
De vergeten fotograaf opstellen over de theorie van de fotografie
Paperback108 pagina’sNederlands
Centraal in deze uitgave staat de Franse filosoof Roland Barthes.
Het hart van dit boek wordt gevormd door drie essays die ontstonden naar aanleiding van een grondige studie van 'De lichtende kamer', het bekende boek van de Franse filosoof Roland Barthes. De schrijver weet op boeiende wijze met Barthes te dialogeren. Daarbij wordt deze in gelijke mate zowel gerespecteerd als gekritiseerd. De moeilijk leesbare en soms zelfs duistere 'Lichtende kamer' wordt door deze analyse een stuk gemakkelijker te verteren.
Het deel over Barthes wordt voorafgegaan door een tekst waarin de schrijver zich met de schaduwkanten van de fotografie bezighoudt. Achter zijn voorkeur voor fotografen als Edward Weston, Henri Cartier-Bresson en Moisei Nappelbaum, die eenvoudige uitrusting gebruikten, gaat een angst schuil voor de steeds groter wordende invloed van de technologie. Bij de verwoording van dit onbehagen werden ideeën over fotografie van Nederlandse filosofen verwerkt.
Het boek sluit af met een opstel waarin de fotografie als een stilistisch medium wordt benaderd. Het in het toestel ingebouwde perspectief maakt het immers in hoge mate geschikt voor esthetische vormgeving. Hoe verstrekkend de gevolgen zijn van het sleutelen aan het perspectief voor het beschouwen van het fotobeeld, wordt verduidelijkt aan de hand van de periode van het Nieuwe Zien met namen als Paul Strand en Alexander Rodchenko.
Het hart van dit boek wordt gevormd door drie essays die ontstonden naar aanleiding van een grondige studie van 'De lichtende kamer', het bekende boek van de Franse filosoof Roland Barthes. De schrijver weet op boeiende wijze met Barthes te dialogeren. Daarbij wordt deze in gelijke mate zowel gerespecteerd als gekritiseerd. De moeilijk leesbare en soms zelfs duistere 'Lichtende kamer' wordt door deze analyse een stuk gemakkelijker te verteren.
Het deel over Barthes wordt voorafgegaan door een tekst waarin de schrijver zich met de schaduwkanten van de fotografie bezighoudt. Achter zijn voorkeur voor fotografen als Edward Weston, Henri Cartier-Bresson en Moisei Nappelbaum, die eenvoudige uitrusting gebruikten, gaat een angst schuil voor de steeds groter wordende invloed van de technologie. Bij de verwoording van dit onbehagen werden ideeën over fotografie van Nederlandse filosofen verwerkt.
Het boek sluit af met een opstel waarin de fotografie als een stilistisch medium wordt benaderd. Het in het toestel ingebouwde perspectief maakt het immers in hoge mate geschikt voor esthetische vormgeving. Hoe verstrekkend de gevolgen zijn van het sleutelen aan het perspectief voor het beschouwen van het fotobeeld, wordt verduidelijkt aan de hand van de periode van het Nieuwe Zien met namen als Paul Strand en Alexander Rodchenko.
In het kort
Bibliografisch
ISBN-139789055730391
Editie1
TaalNederlands dut
Pagina’s108
GeïllustreerdJa
Uitgave
UitgeverDamon Educatie B.V.
CB-relatie-id7300383
Verschenen1 januari 1999
StatusAangekondigd 02
BeschikbaarheidContact leverancier 99
Zonder prijsPrijs volgt
Vorm & inhoud
ProductvormPaperback BC
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Filosofie algemeen 730
NUR (alle)730 Filosofie algemeen
Medewerkers
Auteur A01F. van de Goor
Herkomst
Werk-id (NSTC)500747748
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Lijkt op dit boek
NSTC 500747748 · CB-relatie 7300383 · Bijgewerkt 6 augustus 2026









