

Zomaar een kind is het aangrijpende verhaal van Cock. Hij groeit op in de achterstandswijken van Den Haag. Zijn vader heeft, na zijn traumatische ervaringen in de Tweede Wereldoorlog en overmatig drankgebruik, alle ingrediënten in huis om het jonge leven van Cock te verzieken.
Cock wringt zich in allerlei bochten om maar niet de realiteit van zijn jeugd onder ogen te hoeven komen. Maar zijn verleden haalt hem in. Hij stort zich op zijn werk en weet zich op te werken tot directeur in de jeugdhulpverlening. Hier beleeft hij opnieuw de afschuwwekkende ervaringen uit zijn jeugd. Wanneer hij zelf vader wordt, komt hij de realiteit keihard tegen. Ik was het. Zomaar een kind.
Paperback 132 pagina`s
Geïllustreerde uitgave
Cock wringt zich in allerlei bochten om maar niet de realiteit van zijn jeugd onder ogen te hoeven komen. Maar zijn verleden haalt hem in. Hij stort zich op zijn werk en weet zich op te werken tot directeur in de jeugdhulpverlening. Hier beleeft hij opnieuw de afschuwwekkende ervaringen uit zijn jeugd. Wanneer hij zelf vader wordt, komt hij de realiteit keihard tegen. Ik was het. Zomaar een kind.
Paperback 132 pagina`s
Geïllustreerde uitgave
Recensies
Oud-directeur Jeugdzorg Cock Fuchs schrijft boek over eigen miserabele jeugd In zijn loopbaan als directeur en interim-manager in de Jeugdzorg, probeerde hij andermans kinderen te redden. Nu vertelt Cock Fuchs zijn eigen verhaal. ,,Mijn jeugd was het klassieke voorbeeld van alles wat er mis kan gaan in een gezin: verslaving, armoede, labiele ouders, geweld." Kindermishandeling laat altijd sporen na. Ook als dat ogenschijnlijk niet zo lijkt te zijn. Cock Fuchs, bestuurder in de Jeugdzorg: ,,Ik heb de spiraal van geweld weten te doorbreken. Ik ben geen perfecte partner en vader geweest, maar ik zorg goed voor mijn kinderen. En toch: mijn leven is getekend door wat er vroeger is gebeurd." Fuchs, 56 jaar geleden geboren in de Haagse Schilderswijk, was het kind van een gewelddadige vader en een onevenwichtige moeder. Zijn vader sloeg, schold en dronk. Zijn moeder liet het gebeuren. Ze leek onverschillig te staan tegenover het leed van haar kinderen; had genoeg te stellen met de klappen die ze zelf kreeg. Veiligheid, aandacht, warmte, troost, samen eten, op tijd naar bed, al die normale en noodzakelijke dingen ontbraken volledig. ,,Mijn moeder haalde me vaak 's nachts uit bed omdat ik met haar mee moest naar de kroeg, om mijn vader op te halen. Ze had het idee dat hij gemakkelijker mee naar huis ging als ik erbij was. Vervolgens bleef ze zelf ook nog wat drinken." Dan zat Cock dan, in zijn pyamaatje, doodmoe te wachten tot hij eindelijk weer naar bed mocht. ,,Als mijn vader dan eindelijk meeging, stomdronken, werd het thuis toch nog vaak ruzie." Cock lag dan in zijn bedje, met zijn handen op zijn oren, om het gegil niet te horen. Van pure stress plaste hij elke nacht in zijn bed. Wat hem dan weer op slaag en vernedering door zijn vader kwam te staan. He verbaast hem nog steeds: zo veel mensen wisten hoe het er aan toe ging in het gezin Fuchs. De buren, de school, de politie, de huisarts. Maar niemand greep in. ,,Er was wel degelijk sociale controle. Mijn moeder kon overal wel terecht met haar verhaal over hoe ze werd mishandeld. En toch kwam niemand op het idee om naar óns te kijken; de kinderen die in dat gezin opgroeiden." Fuchs beschrijft