Catalogus
Omslag van maand van de filosofie

maand van de filosofie waar blijft de ziel? 10 ex.

XC128 pagina’sNederlands
Waar blijft de ziel

Dit essay is geschreven met de humor en de nuchtere gevoeligheid die Bert Keizer eigen zijn. Hij verzet zich tegen het populaire idee dat 'wij ons brein zijn' en vraagt zich af wanneer en waarom wij vinden dat plant, dier en mens al dan niet een ziel hebben, en of ze die ook kwijt kunnen raken.


We zien graag bezieling, geestelijk leven in de wereld om ons heen. Vroeger waren we zelfs nog gretiger in dit opzicht. Toen dachten we dat zon, maan, sterren, donderwolken, bomen, planten, vulkanen en zelfs ziektes een ziel hadden. Alles om ons heen zat net zo vol bedoelingen als wijzelf. De wereld keek ons aan. De Grieken waren de eersten die zich na een blik op de wereld afvroegen: kijkt-ie nou terug of niet? Tweeduizend jaar later schreef Pascal na een blik op de nachtelijke sterrenhemel: 'De eeuwige stilte van die oneindige ruimte maakt me bang.' Hij kreeg het doodsbenauwd bij de gedachte dat de wereld niet terugkijkt. Het zou immers betekenen dat wij, kosmisch gesproken, alleen zijn, en als er iets is waar deze slimme aap niet tegen kan, dan is het wel alleen zijn.

'Mensen komen met een zekere plechtigheid, als gold het een liturgische aankondiging, met "de ziel" aanzetten. Dit even ver lossende als troostende ding, zo constateren zij, bevindt zich onaantastbaar achter al ons geneuzel over hersenschade, geest, persoonlijkheid en dementie. "Zeker", zegt mijn collega S. dan, "en dáár w
In het kort
ISBN-13
9789047704546
Verschenen
30 maart 2012

Lijkt op dit boek

NSTC 500285562 · CB-relatie 7000386 · Bijgewerkt 6 augustus 2026
Bestel bij bol →
← Terug naar resultaten
Omslag van maand van de filosofie

maand van de filosofie

waar blijft de ziel? 10 ex.
XC128 pagina’sNederlands
Waar blijft de ziel

Dit essay is geschreven met de humor en de nuchtere gevoeligheid die Bert Keizer eigen zijn. Hij verzet zich tegen het populaire idee dat 'wij ons brein zijn' en vraagt zich af wanneer en waarom wij vinden dat plant, dier en mens al dan niet een ziel hebben, en of ze die ook kwijt kunnen raken.


We zien graag bezieling, geestelijk leven in de wereld om ons heen. Vroeger waren we zelfs nog gretiger in dit opzicht. Toen dachten we dat zon, maan, sterren, donderwolken, bomen, planten, vulkanen en zelfs ziektes een ziel hadden. Alles om ons heen zat net zo vol bedoelingen als wijzelf. De wereld keek ons aan. De Grieken waren de eersten die zich na een blik op de wereld afvroegen: kijkt-ie nou terug of niet? Tweeduizend jaar later schreef Pascal na een blik op de nachtelijke sterrenhemel: 'De eeuwige stilte van die oneindige ruimte maakt me bang.' Hij kreeg het doodsbenauwd bij de gedachte dat de wereld niet terugkijkt. Het zou immers betekenen dat wij, kosmisch gesproken, alleen zijn, en als er iets is waar deze slimme aap niet tegen kan, dan is het wel alleen zijn.

'Mensen komen met een zekere plechtigheid, als gold het een liturgische aankondiging, met "de ziel" aanzetten. Dit even ver lossende als troostende ding, zo constateren zij, bevindt zich onaantastbaar achter al ons geneuzel over hersenschade, geest, persoonlijkheid en dementie. "Zeker", zegt mijn collega S. dan, "en dáár w
In het kort
ISBN-13
9789047704546
Verschenen
30 maart 2012

Lijkt op dit boek

Alles bekijken →
NSTC 500285562 · CB-relatie 7000386 · Bijgewerkt 6 augustus 2026