

Het ruisen van de tjemara's
PaperbackNederlands
In de autobiografische roman 'Het ruisen van de tjemara's' kijkt Ciska Feekes (1936) terug op haar kindertijd in Nederlands-Indië en haar gevangenschap in Jappenkampen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Herinneringen en ervaringen leren de lezer meer over haar en hoe ze is geworden tot wie ze nu is.
'Het ruisen van de tjemara's' valt in twee delen uiteen: in deel één neemt Feekes de lezer mee op haar reizen als bioloog en haar terugreis naar Nederlands-Indië, in het tweede deel vertelt ze haar verhaal door de kinderogen van vroeger. Het boek staat vol met gedetailleerde, realistische beschrijvingen van de cultuur en de natuur in Nederlands-Indië.
De auteur heeft grondig onderzoek gedaan naar het Jappenkamp waar ze zelf lange tijd ondergebracht was en waarvan de meeste herinneringen naar boven kwamen: Banjoebiroe (10). Over dit specifieke, grote kamp is vrij weinig geschreven. Er zijn wel ooggetuigenverslagen, maar weinig ervan is vertaald naar proza. Het boek is in dat opzicht uniek en draagt bij aan de beeldvorming van de Japanse bezetting en het leven in kampen. Het vult in dat opzicht een gat voor zowel oudere als jongere generaties die meer willen weten over die tijd.
In het eerste deel van het boek - 'De terugtocht' - neemt de auteur de lezer mee op haar reizen als bioloog. Voordat de herinneringen vervagen, wil ze haar verleden vangen. Aan de hand van flashbacks van haar leven en reizen naar Zuid-Amerika en uiteindelijk een 'terugreis' naar voormalig Nederlands-Indië in Azië, krijgt de lezer langzamerhand een compleet beeld van de hoofdpersoon en hoe haar leven als klein meisje daar was tijdens, voor- en nadat de oorlog begon. Ze licht stukje bij beetje de sluier op hoe ze haar verloren kindertijd heeft ervaren en aan welke personen en familieleden ze zich moest vastklampen om die tijd ongeschonden door te komen. Maar ook hoe die ervaring haar later vormde tot wie ze nu is.
In het tweede deel vertelt de auteur haar verhaal door de kinderogen van toen. In korte verhalen beschrijft ze wat ze meemaakt en hoe dat als kind op haar overkomt. Zoals een kind het zou doen, voorziet ze haar gebeurtenissen niet van commentaar; ze vertelt het gewoon zoals ze het zich herinnert. Daardoor blijven haar observaties puur en zonder overbodige afleidingen.
Feekes heeft jaren aan haar boek 'Het ruisen van de tjemara's' gewerkt. De herinneringen aan de kindertijd kwamen stukje bij beetje en riepen steeds weer nieuwe vragen op hoe die werkelijkheid toen was. Veel tijd heeft ze daarom ook besteed aan aardrijkskundig en historisch onderzoek en het praten met mensen die net als zij in dezelfde kampen hebben gezeten.
Franciska (Ciska) Feekes werd in 1936 geboren in Batavia. Tegenwoordig woont ze in de provincie Groningen. Feekes studeerde in de jaren vijftig van de vorige eeuw biologie aan de Universiteit Utrecht. In 1971 promoveerde ze aan de Rijksuniversiteit Groningen op het gebied van ethologie (het natuurlijke gedrag van dieren). In de jaren daarna bracht ze voor haar onderzoekswerk veel tijd door in Zuid-Amerika, vooral in Suriname en Mexico. De laatste vijftien jaar heeft ze zich volledig gewijd aan projecten voor natuurbescherming (planning reservaten, duurzaam bosbeheer in reservaten, begeleiden lokale organisaties etc.) in Latijns Amerika (Mexico, Ecuador en Nicaragua).
'Het ruisen van de tjemara's' valt in twee delen uiteen: in deel één neemt Feekes de lezer mee op haar reizen als bioloog en haar terugreis naar Nederlands-Indië, in het tweede deel vertelt ze haar verhaal door de kinderogen van vroeger. Het boek staat vol met gedetailleerde, realistische beschrijvingen van de cultuur en de natuur in Nederlands-Indië.