het allemaal in zijn boek "Zomaar een kind", dat binnenkort verschijnt. ,,In eerste instantie wilde ik dit verhaal aan mijn eigen kinderen vertellen. Zodat ze weten wie hun vader is en waarom mijn leven op een bepaalde manier is gelopen. Later besloot ik het te schrijven voor iedereen die met gezinnen en kinderen werkt. Voor mensen die een studie volgen of werken in de jeugdzorg, voor groepsleiders, voor blijf-van-mijn-lijf-huizen, artsen, politiemensen, noem maar op." En hij hoopt dat politici het ook lezen. ,,Ik hoor zo vaak: met 95 procent van de Nederlandse kinderen gaat het goed. Dat is fijn, maar: wat gebeurt er met die andere vijf procent? De jeugdzorg functioneert nog steeds niet naar behoren. Gezinsvoogden doen ontzettend hun best, maar zijn overbelast. Mijn boodschap: we moeten alles op alles blijven zetten om kinderen te helpen. Niet bij de pakken gaan neerzitten. Nooit opgeven." Allereerst in het belang van de kinderen, die de gevolgen van mishandeling levenslang moeten dragen. Ook Fuchs had een lange weg te gaan voordat hij evenwicht in zijn leven vond. Hij had moeite met relaties, was een workaholic, leed aan angsten en depressies. De geboorte van zijn eerste kind was een keerpunt. ,,Toen ik de onvoorwaardelijke liefde voor mijn dochter voelde, kwam al het verdriet naar boven om wat ik zelf had gemist. Ik wist dat ik er niet meer voor kon weglopen." DUBBELLEVEN Fuchs, toen nog horeca-ondernemer, besloot het roer om te gooien en een studie in de jeugdhulpverlening te volgen. Met tomeloze inzet schopte hij het al snel tot manager, en later tot directeur in de jeugdzorg. Privé waren de problemen nog niet voorbij. Fuchs leidde een dubbelleven - hij kreeg bij een andere vrouw een tweede kind. Pas toen er een derde vrouw, zijn huidige partner, in zijn leven kwam, lukte het hem schoon schip te maken en iedereen in zijn leven op de hoogte te stellen van wat er gaande was. ,,Het gaat nu goed met mij en mijn kinderen. Toch tekent mijn jeugd alles wat ik doe. Sommige mensen zeggen dat je nooit een goede bestuurder in de jeugdzorg kunt zijn als je zelf mishandeld bent. Anderen zeggen dat het een voordeel is. Ik denk dat het laatste waar is. Anders houd je het geen 28 jaar vol." NAAKT Hij is altijd 'net een stap verder gegaan'. Bijvoorbeeld toen een jongetje dat onder de zorg van Jeugdzorg viel, op straat was meegenomen door een man en een vrouw bij wie hij thuis naakt moest rondlopen. ,,Dat zien we helaas vaak: mishandelde en misbruikte kinderen die opnieuw slachtoffer worden. Criminelen weten hen er op een of andere manier uit te pikken. Toen de melding bij ons binnenkwam, hebben we meteen de politie gebeld. Die had op dat moment geen tijd om te gaan kijken. Ik zei: als jullie niet onmiddellijk die deur opentrappen, doe ik het zelf. ,,Uiteindelijk zijn we er gezamenlijk op afgestapt. We hebben het kind uit dat huis gehaald, en dat stel is opgepakt. Geen gebruikelijke aanpak, maar dat komt dus doordat ik weet hoe kwetsbaar zo'n jongen is." Een ander voorbeeld: ,,We hadden een jongen uit huis gehaald die door zijn vader ernstig mishandeld was. Toen die man overleed, ben ik samen met het kind naar de begrafenis gegaan. Want een kind blijft van zijn ouders houden. Ook dat weet ik uit ervaring." Na zijn periode in de regio Haaglanden, werkte Fuchs in 2006 als interim- directeur in Noord-Holland, waar