

Smeltende vrouw
Paperback256 pagina’sNederlands
Ook verkrijgbaar als
Iemand heeft begrepen dat Reukens ongelukkig is, want hij wordt op een avond in zijn werkkamer gebeld met de vraag of hij het geluk wil oppakken. Daar moet wel iets tegenover staan: een klein offer, haast het vermelden niet waard. Zijn vrouw, Neeltje, ondergaat intussen zijn liefde. Dagelijks wacht ze tot hij thuiskomt, klaar om gevoerd en aanbeden te worden. Samen streven ze naar een gewicht van 250 kilo. Haar droomgewicht. Na het telefonische aanbod ligt het geluk ineens voor het oprapen – maar alleen voor mensen die moreel flexibel zijn. Naast hen woont Leo. Hij heeft het geluk al: als drievoudig loterijwinnaar houdt hij het stevig in zijn gesloten vuist. Hij gelooft in het Lot en is ervan overtuigd dat hij een belangrijk filosofisch werk moet schrijven. Daarvoor dient hij zijn omgeving ingrijpend te veranderen. Zijn vrouw, Bella, ziet het gebeuren. Dan ontdekt ze in het huis naast haar een enorme vrouw, met aan liefde geen gebrek.In deze roman over liefde en zelfoverwinning komen het wezenlijke en het absurde samen – en dat op een bijzonder vermakelijke manier. Nietzscheaanse thema’s met wervelende dialogen waarom je vaak hardop kunt lachen.Iemand heeft begrepen dat Reukens ongelukkig is, want hij wordt op een avond in zijn werkkamer gebeld met de vraag of hij het geluk wil oppakken. Daar moet wel iets tegenover staan: een klein offer, haast het vermelden niet waard. Zijn vrouw, Neeltje, ondergaat intussen zijn liefde. Dagelijks wacht ze tot hij thuiskomt, klaar om gevoerd en aanbeden te worden. Samen streven ze naar een gewicht van 250 kilo. Haar droomgewicht. Na het telefonische aanbod ligt het geluk ineens voor het oprapen – maar alleen voor mensen die moreel flexibel zijn. Naast hen woont Leo. Hij heeft het geluk al: als drievoudig loterijwinnaar houdt hij het stevig in zijn gesloten vuist. Hij gelooft in het Lot en is ervan overtuigd dat hij een belangrijk filosofisch werk moet schrijven. Daarvoor dient hij zijn omgeving ingrijpend te veranderen. Zijn vrouw, Bella, ziet het gebeuren. Dan ontdekt ze in het huis naast haar een enorme vrouw, met aan liefde geen gebrek.In deze roman over liefde en zelfoverwinning komen het wezenlijke en het absurde samen – en dat op een bijzonder vermakelijke manier. Nietzscheaanse thema’s met wervelende dialogen waarom je vaak hardop kunt lachen.In deze roman over liefde en zelfoverwinning komen het wezenlijke en het absurde samen – en dat op een bijzonder vermakelijke manier. Nietzscheaanse thema’s met wervelende dialogen waarom je vaak hardop kunt lachen. Warm aanbevolen door Herman Brusselmans.
Recensies
Het is een buurmannenboek, deze debuutroman van Sander Kok, Smeltende vrouw. De ene heet Leo Andriessen, de ander Peter Reurkens. Beiden bewonen, met hun vrouw, een vrijstaand huis in Leiden. Ze kennen elkaar niet of nauwelijks, maar hun levens hebben iets gemeenschappelijks. Geven is bij beiden een centrale kwestie. Hoewel, eigenlijk zijn ze juist wat dit betreft spiegelbeelden. Reurkens geeft en geeft, terwijl zijn buurman alleen maar eist en ontvangt. Waar deze twee buurmannen in elkaars vaarwater raken, moet wel ellende op de loer liggen – maar dat gebeurt pas aan het slot. Smeltende vrouw is een helder en fris geschreven