
Bataven en Buitenlanders 20 eeuwen immigratie in Nederland
Paperback371 pagina’sNederlands
Bataven en Buitenlanders
20 eeuwen immigratie in Nederland.
WAAR KOMEN DE NEDERLANDERS VANDAAN?
Immigratie in Nederland is in de media iets van na 1960. Het zijn de vreemdelingen, de nieuwe Nederlanders, die hier een rol spelen. De oude Nederlanders van vóór 1960 met hun nakomelingen vormen een andere categorie, zij zijn in Nederland thuis. Sterker nog: ze waren hier altijd al. Zo
wordt algemeen aangenomen.
Maar je kunt de zaak ook in een breder verband zien. Eens was het land leeg en in 1950 was het vol, althans volgens de toenmalige premier Drees. En waar komen de oude Nederlanders vandaan? Zijn zij de nakomelingen van de oorspronkelijke bewoners? Dat zijn ze maar voor een klein deel.
Hun voorouders kwamen voor het grootste deel van elders. Eens waren ook zij vreemdelingen in Holland.
Er heeft altijd al op grote schaal immigratie plaatsgevonden. De genetische Nederlander bestaat dan ook niet, het is een cultureel begrip.
Dit boek gaat over de groepen mensen waaruit in de loop van 2000 jaar de bevolking van ons land is opgebouwd: van de tijd vóór de komst van de Bataven of Batavieren, dus vóór het begin van de jaartelling, tot de huidige tijd van massa-immigratie van buiten Europa. Aan beide kwesties is overigens veel aandacht besteed: aan de Bataven vanwege het mysterie rond hun komst, aan de
nieuwe immigranten vanwege een bevolkings- en integratieprobleem.
Vandaar de titel Bataven en buitenlanders. Maar het boek geeft vooral in heldere taal antwoord op de vraag waar komen de
Nederlanders vandaan?
20 eeuwen immigratie in Nederland.
WAAR KOMEN DE NEDERLANDERS VANDAAN?
Immigratie in Nederland is in de media iets van na 1960. Het zijn de vreemdelingen, de nieuwe Nederlanders, die hier een rol spelen. De oude Nederlanders van vóór 1960 met hun nakomelingen vormen een andere categorie, zij zijn in Nederland thuis. Sterker nog: ze waren hier altijd al. Zo
wordt algemeen aangenomen.
Maar je kunt de zaak ook in een breder verband zien. Eens was het land leeg en in 1950 was het vol, althans volgens de toenmalige premier Drees. En waar komen de oude Nederlanders vandaan? Zijn zij de nakomelingen van de oorspronkelijke bewoners? Dat zijn ze maar voor een klein deel.
Hun voorouders kwamen voor het grootste deel van elders. Eens waren ook zij vreemdelingen in Holland.
Er heeft altijd al op grote schaal immigratie plaatsgevonden. De genetische Nederlander bestaat dan ook niet, het is een cultureel begrip.
Dit boek gaat over de groepen mensen waaruit in de loop van 2000 jaar de bevolking van ons land is opgebouwd: van de tijd vóór de komst van de Bataven of Batavieren, dus vóór het begin van de jaartelling, tot de huidige tijd van massa-immigratie van buiten Europa. Aan beide kwesties is overigens veel aandacht besteed: aan de Bataven vanwege het mysterie rond hun komst, aan de
nieuwe immigranten vanwege een bevolkings- en integratieprobleem.
Vandaar de titel Bataven en buitenlanders. Maar het boek geeft vooral in heldere taal antwoord op de vraag waar komen de
Nederlanders vandaan?
