← Catalogus

Jan Matthieu

4 titels in de boekenbase · Vertaler · 2010–2016
Mens en maatschappij algemeenAlgemene economie
Over Jan Matthieu
Jan Matthieu staat met 4 titels in de boekenbase als vertaler. Bekend van de series ‘Geld en duurzaamheid’ en ‘Paradigma’. Het werk valt vooral onder mens en maatschappij algemeen en algemene economie. Verschenen tussen 2010 en 2016 bij Vonk Uitgevers. Over het werk verschenen 2 recensies.
Over het werk gezegd
Degrowth, ontgroeien en krimpen voor een gezonde economie John Huige 1 maart 2016 in Duurzaamnieuws Degrowth, ontgroeien en krimpen zijn termen die de laatste paar jaar steeds vaker opduiken. Het is tekenend voor de groeiende bewustwording en gevoelde urgentie rond klimaatverandering, maar ook voor een verdieping van het debat over de noodzaak tot een heel andere economie te komen. Occupy en Podemos zijn uitingen van dit debat. Bij veel NGO's, lokale groepen rond stadslandbouw en verontrusten rond de klimaatverandering is ontgroeien niet meer zo nieuw. In Nederland is Willen Hoogendijk al geruime tijd een van de voorlopers en met hem nu ook de groep rond het Platform Duurzame en Solidaire Economie. Daarbij is het belangrijk om voor ogen te houden dat degrowth niet zo maar 0-groei is. Bij 0-groei blijven we immers door produceren en consumeren op hetzelfde niveau als heden. De voortzetting van dit nefaste systeem leidt ook onherroepelijk tot het volledig uitputten van de ecosfeer. Daarom is een boek waarin alle aspecten van degrowth aan bod komen een verheugende zaak. Een vocabulaire voor 'degrowth' in een nieuw tijdperk is de ondertitel van de vertaling van een nieuw boek: Ontgroei. De redactie wordt gevormd door: Giacomo D'Alisa, Federico Demaria en Giorgos Kallis. De uitgever is Jan van Arkel die dit boek in samenwerking met Oikos uitgaf. Vocabulaire is mooi gekozen voor deze ondertitel. Vocabulaire laat zich immers het best in het Nederlands weergeven als woordenschat. En dat is het ook een ware schat, een veelheid aan onderwerpen, 51 bijdragen, verdeeld over vier delen: zienswijzen, de kern, de actie en allianties gevolgd door een epiloog. De inleiding van de drie redacteuren is leerzaam; alle aspecten van degrowth in hun geschiedenis en samenhang komen aan de orde, van entropie tot peakoil en van basisinkomen tot Ubuntu. Die enorme diversiteit aan onderwerpen en theorieën is geen zwakte zo betogen de redacteuren: Als er een consensus is in de degrowth-gemeenschap, dan is het dat een transitie alleen het resultaat van meervoudige strategieën en meerdere spelers kan worden; een beweging van bewegingen die zowel alledaagse praktijken als overheidsinstellingen. Door de veelheid van bijdragen zijn sommige artikelen wat kort door de bocht, zoals het artikel over anti-utilitarisme waar in één alinea brahmanisme, Freud, existentialisme en structuralisme met elkaar in verbinding worden gebracht. Dat verhindert niet dat er erg veel leesbare teksten in het boek staan. De neoliberale globalisering met kernveronderstellingen van groei, vooruitgang, moderne waarden en rationeel handelen èn met een centraal stellen van de markt krijgen uiteraard ook voldoende aandacht. Dat degrowth in Nederland niet populair is heeft vooral ook te maken met mainstream economen die er hun vingers er niet aan durven branden, maar dat geldt voor vrijwel alles waar niet het onbegrensde vertrouwen in markten uitspreekt. Duidelijk wordt dat de veel gehoorde premisse dat ontwikkelingslanden wel mogen doorgroeien een te simpele voorstelling van zaken is. Het gaat er in deze landen en bij dit discours nu juist om een type ontwikkeling te schetsen dat duidelijk haaks staat op de neoliberale ontwikkeling die meestal opgedrongen is door internationale organisaties. De sociale bewegingen achter de progressieve regimes in Latijns Amerika kenden belangrijke nieuwe thema's: Buen Vivir (collectief welzijn) en de rechten van de natuur. Dat levert veel