De auteur heeft grondig onderzoek gedaan naar het Jappenkamp waar ze zelf lange tijd ondergebracht was en waarvan de meeste herinneringen naar boven kwamen: Banjoebiroe (10). Over dit specifieke, grote kamp is vrij weinig geschreven. Er zijn wel ooggetuigenverslagen, maar weinig ervan is vertaald naar proza. Het boek is in dat opzicht uniek en draagt bij aan de beeldvorming van de Japanse bezetting en het leven in kampen. Het vult in dat opzicht een gat voor zowel oudere als jongere generaties die meer willen weten over die tijd.
In het eerste deel van het boek - 'De terugtocht' - neemt de auteur de lezer mee op haar reizen als bioloog. Voordat de herinneringen vervagen, wil ze haar verleden vangen. Aan de hand van flashbacks van haar leven en reizen naar Zuid-Amerika en uiteindelijk een 'terugreis' naar voormalig Nederlands-Indië in Azië, krijgt de lezer langzamerhand een compleet beeld van de hoofdpersoon en hoe haar leven als klein meisje daar was tijdens, voor- en nadat de oorlog begon. Ze licht stukje bij beetje de sluier op hoe ze haar verloren kindertijd heeft ervaren en aan welke personen en familieleden ze zich moest vastklampen om die tijd ongeschonden door te komen. Maar ook hoe die ervaring haar later vormde tot wie ze nu is.
In het tweede deel vertelt de auteur haar verhaal door de kinderogen van toen. In korte verhalen beschrijft ze wat ze meemaakt en hoe dat als kind op haar overkomt. Zoals een kind het zou doen, voorziet ze haar gebeurtenissen niet van commentaar; ze vertelt het gewoon zoals ze het zich herinnert. Daardoor blijven haar observaties puur en zonder overbodige afleidingen.
Feekes heeft jaren aan haar boek 'Het ruisen van de tjemara's' gewerkt. De herinneringen aan de kindertijd kwamen stukje bij beetje en riepen steeds weer nieuwe vragen op hoe die werkelijkheid toen was. Veel tijd heeft ze daarom ook besteed aan aardrijkskundig en historisch onderzoek en het praten met mensen die net als zij in dezelfde kampen hebben gezeten.
Franciska (Ciska) Feekes werd in 1936 geboren in Batavia. Tegenwoordig woont ze in de provincie Groningen. Feekes studeerde in de jaren vijftig van de vorige eeuw biologie aan de Universiteit Utrecht. In 1971 promoveerde ze aan de Rijksuniversiteit Groningen op het gebied van ethologie (het natuurlijke gedrag van dieren). In de jaren daarna bracht ze voor haar onderzoekswerk veel tijd door in Zuid-Amerika, vooral in Suriname en Mexico. De laatste vijftien jaar heeft ze zich volledig gewijd aan projecten voor natuurbescherming (planning reservaten, duurzaam bosbeheer in reservaten, begeleiden lokale organisaties etc.) in Latijns Amerika (Mexico, Ecuador en Nicaragua).
Recensies
Jarenlang werden de winkels overspoeld met boeken waarin teruggeblikt werd op een jeugd in Nederlands-Indië. Inmiddels verschijnen er niet veel meer; de laatste oud- bewoners zijn flink op leeftijd. Toch blijft het moei- lijk iets toe te voegen aan de grote hoeveelheid die er al is. Ciska Feekes, tegenwoordig woonachtig in Baflo, doet dat wel met haar autobiografische roman Het ruisen van de tjemara's. Het onderwerp mag dan niet erg origineel zijn, Feekes (Batavia, 1936) heeft haar eigen aanpak. Het ruisen van de tjemara's is opgebouwd uit twee delen. Het eerste deel is een inleiding op het tweede. In dit deel kijkt de volwassen Feekes terug op haar leven vanaf de repatriëring naar Nederland tot het moment van weerzien met het land uit haar kindertijd. Na aankomst in Nederland komt ze samen met haar familie terecht in het Gooi. Het leven gaat zijn gangetje en al snel verdwijnt alles wat met Indië te maken heeft naar de achtergrond. Niemand in Nederland zit te wachten op de verhalen van de repatrianten. De jonge Feekes gaat naar school en volgt een studie biologie, maar aarden in het koude Nederland lukt haar niet. Na haar studie reist ze de hele wereld over om als biologe onderzoek te doen. Terug in Nederland krijgt ze plotsklaps een uitnodiging van een oude familievriend om naar Indonesië te komen. Een 'heimweereis' zoals vaak beschreven in de zogenaamde terugkeerliteratuur, is het bepaald niet. Het bezoek doet haar maar weinig. Pas jaren later, als ze bij een schrijfcursus de opdracht krijgt om over haar jeugd te schrijven, komen de herinneringen weer boven. Deze herinneringen vullen het tweede én beste deel van het boek. In korte, fraai geschreven verhalen beschrijft Feekes door de ogen van een kind hoe het was om op te groeien in Nederlands-Indië vlak voor, tijdens en na de oorlog. Aangrijpend zijn vooral de verhalen die zich afspelen in de Jappenkampen, waar ze samen met haar moeder en zus verbleef. Het onbegrip van een kind, dat weinig besef heeft van de dingen die er om zich heen gebeuren, grijpt acuut naar de strot. Het maakt van Het ruisen van de tjemara's een prachtige, ontroerende roman waarin de bijna 80-jarige Feekes nog maar eens onderstreept dat wijsheid inderdaad met de jaren komt.