Recensies
OP HET SCHERP VAN DE SNEDE Prof. dr. B. Smalhout De Telegraaf, 19 december 2009 Neêrlandsch Bloed... Vorige maand verscheen er een wonderlijk boek over twintig eeuwen immigratie in Nederland. De schrijver is de econoom, jurist en socioloog Jaap Schalekamp. De opvallende titel luidt: 'Bataven en Buitenlanders'. De vraag wordt gesteld of er eigenlijk wel echte Nederlanders bestaan. Wie het voorrecht heeft genoten nog vóór de invoering van de Mammoetwet op school te zijn geweest, herinnert zich zonder enige twijfel het spannende verhaal van de woeste Germaanse volksstam de Bataven, die door ons meestal Batavieren werden genoemd. Ze zouden in uitgeholde boomstammen de Rijn zijn komen afzakken en bij Lobith ons huidige land hebben betreden. De werkelijkheid is anders. Maar in ons collectieve geheugen zijn de Bataven onverbrekelijk verbonden met het begrip Nederland. Ze worden gezien als de oer-Nederlanders. Vandaar dat onder meer de hoofdstad van het vroegere Nederlands-Indië Batavia werd genoemd voordat de Republiek Indonesië er Jakarta van maakte. Jaap Schalekamp, die zo Nederlands functioneert als maar mogelijk is, voelt zich betrokken bij het probleem van de immigratie, omdat hij zichzelf beschouwt als een lid van een immigrantenfamilie. Zijn moeder Claire Künzi kwam uit Zwitserland en van vaders zijde bestond de stamboom uit onder meer Franse hugenoten, zuidelijke Nederlanders en Duitsers. Hij vroeg zich af hoe het eigenlijk stond met de andere inwoners van ons land. Het werd een hele studie die, in tegenstelling tot de officiële publicaties, vlot en humoristisch geschreven is. Het leest als een trein, terwijl de documentatie toch zeer zorgvuldig is. Jaap Schalekamp begint zijn verhaal een halve eeuw voor de jaartelling en bespreekt kritisch alle soorten immigranten die uiteindelijk de smeltkroes hebben gevormd van wat thans 'het Nederlandse volk' wordt genoemd. Daarbij werd zorgvuldig de groei van de bevolking vermeld. Enkele tienduizenden mensen in het begin van de jaartelling groeiden via de twee miljoen in de zeventiende eeuw uit tot de 16,5 miljoen thans. Van de oorspronkelijke Bataven is, genetisch gezien, vrijwel niets meer over, maar tientallen andere volkeren hebben, als immigranten, bijgedragen tot wat heden Nederlanders worden genoemd. Zo vermeldt de schrijver dat ons Koninklijk Nederlands-Indisch Leger, het KNIL, veel vreemdelingen aantrok. Die werden opgeleid in Harderwijk en vandaar naar onze vroegere koloniën verscheept. Zo werden in 1877 (dus 132 jaar geleden) 3046 militairen uitgezonden. Daarvan kwamen er slechts 884 uit Nederland en 2162 uit andere landen in Europa. Velen van hen bleven in het vroegere Indië of vestigden zich later in Nederland. Er worden ook kritische opmerkingen gemaakt over het begrip 'de Nederlanden', dat pas ná de Franse tijd, dus pas in het begin van de negentiende eeuw, is ingevoerd. Jaap Schalekamp, die veel in het buitenland heeft gewerkt, vermeldt ook dat in de Verenigde Staten het begrip 'The Netherlands' niet zo veel zegt. Het woord 'Holland' daarentegen is overal bekend. Het is, volgens Jaap, 'een sterk merk'. Interessant is ook het hoofdstuk over de invloed op de Nederlandse bevolking van het verlies van onze voormalige koloniën en de immigratie van de honderdduizenden Indische Nederlanders. Uiterst interessant en humoristisch is het overzicht over de etnische samenstelling van onze koninklijke familie. Eeuwenlang heeft er in die familie geen huwelijk met een Nederlandse partner plaatsgevonden. Tenminste niet in de lijn van de mogelijke troonopvolgers. De grote doorbraak kwam met Pieter van Vollenhoven. Hij was de eerste autochtoon in de koninklijke familie. Ook de Nederlandse afkomst van onze Vader des Vaderlands, Willem van Oranje (1533-1584) is minimaal. Onze koninklijke familie is bijna voor honderd procent van buitenlandse, dus allochtone, afkomst, wat natuurlijk nog niets zegt van