de chaos regeerde na de dood van peuter Savanna. ,,Twee directeuren moesten opstappen, een gezinsvoogd stond terecht. Ik kwam daar als trouble-shooter." Fuchs nam de voogd in bescherming. ,,Het lag niet aan die ene persoon. De hele organisatie had schuld. De werkdruk was te hoog, de wachtlijsten waren te lang." En men was, vindt Fuchs, in die tijd te voorzichtig. ,,Er kwamen veel hulpverleners over de vloer bij dat gezin. Er stonden alleen bedden voor de ouders. Uit angst omde ouders voor het hoofd te stoten, durfde niemand te vragen waar de kinderen sliepen. Dat bleek later dus in de hondenbench te zijn. Als één iemand had doorgevraagd, was dat drama mis misschien te voorkomen geweest." Fuchs, nu interim-adviseur in het onderwijs, de kinderopvang en de thuiszorg, hoopt dat zijn verhaal helpt zo veel mogelijk kinderen te behoeden voor een leven vol ellende. ,,Meer zorg. Sneller. Doortastender. Het beschikbare geld moet daarheen waar het hoort: naar de werkvloer. Want uit onderzoek blijkt dat het succes van hulpverlening staat of valt bij één ding: frequent contact met de gezinsvoogd. Er zijn nog steeds te veel verschillende organisaties die slecht samenwerken. Er zijn nog steeds te veel managers. Jeugdzorg moet terug naar de eenvoud. ,,Een kind dat hulp nodig heeft, moet hulp krijgen. Zo snel als nodig en zo veel als nodig. De bevlogenheid moet terug. Ik hoop dat mijn verhaal daar iets aan bijdraagt." Zomaar een kind, Cock Fuchs, Uitgeverij Mooi Media, 14,50 ISBN 978-90-816970-0-2
Martine Boelsma — Algemeen Dagblad — 17 september 2011
Zijn jeugd beschadigde hem voor het leven. Toch schopte Cock Fuchs (56) het tot directeur in de jeugdzorg. Vandaag presenteert hij zijn boek "Zomaar een kind", een terugblik op zijn roerige leven. "Je kunt als kind onnoemelijk veel pijn incasseren zonder een krimp te geven." In de riante woonkamer van zijn fraaie vooroorlogse rijtjeshuis in Rotterdam-Schiebroek blijkt hoe gedreven Fuchs is. Al tijdens het koffiezetten begint hij vanuit de halfopen keuken te oreren over de misstanden in de jeugdzorg, hoe de jeugdzorg volgens hem beter zou kunnen en hoe belangrijk het is om voor kinderen een veilige wereld te creëren. De geboren Hagenaar spreekt uit ervaring. Hij groeit op in een achterstandswijk van na de oorlog. Zijn vader, een hardleerse dronkenlap en vechtersbaas, voert in het gezin een schrikbewind. Hij slaat zijn vrouw en vier zoons, mishandelt en vernedert hen. Hulp van buitenaf blijft uit. "Regelmatig vluchtten we 's nachts de straat op. We logeerden dan een poosje bij een tante en gingen vervolgens weer terug. Mijn moeder had niet de kracht om haar rug te rechten en bij mijn vader weg te gaan. Ondanks alle mishandelingen en ondanks dat hij ons stelselmatig vernederde en verwaarloosde, koos ze steeds voor mijn vader en bood ze ons geen bescherming." Moeder Fuchs neemt Cock of een van zijn broertjes nooit op schoot om hen te troosten, doet geen spelletjes met hen en leest hun geen verhaaltjes voor. "Omdat ze zelf elke dag werd geslagen en vernederd, was ze misschien ook niet meer in staat om liefde aan ons te geven." De buurtbewoners weten intussen wel welke misstanden zich in het gezin Fuchs voordoen. Niemand grijpt echter in, bang voor het korte lontje van de vader. Als de jonge Fuchs, die zich in het gezin ontwikkelt als beschermer van zijn jongere