

Zij is als beeld zijn leven in gestapt, en zo is hij verliefd geworden op haar - en haar ook weer kwijtgeraakt. Als haar inmiddels wereldberoemde portret, een naakte vrouw op een trap, weer opduikt, is dat als een signaal voor hem: zij wil dat ik haar vind.
Een beroemd schilderij van een vrouw, dat lang gold als spoorloos, duikt plotseling weer op. Een verrassing voor de kunstwereld, maar ook voor een advocaat, die - lang geleden - in een conflict tussen de schilder en de eigenaar van het doek verzeild raakte. Hopeloos verliefd op de - volledig naakt - geportretteerde vrouw, hielp hij haar toen in het bezit van haar betoverende portret te komen. De dag daarop waren vrouw en schilderij verdwenen.
Alle drie de mannen, de advocaat, de schilder en de kunstverzamelaar, voelen zich, ieder op hun eigen manier, door haar bedrogen. In een verborgen baai aan de Australische kust komt het tot een weerzien. De drie mannen willen terug waar ze denken recht op te hebben. Maar er is er maar één die de kans grijpt om de vrouw nu op een andere, nieuwe manier te leren kennen - al weet hij dat het einde van hun tijd samen snel nadert.
Een betoverende roman over recht en onrecht, over bezit en verlies, echte en valse nabijheid. Over een man die probeert het vastgeroeste patroon van zijn leven open te breken. Over het geluk van een liefde die weet dat ze eindig is.
'De auteur van De voorlezer heeft zichzelf overtroffen - een verrassend liefdesverhaal, tot en met de laatste zin boeiend, met meer dan genoeg aanleiding om over onze ideeën van liefde en onafhankelijkheid na te denken.' - Uitgever Christoph Buchwald
Een beroemd schilderij van een vrouw, dat lang gold als spoorloos, duikt plotseling weer op. Een verrassing voor de kunstwereld, maar ook voor een advocaat, die - lang geleden - in een conflict tussen de schilder en de eigenaar van het doek verzeild raakte. Hopeloos verliefd op de - volledig naakt - geportretteerde vrouw, hielp hij haar toen in het bezit van haar betoverende portret te komen. De dag daarop waren vrouw en schilderij verdwenen.
Alle drie de mannen, de advocaat, de schilder en de kunstverzamelaar, voelen zich, ieder op hun eigen manier, door haar bedrogen. In een verborgen baai aan de Australische kust komt het tot een weerzien. De drie mannen willen terug waar ze denken recht op te hebben. Maar er is er maar één die de kans grijpt om de vrouw nu op een andere, nieuwe manier te leren kennen - al weet hij dat het einde van hun tijd samen snel nadert.
Een betoverende roman over recht en onrecht, over bezit en verlies, echte en valse nabijheid. Over een man die probeert het vastgeroeste patroon van zijn leven open te breken. Over het geluk van een liefde die weet dat ze eindig is.
'De auteur van De voorlezer heeft zichzelf overtroffen - een verrassend liefdesverhaal, tot en met de laatste zin boeiend, met meer dan genoeg aanleiding om over onze ideeën van liefde en onafhankelijkheid na te denken.' - Uitgever Christoph Buchwald
Recensies
'Ik wilde mijn oude leven niet meer. Ik had me verheugd op een nieuw leven. Ik had gedaan alsof het een leven met haar zou zijn.' De Duitse jurist en schrijver Bernard Schlink laat opnieuw zien dat verbeeldingskracht in combinatie met goed verzorgd proza kan leiden tot een weergaloos mooie en betoverende roman. De roman heeft een heldere opbouw: het eerste deel zet boeiend uiteen wat voorafgegaan is aan het moment dat het hoofpersonage voor het eerst na veertig jaar het schilderij 'De vrouw op de trap' ziet. Hoewel het grotendeels verhalend van karakter is, wordt het toch nergens saai, wat mede te danken is aan het heen en weer flitsen tussen veertig jaar geleden en het heden in het verhaal. Een niet meer zo jonge Duitse advocaat met een glansrijke carrière is voor juridische onderhandelingen in Australië en krijgt het verzoek een schilderij te komen bekijken. Dit