sterk van ging afwijken? Volgens Dick Slagter is het begonnen met het verdwijnen van de vacht doordat er door sexuele selectie in een groep een voorkeur ontstond voor minder behaarde, meer ervaren wijfjes. Dit heeft zich doorgezet en, toen de vacht in de groep nagenoeg verdwenen was, er een probleem met afzettingen wtkg 42 (1), 2021 21 het transport van de kinderen was ontstaan dat de dieren kwetsbaar maakte voor roofdieren. Er waren geen handen meer vrij om in de bomen te klimmen, het bouwen van een nest kon slechts met één hand en er zou meer tijd doorgebracht moeten worden op de grond. Een dergelijke populatie kon zo gemakkelijk uitsterven als er geen gelijktijdige verandering in het gedrag van mannen en vrouwen zou optreden. Dit heeft een grote invloed gehad waarbij monogamie, partnerbinding, communicatie tussen man en vrouw, uitwisseling van taken, het rechtop lopen zich wel moesten manifesteren. Dit in tegenstelling tot het gedrag van de chimpansee met zijn promiscue paargedrag, zijn voorkeur voor knokkelgang op de grond, het geen contact hebben met vruchtbare wijfjes behalve een korte paring die zich in slechts zeven seconden afspeelt, en wijfjes die zich moeten isoleren om hun jongen te beschermen enz. Kunnen we de monogamie van de mens aflezen aan fossielen? Een duidelijk kenmerk van de menselijke fossielen is de geslonken grootte van de hoektanden, wat al zichtbaar is in Sahelanthropus tchadensis zo’n 7 miljoen jaar geleden. Dit duidt op een vermindering van het imponeergedrag van de mannetjes en verminderde strijd om de wijfjes en een keuze van minder dominante mannen door de wijfjes. Dit kon zich allemaal in het regenwoud voordoen maar er zal dan sterke concurrentie zijn met gorilla en chimpansee. Uiteindelijk wijkt de mens in Afrika uit naar de Grote Slenk, waar hij min of meer gevangen zat. Grote droogteperioden leiden tot de vorming van savanne hetgeen betekent dat ze steeds beter rechtop gingen lopen ten koste van het klimvermogen, en groter worden wat ook grotere hersenen betekent. Het verschijnen van verschillende eigenschapen tijdens de evolutie van de mens zoals de ontwikkeling van de hersenen, het verschijnen van taal en werktuiggebruik in een logische volgorde is een kunststukje wat Dick Slagter tot een goed eind heeft weten te brengen. In het laatste hoofdstuk gaat hij in op de fossiele restanten van de menselijke tak. Met Homo habilis begint een nieuw hoofdstuk in de ontwikkeling van de mens waarbij zijn bovenhoektanden volledig incisimorf zijn geworden dus alle tanden regelmatig in het gelid staan en van ongeveer van dezelfde grootte zijn. Mogelijk is deze soort beter geworden in het bekvechten dan de imponeerstrijd met de hoektanden. Het gemuteerde FOXP2-gen dat de taal mogelijk maakte en de vergroting van de hersenen wijzen hier ook op. De geatrofieerde kaak is ook opvallend zo tussen 1,9-2,3 miljoen jaar geleden. Dit duidt op het consumeren van zacht voedsel met gebruikmaking van vuur. In de periode van 2,5-1,5 miljoen jaar geleden werden in onze tak maar liefst drie verschillende genera en acht verschillende soorten onderscheiden. Dick Slagter vindt dit onwaarschijnlijk en reductie van het aantal ligt voor de hand gebaseerd op variatie in ruimte en tijd. Vanuit de Grote Slenk heeft de menselijke soort zich over de wereld kunnen verspreiden via het Midden-Oosten naar Azië en Europa in het geval van zowel Homo erectus als Homo sapiens. De laatste koloniseerde ook Amerika en Australië, en is nu de meest talrijke mensapensoort dit