interessantere uitgangspunten op. In een apart artikel over Buen Vivir wordt nog eens benadrukt dat zij het idee verwerpt van een vooraf bepaalde historische lineariteit waarin ontwikkelingsstadia moeten worden gevolgd door alle landen (in navolging van geïndustrialiseerde landen), en verdedigt juist de veelheid van historische processen. In een artikel over de steady-state economy wordt terecht ook aandacht besteed aan de bevolkingsomvang. De basisvergelijking is eenvoudig: we zouden een steady-state economie met grote bevolkingsomvang kunnen bereiken met lage maar stabiele voorraden hernieuwbare hulpbronnen en met consumptie op overlevingsniveau, of met een veel kleinere bevolkingsomvang, grotere grondstoffenvoorraden en hogere niveaus van consumptie per persoon. Ook duidelijk is de stelling: Hoe sneller we stoppen met economische groei, hoe minder degrowth nodig is. Elders komt in een artikel ook de 'bekende' en didactische heldere IPAT formule aan bod: De milieu impact I hangt af van de omvang van de bevolking P, van de hoogte van de materiële welvaart A (van het Engelse affluence) en de gebruikte technologie T. Consumentisme en autonomie zijn belangrijke elementen voor een discours over degrowth. Kapitalisme en consumptiecultuur produceren een ontvankelijke bevolking, kritiekloos voor elementen gemaakt en beslissingen genomen door anderen. Hoe krachtiger een maatschappij is - in haar voorzieningen en technologische middelen - hoe meer een individu zich machteloos voelt en angst ervaart over zijn toestand en daarom iemand, of beter nog iets, moet vinden om zich zelf voor te lenen. De verslaving aan en afhankelijkheid van goederen en gemak verminderen de autonomie, die verder beperkt wordt door het opleggen van marktomstandigheden die de mogelijkheid verminderen om op te treden en creatief te zijn en beperkt tevens onze persoonlijke capaciteit om beslissingen te nemen. De vreugde van de convivialiteit (saamhorigheid) is een alternatief voor het plezier dat gezocht wordt in consumentisme of de onderwerping en exploitatie van andere mensen. In een artikel wordt ook het onvermijdelijke BBP besproken, maar wordt natuurlijk ook de voor de hand liggende valkuil vermeden om bij degrowth terug te gaan naar een vermindering van het BBP. Gepleit wordt voor twee sets van indicatoren. In de eerste set gaat het om te meten hoe de mate waarin de samenleving hulpbronnen gebruikt in de tijd verandert en of dit niveau van hulpbronnengebruik binnen de ecologische grenzen ligt. De tweede set gaat om indicatoren om te meten of de levenskwaliteit van mensen verbetert. Serge Latouche komt in zijn bijdrage met de meest fundamentele stellingname: we hebben een dekolonisatie nodig van het denkbeeld; van het denken over economie zoals we dat nu kennen. Er is een culturele revolutie nodig om dat te bewerkstelligen. Hij noemt het een fase van ontgifting die we door moeten: we moeten de consumptiemaatschappij verlaten en daarmee ook haar systeem van civiele 'afstomping' dat ons opsluit in een cirkel die moet worden doorbroken. Ook interessant is het artikel waarin ingegaan wordt op de grondstoffengrenzen. De auteurs geven aan dat grondstoffengrenzen op vier manieren met degrowth verbonden zijn: Grondstoffengrenzen wortelen in de ingebakken expansiedrift van het kapitalisme. In de tweede plaats herinneren grondstoffengrenzen ons er aan dat groei hoge kosten meebrengt voor mensen ver van de plaats waar hij wordt geleverd. Drie: de sociale en milieueffecten nemen toe met het afnemen en de kwaliteit van de grondstoffen. Vier: de economieën van Europa en Amerika, die in het verleden veel grondstoffen importeerden promoten nu winning binnen eigen grenzen (denk aan schaliegas). Opvallend is de bijdrage over baanzekerheid, afgekort: BZ. BZ is een programma waarbij er altijd een garantie is op werk voor iedereen die bereid en in staat is om te werken. Gezet tegenover andere sociale