Catalogus
Omslag van Toen niemand iets te doen had
Achterkant van Toen niemand iets te doen had

Toen niemand iets te doen had Toon Tellegen leest

DZNederlandsLeverbaar
CD 1Op een warme dag toen niemand iets te doen had • Toen de eekhoorn nog lag te slapen • Op een keer miste de eekhoorn de mier hevig • De eekhoorn zat op het puntje van een tak • Op een dag regende het zo hard • Op een dag lag de eekhoorn in het gras • ‘Ik heb een keermijn reuk gebroken,’ zei de krekel • Op een ochtend blies de wind • Op een dag had de vos de eekhoorn uitgenodigd • Er hing een taaie, zwarte lucht in het bos • Op een dag nam de mier afscheid van de eekhoorn • Toen de eekhoorn wakker werd • Toen de eekhoorn eensin het mos onder de beuk zat • Het gebeurde vaak dat de olifant • Op een ochtend klopte de mier • Op een zonnige ochtend maakten de eekhoorn en de mier • De mier en de eekhoorn waren op een dag • Het was een prachtige ochtend in het bos • De kraai schraapte zijn keel • Op de verjaardag van de sprinkhaan • ’s Ochtends als hij wakker werd CD 2‘Ja,’ zei de vleermuis, ‘jij kunt nu wel lachen…’ • ‘Tot hier. En verder niet,’ zei de eekhoorn tegen zichzelf • Op een ochtend kreeg de eekhoorn een brief van de ibis • Iedereen wist datde ekster niets liever deed • Op de verjaardag van de hagedis • Op een dag scheen de zon zo hard • ‘Kun jij eigenlijk op één hand staan?’ vroeg de eekhoorn • Laat op de avond kloptede mot op de deur • Toen het feest van de zebra op zijn hoogtepunt was • ‘Mier!’ riep de eekhoorn langs de wand van het ravijn • Op zijn wandeling door het bos • Op een prille dagin het voorjaar • De eekhoorn en de mus wandelden op hun gemak • ‘Ik,’ zei de slak op een keer tegen de mier • Toen de eekhoorn eens niet kon slapen • ‘Deze honing is heerlijk,’ zeide mier • Het was een warme avond • Toen de eekhoorn eens onder de wilg zat • Toen de snoek eens stroomopwaarts zwom • Het was een mooie avond en de dieren vierden feest • De mier en de eekhoorn stonden op het strand •CD 3Op het feest van de krekel • Op een ochtend toen iedereen zijn gewone gang ging • De eekhoorn lag in het mos • Op een dag raakte de egel verward in de struik • Soms keek de eekhoorn in de spiegel • ‘Ach,’ zei de mier tegen de eekhoorn • Op een ochtend zag alleser anders uit • De verjaardag van de lepelaar werd grootser gevierd dan ooit • Toen de mier en de eekhoorn op een keer door het bos wandelden • Aan de rand van het bos onder de rozenstruik woonde de das • ‘Het valt niet mee,’ zei de pad • Middenin het bosbotste de eekhoorn tegen de olifant • ‘Iedereen van boord en iedereen aan boord!’ brulde de leeuw • ‘Wakker worden,’ riep de mus • Op een dag liep de eekhoorn door de woestijn Ik wou, dacht de eekhoorn, dat ik weer eens gewoon • De eekhoorn en de mier wandelden over de heide • ‘Dat treft,’ zei de pad • Op de laatste dag van het jaar zat de eekhoorn aan zijn tafel •Op een dag miste de eekhoorn de mier hevig. Hij wist niet waarom, maar hij had dat gevoel tot in het puntje van zijn staart. Mier, dacht hij. Mier, mier, mier. De eekhoorn wist dat zulke gedachten niet helpen, maar hij kon ze niet tegenhouden. Was er maar een hand in de lucht, dacht hij, die je kon gebruiken om iets ver weg te pakken. Hij zag die hand voor zich en hij zag ook de mier ergens opgekruld in een holle boomstam liggen.Op een dag miste de eekhoorn de mier hevig. Hij wist niet waarom, maar hij had dat gevoel tot in het puntje van zijn staart. Mier, dacht hij. Mier, mier, mier. De eekhoorn wist dat zulke gedachten niet helpen, maar hij kon ze niet tegenhouden.Was er maar een hand in de lucht, dacht hij, die je kon gebruiken om iets ver weg te pakken. Hij zag die hand voor zich en hij zag ook de mier ergens opgekruld in een holle boomstam liggen. De hand liep vinger voor vinger tussen debomen van het bos door, zonder ook maar één blaadje te verroeren. Hij bleef even voor de holle boomstam staan. Toen ging de wijsvinger naar binnen en tikte op de rug van de mier. (...) Ach, dacht de eekhoorn, wat een gedachten heb iktoch. Had je dáár maar een spiegel voor, dan zou ik ze zéker bekijken! Hij zuchtte. Hij miste de mier nog steeds, ook al wist hij niet precies wat missen eigenlijk was. Voor deze bundel kreeg Toon Tellegen een Gouden Griffel.Met verhalenmuziek.Winnaar van de Gouden Griffel
In het kort
ISBN-13
9789047610465
Verschenen
1 april 2011
Druk
1
Trefwoorden

Lijkt op dit boek

NSTC 500290042 · CB-relatie 7600526 · Bijgewerkt 6 augustus 2026
Bestel bij bol → · € 14,95
← Terug naar resultaten
Omslag van Toen niemand iets te doen had
Achterkant van Toen niemand iets te doen had