haar capaciteiten of inzet voor ons land. Overbevolkt Veel aandacht wordt ook besteed aan de sociale en politieke gevolgen van de beide wereldoorlogen en aan de invloed van het sociaal-politieke denken op de bevolking. Kort maar grondig wordt stilgestaan bij de grote invloed die de twee belangrijkste socialistische politici van de vorige eeuw hebben gehad, namelijk Willem Drees en Joop den Uyl. Die waren in wezen elkaars tegenpolen. In 1949 vond Drees dat Nederland overbevolkt raakte. We hadden toen tien miljoen inwoners, verdeeld over nog geen tweeënhalf miljoen gezinnen. Thans zijn we er met 16,5 miljoen mensen en 7,5 miljoen gezinnen, hetgeen een enorme ruimtebehoefte oplevert. Van al die mensen zijn ruim drie miljoen allochtoon, waarvan bijna twee miljoen niet-westers. Het probleem is ook nog dat als immigranten twee ouders hebben die in Nederland zijn geboren, ze als autochtone Nederlanders worden geboekt, ook al zijn ze etnisch gezien nog geheel allochtoon. Maar in elk geval levert dit alles een onvoorstelbare overbevolking, waarover echter niet gesproken mag worden. Het is, zoals Jaap Schalekamp schrijft, ons laatste echte taboe. De sociaal-politieke kreet uit de jaren zestig: 'Niets hoeft en alles moet kunnen' heeft ons ernstig opgebroken. Evenwel is één ding zeker, namelijk dat Nederland een gigantische smeltpot is van immigranten uit de laatste 2000 jaar. Vandaar dat de schrijver terecht een groot vraagteken plaatst bij het oorspronkelijke Nederlandse volkslied van 1817: 'Wien Neêrlandsch bloed door d'aadren vloeit van vreemde smetten vrij...' De tekst was van Hendrik Tollens en de componist was de Duitser Johann Wilhelm Wilms. Het werd in 1932 vervangen door het veel mooiere en waardiger Wilhelmus. Het grote wonder is echter dat hoewel bij niemand echt Nederlands bloed door de aderen stroomt, wij als Nederlandse gemeenschap toch een duidelijke identiteit hebben die veel verder gaat dan het obligate koekje bij de thee. OP HET SCHERP VAN DE SNEDE Prof. dr. B. Smalhout De Telegraaf, 19 december 2009 Neêrlandsch Bloed... Vorige maand verscheen er een wonderlijk boek over twintig eeuwen immigratie in Nederland. De schrijver is de econoom, jurist en socioloog Jaap Schalekamp. De opvallende titel luidt: 'Bataven en Buitenlanders'. De vraag wordt gesteld of er eigenlijk wel echte Nederlanders bestaan. Wie het voorrecht heeft genoten nog vóór de invoering van de Mammoetwet op school te zijn geweest, herinnert zich zonder enige twijfel het spannende verhaal van de woeste Germaanse volksstam de Bataven, die door ons meestal Batavieren werden genoemd. Ze zouden in uitgeholde boomstammen de Rijn zijn komen afzakken en bij Lobith ons huidige land hebben betreden. De werkelijkheid is anders. Maar in ons collectieve geheugen zijn de Bataven onverbrekelijk verbonden met het begrip Nederland. Ze worden gezien als de oer-Nederlanders. Vandaar dat onder meer de hoofdstad van het vroegere Nederlands-Indië Batavia werd genoemd voordat de Republiek Indonesië er Jakarta van maakte. Jaap Schalekamp, die zo Nederlands functioneert als maar mogelijk is, voelt zich betrokken bij het probleem van de immigratie, omdat hij zichzelf beschouwt als een lid van een immigrantenfamilie. Zijn moeder Claire Künzi kwam uit Zwitserland en van vaders zijde bestond de stamboom uit onder meer Franse hugenoten, zuidelijke Nederlanders en Duitsers. Hij vroeg zich af hoe het eigenlijk stond met de andere inwoners van ons land. Het werd een hele studie die, in tegenstelling tot de officiële publicaties, vlot en humoristisch geschreven is. Het leest als een trein, terwijl de documentatie toch zeer zorgvuldig is. Jaap Schalekamp begint zijn verhaal een halve eeuw voor de jaartelling en bespreekt kritisch alle soorten immigranten die uiteindelijk de smeltkroes hebben gevormd van wat thans 'het Nederlandse volk' wordt genoemd. Daarbij werd zorgvuldig de groei van de bevolking