ondanks het feit dat de mensheid een paar maal op het randje van uitsterven heeft gestaan. Wat ik nog miste is dat H. sapiens ook bij zijn verspreiding de wolf domesticeerde (23.000 jaar geleden) en als hond introduceerde in de nieuw gekoloniseerde gebieden. Op pagina 482 vat Dick Slagter een en ander samen in een schema hetgeen het enige plaatje is in het boek dat daarom nogal als abstract ervaren kan worden door de visueel ingestelde mens. Daarom zal het boek vooral in de smaak vallen bij lezers die al min of meer bekend zijn met deze materie of met grote interesse de moeite nemen zich in te lezen. Het boek met een originele biologische verklaring voor het ontstaan van onze diersoort is een rijke bron van informatie, van harte aanbevolen. Literatuur Van der Velde, G 2013. Homo nudus. De Naakte Mens. Hoe een aap zijn vacht verloor en mens werd. [Dick Slagter, 2012. Uitgeverij Veen Media. ISBN 9789085712398. 396 p.]. In: Voor U Gelezen. – Afzettingen van de Werkgroep voor Tertiaire en Kwartaire Geologie 34 (3): 67-68. Gerard van der Velde, Afdeling Dierecologie en fysiologie, Instituut voor Water en Wetland Research, Radboud Universiteit, Nijmegen, Naturalis Biodiversity Center, Leiden, Geo-Paleo Groep van de Bastei (Natuurmuseum), Nijmegen.
Gerard van den Berg — Afzettingen — 23 februari 2021
Ruim twaalf jaar geleden kreeg Slagter bij het lezen van een boek over de menselijke evolutie de ingeving dat het haarloos-zijn van de mens wel eens doorslaggevend geweest kan zijn voor de wording van de moderne mens. In 2012 publiceert hij hierover voor het eerst in zijn boek 'Homo nudus'*, maar veel blijft dan nog onduidelijk. Hij hoopt met zijn nieuwe boek, zijn Magnum Opus, op alle vragen een antwoord gegeven te hebben. Hij gaat er van uit dat de mens een onderdeel van het dierenrijk is en dat met behulp van de evolutietheorie zijn wording te verklaren is. Daarom begint hij met een uitvoerige uitleg van die theorie. De mens lijkt biologisch een raadsel te zijn: zijn vachtloze lichaam, het rechtop lopen, het serieel monogame paargedrag, de taal en de grote hersenen passen geen van alle in het normale primatologische patroon. Slagter beschrijft vervolgens uitvoerig hoe deze kenmerken volgen uit de seksuele voorkeur van onze mannelijke voorouders voor vrouwen met weinig lichaamshaar. Een proces dat zo'n zeven miljoen geleden begonnen is. Een helder geschreven en goed opgebouwd betoog. *2012-24-2399 (2013/07). Recensent: Henk Hazenbosch
Henk Hazenbosch — NBD Biblion — 10 maart 2021
In het kort
ISBN-13
9789090332727
Uitgever
Verschenen
15 juli 2020
Imprint
Druk
2
Bibliografisch
ISBN-139789090332727
Editie2
Druk2
TaalNederlands dut
Pagina’s528
GeïllustreerdJa
Uitgave
UitgeverPercipe et Move
ImprintPercipe et move
CB-relatie-id6786032
Verschenen15 juli 2020
StatusLeverbaar 04
BeschikbaarheidBeschikbaar 20
Adviesprijs (incl. btw)€ 19,50
Vorm & inhoud
ProductvormPaperback BC
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Evolutie 949
Trefwoordenantropologie · brein · prehistorie · mens · paleontologie · evolutie · taal · apen · darwin · hersenen · chimpansee · evolutietheorie · grotschildering · eerste mens · voorouders · evolutie mens · mensapen · neanderthaler · holbewoners · de evolutie van de mens · oorsprong mens · de oorsprong van de mens
Medewerkers
Auteur A01Dick Slagter
Herkomst
Werk-id (NSTC)500626713
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Trefwoorden
Lijkt op dit boek
NSTC 500626713 · CB-relatie 6786032 · Bijgewerkt 6 augustus 2026