schilderij is na veertig jaar zoek te zijn geweest onlangs in bruikleen gegeven aan de Art Gallery in Sydney. Irene, de 'eigenaresse' van dit beroemde schilderij, brengt niet zonder reden het doek naar buiten: zij, de geportretteerde jonge vrouw die naakt de trap afdaalt, is terminaal ziek. Ze weet dat de drie mannen die vroeger een grote rol hebben gespeeld in het conflict met betrekking tot het schilderij èn de afgebeelde vrouw, gretig op het schilderij zullen afkomen; en dat zij er alles aan zullen doen om haar te vinden. De mannen om wie het gaat zijn: haar toen al wat oudere echtgenoot, de succesvolle zakenman Gundlach, die de opdracht voor het schilderij had gegeven en het niet kon verkroppen dat Irene er met de schilder vandoor ging en daarom keer op keer 'De vrouw op de trap' vernielde; de schilder Schwind, die later wereldberoemd zou worden en er geen moeite mee had zijn minnares te verruilen voor zijn schilderij; verder de beginnende, ambitieuze advocaat die het contract van deze 'ruil' opstelde en die Irene - op wie hij inmiddels hopeloos verliefd was geworden - op de hoogte stelde van de gesloten overeenkomst tussen man en minnaar. Dank zij de hulp van de advocaat ontsnapt Irene met het schilderij en vanaf dat moment is en blijft zij spoorloos. Hevig ontroerd na het zien van het schilderij laat de advocaat uitzoeken waar Irene zich bevindt. Hij annuleert zijn terugvlucht, want hij wil niets liever dan deze vrouw opnieuw zien en van haar horen waarom zij hem zonder een woord te zeggen, heeft laten zitten. In afwachting van wat dit onderzoek oplevert, geeft hij zich over aan zijn herinneringen: zijn eerste kennismaking met Irene, met de kinderlijke schilder en de cynische echtgenoot; de diefstal van het schilderij en de vlucht van Irene; zijn huwelijk waarvan hij op dat moment nog niet inziet dat het geen succes was. (Toen hij van de politie vernam dat zijn vrouw zich had doodgereden tegen een boom, terwijl zij dronken achter het stuur zat, snapte hij in al zijn rechtlijnigheid niet waarom zijn vrouw aan de drank was. Hij had toch altijd het meest verkieslijkste gedaan? Had hij zijn kinderen niet voor hun eigen bestwil naar een internaat in Engeland gestuurd?) In het tweede deel waarin de spanning meteen wordt opgevoerd, wordt een eerste aanzet gegeven tot de karakterontwikkeling van de advocaat. Hij komt als eerste aan in de baai, waar Irene zich teruggetrokken heeft, een uur varen vanuit de 'bewoonde' wereld. Hun eerste gesprekken verlopen uiterst moeizaam. Tenslotte vertelt Irene waarom zij besloot te verdwijnen: zij had er genoeg van zich een rol te laten opdringen. 'Nu sprak ze met openlijke minachting. "Voor Gundlach was ik de jonge, blonde, fraaie trofee waarvan alleen de verpakking van belang was. Voor Schwind was ik inspiratie, ook daarvoor volstond de verpakking. Toen kwam jij. De derde stompzinnige vrouwenrol; na het vrouwtje en de muze kwam de in gevaar verkerende prinses die door de prins wordt gered. Opdat ze niet in handen van de schoft valt, neemt de prins haar in zijn handen. Want in de handen van een man hoort ze nu eenmaal."' Een paar dagen later arriveren Gundlach en Schwind. Het geruzie over het schilderij begint hier weer van voren af aan en al gauw blijkt dat schilder en ex-echtgenoot geen haar veranderd zijn en nog meer dan vroeger van zichzelf overtuigd zijn. Dat Irene ernstig ziek is, lijkt hen niet te raken. En zodra zij hun duidelijk maakt dat er bij haar niets te halen valt (zij heeft het schilderij inmiddels geschonken aan het museum), maken de twee zich snel uit de voeten. De advocaat daarentegen laat zijn hart spreken en gaandeweg, terwijl hij haar liefdevol verzorgt en zij zich laat verzorgen, bloeit er iets moois op tussen hen. Mooi en ontroerend zijn de passages waarin een trap voorkomt: 'Ze keek mij aan en ik sloeg mijn rechterarm om haar heen, ondersteunde