Dick de Vries
12 titels in de boekenbase · Auteur · Bewerker · Redacteur · Illustrator · 2010–2021
Over Dick de Vries
Dick de Vries staat met 12 titels in de boekenbase als auteur en bewerker en redacteur en illustrator. Bekend van de series ‘Aircraft History’ en ‘Houtbouw’. Het werk valt vooral onder hobby's algemeen, luchtvaart en maritiem. Verschenen tussen 2010 en 2021 bij Internationale Bijbelbond en Lanasta. Over het werk verschenen 8 recensies.
Jezus onze Redder
Annette Doggen
Jezus onze Redder
Annette Doggen
Paperback · 2021
God onze Schepper
Annette Doggen
God onze Schepper
Annette Doggen
Paperback · 2020
Varen of vliegen
Arne Zuidhoek
€ 19,95
The Bugatti 100P record plane
Jaap Horst
€ 38,95
1
Werner Bittner
€ 37,95
Expeditiebedrijf H. Braakman en Co(1811-1988)
Rinze Mast
€ 39,95
Cruisepraet
Bert Lamers
€ 27,95
12 the scale model as a reconstruction
Henk van der Biezen
12 the scale model as a reconstruction
Henk van der Biezen
Paperback · 2011
Zeesleper Elbe
Yvonne Maij-van Walsum
€ 35,95
Sleepschepen
Rinus de Jongh
Hardback · 2011
Wagens en rijtuigen
Frans Zwartjes
€ 20,00
Ondiepwatermijnenvegers
Bob Roetering
Hardback · 2010
Over het werk gezegd
Na afloop van de Tweede Wereldoorlog (WO II) begon Nederland met het herstel van de oorlogsschade. Daar behoorde ook de wederopbouw van de krijgsmacht toe. Voor de Koninklijke Marine (KM) betekende dat voor de korte termijn onder meer de verwerving van mijnenvegers. Het gevaar van in de oorlog gelegde mijnen was acuut. Om de scheepvaart naar en van Nederlandse havens weer veilig op gang te brengen, was het mijnenvrij maken van de kustwateren noodzakelijk. Voor dat werk waren een klein aantal motormijnenvegers (105 voet lang) en 23 Duitse Raumboote beschikbaar. De Raumboote, door Duitsers bemand, werden onder Nederlands operationeel bevel gesteld. Van de Britse marine nam de KM tien kustmijnenvegers type BYMS over. Van de Raumboote zou de KM er in 1948 tien kopen. Om de bescheiden mijnenveegcapaciteit te vergroten werd in het vlootplan 1948 en in de daarop volgende plannen van de jaren vijftig uiteindelijk een mijnenveegvloot voorzien van 68 mijnenvegers. Deze schepen zouden deels worden overgenomen van de Verenigde Staten en voor het grootste deel worden gebouwd in Nederland. De bouw kon worden uitgevoerd met financiële steun in het kader van Amerikaanse hulpprogrammas zoals het Mutual Defense Assistance Program (MDAP). Tot die 68 nieuwe mijnenvegers behoorden ook de zestien ondiepwatermijnenvegers, bestemd voor het vegen van kustwateren en riviermondingen, die het onderwerp zijn van dit boek. In de periode 1958-1962 werden de zestien schepen van de Van Staelen-klasse naar een ontwerp van ir. H.J. Wimmers door drie Nederlandse werven gebouwd en opeenvolgend in dienst gesteld. De schepen werden genoemd naar marinemensen die in en na WO II werden onderscheiden, op één uitzondering na postuum, met de Militaire Willems-orde of de Bronzen Leeuw. De ondiepwatermijnenvegers deden dienst tot 1983. De gehele klasse werd toen om bezuinigingsredenen in een keer afgevoerd van de vlootsterkte. Auteur Bob Roetering, kapitein-ter-zee b.d., bracht een groot deel van zijn marineloopbaan door bij de Mijnendienst. Hij was zelf ooit commandant van ondiepwatermijnenvegers en voltooide zijn carrière als commandant Mijnendienst. Sinds zijn functioneel leeftijdsontslag in 1993 houdt hij zich onder meer bezig met de geschiedschrijving van de schepen van deze dienst. Dat doet hij op grondige wijze, maar ook met humor en met oog voor de mensen aan boord die het werk doen. Dit boek biedt alle denkbare informatie over de ondiepwatermijnenvegers. Het ontwerp, de bouw en de uitrusting worden uitvoerig en goed gedocumenteerd en geïllustreerd besproken. De samenstelling van de bemanning krijgt aandacht. Het proces van doop, proefvaren en indienststellen volgt daarna. Details over de bouw van het schip (Roetering sprak nog met scheepsbouwer Wimmers die vorig jaar overleed), de bouwwerven, de techniek van de veegtuigen, maar ook een opgave van de zestien doopsters maken dit