Catalogus
Omslag van Het open woord
Achterkant van Het open woord

Het open woord

Paperback184 pagina’sNederlandsDeel 7 →
HET OPEN WOORDLidija Tsjoekovskaja1965Grafrede (ter nagedachtenis aan Frida Vigdorova)1966Aan Izvestia (over de zaak Andrej Sinjavski en Joeli Daniël)Vragen die op de schrijversbijeenkomst gesteld zijn aanLev Nikolajevitsj SmirnovAan Uitgeverij Detskaja Literatoera(over de inleiding bij een boek van I.I. Miltsjik)Aan Michail Sjolochov (over de zaak Sinjavski en Daniël)1968Geen executie, maar een gedachte, een woordDe verantwoordelijkheid van de schrijver en de onverantwoordelijkheidvan de Literatoernaja GazetaTelegram aan Aleksandr Solzjenitsyn bij zijn vijftigste verjaardag1969Aan het Presidium van de Schrijversbond van de USSR(over de uitsluiting van Aleksandr Solzjenitsyn)1971Aan het Strafrechtelijk College ter verdediging vanRejza Anatoljevna Palatnik1973De toorn van het volk1974Het laatste woord(bij Tsjoekovskaja’s uitsluiting van de Schrijversbond)Het doorbreken van het zwijgen(bij het uitkomen van Solzjenitsyns De Goelag Archipel)Solzjenitsyn is gearresteerdLIDIJA TSJOEKOVSKAJA, EEN MOEDIG MENSGerrit JolinkVROUWELIJKE AUTEURS IN DE TIJD VAN STALINBeth HolmgrenBEELDBIOGRAFIENOTENPERSONENREGISTERVERANTWOORDINGPUBLICATIES VAN LIDIJA TSJOEKOVSKAJA, een selectieHet open woord is een bundel felle open brieven geschreven in de jaren 1965-1974 waarin zij dissidenten als Pasternak, Solzjenitsyn en Sacharov verdedigt. In alle openbaarheid en in een grootse stijl.Na als student in de jarentwintig van de vorigeeeuw te zijn gearresteerden verbannen werkteLidija Tsjoekovskajaenige jaren als redacteurbij een uitgeverij vankinderboeken. Naaraanleiding van dearrestatie en – naar laterbleek – moord op haarechtgenoot schreef zijmidden in die tijd van repressie de beklemmenderoman Sofia Petrovna/Het verlaten huis. NadatTsjoekovskaja het haar had voorgelezen zei dedichter Anna Achmatova hierover: ‘Ieder woordervan is waar.’ Haar tweede roman, Duik in de diepte,is gesitueerd in 1949 toen een nieuwe golf vanvervolging en antisemitisme werd ingezet. Na heteinde van de dooi onder Chroestsjov verzette zij zichopenlijk tegen het opnieuw intredende repressieveklimaat van leugenachtigheid, manipulatie enzwijgen. In 1974 werd zij uit de Schrijversbondgezet. De transcriptie van haar verdedigingsrede isin het boek opgenomen.Wie is deze vrouw, door Solzjenitsyn omschrevenals ‘een sieraad voor de Sovjetliteratuur’? De frisheid,kracht en de literaire kwaliteit van haar openbrieven rechtvaardigen deze vertaling en publicatie,en daarmee de hernieuwde aandacht voor haarwerk.Enkele fragmenten uit Women’s Works in Stalin’sTime van Beth Holmgren duiden vanuit eenfeministisch perspectief het belang, de werkwijzeen de bijzondere plaats die vrouwen, zoals LidijaTsjoekovskaja, in de Sovjetliteratuur innemen.De namen van de mannen die zij verdedigt kennen we nog. Zij lijkt vergeten? Dat zetten we recht!'Dit boek is - helaas - actueler dan ooit.'
Recensies
