

Het Groene Goud 50 jaar boomverzorging in Nederland
Hardback320 pagina’sNederlands
Ooit wel eens een 1000 jaar oude boom gezien? Indrukwekkend, hè?! Maar hoe worden ze eigenlijk zo oud en waarom zijn er maar zo weinig in ons land? Wat kan boomverzorging bijdragen aan het oud worden van bomen? En waarom is dat belangrijk?
50 jaar geleden, in 1966, werd de '1000-jarige' linde van Achterberg verzorgd. Het hele land stond op zijn kop, want dat was iets nieuws: een boom verzorgen in plaats van kappen. Sindsdien heeft het vak een enorme vlucht genomen; er zijn meer dan 1000 gekwalificeerde boomverzorgers aan het werk in en rond bomen. En de bomen die 40 tot 50 jaar geleden verzorgd werden, zijn vitaler dan ooit. Hoe doen bomen dat, hoe overleven ze en wanneer kunnen ze niet overleven?
Hoe heeft dit vak zich zo snel kunnen ontwikkelen? Wie stonden er aan de wieg? Welke rol spelen organisaties zoals Bomenstichting en Kring Praktiserende Boomverzorgers daarin?
Dit is een boek over groeien, over overleven, over bomen als levend erfgoed. Het is geen puur technisch verhaal, het is geen studieboek. Maar na het lezen van dit boek kijkt u anders naar bomen, dat beloven we. U zult niet meer zo snel denken 'deze boom is ziek' of 'deze boom gaat dood'.
De levenskracht van bomen is overweldigend. Ze overleven ons allemaal - mits we er goed voor zorgen. Hoe dat in zijn werk gaat, dat leest u in dit boek!
Het boek is rijk geïllustreerd met veel (historische) foto's, schilderijen en etsen van Nederlandse kunstenaars die bomen een hoofdrol in hun werk gaven, zoals Rembrandt, Koekkoek, Van Gogh en Mondriaan.
Tekeningen van J'ørn Copijn ter illustreren de teksten.
Hard cover 320 pagina's in kleur. Meer dan 550 illustraties en foto's.
Lees meer
Het Groen Goud beschrijft in woord en beeld de vakontwikkeling van de afgelopen 50 jaar, van 1966 tot 2016. Een groot aantal boomveteranen, zoals de linde van Achterberg, de eik van Verwolde en de iep van Kraantje Lek, passeert de revue. Aan de hand van hun verzorging wordt duidelijk wat verzorging inhoudt en voor een boom kan betekenen.
De betekenis van bomen, vanuit natuur en milieu, maar ook vanuit de cultuurhistorische waarden komt aan bod. Bovendien komen diverse boomdeskundigen en wetenschappers aan het woord over hun visie op boomverzorging en wordt de geschiedenis van de Bomenstichting en de Kring Praktiserende Boomverzorgers beschreven.
Er is ook een groot hoofdstuk gewijd aan de wijze waarop bomen oud worden: hoe ze zich regenereren en hoe verzorging ze de mogelijkheid geeft om ouder te worden. Het verplanten van bomen, als manier om bomen een tweede leven te geven, wordt eveneens uitgebreid uit de doeken gedaan. Daarnaast wordt kort over de grenzen heengekeken met een historisch perspectief van de belangrijkste grondleggers van het vak en van boomverzorging in onze buurlanden.
50 jaar geleden, in 1966, werd de '1000-jarige' linde van Achterberg verzorgd. Het hele land stond op zijn kop, want dat was iets nieuws: een boom verzorgen in plaats van kappen. Sindsdien heeft het vak een enorme vlucht genomen; er zijn meer dan 1000 gekwalificeerde boomverzorgers aan het werk in en rond bomen. En de bomen die 40 tot 50 jaar geleden verzorgd werden, zijn vitaler dan ooit. Hoe doen bomen dat, hoe overleven ze en wanneer kunnen ze niet overleven?
