Mijn boeken
← Catalogus

Bob Roetering

15 titels in de boekenbase · Auteur · 2010–2026
MaritiemGeschiedenis algemeenModerne geschiedenis (1870-heden)
Over Bob Roetering
Bob Roetering staat met 15 titels in de boekenbase als auteur. Bekend van de series ‘Lanasta - De Mijnendienst’ en ‘Lanasta - Warship’. Het werk valt vooral onder maritiem, geschiedenis algemeen en moderne geschiedenis (1870-heden). Verschenen tussen 2010 en 2026 bij Amsterdam University Press en Lanasta. Over het werk verschenen 4 recensies.
Over het werk gezegd
Na afloop van de Tweede Wereldoorlog (WO II) begon Nederland met het herstel van de oorlogsschade. Daar behoorde ook de wederopbouw van de krijgsmacht toe. Voor de Koninklijke Marine (KM) betekende dat voor de korte termijn onder meer de verwerving van mijnenvegers. Het gevaar van in de oorlog gelegde mijnen was acuut. Om de scheepvaart naar en van Nederlandse havens weer veilig op gang te brengen, was het mijnenvrij maken van de kustwateren noodzakelijk. Voor dat werk waren een klein aantal motormijnenvegers (105 voet lang) en 23 Duitse Raumboote beschikbaar. De Raumboote, door Duitsers bemand, werden onder Nederlands operationeel bevel gesteld. Van de Britse marine nam de KM tien kustmijnenvegers type BYMS over. Van de Raumboote zou de KM er in 1948 tien kopen. Om de bescheiden mijnenveegcapaciteit te vergroten werd in het vlootplan 1948 en in de daarop volgende plannen van de jaren vijftig uiteindelijk een mijnenveegvloot voorzien van 68 mijnenvegers. Deze schepen zouden deels worden overgenomen van de Verenigde Staten en voor het grootste deel worden gebouwd in Nederland. De bouw kon worden uitgevoerd met financiële steun in het kader van Amerikaanse hulpprogramma’s zoals het Mutual Defense Assistance Program (MDAP). Tot die 68 nieuwe mijnenvegers behoorden ook de zestien ondiepwatermijnenvegers, bestemd voor het vegen van kustwateren en riviermondingen, die het onderwerp zijn van dit boek. In de periode 1958-1962 werden de zestien schepen van de Van Staelen-klasse naar een ontwerp van ir. H.J. Wimmers door drie Nederlandse werven gebouwd en opeenvolgend in dienst gesteld. De schepen werden genoemd naar marinemensen die in en na WO II werden onderscheiden, op één uitzondering na postuum, met de Militaire Willems-orde of de Bronzen Leeuw. De ondiepwatermijnenvegers deden dienst tot 1983. De gehele klasse werd toen om bezuinigingsredenen in een keer afgevoerd van de vlootsterkte. Auteur Bob Roetering, kapitein-ter-zee b.d., bracht een groot deel van zijn marineloopbaan door bij de Mijnendienst. Hij was zelf ooit commandant van ondiepwatermijnenvegers en voltooide zijn carrière als commandant Mijnendienst. Sinds zijn functioneel leeftijdsontslag in 1993 houdt hij zich onder meer bezig met de geschiedschrijving van de schepen van deze dienst. Dat doet hij op grondige wijze, maar ook met humor en met oog voor de mensen aan boord die het werk doen. Dit boek biedt alle denkbare informatie over de ondiepwatermijnenvegers. Het ontwerp, de bouw en de uitrusting worden uitvoerig en goed gedocumenteerd en geïllustreerd besproken. De samenstelling van de bemanning krijgt aandacht. Het proces van doop, proefvaren en indienststellen volgt daarna. Details over de bouw van het schip (Roetering sprak nog met scheepsbouwer Wimmers die vorig jaar overleed), de bouwwerven, de techniek van de veegtuigen, maar ook een opgave van de zestien doopsters maken dit boek ook tot een bruikbaar naslagwerk. In een apart hoofdstuk volgt de geschiedenis van de schepen per jaar. Die geschiedenis wordt niet verteld per individueel schip, maar per squadron of divisie met vermelding van de schepen die tot de eenheid behoorden. Tot de operaties van de schepen behoorden daadwerkelijk mijnenvegen tegen mijnen uit WO II (1964, 1967); jaarlijkse NATO- en nationale oefeningen; zomerreizen, vaak in Scandinavische wateren en rondom Engeland en Schotland; binnenlandse vlagvertoonreizen waarbij havens ver landinwaarts, zoals Roermond en Almelo, werden bezocht; opwerken bij de Mijnenbestrijdingsschool in Oostende; vaststellen van het magnetisch profiel van de schepen op de meetbaan in Wilhelmshaven en het maken van Rijnreizen ver Duitsland in. Het historisch overzicht wordt afgewisseld met daarin passende teksten zoals over de haven van Hellevoetsluis, van 1959 tot 1968 de thuisbasis van de ondiepwatermijnenvegers, de taken van een matroos-seiner, het navigeren en manoeuvreren met de schepen, de degaussinginstallatie en de stuurinrichting. Talloze anekdotes, met humor en ironie verteld, wekken de indruk dat het leven aan boord vaak het avontuur van een tot werkelijkheid geworden jongensdroom was. Niet zo verwonderlijk, gelet op de leeftijd van de meeste bemanningsleden en de commandant die onder de dertig jaar lag. Het boek wordt besloten met korte biografieën en foto’s van de naamgevers van de schepen en informatie over de eindbestemming van de schepen na de marine (vijf gesloopt, drie in dienst bij zeekadettenkorpsen, twee in de marine van Peru, de overige woon- of rondvaartboot of onbekend). Aan het slot volgt enige informatie over ondiepwatermijnenvegers bij de Britse, Belgische, Duitse, Franse en Deense marine en een geestig en ook wat nostalgisch naschrift van de auteur. Met de gedegen introductie van marineplannen, bouw en oplevering van de schepen, alle gedetailleerde informatie over vegen en varen en de mensen aan boord, maar ook met zoveel kleurrijke verhalen en ruim 270 zwart/wit en ongeveer dertig kleurenfoto’s en tien tekeningen is geen beter of aantrekkelijker handboek over de ondiepwatermijnenvegers van de Van Straelen-klasse denkbaar.
Gerard M.W. Acda (oud-commandant ondiepwatermijnenveger) — De Blauwe Wimpel · over Ondiepwatermijnenvegers