haar met mijn linker en hielp haar de trap op.' (Inmiddels zijn we in het derde deel beland.) De twee naderen elkaar zo dicht als mogelijk is gegeven de omstandigheden, totdat Irene sterft en de advocaat in alle eenzaamheid achterblijft. De schrijver heeft er dan inmiddels wél voor gezorgd dat de lezer de advocaat een plaatsje in zijn hart heeft gegeven. Zonder het al te dik erbovenop te leggen heeft Schlink in zijn roman elementen van een klassieke tragedie gelegd, waarbij vooral dit element in het oog springt: de (anti-)held die buiten zijn schuld, maar door zijn karakter en het daaruit voortvloeiende gedrag in het ongeluk wordt gestort, en helaas pas tot inzicht komt als alles verloren is. In de roman is de advocaat onze (anti-)held. Op juridisch terrein wordt alles wat hij aanpakt een groot succes. Maar op het menselijk vlak brengt hij niets klaar. Doordat hij de mensen in zijn onmiddellijke omgeving niet begrijpt en slechts kan oordelen en veroordelen (hij had liever rechter willen worden), verliest hij zijn vrouw, heeft hij geen contact met zijn kinderen en is hij zonder vrienden. De lezer is getuige van het pijnlijke proces dat de advocaat doormaakt wanneer het eindelijk tot hem doordringt dat zijn leven tot dan toe ongelukkig is geweest en dat hij zelf daarvoor verantwoordelijk is. ('Van meet af aan was er een glazen ruit die ervoor zorgde dat ik de anderen niet werkelijk bereikte, niet mijn vrouw, niet mijn kinderen, niet mijn vrienden. Ik was altijd op mijzelf geweest. Ik moest alweer - maar de vorige avond had ik al genoeg gehuild.') In een tijdsbestek van veertien dagen - hij maakt expliciet melding hiervan wanneer hij zich realiseert dat sinds zijn aankomst in de baai en de dood van Irene, precies veertien dagen zijn verstreken - heeft de advocaat door de gesprekken met Irene zichzelf leren kennen en weet hij één ding zeker, namelijk dat hij zijn oude leven niet meer wil. Thuisgekomen in Duitsland gaat de advocaat verder op de ingeslagen weg: 'Vandaag zou ik naar het kerkhof gaan en met mijn vrouw praten. Ik wilde om vergeving vragen.' Alle lof ook voor de vertaalster Gerda Meijerink die een prachtige vertaling maakte waardoor niets van de stijl en de sfeer van het origineel verloren is gegaan.
Angèle van Baalen — Literair Nederland — 30 oktober 2014
De Duitse schrijver Bernhard Schlink (1944) is wereldwijd bekend geworden door zijn roman De voorlezer, die ook nog eens succesvol werd verfilmd met Kate Winslet in de hoofdrol. Zijn nieuwste werk, De vrouw op de trap, is een ingenieus gecomponeerde intrige, een roman die beklijft omdat de personages zo levensecht zijn, zonder dat daarvoor hun doopceel uitgebreid gelicht hoefde te worden. Ja, de meester toont zich in de beperking. Een Duitse advocaat op leeftijd bevindt zich in Australië om een fusie te regelen. Hij heeft met veel succes een kleine maatschap uitgebouwd tot een succesvol kantoor, gespecialiseerd in internationale overnames. Zijn vrouw heeft zich met een flinke slok op tegen een boom te pletter gereden. Uit de tekst laat zich destilleren dat ze een zogenaamde 'groene weduwe' was. Zijn kinderen heeft hij in het verleden naar een internaat in Engeland gestuurd, het beste van het beste, maar voor wie? Hij is van ze vervreemd, al hebben twee van zijn zoons hem wel in zijn stiel gevolgd. Na het begeleiden van de fusie, de zoveelste routineklus, heeft hij nog wat tijd over om zich te verpozen in een museum. Daar wordt hij geconfronteerd met een schilderij van een inmiddels wereldwijd vermaarde (fictieve) kunstenaar. Het portret van een naakte vrouw die een trap afkomt. Een schilderij dat hem treft als een mokerslag. Hij kent de vrouw. Het doet hem denken aan de vreemdste casus uit zijn loopbaan én uit zijn privéleven. Als net afgestudeerde jurist heeft hij bemiddeld bij een conflict. De rijke zakenman Gundlach heeft de