Hoe heeft dit vak zich zo snel kunnen ontwikkelen? Wie stonden er aan de wieg? Welke rol spelen organisaties zoals Bomenstichting en Kring Praktiserende Boomverzorgers daarin?
Dit is een boek over groeien, over overleven, over bomen als levend erfgoed. Het is geen puur technisch verhaal, het is geen studieboek. Maar na het lezen van dit boek kijkt u anders naar bomen, dat beloven we. U zult niet meer zo snel denken 'deze boom is ziek' of 'deze boom gaat dood'.
De levenskracht van bomen is overweldigend. Ze overleven ons allemaal - mits we er goed voor zorgen. Hoe dat in zijn werk gaat, dat leest u in dit boek!
Het boek is rijk geïllustreerd met veel (historische) foto's, schilderijen en etsen van Nederlandse kunstenaars die bomen een hoofdrol in hun werk gaven, zoals Rembrandt, Koekkoek, Van Gogh en Mondriaan.
Tekeningen van J'ørn Copijn ter illustreren de teksten.
Hard cover 320 pagina's in kleur. Meer dan 550 illustraties en foto's.
Lees meer
Het Groen Goud beschrijft in woord en beeld de vakontwikkeling van de afgelopen 50 jaar, van 1966 tot 2016. Een groot aantal boomveteranen, zoals de linde van Achterberg, de eik van Verwolde en de iep van Kraantje Lek, passeert de revue. Aan de hand van hun verzorging wordt duidelijk wat verzorging inhoudt en voor een boom kan betekenen.
De betekenis van bomen, vanuit natuur en milieu, maar ook vanuit de cultuurhistorische waarden komt aan bod. Bovendien komen diverse boomdeskundigen en wetenschappers aan het woord over hun visie op boomverzorging en wordt de geschiedenis van de Bomenstichting en de Kring Praktiserende Boomverzorgers beschreven.
Er is ook een groot hoofdstuk gewijd aan de wijze waarop bomen oud worden: hoe ze zich regenereren en hoe verzorging ze de mogelijkheid geeft om ouder te worden. Het verplanten van bomen, als manier om bomen een tweede leven te geven, wordt eveneens uitgebreid uit de doeken gedaan. Daarnaast wordt kort over de grenzen heengekeken met een historisch perspectief van de belangrijkste grondleggers van het vak en van boomverzorging in onze buurlanden.
Recensies
Dit boek geeft een mooi overzicht hoe de boomverzorging in de jaren zestig van de twintigste eeuw is begonnen en hoe men nu bomen verzorgt. De gebroeders Copijn zijn als boomverzorgers/chirurgen in Nederland begonnen. Uitvoerig wordt stil gestaan bij vele bijzondere bomen die in de loop van de tijd zijn opgeknapt, voornamelijk door J'ørn Copijn, zijn bedrijf of opvolger daarvan. Naast de boomverzorging wordt ook ingegaan op de oudste bomen van de wereld, hoe een boom werkt en de waarde/het nut van bomen voor ons klimaat. Diverse betrokkenen komen aan het woord. Goed verzorgde uitgave, voorzien van tekeningen en vele oude en nieuwe foto's in zwart-wit en kleur. Het geeft een unieke kijk op ons levend erfgoed (bomen) en hoe dit verzorgd wordt in Nederland. Dit is het eerste boek dat de geschiedenis van de boomverzorging in Nederland beschrijft. Met literatuuropgave en register. Recensie: NBD Biblion / Ronald Langendoen.