Rosalien Koster — Dagblad van het Noorden — 25 februari 2012
In Groningen is afgelopen weekend het boek 'Het ruisen van de tjemara's' gepresenteerd door uitgeverij Palmslag. Een autobiografisch boek vol herinneringen van een 7-jarig meisje, Ciska Feekes (1936, Batavia), dat in Nederlands- Indië, met haar moeder en zus, in november 1943 in het Jappenkamp Solo Ziekenzorg terechtkomt. Hun vader is dan al een jaar eerder elders gedetineerd. Ze verblijft twee jaar in het kamp. In 1945, na de capitulatie van Japan, worden ze voor hun eigen veiligheid in kamp Bamjoebirtoe opgesloten en bewaakt door Britse Gurka's. In 1946 worden ze herenigd met hun man en vader en in mei van dat jaar vertrekken ze naar Nederland. Het is een verhaal, geschreven door de ogen van een kind dat nog niet echt door heeft wat er gebeurt in die grote mensenwereld. Ze zitten weliswaar in een Japans gevangenkamp maar je leest weinig over de bezetters zelf, de onvermijdelijke wreedheden die daar begaan zijn en de oorlog. Daar heeft ze bewust voor gekozen vertelde Feekes tijdens de presentatie. Het gaat puur om haar eigen herinneringen en interpretaties ervan. Ze beschrijft het dagelijkse leven, voor, tijdens en na het kamp, de bootreis naar Holland en de aankomst, samen met haar onafscheidelijke zus Liesbeth. Als kind van zeven begrijp je de grote lijnen niet, wat je overkomt is een raadsel en wat de eventuele gevolgen kunnen zijn, daar heb je geen weet van. Je bent totaal afhankelijk van de volwassenen om je heen en de gebeurtenissen waar je als kind geen vat op hebt. De schrijfster heeft moeten putten uit herinneringen van bijna 70 jaar geleden. Een hele opgave waar ze wonderwel in geslaagd is. Niet alle namen weet ze nog, die zijn fictief. Gravend in haar onderbewustzijn kwamen er steeds meer flarden naar boven van verbazingwekkende, angstaanjagende, onbegrijpelijke, treurige of zelfs zeer grappige herinneringen. In haar werkzame leven is Ciska Feekes biologe geweest. Ze deed lange tijd onderzoekswerk in Suriname, Ecuador, Nicaragua en Mexico. Op haar 56e keert ze nog eenmaal terug om de plekken op Java te bezoeken waar ze ooit geweest is. Ook dat weet ze beeldend te beschrijven. Al met al is het een leeswaardig boek geworden dat snel en gemakkelijk wegleest. Een afrekening met het verleden en een herbeleving van een verloren kindertijd.