schilder Schwind opdracht gegeven om zijn jongere vrouw Irene te portretteren. De schilder en het model worden verliefd op elkaar. Een cliché zou u zeggen. Waar, maar, en dat is het eerste kunststuk van deze gloedvolle roman, Schlink kantelt het cliché en maakt het daardoor interessant en - daar gaan we weer - levensecht. Bovendien zijn alle clichés helaas waar, je moet ze alleen zelf doorleven, maar dit terzijde. Onze advocaat is indertijd, waarschijnlijk voor de eerste en enige keer in zijn leven, buiten zijn wetboekje gegaan door meerdere partijen in te lichten over een af te sluiten contract. Hij vertegenwoordigde de schilder in zake vernielingen en reparaties aan het doek. Het schilderij is inzet van de strijd om Irene, subtiel verwoord door Schlink, die en passant gruwelijk direct de tantaluskwelling van de kunstenaar beschrijft. De advocaat brengt de geportretteerde op de hoogte van de inhoud van het bizarre convenant dat hij tussen man en minnaar heeft opgemaakt: een schilderij in ruil voor een vrouw. Hij is waarschijnlijk voor het eerst van zijn leven écht verliefd en helpt haar het doek te stelen. Hij brengt zijn angstvallig nette appartement een beetje in wanorde, in afwachting van haar komst. Maar zij komt niet opdagen en bij alle overzichtstentoonstellingen van het werk van de steeds beroemder wordende schilder ontbreekt het mysterieuze schilderij eveneens. Het staat alleen, als een soort onvervulde droom, vermeld in de catalogus. En dan duikt, als een lokkertje zo blijkt, De vrouw op de trap plotseling op bij een tentoonstelling in Australië. 'Ik vond de curator en vroeg hem wie het schilderij aan de Art Gallery had uitgeleend. Hij zei dat hij de naam niet mocht noemen. Ik zei dat ik de vrouw op het schilderij en de eigenaar kende en voorspelde dat er heibel zou komen over het eigendomsrecht van het schilderij. Hij fronste zijn voorhoofd maar hield vol dat hij de naam niet mocht noemen.' De advocaat schakelt een privédetective in en komt zo achter de verblijfplaats van Irene die al jaren onder haar meisjesnaam Adler illegaal bivakkeert op een afgelegen eilandje, levend van de erfenis van haar moeder. Hij besluit haar deels uit kwaadheid, deels uit jeugdsentiment op te zoeken. Dan beseft hij nog niet dat hij eigenlijk al jaren zijn leven wil veranderen. Dat hij bij elkaar wordt gehouden door rituelen. 'Wat wilde ik bij Irene Gundlach of Irene Adler? Tegen haar zeggen dat ik me nog steeds gekrenkt voelde? [ ... ] Dat je mensen niet gebruikt en laat vallen? Dat ik voor haar te onnozel en te onhandig was geweest, maar van haar had gehouden en dat je niet speelt met de liefde van een ander?' Iets wat de advocaat natuurlijk zijn hele leven zelf ook heeft gedaan. De reactie van Irene is veelzeggend. 'Voor Gundlach was ik de jonge, blonde, fraaie trofee waarvan alleen de verpakking van belang was. Voor Schwind was ik inspiratie, ook daarvoor volstond de verpakking. Toen kwam jij. De derde stompzinnige vrouwenrol; na het vrouwtje en de muze kwam de in gevaar verkerende prinses die door de prins wordt gered. [ ... ] Rollen maken je berekenbaar, inwisselbaar, bruikbaar. [ ... ] Jij hebt me net zo goed gebruikt als Gundlach en Schwind hebben gedaan.' Ze heeft door dat de advocaat helemaal niet wil begrijpen, hij wil - beroepsdeformatie - alleen veroordelen. Hij is iemand die een geregeld leven heeft geleid, die nooit eens een keer risico heeft willen lopen. En juist naar dat bezetene was ze op zoek. Noch in de zakenman, noch bij de schilder vond ze dat en al helemaal niet bij de berekende advocaat. Maar - een verrassing van Schlink - wel in een andere uiterst radicale bezigheid, waarvoor ze mede schuilt gaat op het eiland. Irene: '... en ook ik was op zoek naar iets wat mij zou overweldigen. Ik had een erfenis gekregen, mijn moeder liet me doen wat ik wilde, ze wilde alleen dat ik haar haar gang