programma's als een basisinkomen, stellen de voorstanders van BZ dat basisinkomen en varianten daarop het stigma van afhankelijkheid in zich dragen. Het is evident dat BZ gaat om meer dan om het verstrekken van banen; het werkt ook door in kwesties als armoede, ongelijkheid, discriminatie, huiselijk geweld enzovoort. Verder kan BZ werk bijdragen aan het verschaffen van publieke goederen diensten die niet geleverd worden (of tegen een te hoge prijs) door de privésector. Met het afschaffen of integreren in BZ van bestaande regelingen zouden de kosten voor BZ voor de Verenigde Staten uitkomen op minder dan 1 procent van het BBP. De andere weg naar het elimineren van armoede en economische onzekerheid is het genoemde basisinkomen. Hierover gaat een andere bijdrage, waarbij naast de inkomensvloer van het basisinkomen ook het inkomensplafond van een maximuminkomen besproken wordt. Met het kort bespreken van enkele hoofdlijnen komen heel veel denkbeelden nog niet aan bod. Dat geldt bijvoorbeeld voor: Coöperaties, de rol van geld of gemeenschapsmunten, schuldaudits, nieuwe sociale bewegingen als occupy, de indignados, of burgerlijke ongehoorzaamheid, feministische economie en nog veel meer. Het is een goudmijn zoals ook de tekst op de achterflap van het boek aangeeft. Een klein puntje van kritiek: De verwijzingen in het boek door centrale begrippen vetgedrukt weer te geven zou wat mij betreft alleen extra nut opleveren als er van deze thema's ook een goede index toegevoegd was. Dat neemt niet weg dat met de Nederlandse uitgave van Ontgroei we kunnen kennismaken met een grote rijkdom aan ideeën en praktijken van de brede stroom die ontgroei aan het worden is. En die wat mij betreft niet snel genoeg kan groeien. John Huige
Duurzaam nieuws · over Ontgroei
"Mensen die zich duurzaamheid aantrekken (...) zijn geneigd zich over het geldsysteem niet al te veel zorgen te maken. Ze zoeken het voor oplossingen ook niet in monetaire innovaties." Met deze woorden begint het boek 'Geld en duurzaamheid' van Bernard Lietaer (en anderen). En deze woorden zijn precies op mij van toepassing. Natuurlijk, geld en 'de economie' zijn belangrijk in deze wereld, maar toch vooral een middel, en zeker geen doel op zich. Daarom was ik ook erg benieuwd wat 'Geld en duurzaamheid' zou brengen. Hier mijn recensie. Club van Rome Het boek 'Geld en duurzaamheid' is eigenlijk geen echt boek, maar een rapport van de Club van Rome. De Club van Rome is een particuliere stichting van Europese wetenschappers, gecentreerd rond het thema duurzaamheid. Milieukundigen kennen de Club van Rome vooral van een eerder rapport: 'Grenzen aan groei'. Dit rapport uit 1972 waarschuwde toen al dat oneindige economische groei nooit kon blijven plaatsvinden op een eindige planeet. En nu verschijnt er dus een nieuw rapport van hun hand: van een falend geldsysteem naar een monetair ecosysteem. Volgens de auteurs heeft het rapport drie doelstellingen: 1. "Bewijs leveren dat de financiële en monetaire instabiliteit die Europa en de wereld teistert een structurele oorzaak heeft. 2. Het monetaire probleem en de oplossing ervoor in de context te plaatsen van twee mondiale problemen: klimaatverandering en de vergrijzing van de bevolking. Het rapport toont aan dat, om de ergste scenario's van klimaatverandering te vermijden, er nu massale investeringen nodig zijn (...). Tegelijkertijd vermindert de pensionering van babyboomers de inkomsten. 3. Pragmatische uitwegen aanreiken die betaalbaar kunnen worden uitgevoerd door burgers, non-profitorganisaties, bedrijven of overheden: uitwegen die op een structureel niveau een aantal cruciale duurzaamheidskwesties zouden oplossen waarmee veel landen momenteel worstelen." Laten we kijken of deze doelstellingen waargemaakt kunnen worden. Instabiliteit van het monetaire en bankwezen De achterkant van het boek beschrijft het al: in 2010 bereikte het volume van valutatransacties 4.000 miljard dollar per dag. De reële economie bedraagt ongeveer 2% van dat bedrag. 