
Nederland participatieland? de ambitie van de wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de praktijk in buurten, mantelzorgrelaties en kerken
Nederland participatieland? - 2[-]Inhoud - 6[-]Voorwoord - 10[-]1. Van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving? - 14[-]2. Sociale structuren, individuen en participatie: analytisch kader - 32[-]3. Ambitie van de Wmo: participatie en sociale cohesie - 62[-]4. Casus 1: de buurt - 88[-]5. Casus 2: de mantelzorgrelatie - 132[-]6. Casus 3: de kerk - 176[-]7. Naar een participatiesamenleving? - 212[-]Summary - 232[-]Literatuur - 238[-]Bijlage: verantwoording van de gebruikte empirische data - 256De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) wordt wel 'participatiewet' genoemd. Iedereen moet meer mee gaan doen, is de slogan bij de invoering ervan. Maar leidt de Wmo tot meer participatie? En hoe dan? In elk geval verandert de Wmo de verhoudingen in Nederland tussen individuen, sociale verbanden en overheden. Maar het is nog niet helemaal uitgekristalliseerd hoe de nieuwe verhoudingen zullen zijn. Marja Jager-Vreugdenhil analyseert in deze studie wat precies de ambitie is van de Wmo. Daarin blijkt een sleutelrol te zijn weggelegd voor de civil society. Als er maar meer mensen gaan participeren in buurten, verenigingen en allerlei andere sociale verbanden, zal er meer sociale cohesie ontstaan en daarmee meer informele zorg, is de verwachting. Maar is dat wel zo? Aan de hand van drie casusstudies - naar de buurt, mantelzorgrelaties en kerken - laat de auteur zien wat wel en niet realistisch is in deze beleidsredenering. Ze laat zien dat de cruciale vraag is of het gemeenten wel lukt om ruimte te geven aan de eigenheid van sociale verbanden.De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) wordt wel 'participatiewet' genoemd. Iedereen moet meer mee gaan doen, is de slogan bij de invoering ervan. Maar leidt de Wmo tot meer participatie? En hoe dan? In elk geval verandert de Wmo de verhoudingen in Nederland tussen individuen, sociale verbanden en overheden. Maar het is nog niet helemaal uitgekristalliseerd hoe de nieuwe verhoudingen zullen zijn. Marja Jager-Vreugdenhil analyseert in deze studie wat precies de ambitie is van de Wmo. Daarin blijkt een sleutelrol te zijn weggelegd voor de civil society. Als er maar meer mensen gaan participeren in buurten, verenigingen en allerlei andere sociale verbanden, zal er meer sociale cohesie ontstaan en daarmee meer informele zorg, is de verwachting. Maar is dat wel zo? Aan de hand van drie casusstudies - naar de buurt, mantelzorgrelaties en kerken - laat de auteur zien wat wel en niet realistisch is in deze beleidsredenering. Ze laat zien dat de cruciale vraag is of het gemeenten wel lukt om ruimte te geven aan de eigenheid van sociale verbanden. Marja Jager-Vreugdenhil is onderzoeker aan het Centrum voor Samenlevingsvraagstukkenvan de Gereformeerde Hogeschool Zwolle. Eerder werkte ze als wetenschappelijk medewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) aan de adviezen 'Vertrouwen in de buurt' en 'Vertrouwen in de school'.
In het kort
ISBN-13
9789056297152
Uitgever
Verschenen
18 oktober 2012
Imprint
Bibliografisch
Uitgave
UitgeverVossius Pers
ImprintPallas Publications
CB-relatie-id8009173
Verschenen18 oktober 2012
StatusInactief 08
BeschikbaarheidContact leverancier 99
Adviesprijs (incl. btw)€ 43,99
Vorm & inhoud
ProductvormPaperback BC
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Mens en maatschappij algemeen 740
NUR (alle)740 Mens en maatschappij algemeen
Medewerkers
Auteur A01Marja Jager-Vreugdenhil
Herkomst
Werk-id (NSTC)500496453
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Lijkt op dit boek
NSTC 500496453 · CB-relatie 8009173 · Bijgewerkt 6 augustus 2026