Een schrijfster die laat zien waarom Rusland de staatsterreur tegen de eigen burgers niet kan verwerken Michel Krielaars Er gaat bijna geen dag voorbij waarin ik niet denk aan Ilja Jasjin, Aleksej Navalny en Vladimir Kara-Moerza, drie Russische activisten die tot lange gevangenisstraffen zijn veroordeeld omdat ze zich tegen het Poetin-regime hebben uitgesproken. Niet dat we bevriend zijn, maar ik heb ze in het verleden een paar keer gesproken en ben sindsdien onder de indruk van hun moed om niet te zwijgen wanneer hun meeste landgenoten dat wel doen. Mijn helden hebben een voorganger in de schrijfster Lidija Tsjoekovskaja (1907-1996). Van haar hand las ik Het open woord, een onlangs door Emma de Klerk vertaalde bundel redevoeringen en open brieven aan het Sovjet-gezag uit de jaren 1965-1974. Die dappere teksten zijn dezer dagen actueler dan ooit, omdat ze je het onvermogen van Rusland laten zien om de staatsterreur tegen de eigen burgers te verwerken. ‘Wanneer een samenleving zich geen rekenschap geeft van haar geschiedenis, loopt ze het risico dat dezelfde mechanismen van repressie zich herhalen’, schrijft ze daarover. Een halve eeuw later heeft Tsjoekovskaja gelijk gekregen. Want in het Rusland van Poetin worden net als in de Sovjet-Unie schrijvers en geleerden met afwijkende meningen vervolgd, houden anderen van angst hun mond en schreeuwen de officiële instanties om het hardst mee om die dissidenten te verklikken en het gevang in te duwen. Het indrukwekkendste geschrift in Het open woord is een open brief uit 1966 aan Michail Sjolochov, de voorzitter van de Schrijversbond. Sjolochov had zich op het 23ste Partijcongres verontwaardigd uitgelaten over Andrej Sinjavski en Joeli Daniël, die hun romans onder pseudoniem in het Westen hadden gepubliceerd en daarom tot respectievelijk zeven en vijf jaar strafkamp waren veroordeeld. Volgens hem hadden ze doodgeschoten moeten worden, zoals onder Stalin zou zijn gebeurd. Tsjoekovskaja confronteert hem nu met zijn woorden: ‘U had gewild dat rechters over Sovjet-burgers zouden oordelen zonder zich te laten belemmeren door het wetboek en dat zij zich niet door wetten, maar door “rechtsbewustzijn” hadden laten leiden.’ Dat Sjolochov zijn zin niet kreeg, had er alles mee te maken dat de Sovjet-Unie tijdens de dooi onder de in 1964 afgezette partijleider Chroesjtsjov enigszins op een rechtsstaat begon te lijken, hoewel die inmiddels alweer op zijn retour was. In een andere open brief, uit 1968, schrijft Tsjoekovskaja dat het verlangen naar de meest basale vorm van rechtvaardigheid na Stalins dood onbeantwoord is gebleven. De weduwen van de slachtoffers kregen weliswaar te horen dat hun echtgenoten onterecht gearresteerd waren, maar degenen die hen de dood in hadden gejaagd werden ongemoeid gelaten. Zij wil nu een publiekelijk antwoord op de vraag wat de oorzaak is van de ‘volslagen hulpeloosheid’ van het volk tegenover die staatsterreur. Zelf weet ze het antwoord al: ‘Die leugen, die ieder uur herhaald werd, verhinderde de mensen om te weten te komen wat er in hun eigen land met hun medeburgers gebeurde. Sommigen wisten niets uit onnozelheid of naïviteit, anderen omdat zij liever niets wilden weten.’ Je begrijpt meteen waarom de huidige voorzitter van de Schrijversbond zich in militair uniform hult en het logo van de Donbas-afdeling van zijn organisatie is veranderd in een Z – het symbool van de oorlog aldaar– met een pennetje erop. Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 19 mei 2023.
Michel Krielaars — NRC Boeken — 19 mei 2023
In het kort
Trefwoorden

