Catalogus
Omslag van Scheepsrampen en Jappenkampen
Achterkant van Scheepsrampen en Jappenkampen

Scheepsrampen en Jappenkampen Cor Boot overleefde de torpedering van de Wangi Wangi en de Junyo Maru, de Jappenkampen op Java en Sumatra en de Pakan Baroe spoorweg

Hardback406 pagina’sNederlandsLeverbaar
DankbetuigingTen geleideVoorwoord1. Jeugd en schooltijd2. Het eerste schip, ms Poelau Laut3. Tweede Wereldoorlog breekt uit4. Torpedering van de ss Wangi Wangi5. Japanse levensopvatting en cultuur6. Japan op oorlogspad7. Japanners komen, ontsnappen mislukt8. Capitulatie, geïnterneerd9. Kesilir10. Banjoebiroe11. Bandoeng 15e Bataljon12. Batavia 10e Bataljon13. Hellevoetsluis tijdens de oorlog14. Torpedering van de ss Junyo Maru15. Overlevenden vertellen16. De Boei en reis naar Pakan Baroe17. Kampen aan de spoorbaan18. Leven en werken in de kampen19. Bommen en capitulatie20. De vrijheid21. Terug naar Nederland22. Varen na de oorlog 123. Varen na de oorlog 224. Zeeman aan de wal25. Nawoord26. Literatuur en bronnen27. IllustratieregisterScheepsrampen en JappenkampenTwee scheepsrampen, vijftien Jappenkampen overleven en er nauwelijks over praten. Hendrik Boot ging op zoek en vond, na veel research, het ongelooflijke verhaal dat zijn vader niet vertelde. Cor Boot ging in 1937, als jongen van 18, varen. Voor de kust van Liberia werd zijn schip getorpedeerd. De drenkelingen wisten de kust te bereiken en uiteindelijk Freetown in Sierra Leone.Via Kaapstad reisden ze naar Nederlands-Indië. Inmiddels was Japan op oorlogspad en veroverde Java. Cor werd opgepakt. Meerdere kampen op Java volgden. Cor kwam uiteindelijk op de afgeladen Junyo Maru terecht met meer dan 6.700 man. Voor de kust van Sumatra werd het schip getorpedeerd. Meer dan 5.600 mensen kwamen om. Na dagen in zee werd hij opgepikt door een Japans schip en gedwongen om te werken aan de 220 km lange Pakan Baroe spoorweg. Duizenden arbeiders kwamen hierbij om het leven. Hij was een van de 96 mannen die de scheepsramp en de spoorweg overleefden. In 1946 keerde hij terug in Nederland. Voor velen is de oorlog in Azië en de bijdrage van de koopvaardij onbekend. Het boek plaatst de gebeurtenissen in de context van de geschiedenis en is voorzien van vele afbeeldingen.Scheepsrampen en JappenkampenCor Boot, 18 jaar oud, gaat in 1937 varen als machinist. Duitsland en Japan zijn op oorlogspad en veranderen de wereldoceanen in een slagveld. Voor de westkust van Afrika maakt een Duitse torpedo van de U-103 een einde aan de reis van het schip, de ss Wangi Wangi. Daarna volgt een overlevingstocht van zes weken door de snikhete jungle van Monrovia en Sierra Leone naar Freetown. Dit is nog maar het begin van zijn onvoorstelbare oorlogsgeschiedenis en de wil om te overleven.In Azië verovert Japan het ene na het andere land en Nederlands-Indië is de prooi. Ontsnappingspogingen mislukken als de Japanners op Java landen. Blanke mannen, vrouwen en kinderen worden opgesloten in kampen. Het ene is nog slechter dan het andere met honger, ziektes en vernedering. Hij zit gevangen op Java in Malang, Kesilir, Banjoe Biroe, Tjikoedapateuh in Bandoeng en het Cycle Camp in Batavia.De Engelse onderzeeër HMS Tradewind torpedeert het ′hell ship′ de ss Junyo Maru voor de kust van Sumatra. Het is één van de grootste scheepsrampen ooit waarbij 5.620 mensen omkomen. De overlevenden werken als slaven aan de Pakan Baroe spoorweg in het oerwoud van Sumatra, opgejaagd door wrede bewakers. Een strijd om in leven te blijven in primitieve junglekampen met zwaar werk en weinig eten. Dagelijks sterven er mensen aan de gruwelijkheden. De Amerikaanse atoombommen redden zijn leven als Japan op 15 augustus 1945 