vermeld. Enkele tienduizenden mensen in het begin van de jaartelling groeiden via de twee miljoen in de zeventiende eeuw uit tot de 16,5 miljoen thans. Van de oorspronkelijke Bataven is, genetisch gezien, vrijwel niets meer over, maar tientallen andere volkeren hebben, als immigranten, bijgedragen tot wat heden Nederlanders worden genoemd. Zo vermeldt de schrijver dat ons Koninklijk Nederlands-Indisch Leger, het KNIL, veel vreemdelingen aantrok. Die werden opgeleid in Harderwijk en vandaar naar onze vroegere koloniën verscheept. Zo werden in 1877 (dus 132 jaar geleden) 3046 militairen uitgezonden. Daarvan kwamen er slechts 884 uit Nederland en 2162 uit andere landen in Europa. Velen van hen bleven in het vroegere Indië of vestigden zich later in Nederland. Er worden ook kritische opmerkingen gemaakt over het begrip 'de Nederlanden', dat pas ná de Franse tijd, dus pas in het begin van de negentiende eeuw, is ingevoerd. Jaap Schalekamp, die veel in het buitenland heeft gewerkt, vermeldt ook dat in de Verenigde Staten het begrip 'The Netherlands' niet zo veel zegt. Het woord 'Holland' daarentegen is overal bekend. Het is, volgens Jaap, 'een sterk merk'. Interessant is ook het hoofdstuk over de invloed op de Nederlandse bevolking van het verlies van onze voormalige koloniën en de immigratie van de honderdduizenden Indische Nederlanders. Uiterst interessant en humoristisch is het overzicht over de etnische samenstelling van onze koninklijke familie. Eeuwenlang heeft er in die familie geen huwelijk met een Nederlandse partner plaatsgevonden. Tenminste niet in de lijn van de mogelijke troonopvolgers. De grote doorbraak kwam met Pieter van Vollenhoven. Hij was de eerste autochtoon in de koninklijke familie. Ook de Nederlandse afkomst van onze Vader des Vaderlands, Willem van Oranje (1533-1584) is minimaal. Onze koninklijke familie is bijna voor honderd procent van buitenlandse, dus allochtone, afkomst, wat natuurlijk nog niets zegt van haar capaciteiten of inzet voor ons land. Overbevolkt Veel aandacht wordt ook besteed aan de sociale en politieke gevolgen van de beide wereldoorlogen en aan de invloed van het sociaal-politieke denken op de bevolking. Kort maar grondig wordt stilgestaan bij de grote invloed die de twee belangrijkste socialistische politici van de vorige eeuw hebben gehad, namelijk Willem Drees en Joop den Uyl. Die waren in wezen elkaars tegenpolen. In 1949 vond Drees dat Nederland overbevolkt raakte. We hadden toen tien miljoen inwoners, verdeeld over nog geen tweeënhalf miljoen gezinnen. Thans zijn we er met 16,5 miljoen mensen en 7,5 miljoen gezinnen, hetgeen een enorme ruimtebehoefte oplevert. Van al die mensen zijn ruim drie miljoen allochtoon, waarvan bijna twee miljoen niet-westers. Het probleem is ook nog dat als immigranten twee ouders hebben die in Nederland zijn geboren, ze als autochtone Nederlanders worden geboekt, ook al zijn ze etnisch gezien nog geheel allochtoon. Maar in elk geval levert dit alles een onvoorstelbare overbevolking, waarover echter niet gesproken mag worden. Het is, zoals Jaap Schalekamp schrijft, ons laatste echte taboe. De sociaal-politieke kreet uit de jaren zestig: 'Niets hoeft en alles moet kunnen' heeft ons ernstig opgebroken. Evenwel is één ding zeker, namelijk dat Nederland een gigantische smeltpot is van immigranten uit de laatste 2000 jaar. Vandaar dat de schrijver terecht een groot vraagteken plaatst bij het oorspronkelijke Nederlandse volkslied van 1817: 'Wien Neêrlandsch bloed door d'aadren vloeit van vreemde smetten vrij...' De tekst was van Hendrik Tollens en de componist was de Duitser Johann Wilhelm Wilms. Het werd in 1932 vervangen door het veel mooiere en waardiger Wilhelmus. Het grote wonder is echter dat hoewel bij niemand echt Nederlands bloed door de aderen stroomt, wij als Nederlandse gemeenschap toch een duidelijke identiteit hebben die veel verder gaat dan het obligate koekje bij de