98% van deze 4.000 miljard dollar is puur speculatief. Vanaf 1970 zijn er volgens het IMF 425 systemische crises geweest; een ongelooflijk aantal. Door deze feiten te laten zien, betogen de auteurs dat de huidige crises een structurele oorzaak hebben; sterker nog: het huidige monetaire systeem is fundamenteel verkeerd ontworpen. Het financiële systeem werkt kortetermijndenken in de hand, is gericht op verplichte groei, concentreert rijkdom en devalueert sociaal kapitaal. Voor de huidige crisis weet ze slechts één oplossing: de privatisering van alles. Hierdoor komen alle publieke middelen in private handen. Deze roep zie je nu sterk in Griekenland, maar ook in andere landen zoals het Verenigd Koninkrijk. Volgens de auteurs is dit echter een kortetermijnoplossing: waarom zouden overheden kredietwaardiger worden zodra ze huur moeten betalen voor hun kantoren en tol om hun werknemers naar het werk te laten rijden over wegen die ooit eigendom waren van de overheid? Kortom, volgens de auteurs van dit rapport werkt het huidige monetaire systeem crises in de hand, en is ze daardoor onverenigbaar met duurzaamheid. Complexe flow systemen Wat is dan wel duurzaamheid? En hoe moeten we ons monetaire systeem dan inrichten om het wél verenigbaar te krijgen met duurzaamheid? Hier wordt het boek naar mijn mening écht heel interessant. Volgens de auteurs wijst onderzoek uit dat élk complex flow systeem gedefinieerd kan worden door de verhouding tussen efficiëntie en veerkracht. Zie de figuur op www.henrideruiter.com. Ook heb ik dit concept al eerder gebruikt, bij een definitie van duurzame voeding. De theorie is simpel: wordt er teveel nadruk gelegd op efficiëntie dan gaat dit ten koste van de veerkracht; teveel nadruk op veerkracht gaat ten koste van de efficiëntie. Dit kan in principe toegepast worden op elk systeem: organisaties, ecosystemen, etcetera. Als organisaties efficiënter worden is dit in principe goed. Maar, worden organisaties té efficiënt en dus te groot, dan gaat het ten koste van de veerkracht. Als er een verstoring optreedt, dan kan het systeem zich niet meer aanpassen. Als een roofdier zich specialiseert in één prooidier (bijvoorbeeld konijnen), wordt hij hier snel de beste in. Maar breekt er een konijnenziekte uit, dan zal dit roofdier snel ten onder gaan. Kortom, duurzaamheid is de optimale balans tussen efficiëntie en veerkracht. In het huidige monetaire systeem met maar één munt (een "monetaire monocultuur"), ligt de nadruk veel teveel op efficiëntie. Hierdoor kunnen financiële transacties erg snel plaatsvinden. Maar, als er ergens een crisis optreedt, heeft dit tot gevolg dat het hele systeem inklapt. Dit is wat we de laatste jaren gezien hebben. Veerkracht is ver te zoeken. Wellness Tokens Daarom, zo leggen de auteurs uit, moet het huidige systeem op de schop. Hoe kan er dan meer duurzaamheid in het systeem komen? Simpel: er moeten complementaire munten ("fiat valuta") komen, door de overheid ingebracht. 'Primaire doel hiervan is door belastingheffing vraag te scheppen naar een munt die ander geen intrinsieke waarde heeft.' Dat klinkt natuurlijk behoorlijk abstract en vaag. Een voorbeeld kan helpen. Stel: we willen ons gezondheidsstelsel niet langer richten op ziekte maar op gezond leven. We willen gezond gedrag dus belonen. In ons huidige systeem kunnen we dan goed gedrag subsidiëren. Burgers 'verdienen' dan aan hun gezonde gedrag. Maar, deze euro's kunnen ook ergens anders aan uitgegeven worden. Ik kan mijn 'verdiende geld' weer uitgeven aan een nieuwe tv. Het kan ook anders. Stel dat de overheid "Wellness Tokens" uitgeeft. Deze Tokens kun je verdienen als je bijvoorbeeld regelmatig naar de sportschool gaat. Deze Tokens kun je vervolgens alleen uitgeven binnen de preventieve gezondheidszorg: bij dezelfde sportschool, of voor medische producten. Kortom, Tokens belonen