Gerard Oostermeijer
6 titels in de boekenbase · Auteur · 2012–2015
Educatieve uitgaven algemeenNatuur populair algemeenBiologie algemeenPlant- en gewaswetenschappenNatuurbeheer
Over Gerard Oostermeijer
Gerard Oostermeijer staat met 6 titels in de boekenbase als auteur. Het werk valt vooral onder educatieve uitgaven algemeen, natuur populair algemeen en biologie algemeen. Verschenen tussen 2012 en 2015 bij KNNV Uitgeverij en NatuurMedia, Uitgeverij. Over het werk verschenen 2 recensies.
Niet zonder elkaar
Louis Schoonhoven
Hardback · 2015
Planten tellen
Piet Bremer
E-book · 2015
Niet zonder elkaar
Louis Schoonhoven
Niet zonder elkaar
Louis Schoonhoven
Paperback · 2014
Niet zonder elkaar
Louis Schoonhoven
Hardback · 2014
Planten tellen
Piet Bremer
Planten tellen
Piet Bremer
· 2014
Planten tellen
Eelke Jongejans
Hardback · 2012
Over het werk gezegd
Bestuivende insecten mogen op steeds meer belangstelling rekenen van onderzoekers, politicien het grote publiek. Overal in ons land ontspruiten initiatieven om bijen en vlinders te helpen; ze hebben het immers moeilijk. Het project ldylle vanDe Vlinderstichting is een van de geslaagde voorbeelden. Zonder bloeiende planten zijn er echter geen bijen, zweefvliegen, vlinders en veel andere insecten. Voor de insecten vormen nectar en stuifmeel een essentiële voedselbron. Op hun beurt kunnen veel plantensoorten niet zonder insecten, omdat zij de plant bestuiven en daarmee onmisbaar zijn in het voorbestaan van de plant. Over die ingewikkelde en fascinerende relatie gaat het boek 'Niet zonder elkaar'. Het begint bij de planten en behandelt in de eerste hoofdstukken waarom en hoe bloemen bloeien. Pas in 1793 ontdekt Christian Konrad Sprengel het geheim van de bevruchting van bloemen, nadat hij om gezondheidsredenen het advies opvolgt om veel buiten te zijn. Hoeweldit ogenschijnlijk een onbelangrijk feitje is, blijkt er zonneklaar uit dat veldbiologen niet van achter hun bureau maar in het veld belangrijke ontdekkingen doen. Om iets van de fascinerende relatie tussen bloemen en insecten te begrijpen, is veel buiten zijn daarom een vereiste. Dat u het maar even weet. Nadat de bouw van bloemen met verhelderende tekeningen is toegelicht, wordt er stilgestaan bij typen bestuiving, waarbij windbestuiving niet wordt vergeten, in een hoofdstuk met de poëtische titel 'Gekust door de windi Na veertig pagina's over planten worden de bloembezoekers geïntroduceerd. Wie hier alleen insecten verwacht, komt voor een verrassing te staan. Ook vleermuizenen kolibries bestuiven bloemen, al komen de soorten die dit doen niet in Europa voor. Vervolgens passeert een veelheid aan onderwerpen de revue, waaruit ik een greep neem: bloemtrouw, insectenzintuigen, de verleidingskunsten van bloemen, de energiehandel tussen bloem en insect en de onschatbare waarde van bestuiving voor mensen. Het boek eindigt met een brede positionerlng van de innige relatie tussen bloemen en bestuivers in het grote geheel van wat wij natuur noemen. Temeer wordt dan duidelijk dat dit 'ver- bond' onder druk staat van allerlei veranderingen in ecosystemen. Toch eindigt het boek positief: "Bloemen zijn de vreugdekreten van de natuur en hebben voor ons een sterk symbolische waarde'. De auteurs zijn er in geslaagd een complex onderwerp op aantrekkelijke wijze in woord en beeld toegankelijk te maken voor een Nederlandstalig publiek. Het boek bevat veel schitterende foto's en zeker 15 kaderteksten met uiterst interessante weetjes.Toch is er ook een minpuntje: de grote diversiteit aan onderwerpen, afgewisseld met ingekaderde zijsporen, doet afbreuk aan de structuur van het boek. Niettemin spat de bevlogenheid van de auteurs van elke pagina af. Laat u verwonderen door dit fraaie boek. En ga straks als het voorjaar losbarst zelfop ontdekkingstocht door de wereld van bloemen en insecten. Warm aanbevolen.