Ronald Langendoen — nbd biblion — 6 maart 2017
Zelf zeggen de auteurs het zo: "Bomen zijn in vele opzichten het 'Groene Goud' van de aarde. Ze zijn onmisbaar voor een gezond leven. Zo voelt het niet alleen: het is inmiddels wetenschappe-lijk bewezen. Dit boek is een ode aan de bomen, de organismen die hier op aarde het oudst kunenn worden; aan de groeikracht daarvan en aan het enorme herstelvermogen dat ze hebben. Ondanks vele bedreigingen weten ze zich in moeilijke omstan-digheden doorgaans prima te redden; soms met een beetje hulp van de boomverzorger." Kernthema in het boek is de ontwikkeling van boomkwekers sinds de achttiende eeuw, maar vooral in de laatste vijftig jaar. Daar-bij komen boomkwekers uit vele landen aan bod, maar vooral de familie Copijn, en in het bijwnder de gebroeders All rik en Jorn en diens ·vrouw, landschapsarchitect Lia Copijn, geboren Schukking. Het ambachtelijk vakmanschap van die broers, de landschapsar-chitectuu_r van Lia· en het ondernemerschap van Jorn: die drie elementen zijn in dit boek sterk verweven, samen met hun rijk gevarieerde en avontuurlijke levens. Daarbij blijkt duidelijk dat ze heel alert warer op de opeenvolgende ontwikkelin-. gen (trends) in de samenleving en hun vakgebied (techniek). De meeslepende verhaalstijl van Jorn & Lia is goed herkenbaar. Ondanks het oneindig brece spectrum aan onderdelen: illustra-ties, interviews, historie, anekdotes, botanie en nog meer, leest het boek per onderdeel pr,:ttig door de consistente schrijfstijl. Dat is te danken aan de eindredactie van Marina Laméris. Een logische volgorde in de opeenvolgende hoofdstukken kon ik overigens niet herkennen. Maar alles wat er staat heeft wel op een of andere manier met bomen en hun verzorging te maken. Je kunt gerust overal begin 1en waar je maar wilt. Enerzijds wordt de geschiEdenis van het vakgebied 'boomkwe-ker' fraai toegelicht met veel beeldrijke verhalen en interviews over landgoederen en hun historie. Verhalen die tegelijk de his-torie vertellen van de opeenvolgende landgoed-eigenaren, en hun meer of minder grote hart voor de natuur. Anderzijds komt een indrukwekkende reeks individuele bomen aan bod, in de vorm van interviews met experts. Telkens weer betreft het vaak eeuwenlange geschiedenissen van unieke bomen, op heel bijzondere plaatsen. Opmerkelijk hoe vaak het daarbij om linden gaat, die in het hier eerder besproken boek van Jan Albert Rispens als 'meest mensverwante' boomsoort werden gekarakteriseerd. Zowel 'de plaatse_n' als 'de bomen' komen in hun heel eigen wezenlijkheid in zicht: natuur· en cultuur-'wezens' waartoe de eigenaren en de te hulp geroepen verzorgers zich een respect- volle verhouding weken. Met hoofd, hart en handen -al dan niet bewust ingezet. Naast hun culturele betekenis komen bomen ook aan de orde in hun ecologische rol, van mondiale schaal tot en met die van stedelijk groen. Zo worden macro-en microklimaat besproken, met als terugkerend thema: bomen geven leven, als wij bomen hun leven gunnen. Heel fascinerend is de rol van de schilder Frans Copijn, vader van Allrik en Jorri. Hij stapte uit het commerciële boomkwekers-bedrijf en ging naar de kunstacademie. Hij leerde de antropo-sofie kennen en beoefende het fenomenologisch waarnemen. Hij liet de natuur als geheel, en bomen in het bijzonder, in zijn unieke aquarellen -vanuit zijn innerlijke schouw geschilderd -tot nieuw leven komen. Een heel nieuw soort onderneming, die vrijwel geen geld opleverde. Zo groeiden zijn zonen op in een spiritueel rijk maar materieel arm gezin. Die konden nu, vanuit nieuwe bronnen geïnspireerd, de familietraditie van boomver-zorging op wezenlijk verrijkt niveau oppakken. Een opmerkelijke metamorfose, waaraan Lia, vanuit haar antroposofische opvoe-ding in de familie Schukking, haar leven lang kon bijdragen. Al met al een monumentaal boek over monumentale mensen, monumentaal verteld en monumentaal verbeeld: het zelfver-trouwen van de auteurs straalt er vanaf. Geslaagde PR voor hun 'bomen' als gevende wezens. Het is bijna een kilo zwaar en ca 28x23 cm groot, 317 pagina's lang, met meer dan duizend fraaie illustraties, foto's en tekenin-gen. Met een prijs van € 34,95 is het boek, dankzij de hulp van vele stichtingen, zeker niet duur.
