
Dante Alighieri's Pleidooi voor de eigen taal, de vertaling van De vulgari eloquentia (1303-1305), is zowel historisch als literair een buitengewoon belangwekkend traktaat. Dante geeft hierin een schets van de ontwikkeling van de natuurlijke talen uit één oerbron, het Hebreeuws dat in het Paradijs werd gesproken. Origineel is ook Dante's kritische behandeling van de verschillende Italiaanse dialecten uit zijn tijd. Hij verdedigt bovendien de autonomie van het Italiaans tegenover het Provençaals dat tot dan toe de Italiaanse literatuur sterk had beïnvloed. Hij kent de 'illustere' volkstaal ook een belangrijke politieke functie toe, die van beschavingsmiddel in het door burgeroorlogen geteisterde Italië. Eenheid van taal immers zou helpen een einde te maken aan de heersende bestuurlijk-politieke anarchie.
Dante zingt de lof van de 'illustere' volkstaal. Deze noemt hij 'edeler' dan het Latijn omdat ze als eerste, natuurlijke taal wordt aangeleerd en gesproken. Met dit originele pleidooi voor het gebruik van de eigen taal voor literaire compositie zet Dante een belangrijke stap in de emancipatie van de volkstalen ten opzichte van het 'kunstmatige' Latijn. En tegelijk geeft Dante aan de hand van talloze voorbeelden voor het eerst een poetica voor het schrijven van Italiaanse literatuur, in het bijzonder van de canzone, het type gedicht waarin hij zelf uitblinkt.
Pleidooi voor de eigen taal vormt een interessante getuigenis van de ontwikkeling van Dante als dichter en als criticus van zijn eigen werk. In een uitvoerig nawoord, waarin ook Dante's fameuze brief aan zijn patroon Can Grande della Scala is opgenomen, bespreekt vertaler Lodi Nauta Dante's eigen commentaar op zijn Divina Commedia.
Dit is het negende deel in de serie Filosofie & Retorica onder redactie van Keimpe Algra, Jeroen Bons, Wessel Krul, Marc van der Poel en Theo Verbeek.
Dante zingt de lof van de 'illustere' volkstaal. Deze noemt hij 'edeler' dan het Latijn omdat ze als eerste, natuurlijke taal wordt aangeleerd en gesproken. Met dit originele pleidooi voor het gebruik van de eigen taal voor literaire compositie zet Dante een belangrijke stap in de emancipatie van de volkstalen ten opzichte van het 'kunstmatige' Latijn. En tegelijk geeft Dante aan de hand van talloze voorbeelden voor het eerst een poetica voor het schrijven van Italiaanse literatuur, in het bijzonder van de canzone, het type gedicht waarin hij zelf uitblinkt.
Pleidooi voor de eigen taal vormt een interessante getuigenis van de ontwikkeling van Dante als dichter en als criticus van zijn eigen werk. In een uitvoerig nawoord, waarin ook Dante's fameuze brief aan zijn patroon Can Grande della Scala is opgenomen, bespreekt vertaler Lodi Nauta Dante's eigen commentaar op zijn Divina Commedia.
Dit is het negende deel in de serie Filosofie & Retorica onder redactie van Keimpe Algra, Jeroen Bons, Wessel Krul, Marc van der Poel en Theo Verbeek.
In het kort
ISBN-13
9789065544728
Uitgever
Verschenen
27 november 2001
Bibliografisch
ISBN-139789065544728
SerieFilosofie & retorica — deel 9
Editie1
TaalNederlands dut
Pagina’s176
GeïllustreerdNee
Uitgave
UitgeverHistorische Uitgeverij Groningen
CB-relatie-id7600960
Verschenen27 november 2001
StatusInactief 08
BeschikbaarheidContact leverancier 99
Adviesprijs (incl. btw)€ 24,95
Vorm & inhoud
ProductvormHardback BB
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Filosofie algemeen 730
NUR (alle)730 Filosofie algemeen
Medewerkers
Auteur A01Dante Alighieri
Auteur A01L.W. Nauta
Herkomst
Werk-id (NSTC)500726276
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Lijkt op dit boek
NSTC 500726276 · CB-relatie 7600960 · Bijgewerkt 6 augustus 2026









