Catalogus
Omslag van Een Killer in kimono

Een Killer in kimono Anton Geesink: van volksjongen tot VIP

Paperback270 pagina’sNederlandsLeverbaar
Anton Geesink, geboren en getogen in een Utrechtse volksbuurt, viel als 17–jarige sportende metselaarsknecht meteen al op bij de pers. 'Ach meneer, hij weet zelf nog niet of hij aan voetbal of judo zal blijven doen,' zei zijn moeder tegen een journalist.
Dertien jaar later schreef Anton, de inmiddels grote judokampioen, olympische geschiedenis in Tokio. 198 centimeter en 121 kilo aan spieren en grenzeloze ambitie: te groot voor wijk C en zelfs voor Japan, bakermat van de sport die op kunst lijkt.
In 1987 trad de volksjongen van weleer toe tot het hoogste olympische sportcollege, het IOC–bestuur. Hij mag aanblijven tot 2014. Tot droefenis van zijn vijanden zal Geesink, die in 2009 vijfenzeventig wordt, gebruikmaken van dat voorrecht.

Spraakmakende biografie bij de 75ste verjaardag van een levenslange vechtersbaas


Geesink, een levenslange vechtersbaas die garant staat voor een spraakmakende biografie. De strijd heeft zich verplaatst naar het rode pluche. 'Iedere opponent trekt hij op de virtuele judomat,' is een typerende uitspraak in dit boek. Wantrouwen is zijn achilleshiel: iedere dag bang dat hem wordt ontnomen wat hij op eigen kracht veroverde. Of is hij toch vooral de lieve brombeer die eenzaam strijdt voor gerechtigheid?
Recensies
De schrijver? Kees Kooman is voormalig dagbladjournalist (Het Vrije Volk), verslaggever van Sport International en hoofdredacteur van Runners. Dit is zijn vierde boek. Eerder verschenen publicaties over Fanny Blankers-Koen, het 100-jarige Duindigt en de olympische vrouwenvolleybalploeg. De aanleiding? Judoka en sportbestuurder Anton Geesink wordt maandag 75. Hij geldt nog steeds als de nagel aan de doodskist van menig hooggeachte Nederlander die zo onverstandig was hem voor de voeten te lopen. Teneur? Het beeld van de eenvoudige jongen uit de Utrechtse achterstandswijk C die zich heeft ontwikkeld tot de sportofficial die hij is geworden. Het resultaat? Een boeiend en lezenswaardig portret van een fascinerende sportgigant, die zich in zijn strijd om erkenning voortdurend begeeft in een wereld van zelf gecreëerde vijandigheid. Spreekt Geesink zelf? Nee. Hij beantwoordt een uitnodiging van de auteur met de mededeling: ‘In het belang van jou en jouw integriteit als verantwoordelijk schrijver zie ik af van medewerking.’ Hij verwijst naar een artikel van Kooman in Sport International: ‘Jij hebt mijn leven kapotgemaakt.’ Wie komen wel aan het woord? Familie en mensen uit zijn directe omgeving, vanaf zijn jeugd tot nu. Het beeld dat beklijft? Nog altijd de vechtersbaas van weleer. Het scharminkeltje van de Kroonhof heeft zijn strijd alleen verplaatst naar het rode pluche, zegt iemand. Hij is nog wantrouwender geworden dan hij al was, en met het klimmen van de jaren zijn z’n inzichten niet milder geworden. Geesinks gevecht begon dus al vroeg. Voorzitter Nol Kooijmans van de worstelvereniging De Halter zegt: ‘Anton is een fenomeen. Maar je moest hem nooit tegenspreken. Dan heb je ruzie. Iets wat wit is, kan bij hem nooit zwart worden.’ Wereldkampioen, olympisch kampioen, maar ook filmacteur. Vaak kleine rolletjes, in liefst veertien films. Regisseur Frans Weisz: ‘Film: Anton had niets met het medium, hij deed het er even bij.’ Wilde hij dus toch groter zijn dan hij werkelijk is. Hein Verbruggen, tot deze zomer mede-IOC-lid, zegt in het boek: ‘Hij is honderd procent judoka gebleven. Er moet een hele duidelijke overwinning zijn op het einde. Een gelijkspel kan hij niet accepteren, laat staan een nederlaag.’ Zijn toekomst. Deze zomer kan hij nog eens voor vier jaar worden gekozen als IOC-lid. Zijn jeugdvriend Joop Mackaaij: ‘Ik zeg al tien jaar tegen hem: laat ze toch het lazarus krijgen, stop ermee. Dan zegt hij: ik mag tot mijn 80ste blijven en ze zullen tot mijn 80ste van me blijven genieten. Tegen zijn vrouw Jans zeg ik dan: hij is hartstikke gek, hoor.’ Gek? Oud-collega Peter Snijders: ‘Er moet toch een dag komen waarop je wijs genoeg bent om te begrijpen dat er andere dingen in het leven zijn. En dat er ook een leven is zonder je continu te willen bewijzen.’
Poul Annema — de Volkskrant — 7 april 2009
In het kort
ISBN-13
9789046805596
Verschenen
26 maart 2009

Lijkt op dit boek

NSTC 500598982 · CB-relatie 9954562 · Bijgewerkt 6 augustus 2026
Bestel bij bol → · € 17,50
← Terug naar resultaten
Omslag van Een Killer in kimono