capituleert, de dag waarop de spoorbaan voltooid is.Hij overleefde bombardementen, scheepsrampen en de Jappenkampen maar vertelde weinig. Zijn zoon, Hendrik Boot, ging op zoek en vond antwoorden op vele vragen. Boeiend schrijft hij over deze geschiedenis, de misdadige agressie en de ontkenning van Japan, de strategieën van de grootmachten en hoe Indonesië een feit werd. Hij heeft zijn vaders verhaal geschreven, opdat dit oorlogsdrama niet vergeten wordt.Hendrik Boot weet het oorlogsverleden van zijn vader goed samen te vatten en zet die uit tegen historische beschrijvingen en geschiedkundige achtergronden. Daardoor kan de lezer alles goed plaatsen en zich inleven in hetgeen de gevangenen van de Japanners tijdens de Tweede Wereldoorlog moesten meemaken. "Scheepsrampen en Jappenkampen" geeft een goed, maar ook ijzingwekkend beeld van de Japanse oorlogsmisdaden en maakt duidelijk dat de bijdrage van de Nederlandse koopvaardij aan de geallieerde zaak nooit onderschat mag worden. De Nederlandse koopvaardijers worden niet voor niets beschouwd als oorlogsveteranen.(Traces of War)
Recensies
Toespraak staatssecretaris Blokhuis bij de herdenking van de slachtoffers van de Japanse zeetransporten tijdens WOII Toespraak | 13-09-2020 Op zondag 13 september sprak staatssecretaris Blokhuis bij de herdenking van de slachtoffers van de Japanse zeetransporten in Nederlands-Indie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dames en heren, Wie ben je als je geen verhalen hebt? Wie zijn wij, als we onze verhalen niet compleet hebben? Wie zijn wij als we leemtes hebben in onze geschiedenis? 2 miljoen Nederlanders hebben een directe link met Nederlands-Indië. Voor nog veel meer mensen is het moeilijk om de stukjes bij elkaar te passen. De stukjes van de verhalen over een oorlog in Azië met Japan. Verhalen waarover, na terugkomst niet, of nauwelijks, werd gesproken. Te pijnlijk. Te moeilijk. Te weinig luisterende oren… ‘Jullie zaten daar toch gewoon lekker in de zon.’ Maar terwijl hier het zuiden van Nederland al bevrijd was, de slag om Arnhem in volle gang, voer de Junyo Maru - een oud roestig stoomschip - ergens tussen Batavia en Padang. De Junyo Maru; 1 van de 185 hell ships waarmee tussen 1942 en 1945 meer dan 100.000 krijgsgevangenen werden verplaatst naar Birma, Japan en andere locaties. Aan boord waren zo’n 6.500 mannen; krijgsgevangenen en Javaanse dwangarbeiders: de Romusha’s. Het schip in geschreeuwd en in geslagen. Op elkaar gepakt; zitten of liggen konden ze bijna niet. Bijna niks te eten en te drinken. Overdag snikheet, ’s nachts ijskoud. De continue dreiging van de Japanse bewakers. Mensen werden ziek, sommigen stierven onderweg. Het was een schip met krijgsgevangenen, maar zonder het beschermende Rode Kruis. En toen, op 18 september 1944, de 4e dag op zee, onder een strakblauwe hemel, voor de kust van Sumatra, werd dit hell ship getorpedeerd door een Britse onderzeeër. Binnen 20 minuten was het schip gezonken. Naar schatting kwamen 5.640 mannen om. Het werd de op 2-na grootste scheepsramp ooit. Cor Boot, 1 van de gevangenen, sprong over boord. Hij overleefde 2 dagen en nachten drijvend op een luikplank en werd opgepikt door een Japans korvet. Na alles wat hij al had doorgemaakt in verschillende kampen op Java en de Junyo Maru, volgde dwangarbeid aan de Pakan Baroe dodenspoorlijn. Tot de capitulatie van Japan op 2 september 1945. Het is voor ons nu onvoorstelbaar wat mensen zoals Cor Boot hebben meegemaakt. Zijn zoon Hendrik deed er jarenlang onderzoek naar, nadat zijn vader in 1997 – totaal onverwacht –een interview gaf aan De Trompetter’, het verenigingsblad voor oud-leerlingen van de machinistenschool in Den