Lijkt op dit boek

NSTC 501518844 · CB-relatie 6711485 · Bijgewerkt 6 augustus 2026
Bestel bij bol →
← Terug naar resultaten
Omslag van Het open woord
Achterkant van Het open woord

Het open woord

Emma de Klerk vertaler
Paperback184 pagina’sNederlandsDeel 7 van Les bijoux discrets →
HET OPEN WOORDLidija Tsjoekovskaja1965Grafrede (ter nagedachtenis aan Frida Vigdorova)1966Aan Izvestia (over de zaak Andrej Sinjavski en Joeli Daniël)Vragen die op de schrijversbijeenkomst gesteld zijn aanLev Nikolajevitsj SmirnovAan Uitgeverij Detskaja Literatoera(over de inleiding bij een boek van I.I. Miltsjik)Aan Michail Sjolochov (over de zaak Sinjavski en Daniël)1968Geen executie, maar een gedachte, een woordDe verantwoordelijkheid van de schrijver en de onverantwoordelijkheidvan de Literatoernaja GazetaTelegram aan Aleksandr Solzjenitsyn bij zijn vijftigste verjaardag1969Aan het Presidium van de Schrijversbond van de USSR(over de uitsluiting van Aleksandr Solzjenitsyn)1971Aan het Strafrechtelijk College ter verdediging vanRejza Anatoljevna Palatnik1973De toorn van het volk1974Het laatste woord(bij Tsjoekovskaja’s uitsluiting van de Schrijversbond)Het doorbreken van het zwijgen(bij het uitkomen van Solzjenitsyns De Goelag Archipel)Solzjenitsyn is gearresteerdLIDIJA TSJOEKOVSKAJA, EEN MOEDIG MENSGerrit JolinkVROUWELIJKE AUTEURS IN DE TIJD VAN STALINBeth HolmgrenBEELDBIOGRAFIENOTENPERSONENREGISTERVERANTWOORDINGPUBLICATIES VAN LIDIJA TSJOEKOVSKAJA, een selectieHet open woord is een bundel felle open brieven geschreven in de jaren 1965-1974 waarin zij dissidenten als Pasternak, Solzjenitsyn en Sacharov verdedigt. In alle openbaarheid en in een grootse stijl.Na als student in de jarentwintig van de vorigeeeuw te zijn gearresteerden verbannen werkteLidija Tsjoekovskajaenige jaren als redacteurbij een uitgeverij vankinderboeken. Naaraanleiding van dearrestatie en – naar laterbleek – moord op haarechtgenoot schreef zijmidden in die tijd van repressie de beklemmenderoman Sofia Petrovna/Het verlaten huis. NadatTsjoekovskaja het haar had voorgelezen zei dedichter Anna Achmatova hierover: ‘Ieder woordervan is waar.’ Haar tweede roman, Duik in de diepte,is gesitueerd in 1949 toen een nieuwe golf vanvervolging en antisemitisme werd ingezet. Na heteinde van de dooi onder Chroestsjov verzette zij zichopenlijk tegen het opnieuw intredende repressieveklimaat van leugenachtigheid, manipulatie enzwijgen. In 1974 werd zij uit de Schrijversbondgezet. De transcriptie van haar verdedigingsrede isin het boek opgenomen.Wie is deze vrouw, door Solzjenitsyn omschrevenals ‘een sieraad voor de Sovjetliteratuur’? De frisheid,kracht en de literaire kwaliteit van haar openbrieven rechtvaardigen deze vertaling en publicatie,en daarmee de hernieuwde aandacht voor haarwerk.Enkele fragmenten uit Women’s Works in Stalin’sTime van Beth Holmgren duiden vanuit eenfeministisch perspectief het belang, de werkwijzeen de bijzondere plaats die vrouwen, zoals LidijaTsjoekovskaja, in de Sovjetliteratuur innemen.De namen van de mannen die zij verdedigt kennen we nog. Zij lijkt vergeten? Dat zetten we recht!'Dit boek is - helaas - actueler dan ooit.'
Recensies
