Mijn boeken
← Catalogus
Omslag van Met een bevroren jas en een geleend tientje

Met een bevroren jas en een geleend tientje herinneringen van Thérèse Cornips

E-book230 pagina’sNederlands
Ook verkrijgbaar als
De hoofdpersoon van dit boek is Thérèse Cornips (1926). Als de lezer haar naam al kent, dan waarschijnlijk als de vertaalster van Marcel Proust. Guus Middag kende haar vooral als de vrouw van de dichter Chr. J. van Geel. Hij voerde een aantal gesprekken met haar over haar tijd met hem - en kwam toen al snel tot de ontdekking dat Cornips minstens zo veel te vertellen had over haar leven voor en na Van Geel.Zij vertelt over zichzelf als het kleine, brave meisje dat elke dag naar de Maastrichtse bewaarschool van de Zusters onder de Bogen gaat. Hoe zij als weerspannige twintigjarige op een winternacht uit het raam klimt en ontsnapt aan haar tirannieke moeder, gekleed in een haastig van de waslijn gegriste, bevroren jas met een geleend tientje. Hoe ze als boze vijfendertigjarige vrouw het huis van Van Geel in brand wil steken omdat hij haar voor iemand anders heeft verruild. Het zijn bijzondere, grappige, soms ook droevige verhalen. Over het naoorlogse bohémienleven met schilder Klaus Grünewald in de Ardennen. Over haar reis naar Zweden, in de winter van 1950-1951. Over de liefde voor haar vader, die haar op zijn sterfbed een bekentenis deed. Over de heldhaftige redding van drie drenkelingen uit zee. Over haar ontmoetingen en vriendschappen met dichters en schrijvers als Elisabeth Eybers, Renate Rubinstein, Armando en Nescio.Guus Middag stelde haar ervaringen en omzwervingen te boek, zodat nu iedereen kennis kan nemen van dit rijke, avontuurlijke levensverhaal dat bijna een eeuw omspant.
In het kort

Lijkt op dit boek

NSTC 100030258 · CB-relatie 7500077 · Bijgewerkt 6 augustus 2026
Bestel bij bol →
← Catalogus
Omslag van Met een bevroren jas en een geleend tientje

Met een bevroren jas en een geleend tientje

herinneringen van Thérèse Cornips
E-book230 pagina’sNederlands
Bestel bij bol →
Ook verkrijgbaar als
De hoofdpersoon van dit boek is Thérèse Cornips (1926). Als de lezer haar naam al kent, dan waarschijnlijk als de vertaalster van Marcel Proust. Guus Middag kende haar vooral als de vrouw van de dichter Chr. J. van Geel. Hij voerde een aantal gesprekken met haar over haar tijd met hem - en kwam toen al snel tot de ontdekking dat Cornips minstens zo veel te vertellen had over haar leven voor en na Van Geel.Zij vertelt over zichzelf als het kleine, brave meisje dat elke dag naar de Maastrichtse bewaarschool van de Zusters onder de Bogen gaat. Hoe zij als weerspannige twintigjarige op een winternacht uit het raam klimt en ontsnapt aan haar tirannieke moeder, gekleed in een haastig van de waslijn gegriste, bevroren jas met een geleend tientje. Hoe ze als boze vijfendertigjarige vrouw het huis van Van Geel in brand wil steken omdat hij haar voor iemand anders heeft verruild. Het zijn bijzondere, grappige, soms ook droevige verhalen. Over het naoorlogse bohémienleven met schilder Klaus Grünewald in de Ardennen. Over haar reis naar Zweden, in de winter van 1950-1951. Over de liefde voor haar vader, die haar op zijn sterfbed een bekentenis deed. Over de heldhaftige redding van drie drenkelingen uit zee. Over haar ontmoetingen en vriendschappen met dichters en schrijvers als Elisabeth Eybers, Renate Rubinstein, Armando en Nescio.Guus Middag stelde haar ervaringen en omzwervingen te boek, zodat nu iedereen kennis kan nemen van dit rijke, avontuurlijke levensverhaal dat bijna een eeuw omspant.
In het kort

Lijkt op dit boek

Alles bekijken →
NSTC 100030258 · CB-relatie 7500077 · Bijgewerkt 6 augustus 2026