

De jonge Reimer Rijkerszoon is nog maar een leerling-apotheker als hij midden in een pestepidemie terechtkomt. In zijn armen sterven mensen aan de Zwarte Dood. Daarna heeft hij slechts één doel: het vinden van een panacee, een medicijn dat alle ziekten kan genezen.Het duurt niet lang voor zijn droom in duigen valt. Door het verraad van een vriend wordt hij gedwongen aan te monsteren op een schip van de Verenigde Oost-Indische Compagnie, het begin van een lange reis vol ontberingen naar het andere eind van de wereld. Maar ook op zee blijft de pest hem achtervolgen en in zijn rol als chirurgijn krijgt zijn oude streven een nieuwe betekenis. Eenmaal in Indië aangekomen, is hij getuige van het schrikbewind van Jan Pieterszoon Coen en wordt hem steeds duidelijker hoe hij zijn leven vorm moet geven.Deze roman over onvervulde dromen en brandende ambities is rijk aan thema’s uit de Gouden Eeuw: de beginjaren van de VOC, de geheimzinnige Rozenkruisers, de gruwelen van de pest en het gloren van een toenemend bewustzijn over de werking van het menselijk lichaam.Jacqueline Zirkzee (Leiden, 1960) is historicus en reisde jarenlang als journalist de wereld over. Ze schreef diverse romans en verhalen. In haar werk combineert ze haar liefde voor geschiedenis en literatuur. Reimer is haar vierde roman.
Recensies
Jacqueline Zirkzee is een voorbeeld van een schrijfster die voorbijgaat aan de waan van de dag en in de luwte werkt aan een zich gestaag uitbreidend oeuvre van vooral historische romans. Eerder schreef zij over de Trojaanse oorlog, de heksenvervolgingen in Bamberg en de legende van Tristan en Isolde, en ditmaal komt zij met een roman die zich afspeelt tijdens de beginjaren van de Verenigde Oost-Indische Compagnie en de Gouden Eeuw. Qua timing is het haar commercieelste uitgave, want met dit onderwerp sluit zij naadloos aan bij ‘Gouden tijden, zwarte bladzijden’, het thema van de voorbije Boekenweek. Reimer speelt zich af in de eerste helft van de zeventiende eeuw en draait om Reimer Rijkerszoon. Deze zoon van een godvruchtig Zeeuws apothekersgezin gaat naar Gouda om het apothekersvak te leren. Daar belandt hij midden in een pestepidemie die het leven kost aan meerdere leden van de familie bij wie hij inwoont. Deze noodlottige gebeurtenis zorgt ervoor dat de zeventienjarige Reimer heel anders over zijn toekomst gaat denken. Hij wil niet alleen medicijnen verkopen, maar mensen werkelijk genezen. Om dat te bewerkstelligen moet hij gaan studeren in Leiden, maar dat is lastig voor iemand van zijn relatief bescheiden afkomst. Zoals valt te verwachten van een hoofdpersonage weet Reimer vele obstakels te overwinnen, maar dan wordt hij verraden door een studiegenoot die hij als zijn beste vriend beschouwt. Dit leidt ertoe dat hij verplicht aanmonstert op de Oost-Indiëvaarder De Witte Lelie, een erg ruwe omgeving voor iemand die een beschermde jeugd heeft gehad. Aan boord breken ziektes uit en Reimer treedt op als chirurgijn, waardoor hij nog harder gaat vechten om zijn doel te bereiken: het ontdekken van een panacee. Maar bij aankomst in Indië wordt het leven er niet bepaald eenvoudiger op. Zirkzee heeft een roman geschreven die actueler is dan deze wellicht lijkt. Het ontstijgen van je sociale klasse, het loslaten van de bekrompenheid van het gezin en het verzetten tegen de gevestigde orde zijn thema’s die ook nu voor velen herkenbaar zullen zijn. Zij weet haar hoofdpersonage levensecht neer te zetten en daarmee te vermijden dat hij slechts een eendimensioneel figuur wordt tegen een historisch decor. Een interessante vondst is dat Reimer homoseksueel is, hoewel dat nergens rechtstreeks wordt benoemd en het verder geen belangrijk thema in de roman is. Het is gewoon een eigenschap die zij haar hoofdpersonage toedicht om hem completer te maken, iets wat zij ook op andere, subtiele manieren doet. Zirkzee weet zich goed te verplaatsen in de medische kennis die men destijds had en kruipt op een geloofwaardige manier in het