Briel. In het boek ‘Scheepsrampen en jappenkampen’ schrijft Hendrik het verhaal dat zijn vader aan hem nooit had kunnen vertellen. Toen mensen terugkwamen uit Nederlands-Indië ging er bij de meesten van hen iets op slot. Gelukkig vertelden sommigen er wel over. Zoals bijvoorbeeld meneer Baal, hier vandaag aanwezig. Wat jammer dat u en de andere overlevenden elkaar vandaag niet kunt ontmoeten. Herdenkingen en de gesprekken die eruit voortvloeien, zijn ontzettend belangrijk. Voor de mensen die het hebben meegemaakt, voor familie, vrienden, voor mij, voor ons allemaal. Want ze helpen ons de geschiedenis te doorgronden. Tijdens de ‘Nationale Herdenking 15 augustus’ vertelde meneer Aarnout Loudon over zijn ontmoeting met meneer Punt hier in Bronbeek. Meneer Punt had samen met de vader van Aarnout de torpedering van hun schip overleefd en vertelde hoe hij vader Loudon aan boord van een Japans korvet had getrokken. Maar de Japanse kapitein had al voor de 2e keer gefloten. Dat betekende stoppen met redden. Loudon bleek één man te veel, moest terug in zee, en verdween voorgoed in de golven. Het verhaal raakte mij diep. Ik vond het buitengewoon indrukwekkend en ontroerend. Ik zal het nooit vergeten. De wreedheid van de Japanse bezetters. De moed van de vader die terug de zee in sprong om het leven van anderen te redden. Maar ook de opluchting. De opluchting bij de zoon, Aarnout Loudon, omdat hij eindelijk wist wat er met zijn vader was gebeurd. Het verhaal was daarmee voor hem compleet. De leemte gevuld. En, ik zag ook gepaste trots op zijn vader. Vele verhalen uit Nederlands-Indië bleven verborgen voor kinderen en kleinkinderen. En als zij het al moeilijk vinden om het beeld compleet te krijgen…dan is het dat voor mij en alle Nederlanders zónder de verbinding met Nederlands-Indië helemaal. Met het zwijgen van de individuele stemmen uit Nederlands-Indië zijn er ook gaten gevallen in onze gemeenschappelijke geschiedenis. Het is aan ons om die met elkaar te dichten. Maar hoe doen we dat? Het zijn de verhalen die onze geschiedenis vertellen. Ze laten zien wat er kan gebeuren als haat en intolerantie de overhand krijgen. Als we in tegenstellingen denken en tegenover elkaar komen te staan. Als we mensen niet meer als mensen zien. Om dat werkelijk te beseffen, moeten we de verhalen compleet maken, ze in de context plaatsen en doorgeven. Zoals Hendrik Boot dat ook heeft gedaan met zijn boek. Daarin hebben wij allen een verantwoordelijkheid. Het is hoopvol dat nieuwe generaties zich verdiepen in de verhalen, in de geschiedenis. Bijvoorbeeld op middelbare scholen met lespakketten in combinatie met bezoek aan een tentoonstelling. Ook worden de verhalen van mensen die de oorlog hebben meegemaakt, verfilmd voor educatieve doeleinden in de toekomst. Er komen steeds meer bronnen beschikbaar, lijsten met namen bijvoorbeeld. Die vertaald worden vanuit het Japans om straks online te kunnen raadplegen. Belangrijke stukken om de verhalen compleet te krijgen. Dames en heren, Verhalen geven ons betekenis, doen ons beseffen dat er geen wezenlijk onderscheid is tussen de verschrikkingen hier en de verschrikkingen daar. Ze doen ons beseffen waar het om draait. Laten we - ook al houden we afstand - uit onze eigen bubble komen. Luisteren naar de verhalen van anderen en ook onze eigen verhalen vertellen. Dat is belangrijk voor mensen persoonlijk. Dat is belangrijk voor ons allemaal. Onze verhalen vormen ons, maken deel uit van onze identiteit en geven betekenis. Als land. Als samenleving. Als mens. Zo dichten wij samen de gaten. Zo bouwen wij samen aan onze toekomst. Een toekomst waarin iedereen in vrijheid kan leven met respect voor elkaar.