Jan Diek van Mansvelt — Motief — 6 maart 2017
Bomen worden doorgaans na een jaar of tachtig gekapt omdat ze als een gevaar worden gezien. Terwijl ze met de juiste zorg zo mooi oud kunnen worden, is de boodschap in twee nieuwe boeken. J'ørn Copijn wilde imker worden, maar het liep anders. Tijdens zijn opleiding in Duitsland in de jaren zestig zag hij boomverzorgers werken aan behoud van een eeuwenoude linde bij kasteel Fürsteneck in de deelstaat Hessen. Hij vond het fascinerend. Copijn gaf zijn bijenstudie op en schreef zich in voor een opleiding tot boomchirurg. Niet veel later haalde hij zijn broer Allrik over om dezelfde studie te doen. Ze waren de eersten in Nederland. En het was geen slechte beslissing. Een halve eeuw later blikt J'ørn Copijn, 75 nu, in een uitbundig geïllustreerd boek terug op vijftig jaar boomverzorging in Nederland. Copijn, afkomstig uit een geslacht van boomkwekers en tuinarchitecten, geldt als de pionier van dit groene vakgebied. Inmiddels werken in Nederland in deze bedrijfstak duizend mensen. Samen met zijn vrouw Lia en met Maria Laméris, ondernemer in erfgoed projecten, schreef Copijn 'Het Groene Goud', een familiekroniek vol verhalen, waardevolle adviezen en mooie feiten over oud, levend hout. "Zoals de zon het hemelse goud is, zijn bomen het aardse goud", schrijft Copijn. De liefde zit diep. Jaren terug nam hij van een reis door Californië een stukje hout van een sequoia mee naar huis. "Met een beetje aarde, water, lucht en licht, groeiden er in korte tijd wortels uit het hout. Uit hout, het was geen zaadje! Nu, na twaalf jaar, is de boom al vijf meter hoog. Dat is toch een wonder? Over de groeikracht van bomen zal ik me altijd blijven verbazen." Voor Copijn begon het vijftig jaar geleden in Nederland met de '1000-jarige linde' bij boerderij Levendaal in Achterberg. De boom is overigens geen 1000 maar meer waarschijnlijk 800 jaar oud. Althans dat is de schatting van Copijn, anderen schatten de leeftijd lager in. Maar de linde is zonder twijfel een van de oudere bomen van Nederland. Eens stond in Achterberg, op de grens van Utrecht en Gelderland, het kasteel Levendaal. Het 14de-eeuwse gebouw werd in 1820 gesloopt, de grachten gedempt. De oude linde was altijd blijven staan, de boom overleefde in de oorlogsdagen van mei 1940 het geweld van een voltreffer op de naastgelegen boerderij. Hoewel in het koopcontract was vastgelegd dat de linde nooit mocht worden gekapt, op straffe van een destijds nogal fikse boete van 3000 gulden, besloot de gemeente Rhenen in 1965 toch een kapvergunning af te geven voor de monumentale boom. Er was een dikke tak afgebroken. De toenmalige eigenaar wilde van de kwijnende linde af, die midden op zijn boerenerf aardig in de weg stond. De stam was door de eeuwen heen volledig uitgehold, delen van de stam hadden geen verbinding meer met elkaar. De boom dreigde uiteen te vallen, omdat de takken te zwaar waren geworden. 