hoofd van Reimer, die immers een kind van zijn tijd was. Dit leidt geregeld tot bijzondere inzichten, bijvoorbeeld dat roken voor een beschermende grijze afzetting zorgt die aantasting van de longen kan voorkomen. En wat te denken van deze informatie over de (on)gesteldheid van het zwakke geslacht: Bij vrouwen bijvoorbeeld heerst altijd een innerlijk conflict tussen hun vurige, sensuele temperament door een overmaat aan rood bloed en hun meer trage gang naar huiselijkheid door het eveneens in verhouding ruim aanwezige slijm of flegma. Om in balans te komen, zorgt het lichaam zelf voor evenwicht, namelijk via de maanstonden. In die periode kan een vrouw soms onvoorspelbaar reageren. Dergelijke inzichten zijn vaak amusant en ondersteunen de plot, en ze bewijzen dat Zirkzee zich op bewonderenswaardige wijze in het door haar beschreven tijdperk heeft verdiept. Toch slaagt zij er soms niet in al die opgedane kennis op een natuurlijke manier in het verhaal te verweven. ‘Het duizelde Reimer van alle informatie die hij over zich uitgestort kreeg’, schrijft Zirkzee halverwege. Helaas geldt dit ook geregeld voor de lezer, want spannende, levendige scènes worden te vaak onderbroken door allerlei geschiedkundige uitleg die de lezer uit het verhaal haalt. Al met al is Reimer desondanks een boeiende, levensechte roman geworden die een uniek licht werpt op het VOC-tijdperk, vooral doordat de gebruikelijke heroïek achterwege wordt gelaten en het boek zelfs kritisch is over onze nationale geschiedenis. Dat de lezer zich af en toe weer in de schoolbanken waant tijdens een wat belerende geschiedenisles doet daaraan slechts in beperkte mate afbreuk. Lucas Zandberg Jacqueline Zirkzee – Reimer. De Brouwerij, Maassluis, 304 blz, €19,95.
Lucas Zandberg — Tzum — 28 maart 2013
Reimer – Jacqueline Zirkzee – Uitgeverij De Brouwerij – 304 blz. ReimerReimer is de vierde roman van Jacqueline Zirkzee, een auteur die zeker een groter en breder publiek verdient. Ze is historicus en journaliste en heeft naast de boeken Mykene, Het boek van Tristan en Isolde en Het heksenhuis diverse informatieve en wetenschappelijke boeken en artikelen geschreven. Reimer is een intelligente en leergierige jongeman die voorbestemd is zijn vader als apotheker op te volgen in Koudekerke. Hij wordt in de leer gestuurd bij een apotheker in Gouda, ‘oom Lou’. Tijdens zijn verblijf bij de apothekersfamilie begint hij al te twijfelen aan zijn roeping. Als de pest uitbreekt en Oom Lou, diens vrouw en één van de drie dochters sterft zonder dat hij er iets aan heeft kunnen doen, weet Reimer het zeker: hij zal een medicijn vinden dat alle ziektes kan genezen en om dat doel te bereiken zal hij medicijnen gaan studeren. Als arme apothekerszoon echter wordt hij aan alle kanten tegengewerkt en als hij uiteindelijk als student de universiteit in Leiden aan de slag kan, voelt hij zich eenzaam en onwaardig. Dan ontmoet hij Hans, in wie hij een zielsverwant denkt te hebben gevonden. Hans is, naast Reimer zelf, het enige andere personage vanuit wiens perspectief het verhaal verteld wordt. Hij heeft een mysterieuze achtergrond, is opgevoed door een man die hem ingewijd heeft in de leer van de Rozenkruisers. Reimer wordt door Hans opgelicht waardoor hij gedwongen is aan te monsteren op het VOC-schip De Witte Lelie. Vele avonturen en ontberingen volgen, waarbij Reimer heen en weer geslingerd wordt tussen hoop en wanhoop, maar het hem allengs steeds duidelijker wordt wat hem te doen staat. Het verhaal is zeer onderhoudend, leerzaam en prettig leesbaar. De thema’s uit de Gouden Eeuw die aan de orde komen, zoals het leven op een VOC-schip, de politiek, het geloof en de Rozenkruisers, zijn mooi vervlochten met het verhaal. Vooral de stand van de medische wetenschap heeft me tijdens het lezen vaak verrast en verbaasd. Zo dacht men in 1617 aan de ene kant dat de lever continu bloed produceerde in plaats van dat het door het lichaam circuleerde, maar aan de andere kant wist men al