

De bevrijdende verjaring
De regeling van de bevrijdende verjaring is in 1992 met de invoering van het nieuwe Burgerlijk Wetboek (BW) fundamenteel gewijzigd. Het 'nieuwe verjaringsrecht' blijkt in de praktijk echter zoveel vragen op te roepen dat algehele herziening is bepleit.
Een belangrijk deel van dit boek is besteed aan de beantwoording van die vragen. De auteur geeft een uitvoerige behandeling van de gewezen rechtspraak en gaat in op vragen die in de jurisprudentie nog niet aan de orde zijn geweest, maar die zich wel kunnen voordoen.
De nadruk ligt op de relatieve vijfjaarstermijn en de absolute twintig- of dertigjaarstermijn van artikel 3:310 BW, omdat daarover met voorsprong de meeste rechtspraak is gewezen. Wat betreft de vijfjaarstermijn is er met name aandacht voor het aanvangsmoment. Bij de twintig- of dertigjaarstermijn wordt in het bijzonder ingegaan op de mogelijkheid deze op grond van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid buiten toepassing te laten. Daarnaast gaat belangrijke aandacht uit naar de stuiting, de Wet verjaring personenschade, de verjaring van de 'directe actie' in het nieuwe verzekeringsrecht, verjaring in geval van productenaansprakelijkheid en het bijzondere verjaringsregime van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM). Voorts gaat de auteur in op twee klassieke kwesties, te weten de verhouding tussen verjaring en rechtsverwerking en de verhouding tussen verjaring en verval.
Afgezien van deze nadrukkelijk op de praktijk gerichte aspecten, komt ook aan de orde de vraag of inderdaad het nieuwe verjaringsrecht moet worden herzien.
Uiteraard begint de auteur met een beschouwing over het doel en de rechtvaardiging van bevrijdende verjaring. Alleen tegen die achtergrond kunnen verjaringsvragen bevredigend worden beantwoord.
Een belangrijk deel van dit boek is besteed aan de beantwoording van die vragen. De auteur geeft een uitvoerige behandeling van de gewezen rechtspraak en gaat in op vragen die in de jurisprudentie nog niet aan de orde zijn geweest, maar die zich wel kunnen voordoen.
De nadruk ligt op de relatieve vijfjaarstermijn en de absolute twintig- of dertigjaarstermijn van artikel 3:310 BW, omdat daarover met voorsprong de meeste rechtspraak is gewezen. Wat betreft de vijfjaarstermijn is er met name aandacht voor het aanvangsmoment. Bij de twintig- of dertigjaarstermijn wordt in het bijzonder ingegaan op de mogelijkheid deze op grond van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid buiten toepassing te laten. Daarnaast gaat belangrijke aandacht uit naar de stuiting, de Wet verjaring personenschade, de verjaring van de 'directe actie' in het nieuwe verzekeringsrecht, verjaring in geval van productenaansprakelijkheid en het bijzondere verjaringsregime van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM). Voorts gaat de auteur in op twee klassieke kwesties, te weten de verhouding tussen verjaring en rechtsverwerking en de verhouding tussen verjaring en verval.
Afgezien van deze nadrukkelijk op de praktijk gerichte aspecten, komt ook aan de orde de vraag of inderdaad het nieuwe verjaringsrecht moet worden herzien.
Uiteraard begint de auteur met een beschouwing over het doel en de rechtvaardiging van bevrijdende verjaring. Alleen tegen die achtergrond kunnen verjaringsvragen bevredigend worden beantwoord.
In het kort
ISBN-13
9789013055603
Uitgever
Verschenen
22 oktober 2008
Imprint
Bibliografisch
ISBN-139789013055603
SerieRecht en praktijk — deel 162
Editie1
TaalNederlands dut
Pagina’s384
GeïllustreerdNee
Uitgave
UitgeverWolters Kluwer Nederland B.V.
ImprintKluwer
CB-relatie-id7100484
Verschenen22 oktober 2008
StatusInactief 08
BeschikbaarheidContact leverancier 99
Adviesprijs (incl. btw)€ 90,50
Vorm & inhoud
ProductvormHardback BB
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Privaatrecht 822
NUR (alle)822 Privaatrecht
Medewerkers
Auteur A01J.L. Smeehuijsen
Herkomst
Werk-id (NSTC)500610692
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Lijkt op dit boek

Bevrijdende verjaring

Over de gespannen verhouding tussen klachtplicht en verjaring

Praktijkboek

Verjaring

Verjaring

Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht

Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht

Vooruitgedenkboek Burgerlijk Wetboek 1992-2022

Burgerlijk Wetboek

Recht over tijd
NSTC 500610692 · CB-relatie 7100484 · Bijgewerkt 6 augustus 2026