
Zelfredzaamheid en participatie zijn belangrijke doelstellingen van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), die op 1 januari 2007 van kracht is geworden in Nederland. Deze wet brengt veel bestuurlijke veranderingen met zich mee. De wet zorgt voor een verdere decentralisering van bevoegdheden in het welzijnsbeleid. Zo geeft de wet gemeenten meer bevoegdheden om regie te voeren en een integrale en sluitende keten van activiteiten voor cliënten te realiseren, zodat alle burgers kunnen meedoen in de samenleving. Tijd om te evalueren waar de gemeenten op dit moment staan. In dit onderzoek staat centraal hoe de welzijnsinstellingen in de vier grote steden worden aangestuurd, hoe deze vorm van sturing zich verhoudt tot de Wmo en wat hiervan geleerd kan worden.
Er wordt al jarenlang gebruik gemaakt van het subsidiesysteem in Nederland. Door middel van subsidies worden maatschappelijke activiteiten, uitgevoerd door de sociale sector,
financieel ondersteund en gestimuleerd door de overheid. De aansturing via subsidieverordeningen sluit niet altijd aan op wat de samenleving van de gemeenten vragen. We bewegen ons naar een zogenaamde civil society. Een recente maatregel die een positieve bijdrage moet leveren aan de civil society is de Wmo. Deze wet vraagt onder andere om meer maatschappelijk ondernemerschap van welzijnsinstellingen. Van de instellingen wordt verwacht dat zij met opgebouwde reserves investeren in maatschappelijke activiteiten, innovatieve producten ontwikkelen en een flexibele instelling hebben. Door de aansturing via de subsidieverordeningen komt het maatschappelijk ondernemerschap moeilijk van de grond. Het Lectoraat Leven Lang Leren & Sociale Kwaliteit heeft op vier criteria onderzoek gedaan naar de spanningen die de gedetailleerde subsidieverordeningen opleveren in het licht van de Wmo, te weten: aanvraag, inlevertermijn, controle en het eigen vermogen. Dit rapport vormt het resultaat van de analyse naar de subsidieverordeningen in de vier grote steden.
Er wordt al jarenlang gebruik gemaakt van het subsidiesysteem in Nederland. Door middel van subsidies worden maatschappelijke activiteiten, uitgevoerd door de sociale sector,
financieel ondersteund en gestimuleerd door de overheid. De aansturing via subsidieverordeningen sluit niet altijd aan op wat de samenleving van de gemeenten vragen. We bewegen ons naar een zogenaamde civil society. Een recente maatregel die een positieve bijdrage moet leveren aan de civil society is de Wmo. Deze wet vraagt onder andere om meer maatschappelijk ondernemerschap van welzijnsinstellingen. Van de instellingen wordt verwacht dat zij met opgebouwde reserves investeren in maatschappelijke activiteiten, innovatieve producten ontwikkelen en een flexibele instelling hebben. Door de aansturing via de subsidieverordeningen komt het maatschappelijk ondernemerschap moeilijk van de grond. Het Lectoraat Leven Lang Leren & Sociale Kwaliteit heeft op vier criteria onderzoek gedaan naar de spanningen die de gedetailleerde subsidieverordeningen opleveren in het licht van de Wmo, te weten: aanvraag, inlevertermijn, controle en het eigen vermogen. Dit rapport vormt het resultaat van de analyse naar de subsidieverordeningen in de vier grote steden.
In het kort
ISBN-13
9789051797176
Uitgever
Verschenen
20 april 2010
Imprint
Bibliografisch
ISBN-139789051797176
Editie1
TaalNederlands dut
Pagina’s80
GeïllustreerdNee
Uitgave
UitgeverWedding 1844 B.V.
ImprintRotterdam University Press
CB-relatie-id6556266
Verschenen20 april 2010
StatusInactief 08
BeschikbaarheidContact leverancier 99
Adviesprijs (incl. btw)€ 18,95
Vorm & inhoud
ProductvormPaperback BC
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Onderwijs algemeen 840
NUR (alle)840 Onderwijs algemeen
Medewerkers
Auteur A01A. van der Borg
Auteur A01I. van den Donker
Herkomst
Werk-id (NSTC)500555926
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Lijkt op dit boek
NSTC 500555926 · CB-relatie 6556266 · Bijgewerkt 6 augustus 2026