'Kaprijp', oordeelde de gemeente. Binnen de kortste keren stond heel Achterberg op de barricaden. Er verschenen krantenberichten over het dreigende einde van de oude linde. De berichten bereikten ook J'ørn Copijn, die in Duitsland bij een bedrijf in boomverzorging werkte. Copijn reisde naar Nederland, bekeek de boom en stelde een reddingsplan op. Staatsbosbeheer bleek bereid de kosten te betalen. Copijn: "De boom bewoog alle kanten op. Er zat nog een uitkijkpost,een kraaiennest, van de Duitsers in. Ik heb een behandelingsplan opgesteld en toen heb ik materiaal van mijn Duitse werkgever letterlijk de grens over gesmokkeld om de boom te kunnen verzorgen." De hoge kroon van de linde werd drastisch teruggesnoeid, de hoofdtakken werden verankerd, de stamdelen met stalen stangen verzekerd, rotte delen werden weggesneden en via boorgaten in de grond werden organische meststoffen toegediend. Dat hielp goed. Die linde van Levendaal staat er nog altijd prachtig bij met zijn stamomtrek van 7,5 meter. Deze boom was ooit het kleinste natuurgebied van Nederland, krap negen vierkante meter groot. Het onderhoud en de verzorging door Staatsbosbeheer werd in 1966 namelijk in een notariële akte vastgelegd. De linde was daarmee in z'n uppie twintig jaar lang een beschermd natuurreservaatje. In 1986 heeft het bedrijf van Copijn de verzorging van de oude linde overgenomen van Staatsbosbeheer, vanwege de bijzondere band van zijn firma met de bejaarde boom. Begin De redding van de linde in Achterberg markeert het begin van de boomrestauraties in Nederland. Voordien werden oude bomen vooral gekapt. Inmiddels zijn er in Nederland fraaie voorbeelden van gerestaureerde bomen. Zoals de zomereik van Kasteel Doornenburg, minstens 800 jaar oud en nog behoorlijk vitaal, ondanks het feit dat er weleens vuurtjes zijn gestookt in de holle stam. Het is vermoedelijk een dingboom, waaronder in vroeger tijden recht werd gesproken. En de Kroezeboom in Fleringen, gemeente Tubbergen, zo'n 500 jaar oud. Deze zomereik diende waarschijnlijk als grensboom vanwaaruit akkers in percelen werden verdeeld. Of de dorpslinde bij het gemeentehuis van Oisterwijk, minstens 700 jaar oud, ook een boom waaronder schepenen vroeger rechtspraken. Ook bijzonder, de Koningslinde van Sambeek in Noord-Brabant bij Boxmeer. Copijn schat deze boom op 800 jaar. De volledig holle stam is bijna acht meter in omtrek. Binnen de stam is een volledige nieuwe stam gegroeid uit het bestaande wortelstelsel, een verschijnsel dat vaker te zien is bij holle bomen. Deze linde zou volgens Copijn de oudste van Nederland kunnen zijn, hoewel er altijd discussie blijft over de leeftijd van stokoude bomen. Bomenkenner Bert Maes denkt dat de boom veel jonger is dan 800 jaar. Hij schat de leeftijd op 350 tot 500 jaar. Maar het is onmiskenbaar een taaie veteraan. Tijdens een hevige storm in 1901 verloor deze linde zijn complete kroon. De boom kreeg een herkansing en herstelde volledig. Copijn nam de boom in 1973 onder handen, nadat uit onderzoek door Staatsbosbeheer was gebleken dat de stokoude linde nog voldoende stabiel was om stormen te doorstaan. In het boek van Copijn komt Jeroen Heindijk aan het woord. Hij is boomadviseur en gek op oude bomen. Hij organiseert reizen naar Groot-Brittannië en laat daar aan professionals zien hoe een eik die al honderden jaren aan het sterven is, eruitziet. Daarvoor moet je naar het buitenland. "Hier zie je dat soort voorbeelden vrijwel niet. 1n Nederland krijgen boomverzorgers zelden nog de kans om boomveteranen te verzorgen. Bomen worden met 80 jaar afgeschreven en oudere