Rijks overheid, Herdenking zeetransporten — 13 december 2020
In het kort
ISBN-13
9789090333366
Uitgever
Verschenen
1 juli 2020
Druk
2e
Trefwoorden

Lijkt op dit boek

NSTC 500757697 · CB-relatie 6188001 · Bijgewerkt 6 augustus 2026
Bestel bij bol → · € 29,50
← Terug naar resultaten

Scheepsrampen en Jappenkampen

Cor Boot overleefde de torpedering van de Wangi Wangi en de Junyo Maru, de Jappenkampen op Java en Sumatra en de Pakan Baroe spoorweg
Hardback406 pagina’sNederlandsLeverbaar
DankbetuigingTen geleideVoorwoord1. Jeugd en schooltijd2. Het eerste schip, ms Poelau Laut3. Tweede Wereldoorlog breekt uit4. Torpedering van de ss Wangi Wangi5. Japanse levensopvatting en cultuur6. Japan op oorlogspad7. Japanners komen, ontsnappen mislukt8. Capitulatie, geïnterneerd9. Kesilir10. Banjoebiroe11. Bandoeng 15e Bataljon12. Batavia 10e Bataljon13. Hellevoetsluis tijdens de oorlog14. Torpedering van de ss Junyo Maru15. Overlevenden vertellen16. De Boei en reis naar Pakan Baroe17. Kampen aan de spoorbaan18. Leven en werken in de kampen19. Bommen en capitulatie20. De vrijheid21. Terug naar Nederland22. Varen na de oorlog 123. Varen na de oorlog 224. Zeeman aan de wal25. Nawoord26. Literatuur en bronnen27. IllustratieregisterScheepsrampen en JappenkampenTwee scheepsrampen, vijftien Jappenkampen overleven en er nauwelijks over praten. Hendrik Boot ging op zoek en vond, na veel research, het ongelooflijke verhaal dat zijn vader niet vertelde. Cor Boot ging in 1937, als jongen van 18, varen. Voor de kust van Liberia werd zijn schip getorpedeerd. De drenkelingen wisten de kust te bereiken en uiteindelijk Freetown in Sierra Leone.Via Kaapstad reisden ze naar Nederlands-Indië. Inmiddels was Japan op oorlogspad en veroverde Java. Cor werd opgepakt. Meerdere kampen op Java volgden. Cor kwam uiteindelijk op de afgeladen Junyo Maru terecht met meer dan 6.700 man. Voor de kust van Sumatra werd het schip getorpedeerd. Meer dan 5.600 mensen kwamen om. Na dagen in zee werd hij opgepikt door een Japans schip en gedwongen om te werken aan de 220 km lange Pakan Baroe spoorweg. Duizenden arbeiders kwamen hierbij om het leven. Hij was een van de 96 mannen die de scheepsramp en de spoorweg overleefden. In 1946 keerde hij terug in Nederland. Voor velen is de oorlog in Azië en de bijdrage van de koopvaardij onbekend. Het boek plaatst de gebeurtenissen in de context van de geschiedenis en is voorzien van vele afbeeldingen.Scheepsrampen en JappenkampenCor Boot, 18 jaar oud, gaat in 1937 varen als machinist. Duitsland en Japan zijn op oorlogspad en veranderen de wereldoceanen in een slagveld. Voor de westkust van Afrika maakt een Duitse torpedo van de U-103 een einde aan de reis van het schip, de ss Wangi Wangi. Daarna volgt een overlevingstocht van zes weken door de snikhete jungle van Monrovia en Sierra Leone naar Freetown. Dit is nog maar het begin van zijn onvoorstelbare oorlogsgeschiedenis en de wil om te overleven.In Azië verovert Japan het ene na het andere land en Nederlands-Indië is de prooi. Ontsnappingspogingen mislukken als de Japanners op Java landen. Blanke mannen, vrouwen en kinderen worden opgesloten in kampen. Het ene is nog slechter dan het andere met honger, ziektes en vernedering. Hij zit gevangen op Java in Malang, Kesilir, Banjoe Biroe, Tjikoedapateuh in Bandoeng en het Cycle Camp in Batavia.De Engelse onderzeeër HMS Tradewind torpedeert het ′hell ship′ de ss Junyo Maru voor de kust van Sumatra. Het is één van de grootste scheepsrampen ooit waarbij 5.620 mensen omkomen. De overlevenden werken als slaven aan de Pakan Baroe spoorweg in het oerwoud van Sumatra, opgejaagd door wrede bewakers. Een strijd om in leven te blijven in primitieve junglekampen met zwaar werk en weinig eten. Dagelijks sterven er mensen aan de gruwelijkheden. De Amerikaanse atoombommen redden