

De hooier
‘In De hooier toont Van de Coevering zich een meester in de verbeelding (...) Prachtig sober weet Van de Coevering de worstelingen van zijn personages aan te bieden, dialogen die bijna natuurlijker zijn dan die in het echt.’ – Hebban
'De hooier [houdt] je moeiteloos in de greep. De roman is opgetrokken uit proza uit de school van Oek de Jong of Thomas Rosenboom, eerst en vooral mikkend op verdichting en sfeer, leunend op een indrukwekkend psychologisch inzicht. (..) wat een dreiging, wat een oog voor de details die van het platteland zo'n doem-achtige plek kunnen maken.' **** - NRC Handelsblad
‘Al vanaf de eerste bladzijde van De hooier weet je dat er iets te gebeuren staat, iets onheilspellends, onder de taal broeit het.’ – Frits Spits in De taalstaat, NPO1
'Van de Coevering [schetst] een adolescentenbrein dat mikt op rechtlijnige uitkomsten, maar verknoopt blijft met het kromme in het levenslot. Mooi is ook hoe de contouren zich aftekenen van een innerlijke ruimte in zijn geest, waarin verlangens en gevoelens hun dominantie verliezen, en Timo tot zelfbesef komt.' – Friesch Dagblad
'Arnhem is met Ricus van de Coevering een groot schrijver rijker. (….) De hooier [is] een klein maar krachtig boek.’ – De Gelderlander
‘De hooier [imponeert] door de bijna schilderachtige landelijke sfeer, gevat in zorgvuldig opgebouwde zinnen die allemaal kloppen. (…) Bij tweede lezing krijg je nog meer bewondering voor het vakmanschap van de schrijver.’ – Nederlands Dagblad
‘Een puntgave novelle, goed geschreven, sterk van sfeer, met geloofwaardige personages die je nog even bijblijven.’ – Tzum









