D. Mok
11 titels in de boekenbase · Vertaler · Bewerker · Redacteur · 2001–2024
PoëzieWaargebeurde verhalenNon-fictie informatief/professioneel algemeenCultuur- en mentaliteitsgeschiedenisGodsdienstwetenschappen
Over D. Mok
D. Mok staat met 11 titels in de boekenbase als vertaler en bewerker en redacteur. Bekend van de series ‘Abraxas/Pedagogiek’ en ‘Biografische kleinoden’. Het werk valt vooral onder poëzie, waargebeurde verhalen en non-fictie informatief/professioneel algemeen. Verschenen tussen 2001 en 2024 bij Abraxas, Uitgeverij en Appelbloesem Pers, De. Over het werk verschenen 14 recensies.
Serie: Fenomenologische Klassieken →
De onbegrepenen
Carry van Bruggen
€ 19,50
Het heilige
Rudolf Otto
E-book · 2012
Het heilige en het profane
M. Eliade
€ 22,50
Het heilige
R. Otto
€ 24,90
Serie: Fenomenologische bibliotheek →
Edmund Husserl
Verena Mayer
€ 24,90
De sabbat & vernieuwing van de moderne mens
A.J. Heschel
€ 22,50
God zoekt de mens
A.J. Heschel
€ 27,50
Serie: Biografische kleinoden →
Rudolf Otto
Daniël Mok
E-book · 2012
Een wijze uit het westen
D. Mok
Een wijze uit het westen
D. Mok
Paperback · 2001
Overige titels
Over het werk gezegd
Verena Mayer van de Ludwig-Maximilians Universiteit in München heeft met dit boek een omvangrijk en zo volledig mogelijk overzicht gegeven van de denkwereld van de stichter van de fenomenologie. De ondertitel 'denken zonder oordelen' zet meteen de teneur. De basis van het denken vangt aan met een onpartijdige en onbevooroordeelde waarneming. Dit geeft aanleiding tot bewustzijnsprocessen die zich niet beperken tot de filosofie maar ook tot andere individuele wetenschappen. Hoe wordt kennis verworven en verwerkt? Hoe is deze bruikbaar in domeinen als natuurkunde, pedagogiek, zelfs psychiatrie? Na een uitgebreide inleiding, inclusief biografie, schetst Verena Mayer de talrijke toepassingsmogelijkheden van zijn denkwereld. Een uitvoerig literatuuroverzicht en 26 bijlagen dienen het praktisch nut van de fenomenologie te staven. De bijlage van Damiaan Denys legt bijvoorbeeld de vinger op de wonde van een haperende zorg in de psychiatrie. Een uniek overzicht, het eerste Nederlandstalige van het denken van Husserl met als leidend thema 'Terug naar de dingen zelf'. Recensent: Marc De Pril Bestelnummer: 2011164461
Marc De Pril — NBD Biblion Afd. Redactie / BU Data · over Edmund Husserl
De geheime kamer van het kasteel In 1917, als de oorlog als een fantoom uit de loopgraven bij Ieper en de Marne omhoog kruipt, verschijnt een boek dat spoedig wereldwijd resoneert: "Das Heilige" van de Duitse godsdiensthistoricus Rudolf Otto. Van de klassieker kwam onlangs een Nederlandse vertaling op de markt, vergezeld van een bundel beschouwingen over deze wijze uit het Westen. Otto's tijdgenoot Karl Küssner wist zich te herinneren welke indruk "Das Heilige" overal maakte. "Ik zag het in de boekenkast bij dokters, leraren, fabrikanten, bij journalisten en diplomaten in verschillende landen, hoorde in Engelse arbeidersscholen, in de salons van de Franse intelligentsia, in kringen van Amerikaanse academici, van Indische Sanskrietleraren over Otto spreken. Gandhi stond met hem in contact en schatte zijn werk hoog." In Nederland vond Otto een warm pleitbezorger in prof. dr. G. van der Leeuw, die zijn magnum opus karakteriseerde als "een van die weinige wetenschappelijke daden die de vanzelfsprekende vooronderstelling vormen van elk verder onderzoek." In "Het heilige" neemt Otto niet het uitgangspunt in een bepaalde godsdienst, kerk, beweging of confessie, maar in het religieuze beleven zelf. In plaats van ideeën over God en het goddelijke, onderzocht hij de aard van de godsdienstige ervaring. Otto had Luther gelezen en van hem begrepen wat de "levende God" betekent voor een gelovige: geen filosofische constructie of abstractie, maar een "mysterium tremendum et fascinans", een