
Het decryptiebevel en het nemo-teneturbeginsel nopen ontwikkelingen sinds 2000 tot invoering van een ontsleutelplicht voor verdachten?
Ook verkrijgbaar als
Wanneer een misdadiger gegevens op zijn computer of in zijn communicatie versleutelt, leveren computeronderzoek en aftappen geen informatie meer op voor de opsporing. Een mogelijke oplossing is verdachten te bevelen hun sleutel of wachtwoord af te geven. Maar is een decryptiebevel verenigbaar met het beginsel dat verdachten niet aan hun eigen veroordeling hoeven mee te werken (het nemo-teneturbeginsel)?
Deze studie onderzoekt ontwikkelingen in technologie en recht om deze vraag te beantwoorden. Aan bod komen het toenemende encryptiegebruik door misdadigers, de jurisprudentie van het Europees Hof over het nemo-teneturbeginsel en wetgeving en rechtspraak in onder andere Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, waar onder voorwaarden een ontsleutelplicht voor verdachten bestaat. Hieruit blijkt dat een ontsleutelplicht voor verdachten verenigbaar met het nemo-teneturbeginsel - in een beperkt aantal gevallen - effectief zou kunnen zijn, mits de wettelijke regeling en uitvoering met voldoende waarborgen zijn omkleed. De wetgever zou daarom kunnen afwegen of en wanneer verdachten kan worden bevolen gegevens te ontsleutelen. Het gaat daarbij niet om een zwart-wit-afweging tussen legitimiteit en effectiviteit; belangrijk is vooral een zorgvuldige combinatie van uit te oefenen dwang, de manier waarop afgedwongen materiaal wordt gebruikt en procedurele waarborgen. Er mogen echter geen wonderen worden verwacht: een ontsleutelplicht zal alleen werken in de enkele gevallen waarin een verdachte duidelijk 'iets uit te leggen heeft' en er al veel belastend bewijs bestaat. De wetgever moet daarom ook kijken naar het bredere perspectief van problemen in digitale opsporing en alternatieve oplossingen overwegen voor het probleem van encryptie voor de opsporing.
Deze studie onderzoekt ontwikkelingen in technologie en recht om deze vraag te beantwoorden. Aan bod komen het toenemende encryptiegebruik door misdadigers, de jurisprudentie van het Europees Hof over het nemo-teneturbeginsel en wetgeving en rechtspraak in onder andere Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, waar onder voorwaarden een ontsleutelplicht voor verdachten bestaat. Hieruit blijkt dat een ontsleutelplicht voor verdachten verenigbaar met het nemo-teneturbeginsel - in een beperkt aantal gevallen - effectief zou kunnen zijn, mits de wettelijke regeling en uitvoering met voldoende waarborgen zijn omkleed. De wetgever zou daarom kunnen afwegen of en wanneer verdachten kan worden bevolen gegevens te ontsleutelen. Het gaat daarbij niet om een zwart-wit-afweging tussen legitimiteit en effectiviteit; belangrijk is vooral een zorgvuldige combinatie van uit te oefenen dwang, de manier waarop afgedwongen materiaal wordt gebruikt en procedurele waarborgen. Er mogen echter geen wonderen worden verwacht: een ontsleutelplicht zal alleen werken in de enkele gevallen waarin een verdachte duidelijk 'iets uit te leggen heeft' en er al veel belastend bewijs bestaat. De wetgever moet daarom ook kijken naar het bredere perspectief van problemen in digitale opsporing en alternatieve oplossingen overwegen voor het probleem van encryptie voor de opsporing.
In het kort
ISBN-13
9789059319349
Uitgever
Verschenen
7 mei 2013
Imprint
Bibliografisch
ISBN-139789059319349
SerieOnderzoek en beleid-reeks WODC — deel 305
Editie1
TaalNederlands dut
GeïllustreerdNee
Uitgave
UitgeverKoninklijke Boom uitgevers PW
ImprintBoom Lemma uitgevers
CB-relatie-id7500275
Verschenen7 mei 2013
StatusOnbekend 00
Vorm & inhoud
ProductvormPaperback BC
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Recht algemeen 820
NUR (alle)820 Recht algemeen
Medewerkers
Auteur A01B.J. Koops
Herkomst
Werk-id (NSTC)500100551
MeldingUpdate 04
Laatste CB-bericht7794
Bijgewerkt7 augustus 2026
NSTC 500100551 · CB-relatie 7500275 · Laatste CB-bericht 7794 · Bijgewerkt 7 augustus 2026