Een Killer in kimono

Anton Geesink: van volksjongen tot VIP
Paperback270 pagina’sNederlandsLeverbaar
Anton Geesink, geboren en getogen in een Utrechtse volksbuurt, viel als 17–jarige sportende metselaarsknecht meteen al op bij de pers. 'Ach meneer, hij weet zelf nog niet of hij aan voetbal of judo zal blijven doen,' zei zijn moeder tegen een journalist.
Dertien jaar later schreef Anton, de inmiddels grote judokampioen, olympische geschiedenis in Tokio. 198 centimeter en 121 kilo aan spieren en grenzeloze ambitie: te groot voor wijk C en zelfs voor Japan, bakermat van de sport die op kunst lijkt.
In 1987 trad de volksjongen van weleer toe tot het hoogste olympische sportcollege, het IOC–bestuur. Hij mag aanblijven tot 2014. Tot droefenis van zijn vijanden zal Geesink, die in 2009 vijfenzeventig wordt, gebruikmaken van dat voorrecht.

Spraakmakende biografie bij de 75ste verjaardag van een levenslange vechtersbaas


Geesink, een levenslange vechtersbaas die garant staat voor een spraakmakende biografie. De strijd heeft zich verplaatst naar het rode pluche. 'Iedere opponent trekt hij op de virtuele judomat,' is een typerende uitspraak in dit boek. Wantrouwen is zijn achilleshiel: iedere dag bang dat hem wordt ontnomen wat hij op eigen kracht veroverde. Of is hij toch vooral de lieve brombeer die eenzaam strijdt voor gerechtigheid?
Recensies
De schrijver? Kees Kooman is voormalig dagbladjournalist (Het Vrije Volk), verslaggever van Sport International en hoofdredacteur van Runners. Dit is zijn vierde boek. Eerder verschenen publicaties over Fanny Blankers-Koen, het 100-jarige Duindigt en de olympische vrouwenvolleybalploeg. De aanleiding? Judoka en sportbestuurder Anton Geesink wordt maandag 75. Hij geldt nog steeds als de nagel aan de doodskist van menig hooggeachte Nederlander die zo onverstandig was hem voor de voeten te lopen. Teneur? Het beeld van de eenvoudige jongen uit de Utrechtse achterstandswijk C die zich heeft ontwikkeld tot de sportofficial die hij is geworden. Het resultaat? Een boeiend en lezenswaardig portret van een fascinerende sportgigant, die zich in zijn strijd om erkenning voortdurend begeeft in een wereld van zelf gecreëerde vijandigheid. Spreekt Geesink zelf? Nee. Hij beantwoordt een uitnodiging van de auteur met de mededeling: ‘In het belang van jou en jouw integriteit als verantwoordelijk schrijver zie ik af van medewerking.’ Hij verwijst naar een artikel van Kooman in Sport International: ‘Jij hebt mijn leven kapotgemaakt.’ Wie komen wel aan het woord? Familie en mensen uit zijn directe omgeving, vanaf zijn jeugd tot nu. Het beeld dat beklijft? Nog altijd de vechtersbaas van weleer. Het scharminkeltje van de Kroonhof heeft zijn strijd alleen verplaatst naar het rode pluche, zegt iemand. Hij is nog wantrouwender geworden dan hij al was, en met het klimmen van de jaren zijn z’n inzichten niet milder geworden. Geesinks gevecht begon dus al vroeg. Voorzitter Nol Kooijmans van de worstelvereniging De Halter zegt: ‘Anton is een fenomeen. Maar je moest hem nooit tegenspreken. Dan heb je ruzie. Iets wat wit is, kan bij hem nooit zwart worden.’ Wereldkampioen, olympisch kampioen, maar ook filmacteur. Vaak kleine rolletjes, in liefst veertien films. Regisseur Frans Weisz: ‘Film: Anton had niets met het medium, hij deed het er even bij.’ Wilde hij dus toch groter zijn dan hij werkelijk is. Hein Verbruggen, tot deze zomer mede-IOC-lid, zegt in het boek: ‘Hij is honderd procent judoka gebleven. Er moet een hele duidelijke overwinning zijn op het einde. Een gelijkspel kan hij niet accepteren, laat staan een nederlaag.’ Zijn toekomst. Deze zomer kan hij nog eens voor vier jaar worden gekozen als IOC-lid. Zijn jeugdvriend Joop Mackaaij: ‘Ik zeg al tien jaar tegen hem: laat ze toch het lazarus krijgen, stop ermee. Dan zegt hij: ik mag tot mijn 80ste blijven en ze zullen tot mijn 80ste van me blijven genieten. Tegen zijn vrouw Jans zeg ik dan: hij is hartstikke gek, hoor.’ Gek? Oud-collega Peter Snijders: ‘Er moet toch een dag komen waarop je wijs genoeg bent om te begrijpen dat er andere dingen in het leven zijn. En dat er ook een leven is zonder je continu te willen bewijzen.’
Poul Annema — de Volkskrant — 7 april 2009
In het kort
ISBN-13
9789046805596
Verschenen
26 maart 2009

Lijkt op dit boek

Alles bekijken →
NSTC 500598982 · CB-relatie 9954562 · Bijgewerkt 6 augustus 2026