

Mijn hart, mijn cheeta
Stephen is elf jaar en zal na de zomer naar het gymnasium gaan. Hij leest over mythologie. Wanneer zijn ouderlijk huis door apocalyptische regens verwoest raakt, begint hij samen met zijn vriendinnetje Molly aan een dwaaltocht. Hand in hand. Dieren uit de Wassenaarse dierentuin van Kirke, de tovenares die iedere bezoeker omtovert in een dier, begeleiden hun reis. Moet Stephen Molly vertellen dat hij op een dag in elkaar zakte en dat zijn hart elk moment opnieuw op hol kan slaan als een cheeta: razendsnel op topsnelheid en na driehonderd meter buiten adem?
Welke god zou die twee de goede kant op kunnen sturen en hen met de wind in de zeilen kunnen wijzen waar hun Ithaka ligt?