angstaanjagend en tegelijk fascinerend en aantrekkend geheimenis. Die tweeheid loopt als een rode lijn door het boek. Otto spreekt, in navolging van Calvijn en Von Zinzendorf, van het "numineuze", het heilig-goddelijke dat als ambivalente grootheid ontoegankelijk is voor elke vorm van rationalisme, en alleen door tekentaal en vingerwijzingen benaderd kan worden. "Het heilige" is een liefdevolle en subtiele ontvouwing van dit numineuze. "Wat is nu eigenlijk dat objectief, buiten mij gevoelde numineuze zelf?" vraagt Otto. "Het gevoel van het mysterium tremendum kan met milde stroom het innerlijk vervullen in de vorm van zwevende stille stemming van verzonken eerbied. Zo kan het overgaan in een rustig vloeiende gestemdheid der ziel, die lang aanhoudt en natrilt, tot zij uiteindelijk wegsterft en de ziel weer in het profane achterlaat. (...) Het kan worden tot het stille en deemoedige sidderen en verstommen van de creatuur voor het - ja waarvoor? Voor wat in onuitsprekelijk geheimenis boven alle creatuur is." Kremlin Dertien kinderen telde het lutheraanse gezin waarin Rudolf Otto (1869-1937) als twaalfde telg ter wereld kwam. Vader Wilhelm was fabrikant. Moeder overleed toen Rudolf twaalf was. Aan haar droeg hij in 1898 zijn dissertatie over Luthers opvatting van de Heilige Geest op. Otto blikte later terug op zijn nest als "de hechte kring van een eenvoudig en bekrompen milieu." Als schooljongen legt hij belangstelling voor andere godsdiensten aan de dag. Door een rooms-katholieke kameraad laat hij zich over de heiligen voorlichten. In het liberale Göttingen studeert Otto godsdienstwetenschap en filosofie. Studiereizen voeren hem naar het Midden-Oosten, Noord-Afrika, India, Birma, China, Japan en Siberië. In brieven en verslagen vertelt hij over zijn ervaringen, doortrokken van een intense beleving: "Ik heb het Sanctus Sanctus Sanctus van de kardinalen in de Sint-Pieter gehoord, het Swiat Swiat Swiat in de kathedraal van het Kremlin en het Holy Holy Holy van de Patriarch in Jeruzalem. In welke taal dan ook, deze woorden, de hoogstverhevene ooit door menselijke lippen gevormd, raken je in het diepst van je ziel, met een machtige huivering het mysterie van die andere wereld die erin verborgen ligt oproepend en openbarend." In 1914 volgt zijn benoeming als hoogleraar in Breslau, enkele jaren later gevolgd door die in Marburg. Vanuit heel de wereld stromen studenten naar zijn colleges. Als in 1917 "Das Heilige" verschijnt, wordt het in het Frans, Engels, Italiaans, Nederlands, Spaans, Zweeds en Japans vertaald. Otto legt een verzameling objecten en cultische voorwerpen uit allerlei godsdiensten aan, die tegenwoordig nog als "Religionskundliche Sammlung" in Marburg te zien is. Mensen die hem ontmoetten, raakten van hem onder de indruk, "meer dan van zijn persoonlijkheid, van een eigenaardige macht en mysterie achter hem, alsof hij een andere wereld toebehoorde. Men voelde het, als hij zweeg", schrijft vergelijkend godsdiensthistoricus Rudolph Boeke. Ondanks alle ontmoetingen leidde Otto een eenzaam leven, op zijn wandelingen slechts vergezeld van zijn hond Flapp. Een enkele keer zong hij in zijn tegen de berg gebouwde woning een lied. Otto geeft verder handreikingen die in huidige discussies over bijbeltaal en liturgische liedteksten een rol zouden kunnen spelen. "Hoe komt het", vraagt hij, "dat juist de ouderwetse en inmiddels soms ondoorzichtige uitdrukkingen in bijbel en gezangboek en de 'andere' manier van zeggen in beide, dat zelfs de half of geheel onverstaanbaar geworden cultustaal de vroomheid geen afbreuk doen maar juist vergroten? Is dat ouderwetse liefhebberij of alleen het blijven hangen aan het overgeleverde? Zeker niet. Het komt doordat het gevoel van het mysterie, van het "gans andere", hierdoor opgewekt wordt en zich hieraan vasthecht." Otto geeft verder handreikingen