roman – en juist die heldere stijl contrasteert soms met bizarre gegevens in deze roman. Reurkens krijgt merkwaardige telefoontjes, zijn vrouw heeft veel weg van een chocoladerepen etende walrus en de buurman wint drie keer achter elkaar de loterij. Menselijke contacten zijn vrijwel nooit normaal in Smeltende vrouw. Welgeteld één keer vindt er een warm menselijk contact plaats, wat de belangrijkste personages betreft, en dit speelt zich uitgerekend af tussen de twee buurvrouwen, dus de echtgenotes van Peter en Leo. Maar het soms absurde karakter van deze roman is niet iets toevalligs; wie een boek als Smeltende vrouw schrijft, weet wat hij doet. Sander Kok (1981), studeerde literatuurwetenschap en kunstgeschiedenis, en is erg geïnteresseerd in de wijsgeer Friedrich Nietzsche. Zijn roman maakt geen geconstrueerde indruk, maar lijkt wel sterk op een soort proefopstelling, waarbij psychologie en filosofie gewicht in de schaal leggen. De eerste buurman, Peter Reurkens, heeft een geweldige drang tot geven, met het oog op zijn vrouw Neeltje. Zij hangt de hele dag op de bank en weegt 240 kilogram. Samen werken ze eraan om 250 kilo te bereiken en daarna gaan ze misschien voor de 300 kilo. Reurkens is gefascineerd door haar almaar uitdijende lichaam: ‘Hij wilde ze zien, die smeltende vormen. Hij wilde dat volle, bolle lichaam met zijn vingertoppen beroeren als een harp of een cello.’ Zijn hele bestaan is afgestemd op Neeltje; hij koopt als verrassing snoepjes en voert haar. Hij is haar redder en offert zich helemaal voor haar op. Intussen lijkt hij in zijn dagelijkse leven als docent een volslagen mislukking te zijn. Buurman Andriessen is het tegendeel van Reurkens. Hij was docent aan de universiteit en won, zoals gezegd, drie keer de loterij. Nu koestert hij het plan om een filosofisch meesterwerk te schrijven. Ook Andriessen zoekt het geluk, net als Reurkens, maar bij hem is alles gericht op zichzelf. Zijn vrouw hangt er zo’n beetje bij. Echt een irritant heerschap, deze Andriessen, die niettemin interessanter wordt als je aan hem gewend raakt en hem als een fenomeen kunt bezien. Hij is een extreem voorbeeld van iets wat veel mensen kenmerkt, en dat geldt ook voor de ziekelijke fascinatie van buurman Reurkens. Beide buurmannen lijden aan een gebrekkige relatie met de ‘gewone werkelijkheid’. De drang naar het ultieme geluk is daar de oorzaak van. Buurman Andriessen is daarin nog het best invoelbaar. Andriessen lijdt aan grootheidswaan, vindt dat alles om hem draait en dat het schrijven van een filosofisch meesterwerk, als uitdrukking van zijn geniale ego, het enige is wat telt. Hij besluit een tweede woning te kopen, en daar gaat hij werken in een compleet geluiddichte kamer. Hij trekt zich steeds verder terug in zijn ego, dat hij ook letterlijk probeert te isoleren. De geest is het enige wat telt. Dat is wat hij deze wereld te geven heeft, vindt hij. Vervreemdend kun je deze debuutroman van Sander Kok gerust noemen, maar dan wel met de kanttekening dat het allemaal glashelder is opgeschreven en geen moment mistig wordt. En hoe je het ook wendt of keert, deze naar het absurde neigende roman laat je nadenken over mensen in je omgeving en wellicht ook over jezelf, over gedragspatronen, obsessies en idealisme en wat daar mogelijk achter schuil gaat.