zijn leven als Japan op 15 augustus 1945 capituleert, de dag waarop de spoorbaan voltooid is.Hij overleefde bombardementen, scheepsrampen en de Jappenkampen maar vertelde weinig. Zijn zoon, Hendrik Boot, ging op zoek en vond antwoorden op vele vragen. Boeiend schrijft hij over deze geschiedenis, de misdadige agressie en de ontkenning van Japan, de strategieën van de grootmachten en hoe Indonesië een feit werd. Hij heeft zijn vaders verhaal geschreven, opdat dit oorlogsdrama niet vergeten wordt.Hendrik Boot weet het oorlogsverleden van zijn vader goed samen te vatten en zet die uit tegen historische beschrijvingen en geschiedkundige achtergronden. Daardoor kan de lezer alles goed plaatsen en zich inleven in hetgeen de gevangenen van de Japanners tijdens de Tweede Wereldoorlog moesten meemaken. "Scheepsrampen en Jappenkampen" geeft een goed, maar ook ijzingwekkend beeld van de Japanse oorlogsmisdaden en maakt duidelijk dat de bijdrage van de Nederlandse koopvaardij aan de geallieerde zaak nooit onderschat mag worden. De Nederlandse koopvaardijers worden niet voor niets beschouwd als oorlogsveteranen.(Traces of War)
Recensies
Toespraak staatssecretaris Blokhuis bij de herdenking van de slachtoffers van de Japanse zeetransporten tijdens WOII Toespraak | 13-09-2020 Op zondag 13 september sprak staatssecretaris Blokhuis bij de herdenking van de slachtoffers van de Japanse zeetransporten in Nederlands-Indie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dames en heren, Wie ben je als je geen verhalen hebt? Wie zijn wij, als we onze verhalen niet compleet hebben? Wie zijn wij als we leemtes hebben in onze geschiedenis? 2 miljoen Nederlanders hebben een directe link met Nederlands-Indië. Voor nog veel meer mensen is het moeilijk om de stukjes bij elkaar te passen. De stukjes van de verhalen over een oorlog in Azië met Japan. Verhalen waarover, na terugkomst niet, of nauwelijks, werd gesproken. Te pijnlijk. Te moeilijk. Te weinig luisterende oren… ‘Jullie zaten daar toch gewoon lekker in de zon.’ Maar terwijl hier het zuiden van Nederland al bevrijd was, de slag om Arnhem in volle gang, voer de Junyo Maru - een oud roestig stoomschip - ergens tussen Batavia en Padang. De Junyo Maru; 1 van de 185 hell ships waarmee tussen 1942 en 1945 meer dan 100.000 krijgsgevangenen werden verplaatst naar Birma, Japan en andere locaties. Aan boord waren zo’n 6.500 mannen; krijgsgevangenen en Javaanse dwangarbeiders: de Romusha’s. Het schip in geschreeuwd en in geslagen. Op elkaar gepakt; zitten of liggen konden ze bijna niet. Bijna niks te eten en te drinken. Overdag snikheet, ’s nachts ijskoud. De continue dreiging van de Japanse bewakers. Mensen werden ziek, sommigen stierven onderweg. Het was een schip met krijgsgevangenen, maar zonder het beschermende Rode Kruis. En toen, op 18 september 1944, de 4e dag op zee, onder een strakblauwe hemel, voor de kust van Sumatra, werd dit hell ship getorpedeerd door een Britse onderzeeër. Binnen 20 minuten was het schip gezonken. Naar schatting kwamen 5.640 mannen om. Het werd de op 2-na grootste scheepsramp ooit. Cor Boot, 1 van de gevangenen, sprong over boord. Hij overleefde 2 dagen en nachten drijvend op een luikplank en werd opgepikt door een Japans korvet. Na alles wat hij al had doorgemaakt in verschillende kampen op Java en de Junyo Maru, volgde dwangarbeid aan de Pakan Baroe dodenspoorlijn. Tot de capitulatie van Japan op 2 september 1945. Het is voor ons nu onvoorstelbaar wat mensen zoals Cor Boot hebben meegemaakt. Zijn zoon Hendrik deed er jarenlang onderzoek naar, nadat zijn vader in 1997 – totaal onverwacht –een interview gaf aan De Trompetter’, het verenigingsblad voor oud-leerlingen van de machinistenschool in Den Briel. In het boek ‘Scheepsrampen en jappenkampen’ schrijft Hendrik het verhaal dat zijn vader