← Catalogus

Eddy Maatkamp

20 titels in de boekenbase · Redacteur · Vertaler · Bewerker · 2012–2026
Theologie algemeenGeloofsopbouwGodsdienstige mystiekZending/evangelisatieGezondheid algemeen
Over Eddy Maatkamp
Eddy Maatkamp staat met 20 titels in de boekenbase als redacteur en vertaler en bewerker. Het werk valt vooral onder theologie algemeen, geloofsopbouw en godsdienstige mystiek. Verschenen tussen 2012 en 2026 bij Importantia Publishing en The Holy Spirit. Over het werk verschenen 8 recensies.
Over het werk gezegd
De Antichrist is een man met twee rode, puntige hoorntjes op zijn hoofd. Dat is wel zo gemakkelijk, want als hij verschijnt, herkennen we hem dus feilloos. Helaas. De afbeeldingen die Google je voorschotelt, hebben het mis. Faliekant mis. De Antichrist is allesbehalve een bloeddorstig monster dat je op kilometers afstand herkent. Het is waarschijnlijk een hele vriendelijke, aimabele man. Een genie. Iemand die geweldige oplossingen heeft voor wereldwijde problemen. Zozeer zelfs dat bijna iedereen in mateloze bewondering achter hem aan zal lopen. ‘Deze komende wereldverleider en -misleider zal een genie zijn op vrijwel elk gebied: intellectueel, oratorisch (een geweldig redenaar), militair, politiek, commercieel, bestuurlijk en religieus - een man die de wereld op elk gebied zal verenigen en een schijnvrede zal bewerkstelligen’, schrijft Eddy Maatkamp in een voorwoord van het boek De Antichrist. Maatkamp zal er niet ver naast zitten. De Antichrist is niet iemand die je herkent aan zijn rode hoorntjes, noch aan het getal 666 dat op zijn voorhoofd getatoeëerd staat. Hij heeft geen bloeddoorlopen ogen en er komen geen rookwolkjes uit zijn neusgaten. Maar als die Antichrist dan kennelijk zo moeilijk te herkennen is, hoe kunnen we dan weten of we er ooit mee te maken hebben? De Bijbel leert ons heel veel over de Antichrist. En dat beperkt zich niet alleen tot het Bijbelboek Openbaring. De Bijbel heeft heel wat meer over de Antichrist te zeggen dan een paar strofen over ‘het beest’. ‘Meer dan twaalf jaar heb ik ijverig en biddend alles bestudeerd wat de Schrift over deze pseudochristus zegt’, schrijft Arthur W. Pink in een inleiding op zijn boek De Antichrist. En naarmate hij dieper in de materie dook ‘nam mijn verbazing toe over de prominente plaats die de Bijbel aan deze zoon des verderfs geeft.’ Hij constateert dat er ‘zeer veel details’ over de Antichrist opduiken, die ‘zorgvuldig verzameld en geordend, een duidelijke biografie opleveren’ van de man die eens op het toneel zal verschijnen en een wereldregering zal leiden. De Antichrist (door Pink consequent met een hoofdletter geschreven, maar waarom zou je hem zoveel eer geven?) is ‘niet alleen de volledige belichaming van het menselijk kwaad, maar ook de laatste en grootste manifestatie van satanische godslastering’. Er is veel over deze tegenstander Gods geschreven, ‘maar onder de vele boeken die ik over dit onderwerp gelezen heb (en ik heb lang gezocht), lijken er maar weinig te zijn die een compleet beeld van deze vorst der duisternis schetsen’. Pinks beeld van de Antichrist is zo niet compleet dan toch wel zeer uitgebreid. De satan heeft er, naar zeggen van Pink, ‘belang bij om de wereld onwetend te houden over de komende supermens, en het laat geen twijfel dat hij niet alleen verantwoordelijk is voor de algemene verwaarlozing van de studie van dit onderwerp, maar ook voor de tegenstrijdige theorieën van degene die erover spreken en schrijven.’ Het boek ontstond uit een serie losse studies van Pink. Die werden gebundeld en al in 1923 uitgegeven. Pas na zijn dood in 1952 werden de werken van Pink populair. De Antichrist mag dan al bijna 90 jaar geleden voor het eerst verschenen zijn, het boek heeft aan actualiteit niets ingeboet. Het behoort inmiddels wel tot de klassiekers in haar genre. Christenen hebben lang niet altijd oog gehad voor de belangrijke rol van de Antichrist in de Bijbel. Zij worden geacht hun blik op de Here Jezus te richten en het werk van de Heilige Geest in hun leven toe te laten. ‘Daarom hebben velen het Bijbels onderwijs over satan en zijn trawanten verwaarloosd en worden we geconfronteerd met een overvloed aan valse leringen’, schrijft Pink. Het is zijn verdienste dat hij de blik wel richt op de Antichrist, zonder ook maar enig moment in sensatie te vervallen. Pink wandelt de hele Bijbel