die in huidige discussies over bijbeltaal en liturgische liedteksten een rol zouden kunnen spelen. "Hoe komt het", vraagt hij, "dat juist de ouderwetse en inmiddels soms ondoorzichtige uitdrukkingen in bijbel en gezangboek en de 'andere' manier van zeggen in beide, dat zelfs de half of geheel onverstaanbaar geworden cultustaal de vroomheid geen afbreuk doen maar juist vergroten? Is dat ouderwetse liefhebberij of alleen het blijven hangen aan het overgeleverde? Zeker niet. Het komt doordat het gevoel van het mysterie, van het "gans andere", hierdoor opgewekt wordt en zich hieraan vasthecht." Sprookje Er gaat een oud sprookje, dat in allerlei vormen bij veel volken voor komt. Hoofdmotief is het meisje dat of de jongen die alleen achter worden gelaten in een groot kasteel. Van alle kamers krijgt de sprookjesheld de sleutels in handen, op één kamer na. Lezing van "Das Heilige" bepaalt weer eens bij wat we al wisten, maar hier onnavolgbaar geformuleerd vinden: dat er een verborgen kamer is, waaromheen al het menselijk hopen en vrezen zich beweegt. Na lezing van het adembenemende "Das Heilige" blijf je als lezer verbaasd achter over Otto's diepzinnigheid en subtiele inzichten. Deze man brengt het denken voor een moment tot stilstand.
J. C. Karels — Reformatorisch Dagblad · over Het heilige
In 2005 verscheen een nieuwe druk van dit klassieke boek over de filosofie van het jodendom. Die was gebaseerd op een in 1985 verschenen uitgave in de vertaling van H. de Bie. In principe is daar geen verandering in aangebracht, maar wel is de redactie van de tekst aangepast aan eigentijdse lezers. Woorden zijn vervangen, moeilijke woorden worden toegelicht, zinnen zijn anders geformuleerd. In de voetnoten zijn ook veranderingen aangebracht, niet meer actuele verwijzingen zijn weggelaten, actuele toegevoegd. Ook de typografie is veranderd: tussenkopjes, kopregels en hoofdstuktitels komen nu meer naar voren. Er zijn een register, een essay over Heschels fenomenologische methode en kleine afbeeldingen toegevoegd. Zo is het boek voor lezers van deze tijd aangepast, terwijl dit standaardwerk van joodse rationele spiritualiteit in zijn waarde is gelaten. Heschel herschept het joodse geloof in een spirituele zienswijze. Wie vastloopt in het wat theoretische eerste hoofdstuk, moet maar verder gaan met het tweede. Dan zal dit uiterst waardevolle boek geen problemen meer opleveren. Eventueel kan men deze uitgave als dagboek gebruiken door elke dag een stukje te lezen en te overdenken. Het boek kan de religiositeit van joodse en christelijke lezers verdiepen en verrijken.
Wim Kleisen — NBC/Biblion · over God zoekt de mens
Een klassieke fenomenologische inleiding in de godsdienstwetenschap die 'beschrijft in welke verschijningsvorm het heilige zich voordoet en de situatie van de mens beschrijft in een wereld die geladen is met religieuze waarden' (pagina 17). De auteur benoemt het heilige als macht en realiteit. De verschijningsvormen ervan in ruimte en tijd, in natuur en kosmos, en in het menselijk bestaan worden in vier hoofdstukken beschreven. Nadruk ligt op de niet-hedendaagse vormen. De geschiedenis van de godsdienstwetenschap krijgt een apart hoofdstuk en het nawoord geeft toelichting op de titel. Voorzien van uitgebreide noten en literatuurverwijzingen, plus verklarende woordenlijst, biografische notitie, bibliografie en register. De prettige en intelligente vertaling is van verschillende gerenommeerde handen. Dit deel 6 in de reeks'Fenomenologische klassieken' is een aanrader voor ieder die de studie van de ervaring van het of de Andere - het numineuze - ter harte gaat. Zie ook de andere delen in de reeks over onder meer Rudolf Otto en William James. De meest recente Nederlandse 'erfgenaam'van Eliade is Tjeu van den Berk, met bijvoorbeeld 'Het numineuze'.
Biblion/NBC · over Het heilige en het profane