

Biased information processing as an endophenotype for depression
Paperback153 pagina’sEngels
Negatieve herinneringen wellicht belangrijke kwetsbaarheidsfactor voor depressie
Mensen die depressief zijn of zijn geweest, laten een onbewuste vertekening in de informatieverwerking zien waarbij negatieve informatie voorrang krijgt boven positieve. Zo hebben depressieve mensen meer aandacht en beter geheugen voor negatieve zaken, in tegenstelling tot niet-depressieve mensen.
Vertekening in de informatieverwerking bljjkt al aanwezig voordat een depressie ontstaat en draagt bij aan het ontstaan van een depressie.
Tot nu toe was echter onbekend in welke mate deze negatieve vertekening samenhangt met genetische kenmerken en met ingrijpende ervaringen in de jeugd die de kans op een depressie vergroten, zoals seksueel misbruik, mishandeling en emotionele verwaarlozing. Ook was onbekend of de vertekening duidelijker optreedt in het geheugen of in de aandacht.
Janna Vrijsen heeft dit onderzocht in meer dan 400 niet-depressieve en meer dan 300 (voormalig) depressieve mensen. Middels verschillende onderzoeken laat Janna Vrijsen zien dat de negatieve vertekening in het geheugen sterker samenhangt met depressie dan die in aandachtsprocessen. Ook blijkt het negatieve geheugen sterker te zijn bij mensen met de genetische kenmerken die de kans op een depressie vergroten en die ingrijpende ervaringen hebben meegemaakt in hun jeugd. De bevindingen passen bij het beeld dat zowel aanleg als jeugdervaringen bijdragen aan de ontwikkeling van specifieke kenmerken in de informatieverwerking, die mensen kwetsbaar kunnen maken voor een depressie.
Over de auteur:
Janna Nonja Vrijsen werd op 11 november 1984 geboren in Nijmegen. In 2006 behaalde zij haar bachelor diploma in Klinische Psychologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Daarna werd zij toegelaten tot de Research Master Behavioural Science aan dezelfde universiteit. In het tweede jaar van deze master deed zij onderzoek naar imitatiegedrag bij sociale angst. Tevens werkte zij als studentassistent voor Prof. dr. Eni S. Becker, hoofd van de afdeling Klinische Psychologie. Na het afronden van haar master, waarin zij reeds twee international artikelen publiceerde, werd zij aangenomen als promovenda op de afdeling Psychatrie van het Radboudumc in Nijmegen. Haar promotieproject richtte zich op cognitieve en genetische kwetsbaarheidsfactoren voor depressie. Aan dit project hebben meer dan 400 niet-depressieve en meer dan 300 (voormalig) depressie mensen deelgenomen. Tijdens haar promotie heeft Janna 2 maanden onderzoek gedaan aan het gerenomeerde lab van Prof. dr. Ian H. Gotlib aan de Stanford University (CA, VS). Sinds augustus 2013 is werkt Janna als research coordinator en post doctoraal onderzoeker aan de afdeling Psychiatrie van het Radboudumc.
Mensen die depressief zijn of zijn geweest, laten een onbewuste vertekening in de informatieverwerking zien waarbij negatieve informatie voorrang krijgt boven positieve. Zo hebben depressieve mensen meer aandacht en beter geheugen voor negatieve zaken, in tegenstelling tot niet-depressieve mensen.
Vertekening in de informatieverwerking bljjkt al aanwezig voordat een depressie ontstaat en draagt bij aan het ontstaan van een depressie.
Tot nu toe was echter onbekend in welke mate deze negatieve vertekening samenhangt met genetische kenmerken en met ingrijpende ervaringen in de jeugd die de kans op een depressie vergroten, zoals seksueel misbruik, mishandeling en emotionele verwaarlozing. Ook was onbekend of de vertekening duidelijker optreedt in het geheugen of in de aandacht.
Janna Vrijsen heeft dit onderzocht in meer dan 400 niet-depressieve en meer dan 300 (voormalig) depressieve mensen. Middels verschillende onderzoeken laat Janna Vrijsen zien dat de negatieve vertekening in het geheugen sterker samenhangt met depressie dan die in aandachtsprocessen. Ook blijkt het negatieve geheugen sterker te zijn bij mensen met de genetische kenmerken die de kans op een depressie vergroten en die ingrijpende ervaringen hebben meegemaakt in hun jeugd. De bevindingen passen bij het beeld dat zowel aanleg als jeugdervaringen bijdragen aan de ontwikkeling van specifieke kenmerken in de informatieverwerking, die mensen kwetsbaar kunnen maken voor een depressie.
Over de auteur:
Janna Nonja Vrijsen werd op 11 november 1984 geboren in Nijmegen. In 2006 behaalde zij haar bachelor diploma in Klinische Psychologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Daarna werd zij toegelaten tot de Research Master Behavioural Science aan dezelfde universiteit. In het tweede jaar van deze master deed zij onderzoek naar imitatiegedrag bij sociale angst. Tevens werkte zij als studentassistent voor Prof. dr. Eni S. Becker, hoofd van de afdeling Klinische Psychologie. Na het afronden van haar master, waarin zij reeds twee international artikelen publiceerde, werd zij aangenomen als promovenda op de afdeling Psychatrie van het Radboudumc in Nijmegen. Haar promotieproject richtte zich op cognitieve en genetische kwetsbaarheidsfactoren voor depressie. Aan dit project hebben meer dan 400 niet-depressieve en meer dan 300 (voormalig) depressie mensen deelgenomen. Tijdens haar promotie heeft Janna 2 maanden onderzoek gedaan aan het gerenomeerde lab van Prof. dr. Ian H. Gotlib aan de Stanford University (CA, VS). Sinds augustus 2013 is werkt Janna als research coordinator en post doctoraal onderzoeker aan de afdeling Psychiatrie van het Radboudumc.
In het kort
Bibliografisch
ISBN-139789088918315
Editie1
TaalEngels eng
Pagina’s153
GeïllustreerdJa
Uitgave
Vorm & inhoud
ProductvormPaperback BC
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Psychiatrie 875
NUR (alle)875 Psychiatrie
Medewerkers
Auteur A01Janna Nonja Vrijsen
Herkomst
Werk-id (NSTC)500448234
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
NSTC 500448234 · CB-relatie 9580114 · Bijgewerkt 6 augustus 2026