
Duvelsprie
Paperback306 pagina’sNederlandsLeverbaar
"Duvelsprie' (duivels kreng) is gebaseerd op een waargebeurd verhaal uit de stamboom van de vrouw van de schrijver.
We schrijven het jaar 1721. Anna, een meisje van 16 en haar vriend Jean komen met hun pasgeboren zoon Joes aan in het Zuid-Limburgse Schinnen. Ze zijn op de vlucht voor schande en armoe.
Bij aankomst overlijdt vader Jean plotseling. Nu moet Anna zich met haar kindje alléén zien te redden in een streng-religieuze omgeving. Waar het op dat moment onrustig is. De bevolking verarmt, 's nachts wordt er ingebroken in kerken en grote boerderijen. De autoriteiten reageren genadeloos: in honderden processen worden honderden mensen vervolgd en ter dood gebracht, de zogenaamde bokkenrijders.
De jonge moeder en haar zoontje Joes worden aanvankelijk meegesleurd in die kolkende stroom. Maar in de loop der jaren lijkt Anna greep te krijgen op haar leven. Het gaat steeds beter met haar en haar zoontje. En toch wringt er iets. Hoe meer het leven haar schenkt, hoe meer ze kwijtraakt. Dat jonge, felle meisje, die duvelsprie, die aanvankelijk alleen de weg van haar hart volgde, maakt gaandeweg berekenende keuzes, die ten koste gaan van geliefden en mensen die net zo kwetsbaar zijn als zij ooit was.
Daarmee geeft ze een heel andere betekenis aan het begrip duvelsprie.
Maar... had ze überhaupt andere keuzes kunnen maken in die tijd, in die omgeving- als straatarme alleenstaande moeder met een kind?
We schrijven het jaar 1721. Anna, een meisje van 16 en haar vriend Jean komen met hun pasgeboren zoon Joes aan in het Zuid-Limburgse Schinnen. Ze zijn op de vlucht voor schande en armoe.
Bij aankomst overlijdt vader Jean plotseling. Nu moet Anna zich met haar kindje alléén zien te redden in een streng-religieuze omgeving. Waar het op dat moment onrustig is. De bevolking verarmt, 's nachts wordt er ingebroken in kerken en grote boerderijen. De autoriteiten reageren genadeloos: in honderden processen worden honderden mensen vervolgd en ter dood gebracht, de zogenaamde bokkenrijders.
De jonge moeder en haar zoontje Joes worden aanvankelijk meegesleurd in die kolkende stroom. Maar in de loop der jaren lijkt Anna greep te krijgen op haar leven. Het gaat steeds beter met haar en haar zoontje. En toch wringt er iets. Hoe meer het leven haar schenkt, hoe meer ze kwijtraakt. Dat jonge, felle meisje, die duvelsprie, die aanvankelijk alleen de weg van haar hart volgde, maakt gaandeweg berekenende keuzes, die ten koste gaan van geliefden en mensen die net zo kwetsbaar zijn als zij ooit was.
Daarmee geeft ze een heel andere betekenis aan het begrip duvelsprie.
Maar... had ze überhaupt andere keuzes kunnen maken in die tijd, in die omgeving- als straatarme alleenstaande moeder met een kind?