Bert Vos — De Aziatische Tijger — 12 februari 2012
Ciska Feekes beschrijft in 'Het ruisen van de tjemara's' haar leven. Dit klinkt vrij algemeen, maar niets is minder waar. Zij is namelijk opgegroeid in Indonesië, ten tijde van de Japanse bezetting. Een periode waar ze, na het vertrek uit Indonesië, maar weinig herinneringen aan over heeft gehouden. Of kan beter gezegd worden dat ze die periode verdrongen heeft? In ieder geval is zeker dat in haar verdere leven, Indonesië een belangrijke invloed heeft gehad. 'Het ruisen van de tjemara's' begint in het leven na Indonesië: als onderzoekster heeft ze in diverse landen onderzoek gedaan naar vogels, een voorliefde die ze in Indonesië heeft gekregen. Ondanks dat het werk haar succesvol vergaat blijft Ciska Feekes rondlopen met de vraag hoe het in Indonesië was. Uiteindelijk besluit ze om toch naar Indonesië af te reizen. Tegen vrienden zegt ze om te genieten van het land, maar zelf weet ze wel beter: om herin-neringen op te halen. Hoewel ze een paar plekken herkent, heeft de reis naar Indonesië niet het gewenste effect: sterker nog, de roep naar meer informatie over het zwarte verleden van haar jeugd wordt alleen maar groter. Na het doorspitten van spullen uit Indonesië, komen langzaam de herinneringen aan haar jeugd terug. Deze herinneringen staan beschreven in deel 2 van 'Het ruisen van de tjemara's'. De beschrijvingen beginnen in de nog rustige periode in Indonesië, maar al snel verandert de situatie wanneer de Japanners Indonesië binnen vallen en het gezin Feekes uit elkaar valt wanneer haar vader gevangen en afgevoerd wordt en ook Ciska, samen met haar zus en moeder een lange periode van gevangenschap tegemoet gaat. Ciska Feekes beschrijft haar herinneringen aan haar jeugd in groot detail. Hierdoor lijkt het net een verhaal uit een dagboek, zo gedetailleerd zijn sommige situaties en gebeurtenissen beschreven. Dit komt ongetwijfeld door de enorme impact die de oorlog op haar heeft gemaakt. Dit te samen met het kinderlijke gedrag dat Ciska Feekes steeds beschrijft, geeft het boek een bijzondere verhaallijn. Helemaal omdat ze altijd positief is gebleven: zelfs in gevangenschap weet ze het mooie van de natuur te herkennen en daarvan te genieten. Elke ochtend bijvoorbeeld de wolken en de bergen begroeten, iets wat eigenlijk alleen een kind kan bedenken. Maar juist deze beschrijvingen geven de meegemaakte oorlog goed weer. Hoewel het boek niet direct een reis beschrijft die voor herhaling vatbaar is, beschrijft het wel een episode in Indonesië die eigenlijk niet voorbij gegaan mag worden. Wat dat betreft is het eigenlijk onbegrijpelijk waarom er al die jaren zo weinig aandacht is geweest voor de oorlog tegen de Nederlanders in Indonesië. 'Het ruisen van de tjemara's' is daarom zeker op zijn plek in de Nederlandse literatuur, en vooral mensen die geïnteresseerd zijn in Indonesië (om wat voor reden dan ook) zouden het boek moeten lezen om het leven van vroeger uit de eerste hand te lezen en te ervaren, om op die manier iets van de cultuur en natuur van Indonesië mee te krijgen.
2theworld.nl — 7 april 2012
Ciska Feekes (Batavia, 1936) is biologe en in deze autobiografische roman beschrijft ze haar leven. In het eerste gedeelte vertelt ze over haar onderzoekswerk in Zuid- en Midden Amerika en over een reis die ze maakt naar haar geboorteland. Tijdens deze reis komen veel verdrongen herinneringen uit haar jeugd weer boven. Als ze terug in Holland door een eenvoudige opdracht tijdens een schrijfcursus haar jeugdherinneringen intens herbeleeft, besluit ze die op te schrijven. Het tweede deel van het boek bevat deze zeer gedetailleerde herinneringen van de gelukkige tijd in het Indië van voor de Japanse bezetting, de ellende in de concentratiekampen en tijdens Indonesische onafhankelijkheidsstrijd. Het is een verhaal geworden dat geschreven wordt vanuit het perspectief van een zevenjarig meisje. Daardoor krijgen met name de herinneringen uit die donkere kampperiode een heel andere lading. Het wordt verteld met een groot gevoel voor detail, een ontroerende kinderlijke onbevangenheid en veel liefde voor de natuur. Een heel bijzonder boek dat het lezen waard is.
E. Mutter — NBD/Biblion — 7 april 2012
In het kort
Bibliografisch
ISBN-139789081483872
Editie2
TaalNederlands dut
GeïllustreerdNee
Uitgave
Vorm & inhoud
ProductvormPaperback BC
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Literaire roman, novelle 301
NUR (alle)301 Literaire roman, novelle
Medewerkers
Auteur A01Ciska Feekes
Herkomst
Werk-id (NSTC)500284102
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Lijkt op dit boek
NSTC 500284102 · CB-relatie 7520174 · Bijgewerkt 6 augustus 2026