aardig wat van de verschillende hersenfuncties. Wat de Rozenkruisers betreft staat er achter in het boek een naschrift waaruit blijkt dat het niet eens zeker is of het genootschap echt serieus bestaan heeft. De boodschap uit hun eerste manifest is echter duidelijk: “Er is maar één eredienst waarmee God gediend wordt: een goed mens zijn.” Mooi, nietwaar? Zo worden er in Reimer andere werken en citaten genoemd die uitnodigen om verder te lezen en je te verdiepen in de materie. Enig minpuntje: het open einde vind ik nogal onbevredigend, ik zou het niet erg hebben gevonden om te lezen hoe het Reimer verder in zijn leven zou zijn vergaan. Annette Jongen
Annette Jongen — Boekenbijlage.nl — 24 april 2013
Reimer wordt geacht zijn vader op te volgen als de apotheker van Koudekerke. Hij wijkt echter van die gebaande weg af wanneer zijn leermeester onder zijn zorg bezwijkt aan de pest. Jacqueline Zirkzee heeft met Reimer haar meest ambitieuze historische roman tot nog toe afgeleverd. De zoektocht naar een geneesmiddel dat een einde kan maken aan de Zwarte Dood brengt Reimer van de collegezalen in Leiden uiteindelijk naar de Banda-eilanden onder het schrikbewind van Jan Pieterszoon Coen. Het verhaal van die lange Odyssee is rijk aan historische details over, onder meer, de rol van de VOC in Nederlands Indië, de kennis van het menselijk lichaam in de vroege zeventiende eeuw en ook het mysterieuze Broederschap van de Rozenkruisers. Historische feiten en moderne mentaliteit Toch is Reimer als historische roman niet helemaal geslaagd. Weliswaar weet Zirkzee de historische feiten allemaal te staven in een verantwoording en bijgevoegde literatuurlijst, maar zij slaagt er niet in om de sfeer van de zeventiende eeuw pakkend weer te geven. Reimers ambitie en lak aan kerk en familie kenmerken hem als een modern man. Tegenwicht wordt geboden door de godsdienstwaanzinnige Hans, wiens 'vriendschap' met Reimer het noodlot voor beiden betekent. Omdat de lezer Hans echter bijna uitsluitend vanuit Reimers perspectief ontmoet, zet het geen zoden aan de dijk. Ook zorgt het feitenrelaas hier en daar voor een wat belerende toonzetting. Zo neemt de receptuur van een antiek medicijn dat Reimer tracht te reconstrueren twee en een halve bladzijde in beslag. We leren hieruit dat Indiase nardis iets heel anders is dan Keltische nardis en dat Zirkzee vrij uitvoerig onderzoek heeft gedaan, maar dat laatste wisten we al. Beter komt haar historische en medische kennis uit de verf in haar beschrijving van Reimers eerste ervaring met anatomie: Professor Heurnius toonde het spijsverteringsstelsel: keel, slokdarm, maag, darmen, blaas, nieren. Hij sneed een borst af en kloofde deze vervolgens doormidden, om te laten zien waar de melkkliertjes door het sponsachtige weefsel liepen. Een bijzonder moment volgde toen hij aan de voortplantingsorganen was begonnen, gewoonlijk een ondergeschikt deel van de totale ontleding. 'Zoals bekend is de vrouw analoog geschapen aan de man, alleen liggen bij haar de teelballen in de buikholte in plaats van buiten het lichaam', vertelde de hoogleraar als inleiding. Vrouwelijke teelballen en homoseksualiteit Het aantreffen van een embryo in de vrouwelijke teelballen doet Reimer niet verbleken. Sowieso is zijn interesse in het vrouwelijk lichaam zuiver wetenschappelijk. Hoewel nergens expliciet benoemd, is Reimers ontluikende homoseksualiteit een interessant aspect aan zijn karakter. De subtiliteit waarmee Zirkzee dit thema benadert had meer navolging verdiend in de beschrijving van zijn houding ten opzichte van het conflict tussen wetenschappelijke en religieuze principes en zijn afkeer van Jan Pieterszoon Coens bloedige represailles op de opstandige bevolking van Oost-Indië. Reimer sluit uitstekend aan bij het thema van de boekenweek 2013: Gouden Tijden, Zwarte Bladzijden. Een begeleidend blog waarin Zirkzee terugblikt op het schrijfproces complementeert de marketing. Maar of dit de bestseller is waar Zirkzee op hoopt?