thee. OP HET SCHERP VAN DE SNEDE Prof. dr. B. Smalhout De Telegraaf, 19 december 2009 Neêrlandsch Bloed... Vorige maand verscheen er een wonderlijk boek over twintig eeuwen immigratie in Nederland. De schrijver is de econoom, jurist en socioloog Jaap Schalekamp. De opvallende titel luidt: 'Bataven en Buitenlanders'. De vraag wordt gesteld of er eigenlijk wel echte Nederlanders bestaan. Wie het voorrecht heeft genoten nog vóór de invoering van de Mammoetwet op school te zijn geweest, herinnert zich zonder enige twijfel het spannende verhaal van de woeste Germaanse volksstam de Bataven, die door ons meestal Batavieren werden genoemd. Ze zouden in uitgeholde boomstammen de Rijn zijn komen afzakken en bij Lobith ons huidige land hebben betreden. De werkelijkheid is anders. Maar in ons collectieve geheugen zijn de Bataven onverbrekelijk verbonden met het begrip Nederland. Ze worden gezien als de oer-Nederlanders. Vandaar dat onder meer de hoofdstad van het vroegere Nederlands-Indië Batavia werd genoemd voordat de Republiek Indonesië er Jakarta van maakte. Jaap Schalekamp, die zo Nederlands functioneert als maar mogelijk is, voelt zich betrokken bij het probleem van de immigratie, omdat hij zichzelf beschouwt als een lid van een immigrantenfamilie. Zijn moeder Claire Künzi kwam uit Zwitserland en van vaders zijde bestond de stamboom uit onder meer Franse hugenoten, zuidelijke Nederlanders en Duitsers. Hij vroeg zich af hoe het eigenlijk stond met de andere inwoners van ons land. Het werd een hele studie die, in tegenstelling tot de officiële publicaties, vlot en humoristisch geschreven is. Het leest als een trein, terwijl de documentatie toch zeer zorgvuldig is. Jaap Schalekamp begint zijn verhaal een halve eeuw voor de jaartelling en bespreekt kritisch alle soorten immigranten die uiteindelijk de smeltkroes hebben gevormd van wat thans 'het Nederlandse volk' wordt genoemd. Daarbij werd zorgvuldig de groei van de bevolking vermeld. Enkele tienduizenden mensen in het begin van de jaartelling groeiden via de twee miljoen in de zeventiende eeuw uit tot de 16,5 miljoen thans. Van de oorspronkelijke Bataven is, genetisch gezien, vrijwel niets meer over, maar tientallen andere volkeren hebben, als immigranten, bijgedragen tot wat heden Nederlanders worden genoemd. Zo vermeldt de schrijver dat ons Koninklijk Nederlands-Indisch Leger, het KNIL, veel vreemdelingen aantrok. Die werden opgeleid in Harderwijk en vandaar naar onze vroegere koloniën verscheept. Zo werden in 1877 (dus 132 jaar geleden) 3046 militairen uitgezonden. Daarvan kwamen er slechts 884 uit Nederland en 2162 uit andere landen in Europa. Velen van hen bleven in het vroegere Indië of vestigden zich later in Nederland. Er worden ook kritische opmerkingen gemaakt over het begrip 'de Nederlanden', dat pas ná de Franse tijd, dus pas in het begin van de negentiende eeuw, is ingevoerd. Jaap Schalekamp, die veel in het buitenland heeft gewerkt, vermeldt ook dat in de Verenigde Staten het begrip 'The Netherlands' niet zo veel zegt. Het woord 'Holland' daarentegen is overal bekend. Het is, volgens Jaap, 'een sterk merk'. Interessant is ook het hoofdstuk over de invloed op de Nederlandse bevolking van het verlies van onze voormalige koloniën en de immigratie van de honderdduizenden Indische Nederlanders. Uiterst interessant en humoristisch is het overzicht over de etnische samenstelling van onze koninklijke familie. Eeuwenlang heeft er in die familie geen huwelijk met een Nederlandse partner plaatsgevonden. Tenminste niet in de lijn van de mogelijke troonopvolgers. De grote doorbraak kwam met Pieter van Vollenhoven. Hij was de eerste autochtoon in de koninklijke familie. Ook de Nederlandse afkomst van onze Vader des Vaderlands, Willem van Oranje (1533-1584) is minimaal. Onze koninklijke familie is bijna voor honderd procent van buitenlandse, dus allochtone, afkomst, wat natuurlijk nog niets zegt van haar