broertjes, naar school gaat, krijgt hij paniekaanvallen. Het voelt alsof hij zijn broertjes in de steek laat. Zijn vader begint hem intussen steeds vaker ook psychisch te mishandelen. "Het was een mooie zomeravond. Ik was een jaar of acht en trapte met andere kinderen een balletje. Naar mijn idee was het een moment van geluk. Mijn ouders zaten met de buren in de avondzon, lachten en praatten met elkaar. Ik kreeg dorst en vroeg mijn moeder om een glas drinken. "Geen drinken voor die pissebed, anders plast hij vannacht de boel weer onder", riep mijn vader luid en duidelijk. Iedereen hoorde het. Ik wilde wel onder de straat kruipen." Niet veel later is moeder Fuchs jarig. Haar oudste zoon verdient wat geld bij een lorrenboer en besluit van zijn zorgvuldig gespaarde centen een paar damessloffen voor zijn moeder te kopen. Hij glipt na schooltijd de winkel binnen, koopt trots het cadeau en rent dan naar huis. Zijn vader staat hem briesend van woede op te wachten. "Hij sleurde me over de drempel naar binnen en zei dat ik te laat was. Ik probeerde hem duidelijk te maken dat ik een cadeautje had gehaald voor mijn moeder. Ik haalde het pakje achter mijn rug vandaan, in de hoop dat mijn moeder zou reageren. Ze keek niet op of om. Mijn vader griste het pakje uit mijn handen en smeet het in de prullenbak. Ik werd naar mijn bed gestuurd en ik zag nog net hoe moeder de koffiefilter boven de vuilnisbak leegde en hoe de drab over het cadeaupapier lekte." Niemand in de omgeving van het gezin Fuchs grijpt in, terwijl iedereen kan zien dat het fout gaat. "De kruidenier, de nonnen van de kleuterschool, de buren, de huisarts, de politie, de voetbalclub, de familie; niemand stapte naar de kinderbescherming." Fuchs bouwt als kind een hechte band op met zijn grootvader, omdat hij thuis geen greintje liefde vindt. Hij leeft in twee werelden. Als kind vertelt hij zijn opa over de uitbarstingen van zijn vader. Maar naarmate hij ouder wordt, kropt hij meer op. Op een dag gaat het mis als de jonge Cock weer bij zijn opa en oma is. Zijn vader komt met geweld het huis binnen en slaat opa in elkaar. "Vanaf dat moment was mijn vader zelfs de geborgen, veilige wereld van mijn opa en oma binnengedrongen. Dat heeft me diep geschokt." Na de plotselinge dood van zijn grootvader bezoekt Cock de mulo. Hij maakt het de docenten lastig, omdat hij niet met hun autoritaire manier van lesgeven kan omgaan. Hij wordt van school gestuurd en gaat naar de mulo voor moeilijk opvoedbare kinderen. Schoolhoofd Beers wordt Cocks redding. "Hij was een strenge, maar rechtvaardige man. Er sprak liefde uit zijn omgang met leerlingen en hij nam altijd de tijd om naar ons te luisteren. De man gaf me het gevoel dat hij oprecht belangstelling voor me had. Voor mij werd hij een identificatiefiguur. In wezen was hij de man die, evenals mijn opa, vorm gaf aan de manier waarop ik later zelf zou omgaan met jongeren in de jeugdhulpverlening." Na de middelbare school maakt Fuchs junior bliksemsnel carrière. Zijn zelfstandigheid en ondernemersgeest vallen anderen op. Hij grijpt zijn kansen, exploiteert intussen allerlei restaurants en supermarkten in steden langs de kust en is een gevierd zakenman. Met tomeloze energie stort hij zich op zijn werk. Het legt hem geen windeieren. Op nog geen dertigjarige leeftijd leidt hij een decadent leventje. Een nieuwe auto van 65.000 