Lydia Langerwerf — 8-weekly — 18 april 2013
Reimer ‘Als er in iedere pit een gehele boom of vrucht vervat is, is de gehele grote wereld aanwezig in één klein mens, wiens godsdienst, politiek, gezondheid, ledematen, natuur, taal, woorden en werken, alle in één klank en in één melodie harmoniëren met God, hemel en aarde. ‘ (citaat uit de Fama Fraternitas, manifest van de Rozenkruisers) Lang verkeerde ik in de veronderstelling dat Reimer Rijkerszoon een bestaand figuur was. Dat blijkt niet zo te zijn. Wat wél historisch verantwoord is, is het tijdsbeeld van de Gouden Eeuw, de perikelen rond de VOC en de snode daden van Jan Pieterszoon Coen. Jacqueline Zirkzee heeft de persoon Reimer verzonnen en hem geplaatst in die tijd. Deze zoon van een apotheker in Middelburg gaat, met de bedoeling zijn vader en grootvader op te volgen, stage lopen bij familie in Gouda – en passant krijgen we de tegenstelling van verschillende milieus mee. Reimer heeft geen zin om nog terug te keren naar de benauwde hervormde wereld die hij als kind zo vanzelfsprekend vond, maar voorlopig is daar ook geen sprake van. In Gouda maakt hij een pestepidemie mee, hetgeen hem schokt en vastbesloten maakt om een geneesmiddel te vinden. Hij gaat naar Leiden, geneeskunde studeren en ontmoet daar Hans, een 'gezant' van de Rozenkruisers. Reimer krijgt het idee dat die geheimzinnige orde streeft naar een panacee, een algemeen geneesmiddel voor alle kwalen. Ook spreekt hem het feit aan dat de Rozenkruisers tegen geldelijk gewin ageren. De VOC zou er alleen op uit zijn om rijker en machtiger te worden ten koste van anderen, en dat is niet wat de orde wil. En ook niet waar Reimner op uit is. Als tot Reimer doordringt waar de Rozen kruisers werkelijk naar streven, en wat Hans met hem voor had, zit hij al op een VOC-schip, dat naar Indië onderweg is. Het leven aan boord is - eufemistisch gesteld - niet makkelijk, maar hij ziet kans om het grootste deel van de reis de assistent te zijn van de scheepsarts. Hij leert met de dag bij, en kijkt er naar uit om op Banda de plaatselijke medicijnvrouw te spreken en te horen welke toepassingen zij kent van allerlei kruiden, waaronder foelie en nootmuskaat, die alleen op dat eiland groeien. Daar komt Jan Pieterszoon Coen op zijn pad. Wie een beetje opgelet heeft de afgelopen maanden weet dat deze man niet bepaald de onomstreden held is zoals we altijd aangenomen hebben. Het hoofdthema is de stand van zaken in de geneeskunde in de zeventiende eeuw, maar Jacqueline Zirkzee verwerkt nog veel meer in haar roman, waardoor het geen moment verveelt. Achterin vinden we een verantwoording en een bibliografie, voor wie interesse heeft om verder te zoeken. Boeiend, mooi verhaal over een interessante periode. ISBN 9789078905653 | paperback |320 pagina's | De Brouwerij/ Brainbooks | februari 2013 © Marjo, 22 mei 2013
Marjo — Leestafel.nl — 22 mei 2013
OEGSTGEEST - Op donderdag 21 maart vierde Museum Boerhaave, niet voor niets in de Boekenweek, de Nacht van het Boek. Een van de activiteiten was de presentatie van het nieuwe boek van Jacqueline Zirkzee 'Reimer'. Over een jonge man in de Gouden Eeuw, die ondanks vele tegenslagen zijn droom volgt. Boeiend van begin tot eind. Bij binnenkomst wachten de bezoekers een zeventiende-eeuwse kruidenbitter en scheepsbiscuit. Dit welkom is al een hint naar het nieuwe boek van Jacqueline Zirkzee. Woonachtig in Leiden, heeft Oegstgeest voor haar een bijzondere betekenis. 'Ik ben in Oegstgeest opgegroeid, toen ik 17 was en Oegstgeest wel erg bedaard voelde, kwam Leiden in het vizier. Maar de banden met Oegstgeest zijn nog steeds hecht'. Ook Oegstgeest voelt dat zo en heeft haar vereerd met een schrijverstegel. Schakel 'Ik leef in twee werelden', waren haar eerste woorden voorafgaand aan de officiële doop van Reimer. 