Een schrijfster die laat zien waarom Rusland de staatsterreur tegen de eigen burgers niet kan verwerken Michel Krielaars Er gaat bijna geen dag voorbij waarin ik niet denk aan Ilja Jasjin, Aleksej Navalny en Vladimir Kara-Moerza, drie Russische activisten die tot lange gevangenisstraffen zijn veroordeeld omdat ze zich tegen het Poetin-regime hebben uitgesproken. Niet dat we bevriend zijn, maar ik heb ze in het verleden een paar keer gesproken en ben sindsdien onder de indruk van hun moed om niet te zwijgen wanneer hun meeste landgenoten dat wel doen. Mijn helden hebben een voorganger in de schrijfster Lidija Tsjoekovskaja (1907-1996). Van haar hand las ik Het open woord, een onlangs door Emma de Klerk vertaalde bundel redevoeringen en open brieven aan het Sovjet-gezag uit de jaren 1965-1974. Die dappere teksten zijn dezer dagen actueler dan ooit, omdat ze je het onvermogen van Rusland laten zien om de staatsterreur tegen de eigen burgers te verwerken. ‘Wanneer een samenleving zich geen rekenschap geeft van haar geschiedenis, loopt ze het risico dat dezelfde mechanismen van repressie zich herhalen’, schrijft ze daarover. Een halve eeuw later heeft Tsjoekovskaja gelijk gekregen. Want in het Rusland van Poetin worden net als in de Sovjet-Unie schrijvers en geleerden met afwijkende meningen vervolgd, houden anderen van angst hun mond en schreeuwen de officiële instanties om het hardst mee om die dissidenten te verklikken en het gevang in te duwen. Het indrukwekkendste geschrift in Het open woord is een open brief uit 1966 aan Michail Sjolochov, de voorzitter van de Schrijversbond. Sjolochov had zich op het 23ste Partijcongres verontwaardigd uitgelaten over Andrej Sinjavski en Joeli Daniël, die hun romans onder pseudoniem in het Westen hadden gepubliceerd en daarom tot respectievelijk zeven en vijf jaar strafkamp waren veroordeeld. Volgens hem hadden ze doodgeschoten moeten worden, zoals onder Stalin zou zijn gebeurd. Tsjoekovskaja confronteert hem nu met zijn woorden: ‘U had gewild dat rechters over Sovjet-burgers zouden oordelen zonder zich te laten belemmeren door het wetboek en dat zij zich niet door wetten, maar door “rechtsbewustzijn” hadden laten leiden.’ Dat Sjolochov zijn zin niet kreeg, had er alles mee te maken dat de Sovjet-Unie tijdens de dooi onder de in 1964 afgezette partijleider Chroesjtsjov enigszins op een rechtsstaat begon te lijken, hoewel die inmiddels alweer op zijn retour was. In een andere open brief, uit 1968, schrijft Tsjoekovskaja dat het verlangen naar de meest basale vorm van rechtvaardigheid na Stalins dood onbeantwoord is gebleven. De weduwen van de slachtoffers kregen weliswaar te horen dat hun echtgenoten onterecht gearresteerd waren, maar degenen die hen de dood in hadden gejaagd werden ongemoeid gelaten. Zij wil nu een publiekelijk antwoord op de vraag wat de oorzaak is van de ‘volslagen hulpeloosheid’ van het volk tegenover die staatsterreur. Zelf weet ze het antwoord al: ‘Die leugen, die ieder uur herhaald werd, verhinderde de mensen om te weten te komen wat er in hun eigen land met hun medeburgers gebeurde. Sommigen wisten niets uit onnozelheid of naïviteit, anderen omdat zij liever niets wilden weten.’ Je begrijpt meteen waarom de huidige voorzitter van de Schrijversbond zich in militair uniform hult en het logo van de Donbas-afdeling van zijn organisatie is veranderd in een Z – het symbool van de oorlog aldaar– met een pennetje erop. Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 19 mei 2023.
Michel Krielaars — NRC Boeken — 19 mei 2023 ·
In het kort

Lijkt op dit boek

Alles bekijken →
NSTC 501518844 · CB-relatie 6711485 · Bijgewerkt 6 augustus 2026