Anthonie Stip — Tijdschrift VLINDERS · over Niet zonder elkaar
'EEN GEWELDIG VERHAAL, OPGETEKEND IN EEN BIJZONDER BOEK' Dat planten en dieren onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden, is een mededeling die grijs is. De reis van stuifmeel naar vrouwelijke stampers, aan het lijf van een insect, is op honderden manieren beschreven. Soms technisch, dan weer euforisch. Het boek 'Niet zonder elkaar - bloemen en insecten' van onder andere Louis Schoonhoven weet toch iets aan die enorme stapel literatuur toe te voegen. Niet alleen door nieuwe inzichten te belichten die er over de zintuigen van insecten zijn gevormd, maar ook de manier waarop heel gedetailleerd, toegankelijk en bijna spannend over deze processen wordt geschreven. Inleider Romke van de Kaa, kweker en publicist, noemt het boek daarom een 'eco-thriller'. Een compliment voor de eindredacteur van deze publicatie. 'Niet zonder elkaar' brengt zowel in tekst als in prachtige macrofotografie nieuwe details, maar stelt ook basale vragen die weer opmerkelijke antwoorden opleveren. Waarom is stuifmeel geel, bijvoorbeeld? Die kleur blijkt een beschermende functie te hebben. Sterker dan andere bloempigmenten absorbeert geel het ultraviolette deel van zonlicht. Dit is een vrij agressieve straling, die de spermacellen met erfelijke informatie binnen in de korrel, gemakkelijk kan beschadigen. Ook reflecteert de kleur geel de warmtestraling uit het zonlicht zodat het kwetsbare stuifmeel niet te veel wordt verhit. Voor een plant is de kleurstof onmisbaar, en daar- om doet zij er alles aan om die complexe verbinding te fabriceren. Het gaat relatief om enorme hoeveelheden: 4 procent van het gewicht van iedere stuifmeelkorrel. Dat bevestigt nog maar eens: in de natuur gebeurt niets voor niets. Een prachtig voorbeeld van een bijzondere relatie tussen bloem en insect is die van de Dominee-op-de- preekstoel (de Arisaema triphyllum), die lijkt op een aronskelk, maar waarbij het blad de spadix (vlezige aar) overhuift. Vandaar de verwijzing naar de preekstoel. Vooral de paddenstoelmug komt af op de geur en het streeppatroon van het kelkblad. Het opmerkelijke aan deze plant, is te lezen in Schoonhovens boek, is dat het geslacht per jaar anders kan zijn. Als na een uitputtend jaar de vrouwelijke bloem zaad heeft afgezet, wordt ze het jaar daarop mannelijk en produceert 'hij' al- leen stuifmeel. Het vervelende is al- leen dat de mug niet weet wanneer de bloem mannelijk of vrouwelijk is. Bij een mannelijke bloem vliegen de muggetjes naar binnen, raken overdekt met stuifmeel, maar de haren in de kelk voorkomen dat ze kunnen terugvliegen. Ze zijn ge- dwongen dieper te gaan, en kunnen de kelk dan via een gaatje aan de onderkant verlaten. Maar vrouwelijke bloemen hebben die opening onderin niet. De muggen, gelokt door de geur, kruipen in de kelk, die nu als een val dient en onherroepelijk tot de dood leidt. Het wemelt in dit boek van zulke fantastische verhalen. Over bijen die nectar stelen en over wel 67 plantenfamilies die voor de bestuiving afhankelijk zijn van vleermuizen. Maar de mond valt open bij het hoofdstuk over de zintuigen van insecten. Bijen en hommels kunnen niet alleen kleuren zien, vormen onderscheiden, geur herkennen en op de tast gebruikmaken van liefst een ruwe landingsbaan. Ze blijken óók gevoelig voor elektrische vel- den. Door de luchtwrijving tijdens het vliegen, zijn ze licht positief ge- laden. Planten daarentegen hebben een zwakke negatieve lading. Wan- neer een 'positieve' hommel een bloem bezoekt, wordt door dat lichaamscontact de negatieve lading van zo'n bloem verstoord. Bij petunia's bijvoorbeeld duurt dat na vertrek van de hommel z'n anderhalve minuut. De volgende hommel 'voelt' zo dat een collega hem voor is geweest, zodat hij beter een andere bloem kan bezoeken. Een geweldig verhaal, opgetekend in een bijzonder boek. HANS MARIJNISSEN
Hans Marijnissen — Trouw · over Niet zonder elkaar