bomen worden vooral als potentieel gevaar gezien." Heindijk deelt zijn kennis graag. "Al jaren trek ik eropuit met kinderen, vooral van groep 6, rond 9 jaar. Telkens blijkt tijdens die tochten weer hoeveel de natuur met kinderen kan doen. Een keer was er een jongen met wie niemand iets wist te beginnen. Hij kwam uit een milieu waar het stoer is om in de gevangenis te raken. Tijdens de bostocht was hij zo onder de indruk dat hij vroeg: meester, hoe kan ik boswachter worden? Dat zijn kippevelmomenten." Speelplekken Het is een boodschap die ook Hanna Hirsch van de Bomenstichting en bomenadviseur Annemiek van Loon willen uitdragen in hun boekje 'Leven(de) Speelplekken'. Bomen hebben kinderen veel te bieden, aldus Hirsch en Van Loon. Bij de inrichting van speelplekken spelen bomen volgens hen nog een te ondergeschikte rol. Dat is jammer, vinden zij. Oude bomen versterken het cultuurhistorische besef, aldus de auteurs. "Een oude boom is een levende schakel met het verleden. Onder monumentale bomen werd recht gesproken, ze vertellen een geschiedenis, over hoe de wereld er vroeger uitzag en wat zich toen afspeelde." Hirsch en Van Loon noemen als voorbeeld de Anne Frank-boom en 'de boom die alles zag' in de Amsterdamse Bijlmer, die na de vliegtuigramp in 1992 overeind bleef en een monument werd. Ze schreven hun boek vooral voor bestuurders, architecten, aannemers, beleidsmakers in groen stedelijk gebied, gemeenten en schooldirecties. Hirsch en Van Loon geven informatie over de functie van bomen, groeiplaatsen, verzorging en aanleg van een boomtuin. "Liefde voor bomen kun je niet vroeg genoeg leren. Daar hebben kinderen hun hele leven profijt van. Ze zullen bomen later met meer aandacht en respect behandelen." Meer gevoel voor bomen kan ook volwassenen worden geleerd, weet Van Loon. In haar woonplaats Epe lopen mede door haar zo'n vijftig vrijwillige bomenwachters rond, die burgertoezicht houden op een ingrijpende reconstructie van de Heerderweg, de lommerrijke toegangsweg tot het Veluwedorp. Provincie en gemeente kondigden vorig jaar aan dat er voor de kennelijk hoognodige verbreding 600 gezonde, oude bomen moesten worden gekapt. De bevolking liep te hoop. Na stevige protesten en aanpassing van het plan - onder druk van bewoners - hoeven er nog maar 225 bomen om. De bomen die blijven zijn goeddeels door omwonenden 'geadopteerd', omdat er altijd een risico is dat ze toch het onderspit zullen delven bij de wegwerkzaamheden. Van Loon leerde vijftig dorpsgenoten hoe ze 'hun' bomen kunnen beschermen door tijdens de reconstructie toezicht te houden op de wegwerkers en grondverzetters die de weg overhoop gaan halen. Want bomen hebben ruimte nodig, een stuk grond ter grootte van de kruin van de boom moet vrij blijven van zware bouwmaterialen, bulten zand of stapels tegels, om de zuurstoftoevoer naar de wortels te waarborgen. Ze hebben de aannemer al gedwongen om een partij stoepranden die onder een boom waren geplaatst, weg te halen. J'ørn en Lia Copijn, Marina Laméris: Het Groene Goud, 50 jaar boomverzorging in Nederland. Uitg. Tast Projecten, gebonden, 319 p., 29,95 euro. (na 31-12-2016, 34,95 euro) Hanna Hirsch en Annemiek van Loon: Leven(de) Speelplekken. Uitg. Bomenstichting, gebonden, 110 p., 19,50 euro.
