Mijn boeken
← Catalogus
Omslag van Tijdelijk afgeweken van de bestemming
Achterkant van Tijdelijk afgeweken van de bestemming

Tijdelijk afgeweken van de bestemming een evaluatie van de toepassing van artikel 17 Wet op de Ruimtelijke Ordening in de drie noordelijke provincies

Paperback118 pagina’sNederlands
Bouwen en ruimtegebruik moeten in overeenstemming zijn met het bestemmingsplan. De bestemmingsplanprocedure biedt waarborgen en zekerheid. Toch kan niet alles in dat plan worden voorzien. Voor afwijkingen van onbepaalde duur is kennen wij de art.19 WRO-procedure. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om voor maximaal vijf jaar vrijstelling te verlenen van het bestemmingsplan op grond van art. 17 WRO. Het moet daarbij wel gaan om voorzieningen waarvan aannemelijk is dat ze een tijdelijk karakter hebben.

In dit boek wordt de praktijk van de toepassing van art. 17 WRO in de drie noordelijke provincies tegen het licht gehouden van de geldende juridische normen. Van de vrijstellingsmogelijkheid van artikel 17 WRO wordt de laatste jaren steeds meer gebruik gemaakt, hoewel het bedoeld is voor uitzonderingsgevallen. Wanneer en in welke gevallen wordt het artikel gebruikt? Wordt het artikel toegepast op de manier die de wetgever voor ogen heeft gehad?

In het Noorden als geheel wordt artikel 17 per jaar een paar honderd maal toegepast. Op die manier kan worden voldaan aan kleine bouwwensen op het terrein van wonen en werken. De meest populaire objecten waarvoor het artikel wordt gebruikt zijn: stacaravans, kantoren, loodsen, zendmasten en zeecontainers. Ook komt het voor dat overheidsinstellingen een beroep doen op de tijdelijke vrijstellingsmogelijkheid (bijvoorbeeld voor noodlokalen). Een belangrijke bevinding is dat het artikel niet zelden blijkt te worden toegepast in gevallen waarin onvoldoende vaststaat dat de voorziening echt een tijdelijk karakter heeft.

Na het verstrijken van de vrijstellingstermijn, is het instandlaten van de tijdelijke voorziening illegaal. Gemeentebesturen zijn dan wettelijk gehouden een aanschrijving te doen. Gebeurt er niets dan zijn zij volgens de rechtspraak in beginsel verplicht om te handhaven teneinde teneinde illegale situaties ongedaan te maken. Wordt het verstrijken van de vrijstellingstermijn in de praktijk bij de gemeenten goed bewaakt? Wat gebeurt er als er na ommekomst van de termijn niets is veranderd: wordt er dan een aanschrijving gedaan en wordt er daarna werkelijk gehandhaafd?

Met enige regelmaat blijkt een kortere vrijstellingstermijn te worden verlengd. Waar dat niet kan, wordt er regelmatig gelegaliseerd. Vaak gebeurt er echter helemaal niets en ontstaat er een gedoogsituatie. Dit is opmerkelijk, nu dit volgens de jurisprudentie slechts in uitzonderlijke gevallen is toegestaan.
In het kort

Lijkt op dit boek

NSTC 500887106 · CB-relatie 9850190 · Bijgewerkt 6 augustus 2026
Bestel bij bol · € 13,50 →
← Catalogus
Omslag van Tijdelijk afgeweken van de bestemming
Achterkant van Tijdelijk afgeweken van de bestemming

Tijdelijk afgeweken van de bestemming

een evaluatie van de toepassing van artikel 17 Wet op de Ruimtelijke Ordening in de drie noordelijke provincies
Paperback118 pagina’sNederlands
Bestel bij bol · € 13,50 →
Bouwen en ruimtegebruik moeten in overeenstemming zijn met het bestemmingsplan. De bestemmingsplanprocedure biedt waarborgen en zekerheid. Toch kan niet alles in dat plan worden voorzien. Voor afwijkingen van onbepaalde duur is kennen wij de art.19 WRO-procedure. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om voor maximaal vijf jaar vrijstelling te verlenen van het bestemmingsplan op grond van art. 17 WRO. Het moet daarbij wel gaan om voorzieningen waarvan aannemelijk is dat ze een tijdelijk karakter hebben.

In dit boek wordt de praktijk van de toepassing van art. 17 WRO in de drie noordelijke provincies tegen het licht gehouden van de geldende juridische normen. Van de vrijstellingsmogelijkheid van artikel 17 WRO wordt de laatste jaren steeds meer gebruik gemaakt, hoewel het bedoeld is voor uitzonderingsgevallen. Wanneer en in welke gevallen wordt het artikel gebruikt? Wordt het artikel toegepast op de manier die de wetgever voor ogen heeft gehad?

In het Noorden als geheel wordt artikel 17 per jaar een paar honderd maal toegepast. Op die manier kan worden voldaan aan kleine bouwwensen op het terrein van wonen en werken. De meest populaire objecten waarvoor het artikel wordt gebruikt zijn: stacaravans, kantoren, loodsen, zendmasten en zeecontainers. Ook komt het voor dat overheidsinstellingen een beroep doen op de tijdelijke vrijstellingsmogelijkheid (bijvoorbeeld voor noodlokalen). Een belangrijke bevinding is dat het artikel niet zelden blijkt te worden toegepast in gevallen waarin onvoldoende vaststaat dat de voorziening echt een tijdelijk karakter heeft.

Na het verstrijken van de vrijstellingstermijn, is het instandlaten van de tijdelijke voorziening illegaal. Gemeentebesturen zijn dan wettelijk gehouden een aanschrijving te doen. Gebeurt er niets dan zijn zij volgens de rechtspraak in beginsel verplicht om te handhaven teneinde teneinde illegale situaties ongedaan te maken. Wordt het verstrijken van de vrijstellingstermijn in de praktijk bij de gemeenten goed bewaakt? Wat gebeurt er als er na ommekomst van de termijn niets is veranderd: wordt er dan een aanschrijving gedaan en wordt er daarna werkelijk gehandhaafd?

Met enige regelmaat blijkt een kortere vrijstellingstermijn te worden verlengd. Waar dat niet kan, wordt er regelmatig gelegaliseerd. Vaak gebeurt er echter helemaal niets en ontstaat er een gedoogsituatie. Dit is opmerkelijk, nu dit volgens de jurisprudentie slechts in uitzonderlijke gevallen is toegestaan.
In het kort

Lijkt op dit boek

Alles bekijken →
NSTC 500887106 · CB-relatie 9850190 · Bijgewerkt 6 augustus 2026