Recensies
Complimenten, en een hele boel, Op de eerste plaats vanwege het verhaal zelf. Anna is een prachtige hoofdpersoon; ze komt direct goed tot leven. Ik voelde me als lezer zeer betrokken bij haar lotgevallen. Ze is een heel redelijk wezen, maar het lot houdt daar geen rekening mee. Verder zijn er een paar mooie karakters, zoals Jean en ook Catherine, evenals de beide pastoors. Er zitten bijna te hevige dramatische ontwikkelingen in het verhaal, maar ze zijn acceptabel. Ook de historische setting maakte op mij een geloofwaardige indruk. Wat een gat, dat Schinnen. Je zult er geboren zijn. In de achttiende eeuw bedoel ik. Net als bij de 'Jongens' heb ik erg genoten van je taal. Ik zie veel woorden en uitdrukkingen die ik exclusief aan mijn vader, Ligius, verbind (mijn moeder kwam niet uit Schinnen), zoals de 'sjlatevogel'. Soms ook met een kleine afwijking 'kemasjen' en 'kerwauw' herinner ik me; bij jou 'Gamaschen'en 'Kamáu'. Ik vind de mix tussen dialectische woorden en zinswendingen en Nederlands heel uitgebalanceerd, voor mij heel plezierig. Een nadeel voor de verkoop is dat je hiermee je doelgroep beperkt. Geldt ook voor de titel. Vooraf vond ik die niet zo goed gekozen. Inmiddels zou ik zeggen: precies goed. Je hebt veel oog voor details. Ik denk aan de beschrijvingen van hoe de mensen zich gedragen, hoe ze gekleed zijn. Zoals de terloopse opmerking dat de secretaris een cravatte draagt die in de nek met een gesp is dichtgemaakt. Of interieurbeschrijvingen. Bij ons thuis stond in de hal een kruik met lisdodden. Ik vermoed dat die in onze jeugd in de mode waren; ze presenteerden zich als 'een beetje sjiek'. Volgens mij kwamen ze uit de 'bèèndje'. En dan is het aardig om bij de dames Gadé lisdodden in een koperen pot tegen te komen. Heel mooi vond ik de toelichting over het gedane speurwerk. Petje af. Het zijn ongelooflijk mooie vondsten waar jullie op zijn gestuit. Bij het lezen dacht ik wel eens een enkele keer 'het kan niet op' aan drama, maar in je toelichting blijkt alles 'uit het leven gegrepen'. Een beetje door elkaar gehusseld, een beetje ingekleurd, maar historisch verantwoord.
Jos Gielen — 7 mei 2018
Wát 'n bijzonder boek. De auteur heeft mij, en naar ik vermoed heel veel andere lezers, een enorm plezier gedaan met het schrijven van dit boek. Het verhaal speelt zich immers af op een steenworp afstand van mijn geboorteplek, Het Kwaad Gat (Koad Gaat) oftewel de Bèndj, zoals wij dit stukje van Oud-Geleen, gelegen tegen Daniken, noemden. In het Danikenbos speelde ik als opgroeiende jongen in de jaren '50 van de vorige eeuw, samen met dorpsgenootjes, het spel 'spoorzoeken'. Ik heb ontelbare keren op de plek waar 'Bokkenrijders' in de 18e eeuw massaal terecht werden gesteld, gezocht naar sporen die door andere kinderen werden uitgezet. In die tijd wist ik totaal niets af van de gruwelijke geschiedenis die zich hier een paar honderd jaar geleden, afspeelde. Natuurlijk ken ik alle plekken in het boek. Een van mijn schoonbroers is opgegroeid in Schinnen, m.n. in Nagelbeek en Wolfhagen. Op de Hegge woont een oud-collega van mij, net zoals er tot voor kort een oud-collega heeft gewoond in Schinnen, vlak onder de kerk, aan het begin van de weg naar Thull. Mijn ouders en ook de andere mensen uit Oud-Geleen vertelden ons nooit iets over de Bokkenrijders. Ik werd als kind wel bang gemaakt voor de 'bosjesmannen' die in het Danikenbos, vooral 's nachts rondwaarden en als je niet voor het donker thuis was, liep je de kans, door dit gespuis te worden gepakt. Wellicht werd dit de latere benaming