capaciteiten of inzet voor ons land. Overbevolkt Veel aandacht wordt ook besteed aan de sociale en politieke gevolgen van de beide wereldoorlogen en aan de invloed van het sociaal-politieke denken op de bevolking. Kort maar grondig wordt stilgestaan bij de grote invloed die de twee belangrijkste socialistische politici van de vorige eeuw hebben gehad, namelijk Willem Drees en Joop den Uyl. Die waren in wezen elkaars tegenpolen. In 1949 vond Drees dat Nederland overbevolkt raakte. We hadden toen tien miljoen inwoners, verdeeld over nog geen tweeënhalf miljoen gezinnen. Thans zijn we er met 16,5 miljoen mensen en 7,5 miljoen gezinnen, hetgeen een enorme ruimtebehoefte oplevert. Van al die mensen zijn ruim drie miljoen allochtoon, waarvan bijna twee miljoen niet-westers. Het probleem is ook nog dat als immigranten twee ouders hebben die in Nederland zijn geboren, ze als autochtone Nederlanders worden geboekt, ook al zijn ze etnisch gezien nog geheel allochtoon. Maar in elk geval levert dit alles een onvoorstelbare overbevolking, waarover echter niet gesproken mag worden. Het is, zoals Jaap Schalekamp schrijft, ons laatste echte taboe. De sociaal-politieke kreet uit de jaren zestig: 'Niets hoeft en alles moet kunnen' heeft ons ernstig opgebroken. Evenwel is één ding zeker, namelijk dat Nederland een gigantische smeltpot is van immigranten uit de laatste 2000 jaar. Vandaar dat de schrijver terecht een groot vraagteken plaatst bij het oorspronkelijke Nederlandse volkslied van 1817: 'Wien Neêrlandsch bloed door d'aadren vloeit van vreemde smetten vrij...' De tekst was van Hendrik Tollens en de componist was de Duitser Johann Wilhelm Wilms. Het werd in 1932 vervangen door het veel mooiere en waardiger Wilhelmus. Het grote wonder is echter dat hoewel bij niemand echt Nederlands bloed door de aderen stroomt, wij als Nederlandse gemeenschap toch een duidelijke identiteit hebben
Prof dr. B. Smalhout — De Telegraaf — 23 december 2009
RECENSIE NBD/Biblion (Nederlandse Bibliotheek Dienst) Titel: Bataven en buitenlanders Auteur: Schalekamp, J.C. Korte bespreking: De immigratie van na 1960 wordt over het algemeen als een probleem behandeld in de media. Maar waar komen de 'autochtone' Nederlanders eigenlijk vandaan? In dit boek doet de auteur uit de doeken hoe het grondgebied dat nu Nederland heet, al sinds de Bataven, de Romeinen en de Franken door steeds nieuwe groepen immigranten (Duitsers, Belgen, Fransen, Engelsen, Scandinaviërs) als nieuw vaderland wordt gekozen. De conclusie is dat Nederland altijd al een immigratieland is geweest, met uitzondering van de periode 1950-1960 toen velen emigreerden naar Noord-Amerika en Australië. De huidige 'oude' Nederlanders van voor 1960 zijn qua herkomst voor driekwart een volk van immigranten. Nederlander zijn is geen begrip van afkomst, maar van cultuur. Een onderhoudend en relativerend boek, mede door de informele verteltrant. Bevat een uitvoerige literatuurlijst. Geschikt voor een groot publiek van geïnteresseerden in de vaderlandse geschiedenis en de herkomst en identiteit van 'de Nederlander'. - Drs. M.H. Langelaan ________________________________________ © NBD/Biblion, 2002-2009 .
Drs.M.H. Langelaan — NBD/Biblion — 23 februari 2010
In het kort
ISBN-13
9789073299412
Uitgever
Verschenen
1 december 2009
Bibliografisch
ISBN-139789073299412
Editie1
TaalNederlands dut
Pagina’s371
GeïllustreerdNee
Uitgave
UitgeverUlco Wind Publisher
CB-relatie-id7300376
Verschenen1 december 2009
StatusOnbekend 00
BeschikbaarheidContact leverancier 99
Zonder prijsPrijs volgt
Vorm & inhoud
ProductvormPaperback BC
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Geschiedenis algemeen 680
NUR (alle)680 Geschiedenis algemeen
Medewerkers
Auteur A01J.C. Schalekamp
Herkomst
Werk-id (NSTC)500306729
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Lijkt op dit boek
NSTC 500306729 · CB-relatie 7300376 · Bijgewerkt 6 augustus 2026