boek ook tot een bruikbaar naslagwerk. In een apart hoofdstuk volgt de geschiedenis van de schepen per jaar. Die geschiedenis wordt niet verteld per individueel schip, maar per squadron of divisie met vermelding van de schepen die tot de eenheid behoorden. Tot de operaties van de schepen behoorden daadwerkelijk mijnenvegen tegen mijnen uit WO II (1964, 1967); jaarlijkse NATO- en nationale oefeningen; zomerreizen, vaak in Scandinavische wateren en rondom Engeland en Schotland; binnenlandse vlagvertoonreizen waarbij havens ver landinwaarts, zoals Roermond en Almelo, werden bezocht; opwerken bij de Mijnenbestrijdingsschool in Oostende; vaststellen van het magnetisch profiel van de schepen op de meetbaan in Wilhelmshaven en het maken van Rijnreizen ver Duitsland in. Het historisch overzicht wordt afgewisseld met daarin passende teksten zoals over de haven van Hellevoetsluis, van 1959 tot 1968 de thuisbasis van de ondiepwatermijnenvegers, de taken van een matroos-seiner, het navigeren en manoeuvreren met de schepen, de degaussinginstallatie en de stuurinrichting. Talloze anekdotes, met humor en ironie verteld, wekken de indruk dat het leven aan boord vaak het avontuur van een tot werkelijkheid geworden jongensdroom was. Niet zo verwonderlijk, gelet op de leeftijd van de meeste bemanningsleden en de commandant die onder de dertig jaar lag. Het boek wordt besloten met korte biografieën en fotos van de naamgevers van de schepen en informatie over de eindbestemming van de schepen na de marine (vijf gesloopt, drie in dienst bij zeekadettenkorpsen, twee in de marine van Peru, de overige woon- of rondvaartboot of onbekend). Aan het slot volgt enige informatie over ondiepwatermijnenvegers bij de Britse, Belgische, Duitse, Franse en Deense marine en een geestig en ook wat nostalgisch naschrift van de auteur. Met de gedegen introductie van marineplannen, bouw en oplevering van de schepen, alle gedetailleerde informatie over vegen en varen en de mensen aan boord, maar ook met zoveel kleurrijke verhalen en ruim 270 zwart/wit en ongeveer dertig kleurenfotos en tien tekeningen is geen beter of aantrekkelijker handboek over de ondiepwatermijnenvegers van de Van Straelen-klasse denkbaar.
Gerard M.W. Acda (oud-commandant ondiepwatermijnenveger) — De Blauwe Wimpel · over Ondiepwatermijnenvegers
Onlangs verscheen het tweede deel in de nieuwe reeks NVM-Modelbouwboeken, het betreft het eerste deel in de serie 'Houtbouw'. Het is een uitgebreide handleiding voor het bouwen van rijtuigen en wagens dat is geschreven door de onder 'houtbouwers' welbekende Frans Zwartjes. Het boek behandelt de belangrijkste aspecten van de modelbouw van wagens en rijtuigen. Naast de talloze oplossingen voor de verschillende wagenonderstellen en de vele uitvoeringen van koetsen en bedrijfswagens wordt er ook veel aandacht gegeven aan het bouwen van wielen volgens de oorspronkelijke bouwwijzen. Tevens worden de mechanische hulpmiddelen, pasmallen en hulpwerktuigen beschreven en hoe die door de modelbouwer kunnen worden vervaardigd voor onder andere het aftekenen en vervaardigen van de onderdelen van wielen en andere onderdelen. Het boek is volledig in kleur met talloze afbeeldingen van modellen van rijtuigen en wagens waarvoor van de meeste de bouwtekeningen in het MIC beschikbaar zijn. Tevens zijn er een groot aantal afbeeldingen van de echte rijtuigen die tot de collectie van het rijtuigmuseum in Leek behoren. Dit modelbouwboek biedt zowel beginners als gevorderden een volledig inzicht in de wereld van modelrijtuigen en -wagens. In deze tak van de modelbouw worden de meest spectaculaire objecten gebouwd die mede vanwege de schaal 1:8 prachtig gedetailleerd kunnen worden. Rijtuigen en wagens waren tot de opkomst van het gemotoriseerde verkeer de belangrijkste vormen van vervoer en daardoor ontstond er een industrie die nu voor het nationale cultuurbezit van onschatbare waarde is geweest. Het bouwen van een model van een stoere bedrijfswagen levert daardoor minstens zo veel plezier als het bouwen van modellen van luxe reiswagens en koetsen.