Toen niemand iets te doen had

Toon Tellegen leest
DZNederlandsLeverbaar
CD 1Op een warme dag toen niemand iets te doen had • Toen de eekhoorn nog lag te slapen • Op een keer miste de eekhoorn de mier hevig • De eekhoorn zat op het puntje van een tak • Op een dag regende het zo hard • Op een dag lag de eekhoorn in het gras • ‘Ik heb een keermijn reuk gebroken,’ zei de krekel • Op een ochtend blies de wind • Op een dag had de vos de eekhoorn uitgenodigd • Er hing een taaie, zwarte lucht in het bos • Op een dag nam de mier afscheid van de eekhoorn • Toen de eekhoorn wakker werd • Toen de eekhoorn eensin het mos onder de beuk zat • Het gebeurde vaak dat de olifant • Op een ochtend klopte de mier • Op een zonnige ochtend maakten de eekhoorn en de mier • De mier en de eekhoorn waren op een dag • Het was een prachtige ochtend in het bos • De kraai schraapte zijn keel • Op de verjaardag van de sprinkhaan • ’s Ochtends als hij wakker werd CD 2‘Ja,’ zei de vleermuis, ‘jij kunt nu wel lachen…’ • ‘Tot hier. En verder niet,’ zei de eekhoorn tegen zichzelf • Op een ochtend kreeg de eekhoorn een brief van de ibis • Iedereen wist datde ekster niets liever deed • Op de verjaardag van de hagedis • Op een dag scheen de zon zo hard • ‘Kun jij eigenlijk op één hand staan?’ vroeg de eekhoorn • Laat op de avond kloptede mot op de deur • Toen het feest van de zebra op zijn hoogtepunt was • ‘Mier!’ riep de eekhoorn langs de wand van het ravijn • Op zijn wandeling door het bos • Op een prille dagin het voorjaar • De eekhoorn en de mus wandelden op hun gemak • ‘Ik,’ zei de slak op een keer tegen de mier • Toen de eekhoorn eens niet kon slapen • ‘Deze honing is heerlijk,’ zeide mier • Het was een warme avond • Toen de eekhoorn eens onder de wilg zat • Toen de snoek eens stroomopwaarts zwom • Het was een mooie avond en de dieren vierden feest • De mier en de eekhoorn stonden op het strand •CD 3Op het feest van de krekel • Op een ochtend toen iedereen zijn gewone gang ging • De eekhoorn lag in het mos • Op een dag raakte de egel verward in de struik • Soms keek de eekhoorn in de spiegel • ‘Ach,’ zei de mier tegen de eekhoorn • Op een ochtend zag alleser anders uit • De verjaardag van de lepelaar werd grootser gevierd dan ooit • Toen de mier en de eekhoorn op een keer door het bos wandelden • Aan de rand van het bos onder de rozenstruik woonde de das • ‘Het valt niet mee,’ zei de pad • Middenin het bosbotste de eekhoorn tegen de olifant • ‘Iedereen van boord en iedereen aan boord!’ brulde de leeuw • ‘Wakker worden,’ riep de mus • Op een dag liep de eekhoorn door de woestijn Ik wou, dacht de eekhoorn, dat ik weer eens gewoon • De eekhoorn en de mier wandelden over de heide • ‘Dat treft,’ zei de pad • Op de laatste dag van het jaar zat de eekhoorn aan zijn tafel •Op een dag miste de eekhoorn de mier hevig. Hij wist niet waarom, maar hij had dat gevoel tot in het puntje van zijn staart. Mier, dacht hij. Mier, mier, mier. De eekhoorn wist dat zulke gedachten niet helpen, maar hij kon ze niet tegenhouden. Was er maar een hand in de lucht, dacht hij, die je kon gebruiken om iets ver weg te pakken. Hij zag die hand voor zich en hij zag ook de mier ergens opgekruld in een holle boomstam liggen.Op een dag miste de eekhoorn de mier hevig. Hij wist niet waarom, maar hij had dat gevoel tot in het puntje van zijn staart. Mier, dacht hij. Mier, mier, mier. De eekhoorn wist dat zulke gedachten niet helpen, maar hij kon ze niet tegenhouden.Was er maar een hand in de lucht, dacht hij, die je kon gebruiken om iets ver weg te pakken. Hij zag die hand voor zich en hij zag ook de mier ergens opgekruld in een holle boomstam liggen. De hand liep vinger voor vinger tussen debomen van het bos door, zonder ook maar één blaadje te verroeren. Hij bleef even voor de holle boomstam staan. Toen ging de wijsvinger naar binnen en tikte op de rug van de mier. (...) Ach, dacht de eekhoorn, wat een gedachten heb iktoch. Had je dáár maar een spiegel voor, dan zou ik ze zéker bekijken! Hij zuchtte. Hij miste de mier nog steeds, ook al wist hij niet precies wat missen eigenlijk was. Voor deze bundel kreeg Toon Tellegen een Gouden Griffel.Met verhalenmuziek.Winnaar van de Gouden Griffel
In het kort
ISBN-13
9789047610465
Verschenen
1 april 2011
Druk
1

Lijkt op dit boek

Alles bekijken →
NSTC 500290042 · CB-relatie 7600526 · Bijgewerkt 6 augustus 2026