en moedigen gezond gedrag aan, en blijven binnen de preventieve gezondheidszorg. Er 'lekt' geen geld weg: subsidie blijft effectief. Dit vermindert op lange termijn de medische kosten voor de samenleving. Oplossing huidige crises Deze complementaire systemen zullen het huidige monetaire systeem bufferen. Belangrijker nog: bij een juist ontwerp bevorderen ze langetermijndenken en verhogen ze het sociale kapitaal. De auteurs geven negen voorbeelden van complementaire systemen, waaronder de bovengenoemde Token. Een andere voorbeeld is de uitgifte van Civics: een voorstel tot 'empowerment' van een stad of regio om maatschappelijke activiteiten te financieren zonder hun budget te belasten. Lees hier meer over in een interview in NRC met Bernard Lietaer. Onorthodox Het boek is buitengewoon inspirerend omdat het behoorlijk onorthodox is. Het huidige monetaire systeem met een enkele, monopolistische uitgegeven munt, is inderdaad zo overheersend dat ikzelf nooit gedacht z0u hebben aan een financieel systeem met meerdere soorten munten in omloop. Daarmee opent het rapport nieuwe denkkaders en -richtingen. Ineens zie ik overal mogelijkheden voor nieuwe 'munten': gezondheidszorg, regio's, bedrijven, enzovoorts. Het rapport is verrassend vlot leesbaar, zelfs voor iemand zonder een economische achtergrond. De auteurs kiezen over het algemeen voor bondigheid boven volledigheid. Bij het boek horen verschillende bijlages, die allemaal gratis in te zien zijn via www.money-sustainability.net. Daarmee is het rapport vooral bedoeld als aanzet voor een (wereld)wijde discussie over ons monetaire systeem. Wat mij betreft maken de auteurs meer dan duidelijk dat dit mogelijk is en een bijdrage kan leveren aan een duurzamere wereld. Menselijke aard Tegelijkertijd is de onorthodoxe boodschap ook de grootste onzekere factor. De auteurs betogen dat het ontwerp van ons huidige systeem fundamenteel onjuist is. Een beter ontwerp leidt tot meer duurzaamheid. Ze proberen het argument dat de huidige crises zijn veroorzaakt 'vanwege de menselijke aard' te weerleggen door te betogen dat een beter ontworpen financieel systeem deze crises overbodig maakt. Dat is mij een beetje te makkelijk, en de auteurs nuanceren dit ook naarmate het boek vordert. Het feit dat we bijvoorbeeld rente vragen op leningen werkt kortetermijndenken in de hand volgens de auteurs. Dus als we rente gedeeltelijk afschaffen of omvormen tot 'liggeld' gaan we automatisch lange termijn denken. In mijn ogen is dat iets te optimistisch: zijn we niet geneigd rente te vragen omdat de menselijke aard is dat we korte termijn denken? Een ander systeem kan dit natuurlijk ondervangen, maar zal lastiger te implementeren zijn als je de menselijke aard pessimistischer inschat. En daarmee zijn we natuurlijk bij het cruciale punt van dit rapport: is het te implementeren? De auteurs kiezen er bewust voor om bestaande complementaire systemen zeer mondjesmaat te beschrijven. De argumentatie hierachter is dat deze systemen elders uitgebreid beschreven staan. Toch vind ik dit een kleine tekortkoming, hoewel het de duidelijkheid van het boek wel te goede komt. Maar toch, lessen en ervaringen van al bestaande implementaties lijken me toch cruciaal om een haalbaarheid in te schatten van deze ideeën. Aanrader Maar dat gezegd hebbende, blijft toch vooral de inspirerende kijk op ons huidige systeem achter. Geld is allang geen 'ruilmiddel' of 'smeerolie' meer in deze samenleving. Een alternatieve manier van omgaan met geld zou dit idee weer terug kunnen brengen. Als we duurzaamheid écht serieus willen nemen, dan kunnen we het monetaire systeem niet ongemoeid laten. In mijn achterhoofd blijft deze gedachte nog wel een paar maanden hangen. PS. Houd je niet van lezen? De TED-lezing van Bernard Lietaer brengt je in minder dan 20 minuten op de hoogte.
Henri de Ruiter — henrideruiter.com · over Van een falend geldsysteem naar een monetair ecosysteem