Catalogus
Omslag van De rechtspersoonlijkheid van geloofsgemeenschappen
Achterkant van De rechtspersoonlijkheid van geloofsgemeenschappen

De rechtspersoonlijkheid van geloofsgemeenschappen art. 2:2 bw kerkgenootschap en meer

PaperbackNederlandsDeel 4 →
Voor veel juristen is de privaatrechtelijke status van geloofsgemeenschappen onbekend terrein. Dit boek beoogt voor praktijk en wetenschap meer helderheid te brengen. Tot 1976 was het recht op dit gebied voornamelijk jurisprudentierecht. In 1976 wordt art. 2:2 BW ingevoerd, waarin onder andere wordt bepaald dat kerkgenootschappen rechtspersoonlijkheid bezitten. Deze bepaling gaf veel vrijheid maar ook - tot op heden - onduidelijkheid. In dit boek worden achtereenvolgens de volgende begrippen geanalyseerd: 'kerkgenootschap' (Santing-Wubs), 'zelfstandig onderdeel', mede vanuit canoniekrechtelijk perspectief (Meijers), 'lichamen waarin zij zijn verenigd' (Van den Berg) en de zinsnede 'dat de kerkgenootschappen worden geregeerd door hun eigen statuut voor zover dit niet in strijd is met de wet' (Pel). Voorts wordt bezien wat het uitmaakt wanneer een geloofsgemeenschap niet een kerkgenootschap is, maar een vereniging of stichting (Van der Ploeg). De bijdragen zijn eerder verschenen in NTKR, Tijdschrift voor recht en religie (www.ntkr.nl), en ter gelegenheid van het eerste jubileum geactualiseerd en in dit boek gebundeld.
In het kort

Lijkt op dit boek

NSTC 500272984 · CB-relatie 7500275 · Bijgewerkt 6 augustus 2026
Bestel bij bol →
← Terug naar resultaten
Omslag van De rechtspersoonlijkheid van geloofsgemeenschappen
Achterkant van De rechtspersoonlijkheid van geloofsgemeenschappen

De rechtspersoonlijkheid van geloofsgemeenschappen

art. 2:2 bw kerkgenootschap en meer
Voor veel juristen is de privaatrechtelijke status van geloofsgemeenschappen onbekend terrein. Dit boek beoogt voor praktijk en wetenschap meer helderheid te brengen. Tot 1976 was het recht op dit gebied voornamelijk jurisprudentierecht. In 1976 wordt art. 2:2 BW ingevoerd, waarin onder andere wordt bepaald dat kerkgenootschappen rechtspersoonlijkheid bezitten. Deze bepaling gaf veel vrijheid maar ook - tot op heden - onduidelijkheid. In dit boek worden achtereenvolgens de volgende begrippen geanalyseerd: 'kerkgenootschap' (Santing-Wubs), 'zelfstandig onderdeel', mede vanuit canoniekrechtelijk perspectief (Meijers), 'lichamen waarin zij zijn verenigd' (Van den Berg) en de zinsnede 'dat de kerkgenootschappen worden geregeerd door hun eigen statuut voor zover dit niet in strijd is met de wet' (Pel). Voorts wordt bezien wat het uitmaakt wanneer een geloofsgemeenschap niet een kerkgenootschap is, maar een vereniging of stichting (Van der Ploeg). De bijdragen zijn eerder verschenen in NTKR, Tijdschrift voor recht en religie (www.ntkr.nl), en ter gelegenheid van het eerste jubileum geactualiseerd en in dit boek gebundeld.
In het kort

Lijkt op dit boek

Alles bekijken →
NSTC 500272984 · CB-relatie 7500275 · Bijgewerkt 6 augustus 2026