'Dat was zo tijdens het schrijven, maar dat is nu nog steeds. Ik voel mij een schakel tussen de Gouden Eeuw en nu. Ik vind die tijd zo interessant omdat vanuit onze Republiek de wereld groter werd. De wetenschap ontwikkelde zich, en net zoals nu sprak de medische wereld zeer tot de verbeelding. En de VOC verkende onbekende verten. Als schrijver vraag ik me dan af: hoe was het leven toen? Alleen de echte elite leefde in weelde, voor de rest was het leven zwaar. Er was een enorme angst, want het leven was heel onzeker. Voor mijn boek hoefde ik geen sensatie te verzinnen, het leven was spannend genoeg.' De pest Reimer, de hoofdpersoon uit het boek, komt als Goudse leerling-apotheker midden in een pestepidemie terecht. Vanaf dat moment gaat hij op zoek naar een geneesmiddel dat de pest en alle andere kwalen kan genezen. Zijn studie tot chirurgijn in Leiden wordt wreed verstoord door verraad van zijn vriend Hans. Daardoor belandt hij op een VOC-schip en maakt hij een lange reis vol ontberingen naar de Oost. Ondanks alles blijft hij trouw aan zijn droom. De schrijfster die ook historica is, zorgt ervoor dat de historische feiten in haar boeken kloppen. Voor het boek raadpleegde ze relevante literatuur en bestudeerde ze VOC-archieven. Zirkzee schrijft met groot inlevingsvermogen; je ruikt en proeft de Gouden Eeuw. Professor Harm Beukers, dé man van de medische wetenschapsgeschiedenis, ontvangt het eerste exemplaar. 'Een gewoon ouderwets lekker lezen boek, van begin tot eind. Daarnaast is het een geschiedenis over de medische wetenschap, met ook nog een sociaal thema. Reimer is van bescheiden afkomst, en je leest hoe moeilijk het was om hogerop te komen. Je komt niet los van het boek.'
José Niekus — Witte Weekblad / Groot-Leiden dichtbij — 25 maart 2013
Als een verhaal goed verteld is, neemt het je mee. In de tijd en over de wereld. Dat is precies wat de historische roman Reimer doet. We leven een boek lang in de vroege 17e eeuw. En verhuizen mee, van Koudekerke naar Gouda naar Leiden naar Amsterdam naar de Oost en weer terug. Ik moest er even van bekomen, de landing terug in het heden met – hoe bestaat het! – alle gekrakeel over een koningslied, was best hard. Pagina 128: ,,Reimer had buikpijn. De helft van de bemanning had buikpijn. Mismoedig monsterde hij de lange rij wachtenden voor de hut van de chirurgijn. Na zestig lange dagen op zee waren er niet genoeg medicijnen meer om iedereen van de aarsmaden af te helpen, zodat veel zeelui de hele dag krabbend aan hun kont rondliepen.” Jacqueline Zirkzee (Leiden, 1960) is inmiddels een gevestigde naam. Reimer is haar vierde roman. Ze debuteerde in 2001 met de Griekse tragedie Mykene, in 2004 volgde Het Boek van Tristan en Isolde (een eigenzinnige hervertelling), en in 2008 kwam Het Heksenhuis uit, gebaseerd op de heksenvervolgingen in Bamberg. De schrijfster studeerde sociale en economische geschiedenis aan de Universiteit van Leiden. Dat verbloemt ze niet. Achterin Reimer neemt ze een lijst op met geraadpleegde literatuur – over de VOC, over chirurgijns, over pestepidemieën. Ze geeft ook in het kort historische informatie over Jan Pieterszoon Coen en het bloedbad op Banda in 1621 – een gebeurtenis die belangrijk is in haar boek. En ook over de Rozenkruisers, een geheim genootschap dat manifesten verspreidt over een nieuwe wereldorde waarin stelling wordt genomen tegen het dan ontluikende kapitalisme. In haar roman is Hans, de niet erg betrouwbare vriend van Reimer, één van hen. Het verhaal. Reimer Rijkerszoon Eerhard is de zoon van een apotheker in Koudekerke op Walcheren. Pagina 58: ,,De eerzame burgers van Koudekerke kwamen ‘s avonds met kleine groepjes in elkaars huizen bijeen