Tjerk de Reus — De Nieuwe Koers — 1 april 2017
'Kok weet de stijl luchtig te houden, met name door de filosofische thematiek op een prettig tempo af te wisselen met vlotte dialogen. Het boek leest hierdoor als een trein, terwijl het een gebalanceerd zwaartepunt behoudt.' In zijn debuutroman Smeltende vrouw laat Sander Kok twee buren zoeken naar geluk. Het echtpaar Reukens streeft naar een gewicht van 250 kilo voor Neeltje, de vrouw. De familie Andriessen heeft drie keer de loterij gewonnen. Toch lijkt het echte geluk nog net buiten handbereik. Alhoewel in de familie Reukens iedereen al redelijk gelukkig lijkt, mist men blijkbaar toch wat. Neeltje geniet ervan verwend en gevoerd te worden door haar man, maar droomt ook van een aangepaste rolstoel zodat ze weer naar buiten kan. Haar man is dol op haar, maar gefrustreerd op zijn werk. Als hij plotseling wordt opgebeld met een abstract en nogal unheimisch aanbod van geluk, claimt hij dat eerst niet nodig te hebben, maar uiteindelijk grijpt hij deze kans toch met beide handen aan. Bij de buren heeft drievoudig loterijwinnaar Leo besloten dat hij een boek wil schrijven. Hiervoor wil hij een eigen appartement om in te werken, van top tot teen geïsoleerd door kurk om de buitenwereld niet binnen te laten. Zijn vrouw Bella probeert hem te remmen, maar slaagt daar slecht in. De eerste helft van het verhaal draait volledig om de familie Reukens. Hun situatie lijkt misschien grotesk (Neeltje weegt al 240 kilo), maar ze lijken wel écht van elkaar te houden, al snappen ze hun eigen beweegredenen hiertoe misschien niet altijd. Het huwelijk van Leo en Bella Andriessen voldoet meer aan de sociale normen, maar bevat ook veel meer conflict en ongeluk. Waar de heer Reukens er zelfs moeite mee heeft aan zichzelf toe te geven dat hij Neeltje liever minder mobiel heeft, loopt Leo moeiteloos over Bella heen. Zijn egocentrisme is bijna hilarisch als het niet zo schrijnend was opgeschreven. Langzaam begint Bella te begrijpen dat zij net zo zeer een enabler is voor het narcisme van haar man als buurman Reukens dat is voor de obese Neeltje, maar hiermee stoppen is nog een brug te ver. De heer Reukens is docent filosofie op een school voor hoogbegaafden en Leo's boek moet een filosofisch werk gaan worden, dus beide personages lenen zich voor grote ideeën. Gelukkig wordt hun pretentie prachtig gepareerd. Zo ziet Reukens zichzelf als een groot denker maar blijkt zijn geluk verder te vinden te zijn in basale zaken als het vinden van wat geld of een egostrelende promotie, en probeert Leo uit alle macht maar tevergeefs een publiek te vinden voor zijn ingevingen. Zo probeert hij de 18e-eeuwse traditie van literaire salons nieuw leven in te blazen. Meermaals benadrukt hij dat Bella als gastvrouw hier de hoofdrol in hoort te spelen, maar als puntje bij paaltje komt voert hij de hele avond het hoogste woord. Na afloop zegt hij haar: Ik geloof wel dat ik interessante dingen heb gezegd. Meer dan de anderen. Niet dat het een wedstrijd is. Maar meer dan de anderen. Uit alle macht is hij op zoek naar een manier om zijn status te bevestigen, iets wat hij met een lading geld alleen niet blijkt te kunnen bereiken: Ja, ik heb ideeën. Je moet er niet zo minnetjes over doen. Je weet best dat ik ideeën heb. Ik ben erudiet. Ik ben erudiet en ik heb ideeën. Veel meer heb je niet nodig om een goed boek te schrijven. Opvallend dat hij desalniettemin zijn bizarre droomappartement meent nodig te hebben om deze droom te verwezenlijken. Ondanks de soms ingewikkelde theorieën weet Kok de stijl luchtig te houden, met name door de filosofische thematiek op een prettig tempo af te wisselen met vlotte dialogen. Het boek leest hierdoor als een trein, terwijl het een gebalanceerd zwaartepunt behoud. Toch zouden we meer nadruk op de (filosofische) thematiek in een komende roman ook van harte toejuichen!
Francine Maessen — Passionate — 22 februari 2017