liet gaan, ik had kunstgeschiedenis gestudeerd, werkte in het museum en dacht ... Ik dacht echt dat ik met de juiste man het juiste leven zou vinden. Een leven waarin zich iets groots van mij meester zou maken, iets waarvoor ik alles overhad.' Het zal niet verbazen dat ook Gundlach en Schwind op een gegeven moment op het eiland opduiken. De kwestie blijft maar malen door de hoofden van de drie uiterst succesvolle mannen. Gundlach bezitter van een miljoenenimperium, Schwind wiens schilderijen eveneens voor minstens zescijferige getallen over de toonbank gaan en de advocaat die de scepter zwaait over meer dan dertig jonge vennoten. Met één hamerslag maakt Irene een einde aan de klucht omtrent het schilderij. Ze heeft het naar schatting twintig miljoen dollar waard zijnde schilderij aan het Australische museum geschonken. Gundlach en Schwind druipen af, de advocaat blijft tot zijn eigen verwondering hangen. Irene komt steeds moelijker de trap af en dat komt niet alleen door haar leeftijd. Ze is ziek. De advocaat verzorgt haar. Irene vraagt hem om haar, gelegen in een ledikant op het balkon uitkijkend over de oceaan, te vertellen hoe het zou zijn gegaan als ze destijds naar zijn appartement was gekomen. 'Maar wat Irene nu wilde - kon ik dat wel? Over haar praten, over mij, over ons, fictie, maar fictie waarin wij voorkwamen zoals we werkelijk waren.' Een geweldige vondst van Schlink, die omdat hij zonder triomf wordt gepresenteerd, het sluitstuk van deze roman tot eenzame hoogte brengt. Een drietrapsraket, want nadien wil Irene weten hoe hij zich voorstelt dat ze elkaar als studenten hebben ontmoet en daarna als leerlingen van de lagere school. De advocaat ontpopt zich tot een heuse fictieverteller, tot een schrijver zo men wilt. Hij beseft wat hij zichzelf en zijn omgeving heeft aangedaan. In welk keurslijf hij zich heeft gedwongen. Hij heeft zichzelf wijsgemaakt dat hij niemand nodig heeft om te overleven. De tocht terug naar het verleden, naar Irene, blijkt eigenlijk een zoektocht naar een nieuw leven te zijn. Als ze uiteindelijk sterft en verdwijnt - door uit de boot te vallen terwijl hij naast haar slaapt (sic!) - weet hij pas wat hij zes decennia heeft gemist. Veertien dagen heeft hij echt geleefd. Natuurlijk kan hij niet meer terug naar zijn oude bestaan. Hij kan niet meer een cliché maken van zijn omgeving, net zo min als van zijn belevingswereld. Dat is het afscheidsgeschenk van Irene. Schlink, zelf emeritus hoogleraar rechten aan de universiteit van Berlijn, heeft zich dit 'dossier van het leven ' door en door eigen gemaakt. De perfecte roman bestaat niet, zegt men, maar De vrouw op de trap benadert het ideaal behoorlijk dicht. Er valt eigenlijk niets op aan te merken. De stijl is helder, de denkbeelden zijn rijk. Tussen deze zelfanalyse van de advocaat is bijvoorbeeld geen speld te krijgen. Hij, de dwaas die alles goed heeft willen doen en daardoor meer kwaad dan goed heeft aangericht. 'Mijn vrouw placht te zeggen dat het tegenovergestelde van goed niet slecht is maar goedbedoeld, en ze was daarin bevestigd. Maar het tegenovergestelde van slecht is niet goed bedoeld maar goed.' Een roman die zoals gezegd beklijft. Dat is wat echte literatuur vermag te doen.
Guus Bauer — Literatuurplein — 30 oktober 2014
In het kort
ISBN-13
9789059365254
Uitgever
Verschenen
1 september 2014
Bibliografisch
ISBN-139789059365254
Editie1
TaalNederlands dut
Pagina’s288
GeïllustreerdNee
Uitgave
Vorm & inhoud
ProductvormHardback BB
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Vertaalde literaire roman, novelle 302
NUR (alle)302 Vertaalde literaire roman, novelle
Medewerkers
Auteur A01Bernhard Schlink
Vertaler B06Gerda Meijerink
Herkomst
Werk-id (NSTC)100023175
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Lijkt op dit boek
NSTC 100023175 · CB-relatie 7300772 · Bijgewerkt 6 augustus 2026









