

Belangenafweging bij rechterlijke toetsing aan fundamentele rechten rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar op het gebied van het staats-en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden op 4 april 2006
Paperback47 pagina’sNederlands
E.M. MEIJERS INSTITUUT
INSTITUUT VOOR RECHTSWETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
Rechtszaken over grondrechten gaan vaak over uiterst moeilijke en gevoelige kwesties: abortus, euthanasie, privacy en terrorismebestrijding, godsdienstvrijheid en vrijheid van meningsuiting. De rechter vindt bij de beoordeling van dit soort zaken vaak maar weinig houvast in de bepalingen in internationale verdragen en nationale grondwetten waarin grondrechten zijn vastgelegd. In veel gevallen zal de rechter zelf moeten beoordelen welke betekenis een grondrecht in een concreet geval toekomt. Zo'n oordeel vergt een beoordeling en weging van belangen. Aan iedere aantasting van een grondrecht ligt immers een afweging ten grondslag tussen het grondrechtelijke belang en andere, vaak maatschappelijke belangen. De keuze tussen dergelijke belangen vergt een normatieve beslissing of waardeoordeel en is vaak ingegeven door subjectieve of politieke overwegingen. Een rechter die hierover een oordeel moet vellen mag zijn keuze echter niet van persoonlijke opvattingen of waardeoordelen laten afhangen. Aan de rechterlijke argumentatie van zaken over grondrechten worden daarmee hoge eisen van rationaliteit gesteld, die in de praktijk moeilijk zijn waar te maken. De vraag is dan ook of op dit punt verbetering mogelijk is.
In haar Leidse oratie, gehouden op 4 april 2006, onderzoekt Janneke Gerards (1976) enkele mogelijkheden tot verbetering van de argumentatie van rechterlijke oordelen over grondrechten. Daarbij bespreekt zij enkele oplossingen voor de bestaande problemen en geeft zij alternatieven voor de toetsing van belangenafwegingen.
De oratie werd geschreven in het kader van het onderzoeksprogramma 'Securing the rule of law in a world of multilevel jurisdiction' -deelprogramma 'Fundamental rights' van het E.M. Meijers Instituut voor Rechtswetenschappelijk Onderzoek van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Daarnaast maakt de oratie onderdeel uit van het NWO-VIDI-on-derzoeksproject 'Judicial reasoning in fundamental rights cases - national and European perspectives', waarvan Janneke Gerards projectleider is.
INSTITUUT VOOR RECHTSWETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
Rechtszaken over grondrechten gaan vaak over uiterst moeilijke en gevoelige kwesties: abortus, euthanasie, privacy en terrorismebestrijding, godsdienstvrijheid en vrijheid van meningsuiting. De rechter vindt bij de beoordeling van dit soort zaken vaak maar weinig houvast in de bepalingen in internationale verdragen en nationale grondwetten waarin grondrechten zijn vastgelegd. In veel gevallen zal de rechter zelf moeten beoordelen welke betekenis een grondrecht in een concreet geval toekomt. Zo'n oordeel vergt een beoordeling en weging van belangen. Aan iedere aantasting van een grondrecht ligt immers een afweging ten grondslag tussen het grondrechtelijke belang en andere, vaak maatschappelijke belangen. De keuze tussen dergelijke belangen vergt een normatieve beslissing of waardeoordeel en is vaak ingegeven door subjectieve of politieke overwegingen. Een rechter die hierover een oordeel moet vellen mag zijn keuze echter niet van persoonlijke opvattingen of waardeoordelen laten afhangen. Aan de rechterlijke argumentatie van zaken over grondrechten worden daarmee hoge eisen van rationaliteit gesteld, die in de praktijk moeilijk zijn waar te maken. De vraag is dan ook of op dit punt verbetering mogelijk is.
In haar Leidse oratie, gehouden op 4 april 2006, onderzoekt Janneke Gerards (1976) enkele mogelijkheden tot verbetering van de argumentatie van rechterlijke oordelen over grondrechten. Daarbij bespreekt zij enkele oplossingen voor de bestaande problemen en geeft zij alternatieven voor de toetsing van belangenafwegingen.
De oratie werd geschreven in het kader van het onderzoeksprogramma 'Securing the rule of law in a world of multilevel jurisdiction' -deelprogramma 'Fundamental rights' van het E.M. Meijers Instituut voor Rechtswetenschappelijk Onderzoek van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Daarnaast maakt de oratie onderdeel uit van het NWO-VIDI-on-derzoeksproject 'Judicial reasoning in fundamental rights cases - national and European perspectives', waarvan Janneke Gerards projectleider is.
In het kort
ISBN-13
9789013038378
Uitgever
Verschenen
10 augustus 2006
Bibliografisch
ISBN-139789013038378
Editie1
TaalNederlands dut
Pagina’s47
GeïllustreerdNee
Uitgave
UitgeverWolters Kluwer Nederland B.V.
CB-relatie-id7100484
Verschenen10 augustus 2006
StatusInactief 08
BeschikbaarheidContact leverancier 99
Adviesprijs (incl. btw)€ 18,00
Vorm & inhoud
ProductvormPaperback BC
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Staats- en bestuursrecht 823
NUR (alle)823 Staats- en bestuursrecht
Medewerkers
Auteur A01J.H. Gerards
Herkomst
Werk-id (NSTC)500674567
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Lijkt op dit boek

Proefschrift

De invloed van fundamentele rechten op het materiele recht

Grondrechten

handboek

Vijf jaar bindend EU-grondrechtenhandvest

Wetgever en grondrechten

5 jaar bindend EU-Grondrechtenhandvest

Adequate rechtsbescherming grondrechtenbeperkend overheidsingrijpen

Europese grondrechten en het Nederlandse bestuursrecht

Fundamentele rechten en de rol van de rechter
NSTC 500674567 · CB-relatie 7100484 · Bijgewerkt 6 augustus 2026