← Catalogus

Daniël Mok

26 titels in de boekenbase · Redacteur · Vertaler · Auteur · Bewerker · 2005–2024
Verhalen en sprookjesVertaalde literaire roman, novelleWaargebeurde verhalenLiteratuurgeschiedenis van de lage landenVormgeving en design
Over Daniël Mok
Daniël Mok staat met 26 titels in de boekenbase als redacteur en vertaler en auteur en bewerker. Bekend van de series ‘Biografische kleinoden’ en ‘De kleine Johannes’. Het werk valt vooral onder verhalen en sprookjes, vertaalde literaire roman, novelle en waargebeurde verhalen. Verschenen tussen 2005 en 2024 bij Abraxas, Uitgeverij. Over het werk verschenen 19 recensies.

Serie: Fenomenologisch Archief →

Serie: Populaire Klassieken →

Serie: Fenomenologische Klassieken →

Serie: Biografische kleinoden →

Serie: Fenomenologische bibliotheek →

Serie: Fenomenologische Mystieken →

Overige titels

Over het werk gezegd
Herademing 11/1 nr. 39 D. Mok (samenst.), Een wijze uit het Westen. Beschouwingen over Rudolf Otto, Amsterdam 2001 In 1917 publiceerde de Duitse lutherse theoloog en godsdienstwetenschapper Rudolf Otto (1869-1937) een boek, dat grote indruk maakte: Das Heilige. Het heilige is de oorsprong van de onherleidbare religieuze aandrift van alle mensen. Het verschijnt hun niet door waarnemen of denken, maar als een overweldigend geheimenis dat tegelijk fascineert en huiveren doet. In 1928 verscheen de eerste Nederlandse vertaling, van de hand van ds. J.W. Dippel. Van deze vertaling verscheen in 2002 een herziene uitgave. Naar aanleiding hiervan verscheen Een wijze uit het Westen. Wie uit de ondertitel opmaakt, dat het in deze beschouwingen gaat om een recente wetenschappelijke evaluatie van Otto's monumentale werk, vergist zich: het eerste boek is een compilatie van uiteenlopende reacties die het boek vanaf het eerste begin in het Nederlandse taalgebied heeft opgeroepen. Een bonte stoet theologen, godsdienstwetenschappers, psychologen en opvoeders trekt voorbij: H. IJ. Groenewegen, J. H. Bavinck, G. C. Berkhouwer, H. Kraemer, P.J. Roscam Abbing, H. Berkhof, W.J. Aalders, G. Quispel, H. van Dort, D. H. Th. Vollenhoven, G. van der Leeuw, S. Vestdijk, F. Sierksma, Ph. A. Kohnstamm, J. Waardenburg, J. Weima, H. Mulisch. Dichters worden aangehaald: Tersteegen, Boutens, H. Roland Holst, Andreus, Vasalis. Andere mystieken en denkers krijgen stem: Johannes van het Kruis, Asclepios, Hermes Trismegistos, Spinoza, Buber, Heschel, Levinas. Het voorwoord van dit boek, bedoeld voor werkers in pastorale en geestelijke hulpverlening, studenten en met name godzoekers, suggereert dat Otto in deze tijd een 'vernieuwer van het christendom' kan zijn, omdat zijn 'koepelbegrip' van het heilige in een tijd waarin individu en samenleving uit elkaar vallen en de gevestigde kerken leeglopen mensen weer hij elkaar kan brengen. Immers, het geloof wordt losgepeld uit rationele beperkingen en dogmatische denkkaders. Een boeiende bloemlezing. En een merkwaardig boek.
drs. Jaap Faber — Herademing · over Een wijze uit het westen
Onlangs las ik een beroemd essay van William James (1842-1910): "Human Immortality: Two Supposed Objections to the Doctrine". Een werkelijk prachtig stukje werk, waarin hij een zeer originele bijdrage levert aan het hele debat over de mogelijkheid of onmogelijkheid van een onsterfelijke ziel. Het essay is feitelijk een lezing die James hield. De lezing begint dan ook met wat informeel blabla, maar dan komt James los. Hij stelt dat onze moderne cultuur een probleem heeft met het denken over a life hereafter. Het probleem is dat door fysiologen en in veel populaire wetenschappelijke werken en tijdschriften voortdurend wordt gesteld dat ons spirituele leven volstrekt afhankelijk is van hersenprocessen. Hoe kunnen we nog in een leven na de dood geloven als we naar menselijke gedragingen kijken, dan zien we dat menselijk bewustzijn sterk verbonden lijkt met hersenfenomenen. We weten dat bepaalde gebieden in de hersenen betrokken zijn bij zien, horen, spreken, etc. Dit leidt tot de centrale formule die James opstelt: Thought is a function of the brain. En hij vraagt het publiek (en daarmee de