

Bestraffing in Nederland en Belgie
Paperback192 pagina’sNederlands
Ook verkrijgbaar als
De grote straftoemetingsvrijheid die het de Nederlandse rechter mogelijk maakt om zoveel mogelijk 'maatwerk' te leveren, wordt van oudsher beschouwd als een belangrijk goed. Toch levert het strafrechtelijk systeem niet zelden uitkomsten op die moeilijk te begrijpen zijn. Het is daarom steeds de vraag hoe, ten minste, een consistente en systeemconforme straftoemeting kan worden gerealiseerd. Recent hebben verschillende wetten hun beslag gekregen via welke de wetgever de rechterlijke straftoemeting beoogt te sturen, met als belangrijkste gevolg dat zich een permanente spanning aftekent tussen de kaders die de wetgever in abstracto stelt voor de straftoemeting en de wijze waarop de strafrechter in concreto van de hem geboden straftoemetingsvrijheid gebruik maakt. Het belangrijkste doel van dit preadvies is om de systematische voordelen en nadelen van een grote discretionaire ruimte van de rechter ten aanzien van de straftoemeting in kaart te brengen en daarmee een begin van oplossingsrichtingen aan te reiken voor wetgevingsinitiatieven die de rechter beogen te sturen op het terrein van de straftoemeting.
De Belgische wetgeving kent de strafrechter een ruime discretionaire bevoegdheid toe in de toemeting van straffen. De wetgever huldigt daarbij het principe van de scheiding der machten als één van de belangrijkste rechtsbeginselen. Er bestaan geen officiële richtlijnen voor de straftoemeting, noch bepaalt het Strafwetboek strafdoelen. De straftoemetingsvrijheid heeft het voordeel dat de rechter zijn beslissing op concrete wijze kan individualiseren naar de aard, de ernst en de omstandigheden van de feiten en naar het gedrag en de persoonlijkheid van de dader. Deze vrijheid geldt zeker met betrekking tot de lichtere inbreuken op de strafwet gepleegd door personen met een gunstig strafverleden. Zij komen in aanmerking voor de alternatieven van de vrijheidsstraffen zoals de strafopschorting, het (probatie)uitstel en de werkstraf. Naarmate de rechter echter geconfronteerd wordt met ernstigere feiten, al dan niet gepleegd door recidivisten, verplicht de strafwet hem vaak tot het opleggen van zware vrijheidsstraffen. Vaak wordt uit het oog verloren dat ook de regels van de strafuitvoering precies voor die zware straffen (straftotaal boven de drie jaar) en zeker voor de recidive een strengere toepassing krijgen. Dit leidt vaak tot een effectieve bestraffing met dubbele werking. Voor bepaalde veroordelingen voerde de wetgever bovendien in 2012 een nieuwe bijkomende straf in: de terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank. Deze zogenaamd bijkomende straf draagt alle kenmerken in zich van een lange vrijheidsberovende hoofdstraf. De gangbare mening bij de publieke opinie, bij de politieke overheid en zelfs bij de strafrechtspractici dat er in België een klimaat heerst van milde bestraffing, berust zeker voor de zware criminaliteit op misverstanden gevoed door een gebrek aan kennis van de regels van de bestraffing zowel op het vlak van de straftoemeting als van de strafuitvoering. Dit preadvies tracht daaraan tegemoet te komen.
De Belgische wetgeving kent de strafrechter een ruime discretionaire bevoegdheid toe in de toemeting van straffen. De wetgever huldigt daarbij het principe van de scheiding der machten als één van de belangrijkste rechtsbeginselen. Er bestaan geen officiële richtlijnen voor de straftoemeting, noch bepaalt het Strafwetboek strafdoelen. De straftoemetingsvrijheid heeft het voordeel dat de rechter zijn beslissing op concrete wijze kan individualiseren naar de aard, de ernst en de omstandigheden van de feiten en naar het gedrag en de persoonlijkheid van de dader. Deze vrijheid geldt zeker met betrekking tot de lichtere inbreuken op de strafwet gepleegd door personen met een gunstig strafverleden. Zij komen in aanmerking voor de alternatieven van de vrijheidsstraffen zoals de strafopschorting, het (probatie)uitstel en de werkstraf. Naarmate de rechter echter geconfronteerd wordt met ernstigere feiten, al dan niet gepleegd door recidivisten, verplicht de strafwet hem vaak tot het opleggen van zware vrijheidsstraffen. Vaak wordt uit het oog verloren dat ook de regels van de strafuitvoering precies voor die zware straffen (straftotaal boven de drie jaar) en zeker voor de recidive een strengere toepassing krijgen. Dit leidt vaak tot een effectieve bestraffing met dubbele werking. Voor bepaalde veroordelingen voerde de wetgever bovendien in 2012 een nieuwe bijkomende straf in: de terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank. Deze zogenaamd bijkomende straf draagt alle kenmerken in zich van een lange vrijheidsberovende hoofdstraf. De gangbare mening bij de publieke opinie, bij de politieke overheid en zelfs bij de strafrechtspractici dat er in België een klimaat heerst van milde bestraffing, berust zeker voor de zware criminaliteit op misverstanden gevoed door een gebrek aan kennis van de regels van de bestraffing zowel op het vlak van de straftoemeting als van de strafuitvoering. Dit preadvies tracht daaraan tegemoet te komen.
In het kort
Bibliografisch
ISBN-139789462400412
Editie1
TaalNederlands dut
Pagina’s192
GeïllustreerdNee
Uitgave
Vorm & inhoud
ProductvormPaperback BC
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Recht algemeen 820
NUR (alle)820 Recht algemeen
Medewerkers
Herkomst
Werk-id (NSTC)500266838
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Lijkt op dit boek

Instrumenten ter ondersteuning van de rechter bij de straftoemeting

Bestraffende sancties in het strafrecht en het bestuursrecht

Buitengerechtelijke afdoening van strafzaken in Nederland en België

Sanctierecht

Terbeschikkingstelling

Sentencing in the Netherlands

Het Belgische openbaar ministerie in transitie

De strafzaak achter de strafbeschikking

Bemiddeling in het strafrecht

De strafmaat voor jeugdige daders van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven in internationaal perspectief
NSTC 500266838 · CB-relatie 8037459 · Bijgewerkt 6 augustus 2026