aan hem nooit had kunnen vertellen. Toen mensen terugkwamen uit Nederlands-Indië ging er bij de meesten van hen iets op slot. Gelukkig vertelden sommigen er wel over. Zoals bijvoorbeeld meneer Baal, hier vandaag aanwezig. Wat jammer dat u en de andere overlevenden elkaar vandaag niet kunt ontmoeten. Herdenkingen en de gesprekken die eruit voortvloeien, zijn ontzettend belangrijk. Voor de mensen die het hebben meegemaakt, voor familie, vrienden, voor mij, voor ons allemaal. Want ze helpen ons de geschiedenis te doorgronden. Tijdens de ‘Nationale Herdenking 15 augustus’ vertelde meneer Aarnout Loudon over zijn ontmoeting met meneer Punt hier in Bronbeek. Meneer Punt had samen met de vader van Aarnout de torpedering van hun schip overleefd en vertelde hoe hij vader Loudon aan boord van een Japans korvet had getrokken. Maar de Japanse kapitein had al voor de 2e keer gefloten. Dat betekende stoppen met redden. Loudon bleek één man te veel, moest terug in zee, en verdween voorgoed in de golven. Het verhaal raakte mij diep. Ik vond het buitengewoon indrukwekkend en ontroerend. Ik zal het nooit vergeten. De wreedheid van de Japanse bezetters. De moed van de vader die terug de zee in sprong om het leven van anderen te redden. Maar ook de opluchting. De opluchting bij de zoon, Aarnout Loudon, omdat hij eindelijk wist wat er met zijn vader was gebeurd. Het verhaal was daarmee voor hem compleet. De leemte gevuld. En, ik zag ook gepaste trots op zijn vader. Vele verhalen uit Nederlands-Indië bleven verborgen voor kinderen en kleinkinderen. En als zij het al moeilijk vinden om het beeld compleet te krijgen…dan is het dat voor mij en alle Nederlanders zónder de verbinding met Nederlands-Indië helemaal. Met het zwijgen van de individuele stemmen uit Nederlands-Indië zijn er ook gaten gevallen in onze gemeenschappelijke geschiedenis. Het is aan ons om die met elkaar te dichten. Maar hoe doen we dat? Het zijn de verhalen die onze geschiedenis vertellen. Ze laten zien wat er kan gebeuren als haat en intolerantie de overhand krijgen. Als we in tegenstellingen denken en tegenover elkaar komen te staan. Als we mensen niet meer als mensen zien. Om dat werkelijk te beseffen, moeten we de verhalen compleet maken, ze in de context plaatsen en doorgeven. Zoals Hendrik Boot dat ook heeft gedaan met zijn boek. Daarin hebben wij allen een verantwoordelijkheid. Het is hoopvol dat nieuwe generaties zich verdiepen in de verhalen, in de geschiedenis. Bijvoorbeeld op middelbare scholen met lespakketten in combinatie met bezoek aan een tentoonstelling. Ook worden de verhalen van mensen die de oorlog hebben meegemaakt, verfilmd voor educatieve doeleinden in de toekomst. Er komen steeds meer bronnen beschikbaar, lijsten met namen bijvoorbeeld. Die vertaald worden vanuit het Japans om straks online te kunnen raadplegen. Belangrijke stukken om de verhalen compleet te krijgen. Dames en heren, Verhalen geven ons betekenis, doen ons beseffen dat er geen wezenlijk onderscheid is tussen de verschrikkingen hier en de verschrikkingen daar. Ze doen ons beseffen waar het om draait. Laten we - ook al houden we afstand - uit onze eigen bubble komen. Luisteren naar de verhalen van anderen en ook onze eigen verhalen vertellen. Dat is belangrijk voor mensen persoonlijk. Dat is belangrijk voor ons allemaal. Onze verhalen vormen ons, maken deel uit van onze identiteit en geven betekenis. Als land. Als samenleving. Als mens. Zo dichten wij samen de gaten. Zo bouwen wij samen aan onze toekomst. Een toekomst waarin iedereen in vrijheid kan leven met respect voor elkaar.
Rijks overheid, Herdenking zeetransporten — 13 december 2020
In het kort
ISBN-13
9789090333366
Uitgever
Verschenen
1 juli 2020
Druk
2e

Lijkt op dit boek

Alles bekijken →
NSTC 500757697 · CB-relatie 6188001 · Bijgewerkt 6 augustus 2026