
'Opgelegde bescherming' in het bedrijfsrecht ratio, methodiek en dynamiek van het dwingendrechtelijke bescherming van kwetsbare belangen in het bedrijfsrecht
Een fundamenteel en kenmerkend uitgangspunt van het privaatrecht is het beginsel van de partijautonomie. Niet alleen staat het partijen vrij om zelf te bepalen of zij een rechtsverhouding willen aangaan, in beginsel hebben zij ook de vrijheid om hun onderlinge rechtsverhoudingen (bijv. een overeenkomst of een onderneming) naar eigen inzichten vorm te geven. Toch kent het privaatrecht ook belangrijke uitzonderingen op dit beginsel van de partijautonomie. Zo wordt de handelingsvrijheid van partijen in bepaalde gevallen aan banden gelegd doordat de wetgever of de rechter regels van min of meer dwingend recht oplegt om een zwakkere partij te beschermen tegen een sterkere wederpartij (ongelijkheidscompensatie).
De wetgever of rechter kan echter ook andere motieven hebben om in te grijpen in de partijautonomie. Zelfs tussen partijen die economisch aan elkaar gewaagd zijn, kunnen aard en structuur van de rechtsverhouding meebrengen, dat een van hen een gevoelige positie inneemt of een kwetsbaar belang heeft, zonder dat hij in de positie verkeert om zichzelf daar adequaat tegen te kunnen beschermen. In dergelijke gevallen kunnen overwegingen ontleend aan het algemene belang (zoals rechtszekerheid, eisen van het handelsverkeer, verzekerbaarheid of investeringsklimaat) meebrengen dat in de wet of in de rechtspraak als het ware van bovenaf bescherming wordt opgelegd aan de partij met de gevoelige positie of het kwetsbare belang.
In dit boek wordt stilgestaan bij de betekenis van opgelegde bescherming voor het bedrijfsrecht. Aan de hand van uniforme onderzoeksvragen wordt per deelgebied van het bedrijfsrecht de gevallen van opgelegde bescherming geïnventariseerd, wordt geanalyseerd welke ratio daaraan ten grondslag ligt, op welke wijze deze juridisch gestalte heeft gekregen, hoe deze zich ontwikkeld heeft en welke verklarende factoren daarbij een rol spelen.
The RIPL series has been initiated by the Rotterdam Institute of Private Law, Erasmus University Rotterdam. It contains scientific publications within the fields of research of the Institute.
De wetgever of rechter kan echter ook andere motieven hebben om in te grijpen in de partijautonomie. Zelfs tussen partijen die economisch aan elkaar gewaagd zijn, kunnen aard en structuur van de rechtsverhouding meebrengen, dat een van hen een gevoelige positie inneemt of een kwetsbaar belang heeft, zonder dat hij in de positie verkeert om zichzelf daar adequaat tegen te kunnen beschermen. In dergelijke gevallen kunnen overwegingen ontleend aan het algemene belang (zoals rechtszekerheid, eisen van het handelsverkeer, verzekerbaarheid of investeringsklimaat) meebrengen dat in de wet of in de rechtspraak als het ware van bovenaf bescherming wordt opgelegd aan de partij met de gevoelige positie of het kwetsbare belang.
In dit boek wordt stilgestaan bij de betekenis van opgelegde bescherming voor het bedrijfsrecht. Aan de hand van uniforme onderzoeksvragen wordt per deelgebied van het bedrijfsrecht de gevallen van opgelegde bescherming geïnventariseerd, wordt geanalyseerd welke ratio daaraan ten grondslag ligt, op welke wijze deze juridisch gestalte heeft gekregen, hoe deze zich ontwikkeld heeft en welke verklarende factoren daarbij een rol spelen.
The RIPL series has been initiated by the Rotterdam Institute of Private Law, Erasmus University Rotterdam. It contains scientific publications within the fields of research of the Institute.
In het kort
ISBN-13
9789089744029
Uitgever
Verschenen
21 januari 2010
Serie
Imprint
Bibliografisch
Uitgave
UitgeverKoninklijke Boom uitgevers PW
ImprintBoom juridisch
CB-relatie-id7500275
Verschenen21 januari 2010
StatusOnbekend 00
BeschikbaarheidContact leverancier 99
Zonder prijsPrijs volgt
Vorm & inhoud
ProductvormPaperback BC
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Privaatrecht 822
NUR (alle)822 Privaatrecht
Medewerkers
Auteur A01F.G.M. Smeele
Auteur A01M.A. Verbrugh
Herkomst
Werk-id (NSTC)500561279
MeldingUpdate 04
Laatste CB-bericht7794
Bijgewerkt7 augustus 2026
Lijkt op dit boek

De precontractuele plicht en de postcontractuele plicht

Serie Bouw- en Aanbestedingsrecht deel 17

Onrechtmatige daad: aansprakelijkheid voor zaken

Personen-, familie- & erfrecht 2026/2027

Internationaal vermogensrecht

Burgerlijk recht 2026/2027

Asser 10-III Internationaal vermogensrecht

Pandrecht

Naar een efficiëntere rechtsbedeling

Bouwrechtpijlers Privaatrecht
NSTC 500561279 · CB-relatie 7500275 · Laatste CB-bericht 7794 · Bijgewerkt 7 augustus 2026