door, op zoek naar de Antichrist en vindt hem op vele plaatsen. Dat begint al in Genesis 3:15, waar wordt verwezen naar het ‘zaad der slang’. In bijkans elk Bijbelboek treft Pink de Antichrist wel aan. Niet altijd onder die naam, maar wel herkenbaar. Zo verwijst de naam Assur in de profetie van Bileam (Numeri 24:22) naar de Antichrist. Hij toont in het boek omstandig aan dat Assur en de Antichrist dezelfde persoon zijn. Namen te over voor de Antichrist: kronkelende slang, man van bloed en bedrog, de boze, man van de aarde, de machtige held, de geweldenaar, de tegenstander, de rechter van vele volkeren, de kwaadwillige, etc. Habakuk omschrijft hem als ‘de bedrieglijke trotsaard die zijn muil openspert als het dodenrijk en onverzadelijk is als de dood, zodat hij alle volkeren tot zich verzamelt en alle natiën tot zich brengt’. Pink wijdt een compleet hoofdstukken aan alleen al de namen van de Antichrist. In latere jaren zouden tal van mensen worden aangewezen als zijnde de Antichrist - van Churchill tot prins Charles, van Henry Kissinger tot Bush of Obama - maar Pink laat zich gelukkig niet in met dat soort onzinnig gebeuzel. Wel merkt hij op: ‘Veel profetieën, zo niet de grote meerderheid daarvan, niet alleen profetieën over de Antichrist, maar ook profetieën over andere belangrijke gebeurtenissen, hebben tenminste een tweevoudige en soms drievoudige vervulling. Zij hebben een plaatselijke en directe vervulling, een voortdurende, geleidelijke vervulling en een definitieve, volledige vervulling.’ Hij weerlegt in zijn boek dat het pausdom de Antichrist zal voortbrengen, en denkt dat de Antichrist een Jood zal zijn, maar de vraag of die uit de stam Dan zal voortkomen laat hij onbeantwoord. Hij gelooft dat de Antichrist een fysieke zoon van Satan zal zijn. Pink besteedt wel veel aandacht aan de relatie tussen de Antichrist en Israël. Van het Jodendom moet Pink niet zo veel hebben. Hij is zeer zeker niet antisemitisch of anti-Joods, maar schuift de Joden wel in de schoenen dat ze ‘hebzuchtig en geldzuchtig’ zijn. Hij neigt er naar de Gemeente op de eerste plaats te zetten en Israël een ondergeschikte rol toe te bedelen. Dat is jammer, maar het doet niets af aan het feit dat Pink met zijn boek een wereld ontsluit die menig christen grotendeels onbekend is. Pink denkt aan een opname van de Gemeente voor de Grote Verdrukking: ‘De Antichrist zal zijn loopbaan van ongeëvenaarde boosheid en verdorvenheid pas beginnen nadat alle christenen opgenomen zijn, want onder hem, hun leider, zullen alle goddeloze legermachten zich verzamelen om hun ondergang tegemoet te gaan’. Uitgeverij Maatkamp biedt gelukkig tegenwicht door in de Nederlandse uitgave twee uitgebreide bijlagen op te nemen. Een van de hand van ds. Willem Glashouwer, die vraagtekens zet bij de opvatting dat de Antichrist een Jood is - ‘de uit de dood verrezen Judas Iskariot’ - en die moeite heeft met Pinks opvatting dat de Gemeente voor de Grote Verdrukking wordt opgenomen ‘zodat Israël de volle laag krijgt’. In een andere bijlage bespreekt de grote Chinese bijbelleraar Watchman Nee de opname. Die twee bijlagen zijn een verrijking van het boek.
Eric Leijenaar — Uitdaging · over De Antichrist
De auteur is emeritus hoogleraar materiaalkunde aan de Universiteit van Londen. Je zou verwachten dat een natuurkundige het bestaan van een God zou betwijfelen. Maar niets is minder waar. Voor Andrews is de godhypothese ruimschoots bewezen. Dat is zijn conclusie aan het einde van het boek. Hij keert zich daarbij tegen de vrij gangbare evolutietheorie. Wie het daarbij vooral moet ontgelden is Richard Dawkins, de bekende auteur over dit onderwerp. Andrews noemt hem, 'met zijn consorten', de nieuwe atheïst. De auteur gaat daarbij vrij ver in het aanhalen van argumenten om zijn gelijk te bewijzen. Zo heeft hij antwoorden op de theorie van de oerknal. Ook gaat hij in op de door wetenschappers aangehaalde mutaties van genen, maar uiteindelijk keert hij terug naar het bijbelboek Genesis waarin God als Schepper van alles wordt beschreven. Voor velen zal dit een intrigerend boek zijn, zowel voor degenen die in God geloven als voor degenen die Zijn bestaan ontkennen. De vraag is wel of dit uitgebreide betoog veel lezers zal aanspreken. Voorzien van voetnoten, eindnoten en een register.
Dr. H. Chr. van Bemmel — NBD Biblion · over Wie heeft God gemaakt?