gulden rekent hij contant af. "Toch was ik niet gelukkig. Ik bleek niet in staat intieme, betekenisvolle relaties aan te gaan. Na jaren van keihard ondernemen was voor mij de lol er af. Ik had er behoefte aan om eindelijk iets te doen wat werkelijk maatschappelijke betekenis had. In de krant zag ik een advertentie over een opleiding in de psychosociale wetenschappen. Ik was 29 en kon in Utrecht parttime aan de studie beginnen." In Utrecht wordt Fuchs in gesprekken met medestudenten met zijn jeugd geconfronteerd. Hij vergroot er zijn zelfkennis en maakt er veel vrienden. Na zijn opleiding gaat hij in Den Haag aan de slag in een opvanghuis voor tien jongens die kampen met zware gedragsproblemen. Hij schopt het tot manager en later tot directeur in een jeugdzorginstelling. Fuchs -intussen zelf vader- wordt een soort tweemens. "In mijn werk loste ik de moeilijkste problemen op. Ik was niet bang om anderen teleur te stellen of mensen de laan uit te sturen. Intussen werd mijn persoonlijke leven steeds complexer. De bagage uit mijn jeugd begon me steeds meer parten te spelen." Uiteindelijk besluit de oud-zakenman therapeutische hulp te zoeken. "Nu pas realiseer ik me hoe omvangrijk de impact van mijn traumatische jeugd is geweest. Je kunt als kind onnoemelijk veel pijn incasseren zonder een krimp te geven. Je kunt het een leven lang wegstoppen of er laconiek over zijn, maar er komt hoe dan ook een moment dat je er last van krijgt. Misschien laat het je nooit meer helemaal los." Mede n.a.v. "Zomaar een kind" van Cock Fuchs; uitg. Mooi Media, Haren, 2011; ISBN 978 90 816970 0 2; 132 blz.; EUR 14,50. "Bestuurders jeugdzorg veel te lang op één plek" Fuchs -getrouwd en (stief)vader van vijf kinderen- zag zich als directeur diverse keren genoodzaakt de werkcultuur en organisatieproblematiek binnen diverse jeugdinstellingen aan de kaak te stellen. Hij schuwde geen verregaande reorganisaties en hief geldverslindende projecten op. Hij sloot tehuizen waarin respectloos met kinderen werd omgegaan. Op die manier probeerde hij een veilige wereld te creëren voor de kinderen, een wereld die hij in zijn eigen jeugd moest missen. De geboren Hagenaar zet zijn uitgesproken mening over de kwaliteit van de jeugdhulpverlening in Nederland uiteen in zijn boek dat hij vandaag presenteert. "Als een kind de verzorging van zijn eigen ouders mist, moet de maatschappij ingrijpen. Daarin zijn we allemaal verantwoordelijk. De schoolmeester, de buurvrouw, de wijkagent en de hulpverlenende instantie. Het aantal meldingen van kindermishandeling stijgt, maar wat wordt ermee gedaan? Als een burger al bereid is om een vermoeden van kindermishandeling of verwaarlozing te melden, voelt hij zich vaak niet geroepen om ook daadwerkelijk in te grijpen. Hij laat het over aan de instanties." Daarnaast is de jeugdzorg volgens Fuchs te zeer versnipperd. "We kennen allerlei instanties, van jeugdbescherming tot jeugdmaatschappelijk werk. Veel instanties doen hetzelfde werk en sommige bevechten elkaar. De ene organisatie stelt dat het in het belang van het kind is om het in veiligheid te brengen en plaatst het tot zijn achttiende uit huis, terwijl een andere instelling juist gericht is op hulp aan huis en zo veel mogelijk een opname probeert te voorkomen." Bestuurders in de jeugdzorg zitten volgens Fuchs veel te lang op hun plek. "Sommige managers van