lezer) om deze formule uiterst serieus te nemen. De vraag die vervolgens echter rijst is, of deze formule logically compelling is om het geloof in onsterfelijkheid overboord te gooien. De meeste mensen, zo zegt James (en we kunnen het hem nog steeds nazeggen), zouden hier volmondig 'ja' op antwoorden. Ja, we moeten geloof in onsterfelijkheid overboord gooien als onze geestelijke vermogens te herleiden zouden zijn tot louter hersenprocessen. James echter meent dat het fout is en dat de formule in strict logic no deterrent power heeft. Het eerste punt is dat we veelal geneigd zijn om de relatie tussen onze geestelijke vermogens en het brein strikt te bekijken vanuit het perspectief van slechts één functionele afhankelijkheid, namelijk die van productie: dat denken een functie van het brein is, wordt equivalent gedacht aan uitspraken als "stoom is de functie van een waterkoker" of "licht is een functie van het electrische circuit" of "electriciteit is een functie van de waterval". De functie is in al deze voorbeelden productief: het een brengt het ander voort. En ja, als het orgaan wat de functie produceert ermee ophoudt, zodat de productie niet langer kan doorgaan, then the soul must surely die. Such a conclusion as this is indeed inevitable from that particular conception of the facts. James' these nu is dat when we think of the law that thought is a function of the brain, we are not required to think of productive function only; we are entitled also to consider permissive or transmissive function. Maar op wat voor manier moeten we ons die doorgevende functie van het brein voorstellen? Stel, zegt James, dat er onder de zichtbare werkelijkheid nog een onzichtbare werkelijkheid is, en dat onze zichtbare werkelijkheid slechts een vernislaagje is dat die andere wereld verbergt en terughoudt. En stel verder dat af en toe dat vernislaagje wat dunner wordt en iets van de stralen van die andere werkelijkheid doorlaat. These beams would be so many finite rays, so to speak, of consciousness, and they would vary in quantity and quality as the opacity varied in degree. Onze hersenen functioneren dus als een soort tv-toestel of radio dat signalen opvangt, filtert en omzet, en vervolgens in andere vorm (nl. beeld en/of geluid) doorgeeft. Ons bewustzijn is datgene wat wordt doorgegeven. Je ziet dus, zegt James, dat het materialisme een heel eenzijdige benadering van het woord "functie" heeft. En het zou wel van een zekere irrationaliteit getuigen als we een alternatief voor de materialistische visie moedwillig zouden negeren. Maar is deze visie dan niet strijdig met de wetenschap? Nee, zegt James, want als je goed kijkt naar de wetenschappelijke data, dan zie je dat die slechts kan aantonen dat bewustzijn vergezeld gaat van hersenactiviteiten en vice versa. Er is dus sprake van bare concomitant variation. Als de hersenactiviteit verandert, verandert de bewustzijnstoestand - maar opnieuw, impliceert dit logisch noodzakelijk dat de bewustzijnstoestand voortkomt uit, geproduceerd wordt door de hersenactiviteit? Nee dus. We zien slechts beide samen voorkomen, maar dat impliceert niet met logische noodzakelijkheid dat het een uit het ander voortkomt. Hier zien we dus dat James Hume's ideeën over causaliteit goed bestudeerd heeft. Bovendien, zegt James, kun je altijd een hersenwetenschapper de vraag stellen hoe die productie van bewustzijn door hersenactiviteit in zijn werk gaat. Je zult zien dat een hersenwetenschapper dan met de mond vol tanden staat. Maar hoe zit het nu met onsterfelijkheid? De transmissie-idee veronderstelt dat er altijd een "bewustzijnswerkelijkheid" is die achter of onder onze waarneembare werkelijkheid schuilgaat, en dat menselijke hersenen die werkelijkheid filteren en doorlaten, zodat iets ervan in onze werkelijkheid zichtbaar is namelijk als bewustzijn en levenskracht. Als onze hersenen echter defect raken of zelfs sterven, dan zal die bewustzijnswerkelijkheid zelf natuurlijk niet verdwijnen. De signalen zullen dan vervormd worden en wellicht zal ons bewustzijn verdwijnen (in de zin van niet meer zichtbaar zijn voor anderen). Maar de