van de Bokkenrijders? Een schitterend geschreven verhaal, in een stijl die mij bijzonder aanspreekt. Vooral het gebruik van het dialect maakt deze roman voor mij extra speciaal. Wij spraken ook dit dialect. Om in Schinnen te komen, hoefden wij slechts de Putherberg op te lopen of te fietsen en aan de andere kant van Puth het dal in te rijden. De Kasteelboerderij Terborgh was voor mij een bijzondere plek, omdat ik daar begin jaren '70 een optreden mocht bijwonen van de popgroep Earth & Fire. Vandaag de dag drinken wij er af en toe een lekkere tas koffie op het terras met geweldig mooi uitzicht. Heel apart om nu te beseffen wat zich daar allemaal in de hoeve en in de kerkers heeft afgespeeld. Jij hebt dit werkelijk fantastisch tot in detail beschreven. Het verhaal boeit van begin tot einde, waarbij ik wel wil opmerken dat het 'n beetje jammer is dat de laatste dertig jaar van Anna nauwelijks meer worden beschreven, dit in tegenstelling tot de tijd vanaf haar vijftiende toen zij met haar Jean op weg ging van Hombourg naar Schinnen, op de vlucht voor schande en armoe. Ook wel weer begrijpelijk, want dan zou het boek waarschijnlijk twee keer zo dik zijn geworden, Het is erg verhelderend om achterin het boek de feiten uit de geschiedenis weer te geven alsmede een stukje genealogie, de Limburgse woordenlijst en een uitgebreid nawoord, zodat het voor de lezer uiteindelijk allemaal heel erg duidelijk wordt, wat er zich tussen 1720 en 1780 heeft afgespeeld op dit stukje Limburg. Een werkelijk prachtig boek, dat ik zeker meer dan eens ter hand zal nemen, om het te herlezen, wel te verstaan. Door Jacques Smeets, 5 juni 2018
Jacques Smeets — 21 juni 2018
Duvelsprie Jos Bours Het verhaal dat de lezer vanaf de eerste pagina in zijn greep heeft begint in 1721, als Anna, bijna zestien jaar oud, samen met haar grote liefde Jean, tien jaar ouder, van Hombourg op weg gaat naar Schinnen, waar familie van Jean woont. Zij zijn nog maar twee weken de ouders van Joes en omdat ze niet getrouwd zijn niet welkom meer bij haar ouders in Menckenheim. Onderweg ontmoeten ze een marskramer, Jacques, die hen waarschuwt niet naar Schinnen te gaan. Onzin, vinden ze, maar wist Jacques dat Jean al zo snel plotseling zou overlijden? Nu staat ze er alleen voor. Een ongetrouwde moeder zonder inkomsten. Vriend en toeverlaat is de pastoor, oom van Jean, die het gezinnetje zo veel mogelijk de helpende hand toesteekt. Pastoor Petri is er voor de armen, vindt hij. Anna zal zijn hulp nog hard nodig hebben. Het lot is haar niet goed gezind, ze zal in haar leven veel vijanden hebben. 'Wat is dat toch met mij? Overal waar ik kom, gaan er mensen dood. Ook hier in dit huis, waar ze mij accepteren zoals ik ben. Vanaf het eerste moment! Ze zien me als één van hun. Alleenstaande vrouw. Meisje. Moeder. Weduwe met een klein kind. Een erm prie.' De streek waarin het verhaal zich afspeelt is voor ons onherkenbaar, grenzen zijn anders, het Limburg zoals wij het nu kennen, is versnipperd. Schinnen bevond zich op Oostenrijks grondgebied, en voor wie de grond te heet onder de voeten werd was er niet erg ver weg een gebied waar de Oostenrijkers niets te vertellen hadden. Er was een feodaal systeem: 'De landheer heerst, de schout bestuurt, samen met zijn schepenen - de rijkste boeren van het dorp. Mensen laten zich uitspelen en verraden elkaar voor een paar centen.' Armoe, onderdrukking en inperking. De Heren en de Kerk zijn de baas. Arme mensen zijn alleen nuttig om nog meer uit te buiten. In het begin van de achttiende eeuw is er oorlog, nu eens hier