

Auteurswet 1881 parlementaire geschiedenis wet 1881 - ontwerp 1884
Wetsteksten zijn zelden boeiende lectuur. Maar datgene wat tot die tekst geleid heeft, de parlementaire geschiedenis, is dat vaak wel. Dat geldt in ieder geval voor de Auteurswet van 1881. Evenals zijn voorganger van 1817 regelde deze wet het recht van de auteur en zijn rechtverkrijgenden om werken door den druk gemeen te maken, maar liet zij werken van schilder- en beeldhouwkunst ongeregeld. Nieuwe wetgeving was nodig, onder andere omdat in de wet van 1817 niets geregeld was over anonieme, pseudonieme, posthume en gezamenlijke werken, onduidelijk was hoe het gesteld was met het auteursrecht op mondelinge voordrachten en een regeling ontbrak voor de openbare op- en uitvoering van dramatisch-muzikale werken en toneelwerken.
De wet van 1881 was de eerste Auteurswet waarbij een parlementaire behandeling plaats vond zoals wij die nu ook kennen, met een schriftelijke en mondelinge behandeling in de Tweede en in de Eerste Kamer. Onderwerp van discussie waren bijvoorbeeld de theoretische grondslag van het auteursrecht de regering noemde het een ius sui generis - , de duur van het auteursrecht, de prijs van boeken, maar ook de vraag of de bescherming van mondelinge voordrachten wenselijk was en of er wel een op- en uitvoeringsrecht ingevoerd moest worden.
Aangezien de Bemer Conventie (1886) nog niet tot stand was gekomen, had Nederland de vrijheid bepaalde onderwerpen niet wettelijk te regelen. In de memorie van toelichting van de wet van 1881 werd dan ook meegedeeld dat schilder- en beeldhouwwerken anders en afzonderlijk geregeld behoorden te worden. Voor werken van beeldende kunst konden niet dezelfde voorschriften gelden die voor geschriften geschikt waren. Met als gevolg dat pas in 1883 een ontwerp van wet tot regeling van het auteursrecht op werken van beeldende kunst werd ingediend. Dit ontwerp toonde veel overeenkomsten met de Auteurswet van 1881. Veel onderwerpen werden zelfs op identieke wijze geregeld. Het wetsontwerp is een bijzondere regeling ten opzichte van de algemene regeling van 1881 en kan eigenlijk niet los van deze wet worden gezien. Ook de parlementaire geschiedenis van dit wetsontwerp is daarom opgenomen. De stof is verdeeld over een algemeen deel, waarin algemene discussies aan de orde komen en een artikelsgewijs deel. In een inleiding wordt een overzicht gegeven van de auteursrechtwetgeving die tot 1881 gegolden heeft.
De wet van 1881 was de eerste Auteurswet waarbij een parlementaire behandeling plaats vond zoals wij die nu ook kennen, met een schriftelijke en mondelinge behandeling in de Tweede en in de Eerste Kamer. Onderwerp van discussie waren bijvoorbeeld de theoretische grondslag van het auteursrecht de regering noemde het een ius sui generis - , de duur van het auteursrecht, de prijs van boeken, maar ook de vraag of de bescherming van mondelinge voordrachten wenselijk was en of er wel een op- en uitvoeringsrecht ingevoerd moest worden.
Aangezien de Bemer Conventie (1886) nog niet tot stand was gekomen, had Nederland de vrijheid bepaalde onderwerpen niet wettelijk te regelen. In de memorie van toelichting van de wet van 1881 werd dan ook meegedeeld dat schilder- en beeldhouwwerken anders en afzonderlijk geregeld behoorden te worden. Voor werken van beeldende kunst konden niet dezelfde voorschriften gelden die voor geschriften geschikt waren. Met als gevolg dat pas in 1883 een ontwerp van wet tot regeling van het auteursrecht op werken van beeldende kunst werd ingediend. Dit ontwerp toonde veel overeenkomsten met de Auteurswet van 1881. Veel onderwerpen werden zelfs op identieke wijze geregeld. Het wetsontwerp is een bijzondere regeling ten opzichte van de algemene regeling van 1881 en kan eigenlijk niet los van deze wet worden gezien. Ook de parlementaire geschiedenis van dit wetsontwerp is daarom opgenomen. De stof is verdeeld over een algemeen deel, waarin algemene discussies aan de orde komen en een artikelsgewijs deel. In een inleiding wordt een overzicht gegeven van de auteursrechtwetgeving die tot 1881 gegolden heeft.
In het kort
ISBN-13
9789057303951
Uitgever
Verschenen
20 mei 2006
Bibliografisch
ISBN-139789057303951
SerieMeesters in de Rechtsgeschiedenis — deel 2
Editie1
TaalNederlands dut
Pagina’s208
GeïllustreerdNee
Uitgave
UitgeverWalburg Pers Educatief B.V.
CB-relatie-id7200421
Verschenen20 mei 2006
StatusInactief 08
BeschikbaarheidContact leverancier 99
Adviesprijs (incl. btw)€ 39,50
Vorm & inhoud
ProductvormHardback BB
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Recht algemeen 820
NUR (alle)820 Recht algemeen
Medewerkers
Redacteur B01M. Reinsma
Herkomst
Werk-id (NSTC)500680086
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Lijkt op dit boek
NSTC 500680086 · CB-relatie 7200421 · Bijgewerkt 6 augustus 2026
![Omslag van Het kopijrecht [16de tot 19de eeuw]](https://storage.googleapis.com/oncore_books_bucket/covers/9789057302596.jpg)

![Omslag van Het kopijrecht [16de tot 19de eeuw]](https://storage.googleapis.com/oncore_books_bucket/covers/9789057307409.jpg)