bewustzijnswerkelijkheid zelf blijft. Maar moeten we ervan uitgaan dat er slechts één bewustzijn is? Zou het niet zo kunnen zijn dat er verschillende "bewustzijnen" zijn, misschien net zoveel als er levende dingen zijn? Hier lijkt James een link te leggen met Aristoteles' idee van de ziel als de vorm van levende wezens. Want inderdaad, zegt James, hoewel wij altijd naar eenvoud streven, is het niet uit te sluiten dat er net zoveel bewustzijnen zijn als dat er levende wezens zijn. En dat, bovendien, al die bewustzijnen overleven na de dood. En dat geldt niet alleen voor mensen en dieren, maar - conform Aristoteles - voor alle levende dingen. Wie weet bestaat het bewustzijn van elk levend wezen wat ooit geleefd heeft nog steeds, hoewel we het niet kunnen waarnemen. Ergo, concludeert James, For my own part, then, so far as logic goes, I am willing that every leaf that ever grew in this world's forests and rustled in the breeze should become immortal. It is purely a question of fact: are the leaves so, or not? Abstract quantity, and the abstract needlessness in our eyes of so much reduplication of things so much alike, have no connection with the subject. For bigness and number and generic similarity are only manners of our finite way of thinking; and, considered in itself and apart from our imagination, one scale of dimensions and of numbers for the Universe is no more miraculous or inconceivable than another, the moment you grant to a universe the liberty to be at all, in place of the Non-entity that might conceivably have reigned. Het denken over de relatie tussen hersenen en de ziel in termen van transmissie, is een mogelijkheid die we niet kunnen uitsluiten, zegt James. Dat wel doen would be letting blindness lay down the law to sight. Ik heb hier slechts een fractie van de boeiende gedachtestrengen van James weergegeven - het loont werkelijk het hele essay zelf te lezen. Het interessante en actuele aan dit essay van James is bovendien, dat het zeer dicht in de buurt komt bij (door wetenschappers omstreden) ideeën die door bijvoorbeeld Pim van Lommel en Dick Mesland worden besproken.
Dr. Taede A. Smedes — Weblog over geloof en wetenschap · over De onsterfelijkheid van het bewustzijn
Zoals W. F. Hermans ooit een bezoek bracht aan Engeland, louter vanwege het genoegen zijn vooroordeel tegen dat land nog eens bevestigd te zien, zo ongeveer begon ik aan de hertaalde versie van De kleine Johannes. Met dat vooroordeel liep het echter slecht af. Het monnikenwerk, dat Daniël Mok aan dit sprookje heeft verricht, is een niet geringe prestatie, want reken maar dat het vervangen van al dat «wenen» en al die «gij’s» en «doch’s»'zonder op enig moment wezenlijk aan de tekst te morrelen geen sinecure is. Het boek wint door het hertalen aan helderheid en maakt het bij uitstek geschikt om voor te lezen: de zoon aan de vader of de vader aan de zoon. Dat maakt niet uit, zolang het er maar toe bijdraagt dat dit erfgoed niet in de vergetelheid verdwijnt.
Peter van den Broek — De Avonden, Vpro-radio · over 1
Heroemde eerste deel van 'De kleine Johannes' (later verschenen twee meer pamflettistische vervolgen) in een hertaalde editie met als ondertitel 'Een sprookje'. Het verhaal is bekend. De lezer volgt de kleine Johannes in zijn ontwikkelingsgang. Hij verlaat de tuin bij de duinen (het paradijs van de jeugd) en gaat mee met Windekind (het gevoel, de droom). Hij ontmoet velerlei dieren. Als Windekind hem verlaat, is er de eerste kinderlijke liefdeservaring (Robinetta). Hij heeft niet alleen contact met Wistik (dit is de begripsfase), Pluizer (het analyserend verstand) en Dr. Cijfer (de wetenschap), maar ook, in de lelijke stad, met de dood. Uiteindelijk keert hij zich, na een moeilijke ontwikkelingsgang, tot het mensdom. Deze opgefriste uitgave met toegevoegde hoofdstuktitels (ontleend aan de ook opgenomen, gemoderniseerde inleiding tot het boek van de pedagoog Jan Ligthart) leest vlot en maakt het klank- en kleurrijke natuursprookje toegankelijk voor moderne lezers. Normale druk. Doelgroep: Lezen voor de lijst en volwassenen
NBC|Biblion · over De kleine Johannes