dan weer daar. Soldaten moeten voor hun eigen kostje zorgen en plunderen. Het was de tijd van de Bokkenrijders zoals de bendes in de Landen van Overmaas genoemd werden. De strooptochten en afperserijen waren over het algemeen gericht tegen boerderijen en pastorieën op het platteland. In deze tijd leefde Anna. In deze wereld moest zij het zien te redden. Zij moet keuzes maken, voor zichzelf en haar zoon en van een felle jongedame, niet op haar mondje gevallen - duvelsprie - verandert zij in een berekende jonge vrouw. Maar anders was zij misschien niet vermeld geraakt in de stamboom van zijn echtgenote, waar Jos Bours haar gegevens vond! Jos Bours (1946) vertelt ons een kleine geschiedenis, zoals we die niet bij de geschiedenisles op school leren. Daar gaat het over macht en rijkdom van de heersers, over oorlogen en het verleggen van grenzen. Nooit horen we iets over de mensen die daar leefden, voor wie dat ongetwijfeld gevolgen moet hebben gehad. Maar zijn zij geen mensen zoals wij nu ook zijn? Zij moeten leren omgaan met de omstandigheden, die wel totaal anders waren dan nu, maar vriendschap, liefde, haat en jaloezie, dat is van alle tijden. De historische achtergrond is natuurlijk toegespitst op Limburg, de omgeving van Schinnen. Het taalgebruik past daar ook bij. Voor wie de 'vreemde' woorden niet begrijpt staat er achterin een woordenlijst. Daar vind je ook de betreffende stamboom, kaarten uit die tijd, en het onderzoek dat aan het boek vooraf ging. En welk deel op feiten berust, en wat fictie is. Jos Bours wisselt vaak van personage, als ook van persoonsvormen, hetgeen het verhaal nog extra verlevendigt. Goede dialogen, en absoluut geen saaie uitweidingen of beschrijvingen zoals je misschien in historische boeken zou verwachten. Bours weet het prima te doseren. Het heeft als gevolg dat je in de voetsporen van Anna zou willen dwalen daar door de streek, die nu onherkenbaar veranderd is. Gelukkig is er het boek, zodat we toch in de geschiedenis kunnen duiken.
Marjo van Turnhout — De leestafel — 20 augustus 2018
DUVELSPRIE Wat een boek heb je geschreven Jos! Dat moet niet een heidense maar een duivelse klus zijn geweest. Met ontzag las ik eerder je blogs over het hele proces, dat beloofde al een serieus archiefonderzoek naar een onbekende vrouw ergens uit het voorgeslacht van je geliefde, die leefde in een voor jou zeer bekende en vertrouwde omgeving, maar in een tijd waarvan we alleen een aantal feitelijkheden uit de geschiedenisboeken en de roman- en schilderkunst en kennen, en waar ieder van ons zijn eigen fantasieën op kan loslaten. Ik zou dat trouwens niet kunnen, maar jij hebt dat met verve gedaan. Zoals ik nooit zo uitgebreid als jij bezig zou willen zijn met het beschrijven van al die martelingen en martelwerktuigen. Jij wist er een spannend en hier en daar meeslapend verhaal van te maken. En dat zo levensecht verteld dat ik als lezer meeleefde, het boek regelmatig vol afschuw over al die rijke en hypocriete klootzakken en vol gruwel over de martelingen weglegde, dan een paar uur later of de volgende dag toch nieuwsgierig naar het vervolg weer oppakte. Gelachen heb ik geloof ik nergens, wel zo af en toe gedacht: goed zo, laat je niet klein krijgen meid - eh, ik bedoel sprie, duvelsprie Anna- of Hens of Jacques! Het is je gelukt body te geven aan al die onbekende namen, de hoofdpersonen groeiden uit tot echte karakters, mensen van vlees en bloed. Lieve mensen, vreselijke mensen, saaie mensen, arme donders, valse omhooggevallen mensen, zachtaardige goedzakken hypocriete priesters, lafaards