--5 sterren-- “Misschien is dit nu de echte liefde, de liefde van het onvoorwaardelijke soort. Tortelduiven blijven hun leven lang bij elkaar, maar als een van tweeën een pootje breekt, vertrekt de ander per direct. Bij mensen is het niet veel anders, vermoed ik, we geven het alleen niet graag toe.” Peter Reukens is docent op een middelbare school. Steeds vaker reageert hij zich af op zijn hoogbegaafde studenten, en ook de rector valt op dat hij misschien ongelukkig of uitgeblust is. Geduldig zit hij de dag uit tot hij naar zijn vrouw Neeltje kan. Met de grootste zorg voedt, wast en vertroetelt hij zijn grote liefde, strevend naar een gewicht van 250 kg. Hoe zwaarder, hoe meer om van te houden, toch? Zijn obsessie met grote vrouwen startte reeds in zijn jeugd, toen hij fantaseerde over voluptueuze lichamen, "groot en glad als een zittende boeddha", met "armen als autobanden", en "billen die over het krukje dropen alsof ze smolten." Neeltje, aanvankelijk onzeker over haar gewicht, heeft met Reukens een lange weg afgelegd om de schaamte over haar lichaam te overwinnen. Desondanks is ze de laatste jaren niet meer buiten de deur gekomen. Op een avond krijgt hij telefoon van een vrouw die hem een gelukkiger leven belooft. Argwanend gaat hij akkoord en kort daarna begint zijn geluk effectief te keren en krijgt hij zelfs promotie. Maar wat is de prijs die hij voor dit geluk betaalt? Het tweede verhaal focust op Peters buurman, Leo. Als drievoudig lottowinnaar gaat het hem voor de wind, en hij krijgt heel sterk het gevoel dat hij deze bronnen moet aanboren om een filosofisch werk te schrijven. Daar heeft hij echter wel een eigen stek voor nodig, zwaar tegen de zin van zijn vrouw Bella die het hem ondanks zijn vele eisen, bevliegingen en toenemend superioriteitsgevoel nog steeds naar de zin wil maken. Terwijl hij zich op zijn dromen stort en steeds meer afstand neemt, voelt Bella zich verwaarloosd. Door het raam ontdekt ze het bestaan van haar massieve buurvrouw die met de grootste liefde op al haar wenken wordt bediend. Ze ontwikkelt een obsessie voor Neeltje, die haar aantrekt maar waar ze tegelijk van walgt, en overdenkt haar eigen keuzes in de liefde. “Liefde maakt blind, dat klopt, maar liefde heeft de blindheid ook nodig en eist haar op, ze houden elkaar in stand, de liefde en de blindheid. Veel te laat heb ik ingezien dat ik blind wilde zijn, zodat ik van hem kon blijven houden.” De twee verhalen zitten uitstekend in elkaar en zijn opgevoerd om elkaar op precies de juiste momenten te raken. Interessante vergelijkingen dringen zich op, je ziet hoe mensen op verschillende manieren hun vrijheid inperken om gelukkig te zijn, en hoe ondanks grote plannen de drempel soms letterlijk nét te hoog kan zijn. Sander Kok (1981) legt met zijn uitstekende debuut Smeltende vrouw de lat voor zichzelf wel heel hoog. Dit tragikomische werk leest als twee kortverhalen. Kok heeft een heerlijk vlotte pen, trekt grappige parallellen tussen zijn hoofdpersonages en komt met mooie observaties zoals "Eenzaamheid is een hond waarvan je de haren vindt lang nadat ze is vertrokken", "Schoonheid went. Van echte lelijkheid blijf je schrikken", maar het is vooral in de dialogen dat hij echt uitblinkt. Ze zijn luchtig en grappig, van tragisch tot beroerend tot soms ronduit onsmakelijk (denk maar aan de beschrijvingen van het liefdesspel tussen Reukens en Neeltje). Het introtekstje slaat de spijker op z'n kop: twee romans, één overkoepelend meesterwerk.
Bie Helena — Hebban — 17 februari 2017
Kok schrijft aantrekkelijk met mooie zinnen en originele beeldspraak. Over Reukens die als kind al ondervonden heeft dat eenzaamheid je vormt als mens: 'Eenzaamheid is een hond waarvan je de haren vindt lang nadat ze is vertrokken.' Behalve mooie zinnen bevat Smeltende vrouw herkenbare scènes en goed beschreven pijnlijke ontmoetingen.
Geertje Otten — Tzum — 4 april 2017
Laat de grote literaire prijzen voor volgend jaar nu reeds aanrukken. Ze vallen voor mijn part te schenken aan Smeltende vrouw van Sander Kok, een debuut dat alle andere debuten overbodig maakt. Zelden heb ik een roman gelezen waarvan de twee afzonderlijke delen op zo'n precieuze manier in elkaar haakten.
Herman Brusselmans — Herman Brusselmans — 10 augustus 2017
In het kort
ISBN-13
9789082737608
Uitgever
Verschenen
15 augustus 2017
Imprint
Bibliografisch
ISBN-139789082737608
TaalNederlands dut
Pagina’s256
GeïllustreerdNee
Uitgave
UitgeverSander Kok Modelling
ImprintPrufrock -- Prometheus
CB-relatie-id6770970
Verschenen15 augustus 2017
StatusOnbekend 00
BeschikbaarheidContact leverancier 99
Adviesprijs (incl. btw)€ 19,99
Vorm & inhoud
ProductvormPaperback BC
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Literaire roman, novelle 301
NUR (alle)301 Literaire roman, novelle
Medewerkers
Auteur A01Sander Kok
Herkomst
Werk-id (NSTC)500067796
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Trefwoorden
Lijkt op dit boek
NSTC 500067796 · CB-relatie 6770970 · Bijgewerkt 6 augustus 2026