Joop Bouwma — Trouw — 8 december 2016
Het groene goud J'ørn en Lia Copijn, Het groene goud. 50 jaar boomverzorging in Nederland, Groenekan 2016 het_groene_goud-page0Toen dit boek enige weken geleden verscheen, werd het gepresenteerd op een drukbezochte receptie in een grote tent nabij een zogenaamde 1000-jarige linde in het gehucht Achterberg in de gemeente Rhenen. De term 1000-jarige moet u niet al te letterlijk nemen. Het geeft enkel aan dat een boom honderden jaren oud is. De plek van deze presentatie is begrijpelijk als u weet dat het echtpaar Copijn zich hun leven lang professioneel hebben ingespannen voor bomen en hun verzorging. De linde in Achterberg dreigde vijftig jaar geleden te worden gekapt. Het leidde tot vele protesten en verzet, ook van het ter zakekundige echtpaar Copijn met als zoet genoegen dat zij hier aan de voet van de stokoude lindeboom in 2016 hun boek aan vrienden en persvertegenwoordigers konden presenteren. De uitgave bevat hun jarenlange visie op bomen en hun verzorging en memoreert talloze anekdotes en voorvallen die zij tijdens hun lange professionele carrière beleefden. Het vak boomverzorger kent nog maar een korte geschiedenis. Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw ontwikkelde dit beroep zich en nu telt ons land ruim duizend mensen in dit vakgebied. In deze ontwikkeling speelden J'ørn en Lia Copijn-Schukking een belangrijke rol. Het boek is feitelijk een overzicht van hun vijftigjaar durende inspanning voor het behoud en de verzorging van bomen. In de afgelopen decennia zijn wij ons er meer bewust van geworden dat bomen niet enkel hout produceren maar dat zij een vitale rol spelen in onze leefomgeving en de leefbaarheid daarvan. De betekenis van bomen, vanuit natuur en milieu, maar ook vanuit de cultuurhistorische waarden komt in dit boek uitgebreid aan bod. Bovendien komen diverse boomdeskundigen en wetenschappers aan het woord. Zij geven telkens hun visie op boomverzorging. Ook gaat een onderdeel in op de geschiedenis van de Bomenstichting en de Kring Praktiserende Boomverzorgers. Interessant is het hoofdstuk dat gewijd is aan de wijze waarop bomen oud worden. Dit proces van regeneratie vraagt om verzorging waardoor bomen een hoge leeftijd kunnen bereiken. Het verplanten van bomen (soms een goede manier om bomen een tweede leven te geven) wordt in deze publicatie ook uit de doeken gedaan. Daarnaast wordt ook wat over onze landsgrenzen heen gekeken met een historisch perspectief van de belangrijkste grondleggers van het vak en van boomverzorging in onze buurlanden. Fotograaf Roel van Norel maakte voor dit boek de meeste foto's. Zijn uitstekende fotografie verrijkt dit boek tot een zeer aantrekkelijk geheel. Met J'ørn en Lia Copijn leverde Marina Laméris zowel als auteur als eindredacteur een waardevolle bijdrage aan de totstandkoming van dit boek. RD. Het groene goud. 50 jaar boomverzorging in Nederland is een gebonden uitgave en telt 320 pagina's. De meeste foto's zijn kleurenopnames. Het verscheen bij TasT, projecten voor tastbaar erfgoed. Het is te bestellen via www.tastbaarerfgoed.nl
René Dessing — Stichting Kastelen Buitenplaatsen Landgoederen — 9 december 2016
Het Groene Goud is genomineerd voor de Jan Wolkersprijs 2017. Uit meer dan 100 inzendingen is Het Groene Goud genomineerd voor de prijs voor het beste natuurboek van 2017. In oktober 2017 wordt de winnaar bekend gemaakt.
Vara Vroege Vogels — 18 juni 2017
In het kort
Bibliografisch
ISBN-139789491229299
Editie1
TaalNederlands dut
Pagina’s320
GeïllustreerdJa
Vorm & inhoud
ProductvormHardback BB
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Natuurbeheer 944
NUR (alle)944 Natuurbeheer
Medewerkers
Auteur A01Marina Laméris
Auteur A01J'ørn Copijn
Auteur A01Lia Copijn
Redacteur B01Marina Laméris
Illustrator A12J'ørn Copijn
Illustrator A12Roel van Norel
Herkomst
Werk-id (NSTC)500399479
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Lijkt op dit boek
NSTC 500399479 · CB-relatie 9822708 · Bijgewerkt 6 augustus 2026