De Modelbouwer · over Wagens en rijtuigen
Bij maritieme uitgever Lanasta verscheen begin dit jaar "Cruise-praet, ervaringen van een cruiseliefhebber", geschreven door Bert Lamers. Als jong broekie scheepte Bert Lamers in mei 1969 in voor zijn eerste cruise. 42 Jaar later heeft hij als journalist, reisleider en privépersoon 78 zeereizen, waarvan 57 cruises, met meer dan 100 verschillende schepen over de gehele wereld gemaakt. Van die 78 zeereizen heeft hij tussen 1988 en 2007 zesentwintig maritieme groepsreizen georganiseerd en begeleid. Die groepsreizen vonden aanvankelijk plaats onder de vlag van het maritieme maandblad 'De Blauwe Wimpel' maar later onder eigen verantwoordelijkheid van Poseidon Travel. Deze groepsreizen kregen algemene bekendheid als de Wimpel- en Poseidonreizen. Eind mei 2007 werd de laatste Poseidonreis met het s.s. 'Oceanic' uitgevoerd. Tijdens al zijn zeereizen heeft de schrijver heel bijzondere avonturen en belevenissen meegemaakt. De één was nog mooier en/of humoristischer dan de andere. In 'Cruise-praet, ervaringen van een cruiseliefhebber' heeft de auteur 60 van die bijzondere verhalen/belevenissen op humoristische wijze beschreven.
Carla Costima — Hallo · over Cruisepraet
Oudere lezers zullen ze nog wel herinneren; de beurtschepen die tot in de jaren zestig van de vorige eeuw vaste diensten voor stukgoederen onderhielden tussen aan het water gelegen steden en dorpen. Deze beurtdiensten werden zowel door particulieren uitgevoerd als door rederijen. Van deze laatste was de Rederij Telegraaf, die diensten uitvoerde tussen Amsterdam, Rotterdam, Brussel, Antwerpen,Gent en die enige tijd zelfs op Duinkerken en Emden voer, wel de bekendste. Na de tweede wereldoorlog zijn al deze beurtschepen, ook die van de Telegraaf, in een paar jaar tijd niet alleen van het water, maar ken¬nelijk ook het nationale geheugen verdwe¬nen. Een zoektocht op internet over deze indertijd toch belangrijke schakel in onze nationale economie levert zo goed als niets op. Toch is Rinze Mast er in geslaagd dankzij intensief graven in archieven en gesprekken met nabestaanden van mensen die er bij betrokken waren, een goed beeld van de Telegraaf-diensten te scheppen. Een knap stukje werk omdat de geschiedenis van de uitbaters van deze diensten bepaald niet rechttoe, rechtaan is. Maar het heeft hem ongetwijfeld geholpen dat zijn beide ouders uit beurtvaartkringen voortkwamen en dat hij zelf als stuurman heeft gevaren en zijn carrière als havenmeester van Delfzijl en de Eemshaven beëindigde. De eerste Telegraaf- schepen werden in 1856 voor het vervoer van vracht en passagiers tussen Rotterdam en Antwerpen in de vaart gebracht door Pie- ter, Leendert en Fop Smit Junior, telgen uit de befaamde Smit-dynastie uit Kinderdijk. De naam van de rederij werd Fop Smit Jr. & Co. In 1873 werden de dienst en een deel van de schepen overgenomen door rederij J. Smit & Co. Een nieuwe en belangrijke peri¬ode begint in 1895 wanneer de Telegraaf¬dienst in handen komt van Expeditiebedrijf H. Braakman & Co (HBC) en Ruys & Co. HBC speelt een grote rol in de expansie en instandhouding van het bedrijf en een deel van het boek is dan ook gewijd aan de dit bedrijf dat door gebrek aan opvolgers in de jaren dertig de zaken helemaal aan Ruys & Co moet overdoen. Na de Tweede Wereldoorlog gaat het als gevolg van de opkomst van de vrachtauto en de container bergaf met de Telegraaf-rederij en in 1968 valt het doek definitief. Braakman gaat verder met autotransporten en de schepen worden ver¬kocht. 'Sic Transit gloria mundi' schrijft de auteur terecht boven zijn weergave van het einde. Rederij H. Braakman & Co is een waardevol stuk geschiedschrijving over een te snel vergeten hoofdstuk uit de geschiede¬nis van de Nederlandse binnenvaart. Het zou mooi zijn als er ook nog eens zo'n boek kwam over de door Fop Smit opgerichte Rederij Thor, die beurtdiensten hield op de benedenrivieren
Gerrit van Burgeler — De Blauwe Wimpel · over Expeditiebedrijf H. Braakman en Co(1811-1988)