voor Bijbellezingen en woonden iedere zondag twee lange kerkdiensten bij. Hun weekdagen waren gevuld met noeste arbeid die evenzeer een ode was aan God.” Natuurlijk wordt hij geacht in het voetspoor van zijn vader te treden. Maar hij wil verder, hij wil arts worden. In de standenmaatschappij van die tijd valt dat niet mee. Eerst wordt hij in de leer gedaan bij oom Lou in Gouda, een vroegere medeleerling van zijn vader. Als in die stad een pestepidemie uitbreekt die slachtoffers maakt in het apothekersgezin, doet hij zoveel (praktijk)kennis op dat hij als medicijnenstudent wordt toegelaten op de Universiteit van Leiden. Daar is en blijft hij een buitenbeentje, zoals hij dat eigenlijk heel zijn leven zal zijn. Sinds de dramatische gebeurtenissen in Gouda heeft hij een doel: een geneesmiddel tegen de pest ontdekken. Alleen met de ouderejaarsstudent Hans heeft hij een klik, nou ja, zelfs meer dan dat, hij is verliefd op hem. Tot zijn schade. Hans gaat er met de erfenis van Reimers opa vandoor en verkoopt Reimer aan een ronselaar van de VOC. Reiner wordt gedwongen een driejarig contract te tekenen bij de compagnie en komt als ‘hooploper’ – de rang tussen scheepsjongen en bootsgezel – aan boord van de Oostindiëvaarder De Witte Lelie. Gaandeweg komen we veel te weten over het leven aan boord. Over hygiëne en ziekenzorg, bijvoorbeeld. Pagina 106: ,,De eerste tijd aan boord scheen het Reimer toe alsof hij een soort nachtmerrie beleefde waaruit hij niet wakker kon worden. Zelfs op de gemakken voor de bemanning bij de boeg was er geen mogelijkheid om zich af te zonderen. Ze waren of bezet, of er stond iemand met hoge nood tegen het schot te bonzen. Als hij eenmaal zat, dan bleek dat een grappenmaker de lijn met de dikke kwast van uitgeplozen touw waarmee hij zich schoon wilde maken, had ingekort, zodat de resten van zijn voorganger er niet afgespoeld waren in de golven.” Pagina 135: ,,Aderlaten was met afstand de meest voorkomende behandeling. Normaal gesproken werd dit gevolgd door, of gecombineerd met purgeren en klisteren, maar de schipper van De Witte Lelie had hierover vanwege de stank en overlast zijn veto uitgesproken onder het motto dat er al ‘genoeg gekotst en dunne poep gescheten’ werd aan boord.” Pagina 140: ,,Roken was alleen aan dek toegestaan en de luiken bij de kanonnen stonden open. Toch was de lucht muf, niet alleen van de vele ongewassen lichamen die in de ruimte verbleven, maar vooral door het stinkende kielwater dat onderin de scheepsromp lag te rotten en waarvan de walm volgens de heersende opvattingen een van de voornaamste ziekmakers aan boord vertegenwoordigde.” Reimer wordt aan boord ontdekt door de scheepschirurgijn, die hem zijn assistent maakt. Zo dwingt Reimer respect af bij de rest van de bemanning. Een geslaagde blaassteenoperatie draagt verder bij aan zijn goede naam. Zonder te veel over het verdere verhaal te verklappen: de met die operatie vergaarde faam speelt een rol tijdens zijn ontmoeting met gouverneur-generaal Jan Pieterszoon Coen (illustratie). Reimer gaat op het foelie- en nootmuskaateiland Banda op zoek naar ingrediënten voor zijn geneesmiddel tegen de pest. Zo is hij getuige van de in opdracht van Coen uitgevoerde moordpartijen. Jacqueline Zirkzee heeft een boeiende roman geschreven. Ze blijkt zich bijzonder goed op de hoogte te hebben gesteld van het leven aan het begin van de 17e eeuw. Dat is één. Wat ik knap vind, is dat ze die informatie op een geloofwaardige en soepele manier in haar verhaal heeft verwerkt. Als ik al ooit romantische Paddeltje-dromen over het leven aan boord van een VOC-schip heb gehad, dan ben ik die nu kwijt. Jacqueline Zirkzee: Reimer – Roman, Uitgeverij De Brouwerij Maassluis, paperback, 304 pagina’s, 19,95 euro.
