
Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers
XCNederlands
Ook verkrijgbaar als
Display met 10 exemplaren van het essay bij de Maand van de Filosofie 2015.
Jesse Frederik en Rutger Bregman schrijven het Essay van de Maand van de Filosofie 2015 over terechte en onterechte ongelijkheid
Hoe is het toch mogelijk dat de mensen waar we overduidelijk niet zonder kunnen - vuilnismannen, politieagenten, verplegers - zo slecht verdienen, terwijl onbelangrijke, overbodige of zelfs schadelijke bankiers, lobbyisten en consultants veel beter boeren? Dit is de vraag waarmee Rutger Bregman en Jesse Frederik de patstelling in het debat over ongelijkheid doorbreken. Aan de hand van oude en moderne denkers, van Aristoteles tot Piketty, laten ze zien dat er niets vanzelfsprekend is aan de verdeling van inkomen en vermogen. In de overtuiging dat economen te weinig weten van filosofie, en filosofen te weinig van economie, tillen ze de discussie naar een hoger plan. Het is hoog tijd om die oude vraag opnieuw te stellen: welke rijkdom is echt verdiend?
Rutger Bregman (1988) en Jesse Frederik (1989) zijn werkzaam voor het journalistieke platform De Correspondent. Bregman is historicus en publiceerde onder meer De geschiedenis van de vooruitgang, bekroond met de Liberales-prijs, en Gratis geld voor iedereen. Frederik is economisch journalist en columnist; in 2013 won hij de Tegel voor achtergrondjournalistiek
Het gebeurt niet vaak dat een wetenschap zo op haar grondvesten schudt. Sinds de financiële crisis blijkt het ene na het andere economische model, leerstuk of dogma rijp voor de prullenbak. En als er één thema is waar de oude zekerheden sneuvelen, dan is het ongelijkheid. Terwijl de Franse econoom Thomas Piketty furore maakt met zijn dikke pil over de terugkeer van het kapitaal, wijzen nu ook grote spelers als het IMF, de OESO en de Wereldbank op de gevaren van te grote welvaartsverschillen.
Maar het Nederlandse debat over ongelijkheid? Dat is slaapverwekkend als altijd. 'De sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen', zegt links. Rechts haalt vervolgens de schouders op en ziet nivelleren als een kwestie van jaloezie.
In dit essay doorbreken Rutger Bregman en Jesse Frederik de patstelling. Op een reis langs oude denkers, van Aristoteles tot Marx, laten ze zien dat er niets vanzelfsprekends is aan ongelijkheid. De regels van het spel - de machtsverhoudingen, de wetten, de moraal en ga zo maar door - maken dat sommigen rijk worden en anderen arm. In de overtui - ging dat economen te weinig weten van filosofie, en filosofen te weinig van econo - mie, tillen Frederik en Bregman de discussie naar een hoger plan. Het is tijd om die oude filosofische vraag opnieuw te stellen: welke rijkdom is echt verdiend?
Jesse Frederik en Rutger Bregman schrijven het Essay van de Maand van de Filosofie 2015 over terechte en onterechte ongelijkheid
Hoe is het toch mogelijk dat de mensen waar we overduidelijk niet zonder kunnen - vuilnismannen, politieagenten, verplegers - zo slecht verdienen, terwijl onbelangrijke, overbodige of zelfs schadelijke bankiers, lobbyisten en consultants veel beter boeren? Dit is de vraag waarmee Rutger Bregman en Jesse Frederik de patstelling in het debat over ongelijkheid doorbreken. Aan de hand van oude en moderne denkers, van Aristoteles tot Piketty, laten ze zien dat er niets vanzelfsprekend is aan de verdeling van inkomen en vermogen. In de overtuiging dat economen te weinig weten van filosofie, en filosofen te weinig van economie, tillen ze de discussie naar een hoger plan. Het is hoog tijd om die oude vraag opnieuw te stellen: welke rijkdom is echt verdiend?
Rutger Bregman (1988) en Jesse Frederik (1989) zijn werkzaam voor het journalistieke platform De Correspondent. Bregman is historicus en publiceerde onder meer De geschiedenis van de vooruitgang, bekroond met de Liberales-prijs, en Gratis geld voor iedereen. Frederik is economisch journalist en columnist; in 2013 won hij de Tegel voor achtergrondjournalistiek
Het gebeurt niet vaak dat een wetenschap zo op haar grondvesten schudt. Sinds de financiële crisis blijkt het ene na het andere economische model, leerstuk of dogma rijp voor de prullenbak. En als er één thema is waar de oude zekerheden sneuvelen, dan is het ongelijkheid. Terwijl de Franse econoom Thomas Piketty furore maakt met zijn dikke pil over de terugkeer van het kapitaal, wijzen nu ook grote spelers als het IMF, de OESO en de Wereldbank op de gevaren van te grote welvaartsverschillen.
Maar het Nederlandse debat over ongelijkheid? Dat is slaapverwekkend als altijd. 'De sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen', zegt links. Rechts haalt vervolgens de schouders op en ziet nivelleren als een kwestie van jaloezie.
In dit essay doorbreken Rutger Bregman en Jesse Frederik de patstelling. Op een reis langs oude denkers, van Aristoteles tot Marx, laten ze zien dat er niets vanzelfsprekends is aan ongelijkheid. De regels van het spel - de machtsverhoudingen, de wetten, de moraal en ga zo maar door - maken dat sommigen rijk worden en anderen arm. In de overtui - ging dat economen te weinig weten van filosofie, en filosofen te weinig van econo - mie, tillen Frederik en Bregman de discussie naar een hoger plan. Het is tijd om die oude filosofische vraag opnieuw te stellen: welke rijkdom is echt verdiend?
In het kort
ISBN-13
9789047706847
Uitgever
Verschenen
16 maart 2015
Bibliografisch
ISBN-139789047706847
Editie1
TaalNederlands dut
GeïllustreerdJa
Uitgave
Vorm & inhoud
ProductvormXC
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Filosofie algemeen 730
NUR (alle)730 Filosofie algemeen
Medewerkers
Auteur A01Rutger Bregman
Auteur A01Jesse Frederik
Herkomst
Werk-id (NSTC)100028005
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Lijkt op dit boek
NSTC 100028005 · CB-relatie 7000386 · Bijgewerkt 6 augustus 2026