enz enz. Wat jou in mijn ogen tot een echte romanschrijver maakt (waarvan ik al overtuigd was na lezen van het Glaspaleis) is niet alleen dat je goede karakters hebt weten te creëren en iets van de tijdgeest hebt kunnen overbrengen, maar ook dat je er filosofische beschouwinkjes op loslaat - vaak aan het begin van een nieuw hoofdstuk, maar ook tussendoor, waarin dan ook iets van het weer of de natuur beschreven wordt, passend bij de gedachtegang of de gebeurtenis die gaat volgen. Ook de wisseling van vertelperspectief doet het goed. De verteller, de gedachten van Anna, en als derde iedereen die in de vele dialogen aan het woord komt. Ik ben blij dat ik het uit heb en zal het niet snel weer oppakken om nog eens te herlezen - in tegenstelling tot de jongens van het Glaspaleis, dat ik ook al eens aan iemand cadeau deed - en dat heeft niets met jouw schrijfstijl te maken, maar alles met mijn afkeer van middeleeuwse barbaarsheid en achterlijkheid, hiërarchieën, rangen en standen, en de macht van Kerk en Kapitaal. In mijn geliefde Alkmaar wordt jaarlijks een "Kaaskoppen"weekend georganiseerd. Hartstikke leuk, voornamelijk omdat alle plaatselijke toneelverenigingen, kostuumnaaisters, decorbouwers en noem maar op, honderden mensen er met veel enthousiasme aan meewerken dat het oude stadsdeel omgetoverd wordt tot een middeleeuw gebied waar het publiek zijn tanden kan laten trekken, aan de schandpaal mag staan, zich kan vergapen aan de mensen met allerlei misvormingen of pestbuilen, waar gelukkig ook kinderen met hoepels of bikkels kunnen spelen en troubadours het publiek vermaken met spel of liedjes. Ik heb daar één keer doorheen gelopen en alle andere jaren in een grote bocht omheen. Om dezelfde reden dat ik je boek niet snel nog eens zal lezen. Maar wat is het een goed boek. Proficiat!
Lidwien Divendal — 20 augustus 2018
Ik heb het net uit en ik kan je zeggen: ik ben onder de indruk. Om te beginnen vond ik het heel aangenaam om te lezen. Gedurende het gehele verhaal bleef ik geboeid en benieuwd naar het vervolg. Niet alleen het verhaal heeft me geraakt, de opzet van de roman aan de hand van het historisch verzamelde materiaal en de weergave van de historische feiten naast de weergave van de gekozen verhaallijn gaven een goed inzicht in hoe de schrijver zich in de personages heeft ingeleefd en diverse levens met elkaar heeft verbonden. Heel treffend ook beschreven, in levendige taferelen, de machtsverhoudingen tussen staat, kerk, burgers en de zgn. Bokkenrijdersbende. Onlangs liep ik de route van het Pieterpad van Valkenburg naar Sittard, via Schinnen en alle buurtschappen, met een tussenstop bij Gasterij Terborgh. De via dit boek opgedane informatie zal mij een volgende keer heel anders door dit gebied laten lopen! Dank je wel ook voor de mooie uitgave!
Anita Suylen — 10 april 2019
In het kort
ISBN-13
9789079226450
Uitgever
Verschenen
26 april 2018
Imprint
Bibliografisch
ISBN-139789079226450
Editie1
TaalNederlands dut
Pagina’s306
GeïllustreerdNee
Uitgave
UitgeverLeon van Dorp, Uitgeverij
ImprintLeon van Dorp
CB-relatie-id9886960
Verschenen26 april 2018
StatusLeverbaar 04
BeschikbaarheidBeschikbaar 20
Adviesprijs (incl. btw)€ 19,99
Vorm & inhoud
ProductvormPaperback BC
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Geschiedenis algemeen 680
NUR (alle)680 Geschiedenis algemeen
Medewerkers
Auteur A01Jos Bours
Herkomst
Werk-id (NSTC)500128759
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Lijkt op dit boek
NSTC 500128759 · CB-relatie 9886960 · Bijgewerkt 6 augustus 2026