Jan van Damme — Zeeuwse Courant — 24 april 2013
Chirurgijn zoekt remedie tegen pest Banda-eilanden, eind 1620. Jan Pieterszoon Coen lijdt aan blaasstenen. Als niemand hem daarvan afhelpt, zal hij waarschijnlijk overlijden. Als iemand de voor die tijd gewaagde ingreep daarentegen wél aandurft, zal Coen – zo weten we nu – de bevolking van de eilanden in de maanden die volgen op gruwelijke wijze laten afslachten. Voor dat boeiende dilemma plaatst Jacqueline Zirkzee de fictieve chirurgijn Reimer Rijkszoon aan het einde van haar historische roman Reimer. Het is het vierde boek van de historica, waarin ze het verhaal van een ambitieuze apothekerszoon succesvol verweeft met ware gebeurtenissen uit de vroege zeventiende eeuw. Reimer is voorbestemd om in de voetsporen van zijn voorvaderen te treden en zijn leven lang tussen de stopflessen te staan. Maar nadat hij hardhandig heeft kennisgemaakt met de pest, wil hij nog maar één ding: arts worden en een remedie vinden tegen deze ziekte. Hij vraagt zich op een goede dag af wat er zou gebeuren als die niet langer werd beschouwd als ‘de gesel Gods’, maar als een uitdaging. En die gedachte laat hem niet meer los. Reimer schetst een mooi beeld van hoe het ongeveer gegaan zou kunnen zijn: de geboorte van het moderne medisch-wetenschappelijke denken. Terwijl de hoofdpersoon aanvankelijk bijvoorbeeld afwijzend reageert op de suggestie dat bloed door het lichaam circuleert, wordt zijn nieuwsgierigheid toch gewekt en gaat hij op zoek naar bewijzen hiervoor. Minder geslaagd is de verhaallijn over het geheime genootschap van de Rozenkruisers. Hoofdpersoon in dit schaduwplot is de godsdienstwaanzinnige wees Hans, die in tegenstelling tot Reimer nogal karikaturaal is uitgewerkt. Hij moet het verraderlijke kwaad verbeelden en spanning in het verhaal brengen. Dat doet geforceerd aan en leidt af van de belevenissen van Reimer aan de Leidse universiteit en later op VOC-schip De Witte Lelie. Die zijn vele mate realistischer en boeiender. Gelukkig krijgen die ook de meeste ruimte. LdK Reimer, Jacqueline Zirkzee, Uitgeverij De Brouwerij | Brainbooks, 304 blz., 19,95 euro.
Lieke de Kwant — Medisch contact — 16 mei 2013
In het kort
ISBN-13
9789078905653
Uitgever
Verschenen
15 februari 2012
Imprint
Bibliografisch
ISBN-139789078905653
Editie1
TaalNederlands dut
Pagina’s320
GeïllustreerdNee
Uitgave
UitgeverBrouwerij, Uitgeverij De
ImprintBrouwerij Uitgeverij de
CB-relatie-id9503441
Verschenen15 februari 2012
StatusInactief 08
BeschikbaarheidContact leverancier 99
Adviesprijs (incl. btw)€ 10,00
Vorm & inhoud
ProductvormPaperback BC
SamenstellingLos product
Classificatie
Medewerkers
Herkomst
Werk-id (NSTC)500276597
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Trefwoorden
Lijkt op dit boek
NSTC 500276597 · CB-relatie 9503441 · Bijgewerkt 6 augustus 2026