afdelingen of andere werknemers op de werkvloer weten meer dan de bestuurder, maar toch blijft hij zitten. Er zijn bestuurders die drukker zijn met het veiligstellen van hun eigen positie dan met het kind dat aanklopt voor hulp." Bovendien moet de werknemer in de jeugdzorg de baan leuk blijven vinden, waarschuwt Fuchs. "Een jonge vrouw van 22 jaar die net begint, moet je niet direct in het diepe gooien en naar gezinnen laten gaan waarin de vader slaat, vloekt en drinkt. De jonge werkneemster een agressietraining geven is geen oplossing. Het draait om ervaring. Ze moet eerst met begeleiding op stap." Fuchs voelt zich soms een roepende in de woestijn. "Als probleemjongeren het kabinet echt aan het hart gaan, moet het daadwerkelijk inzetten op de jeugdzorg. Als het de regering niets interesseert, moet ze niet net doen alsof ze het erg vindt en met slechts halve maatregelen komen. Met veel trots wordt een meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling gepresenteerd, maar tegelijkertijd staat in de begroting te lezen dat er miljoenen bezuinigd gaat worden in de jeugdzorg. De kinderen die hulp nodig hebben zijn de dupe."
Bert Monster — Reformatorisch Dagblad — 29 september 2011
Radio-interview Omroep Max - Twee Dingen Te beluisteren via: http://www.omroepmax.nl/?waxtrapp=sncatKsHnHUVOLkBZczwWvywW
Elles de Bruin — Omroep Max - Twee Dingen — 21 september 2011
De auteur is een voor vergaande professionalisering strijdende functionaris in een jeugdzorgorganisatie. Hij kijkt terug op een traumatische jeugd in een Haagse achterstandswijk met een gealcoholiseerde, agressieve vader en een moeder, die niet in staat was haar kinderen voor het huiselijk geweld te beschermen. O.m. hechtingsproblemen en gedragsstoornissen verzieken het leven van de jonge Cock. Dat maakt voor voor hem een gezond gezinsleven onmogelijk. Economisch gaat het de workaholic wel voor de wind. Een studie en werk in de jeugdzorg vormen een ommekeer. Het aangrijpende en realistische verhaal wordt aangevuld door infokaders over b.v. huiselijk geweld, echtscheiding en alcoholproblematiek. Bevat o.m. zwart-witfotos en een literatuurlijst.
G. Brandorff — NBD Biblion — 8 mei 2013
In het kort
ISBN-13
9789081697002
Uitgever
Verschenen
28 september 2011
Imprint
Bibliografisch
ISBN-139789081697002
Editie1
TaalNederlands dut
Pagina’s132
GeïllustreerdJa
Uitgave
UitgeverUitgeverij Mooi Media
ImprintUitgeverij Mooi Media
CB-relatie-id7860535
Verschenen28 september 2011
StatusInactief 08
BeschikbaarheidContact leverancier 99
Adviesprijs (incl. btw)€ 14,50
Vorm & inhoud
ProductvormPaperback BC
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Waargebeurde verhalen 402
NUR (alle)402 Waargebeurde verhalen
Trefwoordenkindermishandeling · kind · jeugdzorg · jeugdhulp
Medewerkers
Auteur A01Cock Fuchs
Auteur A01Marion Welling
Herkomst
Werk-id (NSTC)500282337
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Trefwoorden
Lijkt op dit boek

De schuilplaats op zolder

Tiener en moeder

Twaalf jaar en opgesloten in het klooster van het kwaad

De vergeten vrouw van Vincent van Gogh

Het schokkende dubbelleven van mijn verloofde

De man die verdween in de Waddenzee

The Shoemaker of Treblinka

The Shoemaker of Treblinka

The Shoemaker of Treblinka

De man die verdween in de Waddenzee
NSTC 500282337 · CB-relatie 7860535 · Bijgewerkt 6 augustus 2026