

Het begrip 'belang' in de Nederlandse belastingwetgeving.
Het begrip 'belang' wordt in de Nederlandse belastingwetgeving onder meer gebruikt
om een relatie tussen twee rechtssubjecten tot uitdrukking te brengen. Indien een
relatie tussen twee subjecten als een belang wordt aangemerkt kan de aanwezigheid van
het belang, afhankelijk van de omvang van het belang, bepaalde fi scale consequenties
met zich brengen. De fi scale wetgever verbindt derhalve consequenties aan de aanwezigheid
van een belang met een bepaalde omvang en normeert daarmee het gedrag van
individuele belastingplichtigen ten aanzien van de wijze waarop deze relaties met
andere subjecten aangaan.
Dit onderzoek richt zich op de vraag in hoeverre het begrip belang in de Nederlandse
belastingwetgeving een geschikte norm is om in het concrete geval een relatie tussen
rechtssubjecten tot uitdrukking te brengen, gelet op de functies van de wettelijke
bepalingen waarin het begrip belang voorkomt. Hiertoe is getoetst of het begrip belang
voldoet aan de criteria rechtszekerheid, uitvoerbaarheid, doeltreffendheid en proportionaliteit.
Daarnaast is de wijze waarop relaties tussen rechtssubjecten in Europese fi scale
regelgeving tot uitdrukking zijn gebracht vergeleken met het gebruik van het begrip
belang in het Nederlandse belastingrecht. Het onderzoek heeft plaatsgevonden aan de
hand van een drietal verschijningsvormen waarin het begrip belang zich manifesteert
in de Nederlandse belastingwetgeving, te weten in het aanmerkelijk belangbegrip, het
verbondenheidsbegrip en het zelfstandige begrip belang. Het onderzoek is afgesloten
met aanbevelingen om de kwaliteit van het begrip belang te verbeteren.
aad rozendal (1978) studeerde fi scale economie aan de Tilburg University. In 2006
behaalde hij de postdoctorale studie Europese Fiscale Studies (EFS) aan de Erasmus
Universiteit Rotterdam. Hij was ruim tien jaar werkzaam bij PwC en hij is thans Hoofd
Bureau Vaktechniek bij RSM Niehe Lancée Kooij. Tevens is hij als docent verbonden
aan de leerstoelgroep belastingrecht van de Universiteit van Amsterdam en werkzaam
bij het Amsterdam Center for Tax Law (ACTL). Daarnaast vervult hij diverse andere functies
zoals docent bij de postdoctorale beroepsopleiding van de Nederlandse Orde van
Belastingadviseurs, redacteur van Fiscale Berichten voor het Notariaat en annotator voor
diverse fi scale tijdschriften. Voorts is hij bewerker van de Nederlandse Documentatie
voor Fiscaal Recht (NDFR), onderdelen Belastingen van rechtsverkeer en Vennootschapsbelasting.
om een relatie tussen twee rechtssubjecten tot uitdrukking te brengen. Indien een
relatie tussen twee subjecten als een belang wordt aangemerkt kan de aanwezigheid van
het belang, afhankelijk van de omvang van het belang, bepaalde fi scale consequenties
met zich brengen. De fi scale wetgever verbindt derhalve consequenties aan de aanwezigheid
van een belang met een bepaalde omvang en normeert daarmee het gedrag van
individuele belastingplichtigen ten aanzien van de wijze waarop deze relaties met
andere subjecten aangaan.
Dit onderzoek richt zich op de vraag in hoeverre het begrip belang in de Nederlandse
belastingwetgeving een geschikte norm is om in het concrete geval een relatie tussen
rechtssubjecten tot uitdrukking te brengen, gelet op de functies van de wettelijke
bepalingen waarin het begrip belang voorkomt. Hiertoe is getoetst of het begrip belang
voldoet aan de criteria rechtszekerheid, uitvoerbaarheid, doeltreffendheid en proportionaliteit.
Daarnaast is de wijze waarop relaties tussen rechtssubjecten in Europese fi scale
regelgeving tot uitdrukking zijn gebracht vergeleken met het gebruik van het begrip
belang in het Nederlandse belastingrecht. Het onderzoek heeft plaatsgevonden aan de
hand van een drietal verschijningsvormen waarin het begrip belang zich manifesteert
in de Nederlandse belastingwetgeving, te weten in het aanmerkelijk belangbegrip, het
verbondenheidsbegrip en het zelfstandige begrip belang. Het onderzoek is afgesloten
met aanbevelingen om de kwaliteit van het begrip belang te verbeteren.
aad rozendal (1978) studeerde fi scale economie aan de Tilburg University. In 2006
behaalde hij de postdoctorale studie Europese Fiscale Studies (EFS) aan de Erasmus
Universiteit Rotterdam. Hij was ruim tien jaar werkzaam bij PwC en hij is thans Hoofd
Bureau Vaktechniek bij RSM Niehe Lancée Kooij. Tevens is hij als docent verbonden
aan de leerstoelgroep belastingrecht van de Universiteit van Amsterdam en werkzaam
bij het Amsterdam Center for Tax Law (ACTL). Daarnaast vervult hij diverse andere functies
zoals docent bij de postdoctorale beroepsopleiding van de Nederlandse Orde van
Belastingadviseurs, redacteur van Fiscale Berichten voor het Notariaat en annotator voor
diverse fi scale tijdschriften. Voorts is hij bewerker van de Nederlandse Documentatie
voor Fiscaal Recht (NDFR), onderdelen Belastingen van rechtsverkeer en Vennootschapsbelasting.
In het kort
ISBN-13
9789012393898
Uitgever
Verschenen
13 oktober 2014
Bibliografisch
ISBN-139789012393898
SerieFiscaal-wetenschappelijke reeks — deel 22
Editie1
TaalNederlands dut
Pagina’s384
GeïllustreerdNee
Uitgave
UitgeverLefebvre Sdu B.V.
CB-relatie-id7800517
Verschenen13 oktober 2014
StatusInactief 08
BeschikbaarheidContact leverancier 99
Adviesprijs (incl. btw)€ 70,23
Vorm & inhoud
ProductvormPaperback BC
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Fiscaal recht 826
NUR (alle)826 Fiscaal recht
Medewerkers
Auteur A01A. Rozendal
Herkomst
Werk-id (NSTC)500257108
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Lijkt op dit boek

Nederlands belastingrecht in Europees perspectief

Belastingrecht in Hoofdlijnen

Het regime voor de fiscale beleggingsinstelling

Het ondernemers- en ondernemingsbegrip in de Wet IB 2001

Belastingrecht in Hoofdlijnen

Duidelijkheid van fiscale wetgeving

De aanmerkelijkbelangregeling in internationaal perspectief

Theorieboek

Inleiding Formeel Belastingrecht

Internationaal belastingrecht
NSTC 500257108 · CB-relatie 7800517 · Bijgewerkt 6 augustus 2026